1. Ondernemen
1.1 Voorbeelden van ondernemen
Madam C.J. Walker
Ze werd geboren als dochter van slaven en was op haar 7e al wees. Ze leed aan een ernstige
roos- en ook aan andere hoofdhuidaandoeningen. Ze creëerde haar eigen haar- en
hoofdhuidconditioner en bouwde rond 1917 haar bedrijf uit tot 20000 werknemers. Ze
leidde duizenden vrouwen op om als onderneemster door het leven te gaan.
Gert Verhulst en Hans Bourlon (studio 100)
Ze startten als presentator en producer bij de openbare omroep en creëerden een eigen
kinderprogramma (Samson en Gert). Het werd een groot succes en er ontstond al snel een
onafhankelijk productiehuis met veel succesvolle personages (Plop, Piet Piraat, …). Hieruit
volgde merchandise, theatershows, musicals en pretparken.
Marc Coucke – Omega Pharma
Ging als student deur-aan-deur verkoop doen van zelf geproduceerde shampoo, richtte later
Omega Pharma op. Verkoopt Omega Pharma en gebruikt de meerwaarde om te
herinvesteren in verschillende Belgische bedrijven.
Katrien Herdewyn – Elegnano
Ze was van kleins af aan al schoenliefhebster en wilde de schoonheid van nanodeeltjes
verwerken in schoenen. Ze zijn water- en vuilafstotend. In oktober 2014 startte ze haar eigen
merk.
Andere voorbeelden: Jeff Bezos, Willy Naessens, Jef Colruyt, …
1.2 Wat is ondernemen?
Definitie
Ondernemen heeft verschillende definities, maar het komt erop neer dat je ziet wat
iedereen ziet, maar ermee doet wat niemand doet. Er zijn echter 4 ingrediënten die steeds
terugkeren:
• Creativiteit
• Inzet
• Risico
• Voldoening
Creativiteit
Alles begint met een idee. Het gaat om nieuwe inzichten, connecties, toepassingen, marten,
distributiemethodes, behoeften, …
Neem bv de selfiestick. Op een bepaald moment wordt de selfie razend populair à nieuwe
behoefte è er komen nieuwe “noden”. Hieruit ontstaat de selfiestick.
Inzet
Ondernemen vraagt inzet:
• Bloed: Je moet gepassioneerd zijn, de wil om het idee te realiseren moet er zijn.
• Zweet: Je idee moet constant worden aangescherpt, je moet hard werken om het
idee uit te werken tot een goed draaiende motor.
1
, Management: college 4
• Tranen: Tegenslagen zullen er gegarandeerd zijn, je moet deze kunnen verdragen en
ook harde keuzes kunnen maken.
Risico
Ondernemen houdt ook risico’s in:
• Financieel: er is geen zekerheid dat je zal slagen, geen zekerheid over het inkomen. Je
kan het geïnvesteerde kapitaal ook kwijtraken.
• Sociaal: De continue aandacht voor de onderneming vreet aan de vrije tijd, tijd voor
familie, … De sociale vangnetten zijn zeer beperkt.
• Psychologisch: Het falen kan psychologisch zwaar wegen. Ook zijn er weinig
rustmomenten.
Voldoening
Ondernemen kan echter ook voldoening geven:
• Financiële onafhankelijkheid: Je hebt de toekomst in handen, het geïnvesteerde
kapitaal groeit sterk aan waardoor je volkomen onafhankelijk bent.
• Passie als levenswerk: Je kan steeds bezig zijn met iets waar je zelf van
houdt/gepassioneerd voor bent.
• Eigenwaarde: als het lukt leef je op een soort wolk.
Mensen zien echter steeds enkel het positieve: het succes, het geld wat je verdient, …
Echter, het ondernemen kan ook veel minder positieve zaken met zich meebrengen (heel
hard werken, falen, opofferingen, teleurstellingen, …)
1.3 Het ondernemerschapsproces
1. Prikkel (observatie)
2. Innovatie (creativiteit)
3. Implementatie (tot leven brengen)
4. Groei (organisatorisch): hoe zorg je dat de groei blijft? Hoe zorg je dat het relevant
blijft?
TIMMONS-MODEL
Timmons-model
OPPORTUNITEIT MIDDELEN
De oprichter “verzamelt”
Niet ieder idee is Financiële slagkracht
een opportuniteit opportuniteiten, een team en
(schaalbaarheid!) Businessplan de juiste middelen. Het idee
‘Gat in de markt’
vs.
moet schaalbaar zijn, dwz het
De markt in het gat kan herhaald worden (vb frituur
Welke vaardigheden
zijn nodig? is heel lokaal, niet schaalbaar).
TEAM
Als middelen heb je veel
financiële slagkracht nodig, je
De oprichter moet leningen kunnen aangaan,
producten kunnen aankopen, mensen kunnen uitbetalen, … Je moet een gebouw kunnen
30
kopen of bouwen op een goede, doordachte locatie. Een filiaal naast een veldweg is bv niet
Architectuur, Management, Markt en Economie
zo goed als in een drukke stad, …
2