1. Wat is geld?
1.1 De functies van geld
• Waardemeter: Geld is een waardemeter uitgedrukt in prijs.
• Ruilmiddel, mits voldoende omloop, je kan er niet van eten of slapen maar bv wel
eten mee kopen (= “ruilen”)
• Koopkrachtreserve, het bederft niet dus je kan de ruil in de tijd uitstellen
• Kredietmiddel: je kan je geld ter beschikking stellen aan anderen
è Geld is het levensbloed van de economie
1.2 Van ruil naar geld
Ruil en specialisatie
Handel is automatisch ontstaan doordat mensen zich gingen specialiseren in bepaalde
zaken, soms ook streekgebonden: vb olijven in Griekenland, vis uit Ijsland, … Steden op
handelsknooppunten gelegen hadden jaarmarkten waar er geruild kon worden.
Ruil in natura
Vroeger ontstond er rechtstreekse ruil: bv iemand heeft een schaap maar wil porselein, gaat
op zoek naar iemand die porselein heeft en een schaap wil. Natuurlijk is dit specifiek
misschien lastig te vinden, en moet je misschien opzoek gaan naar een onrechtstreekse ruil:
de eigenaar van het porselein wil eigenlijk enkel graan dus ga je op zoek naar iemand die je
schaap voor graan wil ruilen zodat jij het graan voor porselein kan ruilen. Zo ontstaan
complexe ruilen die zelfs in 4, 5, 6, of meer stappen worden voltooid. Je moet zo een lange
ruiltocht ondergaan om te krijgen wat je wil. Van zodra deze ruiltocht te groot wordt, wordt
ruil in natura onwerkbaar. RUIL IN NATURA
Tussengoederen
Men moet overschakelen op een algemeen aanvaard tussengoed dat
telkens kan leiden tot een rechtstreekse ruil. Dit kan vanalles zijn, maar
Er moet worden
overgeschakeld op een
vaak was dit streekgebonden: graan of rijst, gedroogd vlees, zijderollen,
algemeen aanvaard
tussengoed dat telkens
kan leiden tot een
bont, schelpen, … Uiteindelijk schakelde men over op edelmetalen zoals
rechtstreekse ruil
goud, zilver en koper. Waarom: 10 Architectuur, Management, Markt en Economie
• Zeldzaam genoeg: je kan het niet zomaar bijmaken of van de grond rapen, maar
tegelijkertijd is het ook niet te zeldzaam zodat er genoeg is voor iedereen
• Corrodeert/degradeert niet
• Het is makkelijk bewerkbaar en dus makkelijk op te delen (munten, staven, …)
• Opvallend uiterlijk (verwijzingen naar zon, warmte, …)
1.3 Van goud naar papier
Van goud naar munten
Munten werden makkelijk ruilbaar doordat je voor bepaalde zaken een vaste hoeveelheid
kon bepalen. Er was een vaste omruilverhouding tussen de soorten metaal en een
gegarandeerde zuiverheid. De munten waren bedrukt met een afbeelding van het
staatshoofd: het uitgeven van munten was een voorrecht voor de keizer/koning(in)/… Deze
garandeert ook de zuiverheid en hoeveelheid van het edelmetaal. Er waren zware straffen
op valsmunterij. Vanaf het millenium voor het begin van onze tijdsrekening werden goud,
koper en zilver de algemeen aanvaarde ruilmiddelen in Eurazië (= metalenstandaard).
1
, Management: college 2
Goud vs zilver
Aanvankelijk was er bimetallisme: goud was zeldzamer en zilver was couranter. De productie
beïnvloedde de prijzen van goederen en de onderlinge verhoudingen, er kwam een
voortdurende strijd tegen omsmelten en export en import dus er was nood aan stabiliteit.
De dominantie van goud of zilver was afhankelijk van de tijd en wereldorde:
Renaissance: Florin van Florence à Goud
Spaanse verovering van Amerika: Spaanse Reale à Zilver
British Empire: Brits Guinea à Goud
Door de Britten werd goud dominant en was er een systematische onderwaardering van
zilver. Het goud werd door de Duitsers overgenomen als standaard en door de massale
verkoop van het Duitse zilver kelderde de waarde ervan, wat onhoudbaar werd voor de
andere landen. Hierop volgde het monometallisme: eind 19e eeuw was er een quasi
algemene goudstandaard. Nationale munten hadden een gelijkheid (= pariteit) in goud: je
kon het gaan wisselen in de bank voor goud. Ook hadden munten een bepaalde pariteit
tegenover elkaar.
Papier vs goud
Banken zijn ontstaan ui het faciliteren van handel. Men bewaarde de gouddeposito’s van
klanten: men kreeg een papieren bewijs als bewijs dat men goud heeft opgeslaan en men je
dat nog verschuldigd is. Deze papieren konden ook in transacties worden gebruikt.
Uiteindelijk is zo in China het eerste papiergeld ontstaan.
Op de oude dollars vindt men het opschrift “payable to the bearer on demand”. Dit wou
zeggen dat je naar de bank kon gaan en dit geld kon omwisselen voor goud.
1.4 van fysiek naar feduciair
Feduciair geld = op vertrouwen. Er is niet genoeg goudvoorraad voor iedereen om iedereen
tegelijk zijn geld om te ruilen voor goud.
Geldmultiplicator
Banken kunnen geld “creëren uit lucht”, zelfs als de deposito’s niet aanwezig zijn. Dit is wat
banken wel in de gaten moeten houden en wat de banken in situaties van tumult kwetsbaar
maakt (zie “run on the bank” verder). Stel dat men 1000 euro heeft in de bank. De bank gaat
ervan uit dat de klanten dit niet afhalen. Stel dat men 150 euro in reserve houdt
(=liquiditeitsquote), dan kan men de overige 850 uitlenen aan een andere bank. Bank B
houdt hiervan ook iets over, en gaat de rest uitlenen aan bank C, etc. Als we de
liquiditeitsquote (=LQ) houden op 15% kan 1000 euro wel tot 5667 euro genereren in de
economie. Het meeste van het geld in onze economie is dus niet fysiek aanwezig in banken
(= fractional reserved banking). De officiële LQ is in Europa echter maar 1%. In de EMU is er
momenteel 164 miljard euro fysiek aanwezig in biljetten. Dat is nog geen 25% van enkel de
Belgische economie, dus dit is een heel kleine fractie.
Er zijn strenge eisen en veel stappen voor je een erkende bank wordt. Ook voor leningen. Er
kan een domino-effect ontstaan bij het faillissement van 1 bank. Hierbij kan een
paniekreactie ontstaan: een zogenaamde “run on the bank”
2