VERSCHIL MET ONDERNEMEN
1. Managen In de levenscyclus van een De onderneme
1.1 Wat is een management? bedrijf moet vanaf hoge twee keuzes:
Management vs. Ondernemen groei er een manager 1. Verkopen
ondernemers starten bedrijven, managers runnen ze.opstaan
Entrepeneurs
die de boel bedrijf star
hebben creativiteit nodig, nemen vaak risico’s, er is organiseert. 2. Aanblijven
onvoorspelbaarheid, … Terwijl bij managers is er ratio, alles wordt founder/vo
een nieuw
berekend en er is vooral voorspelbaarheid. Deze twee zitten soms in
Ondernemer Ondernemer opstarten,
dezelfde persoon vervat, maar vaak in grote bedrijven zijn dit andere
CEO het m
personen. In de levenscyclus van een bedrijf moet vanaf hoge groei er Manager op zich nee
een manager opstaan die de boel organiseert. De ondernemer heeft
dan twee keuzes: 5 Architectuur, Management, Markt en E
• Verkopen en nieuw bedrijf starten;
• Aanblijven als founder/voorzitter en een nieuwe cyclus opstarten, waarbij een CEO het
management op zich neemt.
Een voorbeeld van een verkopende ondernemer is Elon Musk: hij verkocht bijvoorbeeld PayPal en
nam nieuwe bedrijven over/richtte nieuwe bedrijven op zoals Tesla, Twitter, …
Elementen van management
Een bedrijf wil economisch succesvol zijn. Dit wordt gemeten door:
• Winst
• Cashflow
• Reputatie
• Marktaandeel
• Rendement
è dit succes willen ze dan op systematisch wijze voorbereiden, bereiken, monitoren en bijsturen
door bijvoorbeeld een management in te schakelen.
Management heeft:
• Universeel karakter: Management komt overal voor: van de grootste bedrijven tot het
runnen van een huishouden. Management kom steeds overal terug.
• Proceskarakter: Plannen, organiseren, leiden en controleren (POLC), het is echt procesmatig.
• Doelgericht karakter: Management moet op efficiënte wijze resultaten behalen (doelmatig
en doeltreffend).
• Efficiënt karakter: Management werkt met beperkte middelen en moet hiermee het
maximaal mogelijke behalen.
• Menselijk karakter: Management is mensen beter doen samenwerken.
De vier vragen voor managers
• Hoe gaan we om met doelstellingen?: SMART (Specific, Measurable, Acceptable, Realistic &
Time-bound)
• Hoe motiveren we onze medewerkers?: Extrinsiek (geld, vakantie, titel,…) of intrinsiek
(erkenning, zingeving,…)?
• Hoe coördineren we onze activiteiten?: Vastgelegde procedures of informele methodes?
• Hoe worden beslissingen genomen en schaarse middelen toegekend?: hiërarchisch of met
collectieve verantwoordelijkheid?
1
, Management: college 6
1.2 De nood aan management
Kritiek op management
Vaak zijn de kritieken compleet overbodig, maar enkelen komen steeds terug:
• Management is geen exacte wetenschap (cf. Economie), maar veel managers denken van wel
→ spanning tussen managementsmodellen en de werkvloer waar ze worden
geïmplementeerd
• Corporate BS: managers hanteren een angelsaksisch jargon dat geen meerwaarde biedt en te
weinig begrepen wordt door de medewerkers en de managers zelf. → wrijving en lege
communicatie
• Veel managementslagen zijn overbezet of zelfs overbodig. Geen toegevoegde waarde, en te
grote top-down controlezucht. Als je een bedrijf zodanig opdeelt in divisies en subdivisies, zit
je zodanig met dikke lagen management die geen toegevoegde waarde meer hebben.
è Een manager moet een middel zijn, geen doel!
Het nut van management
De wereld wordt steeds complexer en uitdagender:
• Uitbreiding kennis
• Uitbreiding specialisatie
• Steeds coördinatie
• Hogere en strengere normen
• Strengere eisen
è vraagt een systematisch beheer: management wordt steeds belangrijker. Het moet doeltreffender
zijn.
1.3 De aard van management
Het managementsbrein
Het brein heeft bepaalde zones die zich specialiseren in planning: the excutive brain. Dit deel is
kwetsbaar voor vermoeidheid, emotie en stress. Dit kan hard zijn, er wordt grote last op hen gerust.
De grootste valkuilen van management zijn ego en libido.
Wat doen managers?
• Langdurig werken: 60u per week is geen uitzondering. Dat hebben ze gemeen met
ondernemers.
• Afwisselend en versnipperd werken: Enorme afwisseling in de aard van het werk, wat een
zekere oppervlakkigheid meebrengt. Management is werk voor generalisten, geen
specialisten.
• Concrete en specifieke activiteiten: Meestal gericht op dagdagelijkse problemen, niet op
langetermijnsperspectief. Ze moeten vaak economische brandjes blussen.
• Mondelinge communicatie: Actuele info is broodnodig en praten is dan efficiënter. ‘It’s
mainly talk’ & networking à het gaat over coördinatie, vragen, … waarover veel moet
gepraat worden. Zie punt ‘inhoud management’
• Politicking: Valkuil à vooral bezig zijn met de eigen progressie
Inhoud van management
Managers moeten veel overleggen, vaak voor psycholoog spelen en veel communiceren. Grote delen
van hun tijd worden gespendeerd aan mondelinge communicatie (meetings). Hoe groter de
organisatie echter, hoe minder de manager inhoudelijk bezig is. Hierbij moet men opletten voor
vervreemding. Managers zijn namelijk eerder generalisten: ze steunen op de kennis van anderen,
moeten adviezen afwegen of nemen beslissingen. Ze doen vanalles en nog wat, in tegenstelling tot
een specialist.
2