De kansendans
In België leven één op zeven mensen in een kans-armoede-situatie.
Geef 10 situaties of groepen die in het boek beschreven worden.
- Daklozen
- Mensen met een invaliditeitsuitkering
- Personen met psychische problemen
- Langdurig werklozen
- Chronisch zieken
- Ouderen met een klein pensioen
- Vluchtelingen
- Mensen met een zwaar migratieverhaal
- Kleine zelfstandigen
- Boeren die moeilijk rondkomen
Hoe wordt armoede die overgaat van ouders op kinderen genoemd?
Generatie-armoede
Wat is de bedoeling van een spiegelgesprek?
Hierdoor kunnen ze hun verhalen aan elkaar spiegelen en worden de verschillen in personen hun
situatie extra in de verf gezet.
Voorbeelden:
1. Gezinsleven
- Lieven: had een heel warme thuis met veel positieve herinneringen en foto’s. Hij had een
warme opvoeding met veel positieve contacten en genegenheid.
- Caro: had geen warme thuis en geen positieve herinneringen en foto’s van haar jeugd.
Haar ouders zijn gescheiden en geen van beide wou haar in huis nemen. Ze had te maken
met fysieke en psychische mishandeling, scheiding ouders, ongewenst zijn, geen
genegenheid van de ouders. De stress rond financiële zorgen beïnvloedt de
gezinsdynamiek.
2. Werk
- Lieven: zijn vader had geen financiële problemen. Een werknemer betaalde voor zijn
opleiding. Zijn moeder werkte wel in het zwart waardoor ze een laag pensioen had.
- Caro: haar vader had geen werk omwille van ziekte en haar stiefmoeder baatte
verschillende cafés uit. Daarnaast werd Caro misbruikt om toch een beetje geld te
verdienen. Haar vader had een onzekere en laagbetaalde baan zonder
doorgroeimogelijkheden.
3. Inkomen
- Lieven: zijn vader had een goed inkomen en een goed pensioen. Zijn moeder werkte in
het zwart maar kreeg ook geen uitkering.
- Caro: haar vader had enkel een inkomen door de invaliditeitsuitkering die hij kreeg. De
cafés van haar stiefmoeder zorgden voor een onstabiele en lage inkomst.
1
, 4. Voeding
- Lieven: heeft nooit honger gehad. Hij kreeg altijd een warme maaltijd met dessertjes.
- Caro: heeft vaak honger gehad, omdat er geen eten op tafel kwam. Heel af en toe kreeg
ze op de markt een appel, maar vaak moest ze stelen. Ze at maar 1 keer in de week vlees
en voor de rest enkel aardappelen met groenten. Na een tijdje kreeg ze gratis warme
maaltijden, maar die weigerde ze door haar wantrouwen.
5. Huisvesting en ‘thuis’
- Lieven: 1x verhuisd, dit was naar een betere woning. Thuis moest hij wel telkens een weg
banen om zaken te mogen, terwijl zijn zussen dit niet moesten doen. Hij voelde het aan
als een warme thuis met structuur en liefde.
- Caro: veel verhuisd (+ 26 keer), haar huis was nooit een thuis, ze voelde geen gezelligheid.
De huizen waren steeds in zeer slechte staat. Ze heeft niet het gevoel ooit een thuis te
hebben gehad, ze ervaarde geen gevoel van stabiliteit.
6. Vrije tijd en vakantie
- Lieven: ging elke zomervakantie voor 2 weken naar de Ardennen, ook gingen ze naar
Zwitserland. Daarnaast deed hij aan yoga en turnen.
- Caro: ging pas toen ze 16 jaar was eens naar zee. Ze ging ook 2 maal op kamp in De
Panne. Daarnaast mocht ze voetbal doen op voorwaarde dat de trainer haar kon ophalen
en dat haar schoolwerk af was. Dit lukte niet.
7. Gezondheid
- Lieven: heeft nooit problemen gehad met zijn gezondheid, behalve toen hij brandwonden
opliep door een ketel die in de tuin stond.
- Caro: is nooit naar een dokter of ziekenhuis mogen gaan van haar ouders. Ze moest
thuis uitzieken en werd in een bad met azijn gestoken. Dit heeft ook geleid tot een
zeer slecht gebit.
8. Onderwijs
- Lieven: is naar goede scholen gegaan en heeft Latijn-wiskunde gestudeerd. Ook heeft hij
de opleiding verpleegkunde in het hoger onderwijs gedaan.
- Caro: veranderde telkens van school, hierdoor stopte ze met vrienden te proberen
maken. Ze spijbelde veel, maar haar punten waren altijd best oké. Ze mocht geen
houtbewerking doen maar moest snit en naad volgen. Een 7 de jaar volgen mocht niet van
haar ouders.
Beschrijf de symboliek van het web van de sociale grondrechten zoals dat beschreven wordt in het
boek.
Sociale grondrechten zijn nauw met elkaar verbonden, samen kunnen ze een vangnet voor een
menswaardig leven vormen. Wanneer er echter problemen ontstaan in 1 levensdomein, kunnen die
ook andere domeinen beïnvloeden, waardoor het vangnet verandert in een web waarin mensen vast
komen te zitten. Dit onderstreept hoe kwetsbaar mensen in armoede zijn, aangezien het uitvallen van
één draad het hele netwerk verzwakt. Sociale grondrechten vragen om actief optreden van de
overheid, maar zijn niet afdwingbaar, wat hun bescherming beperkt.
De Sociale grondrechten erkennen het recht op een menswaardig leven en vereisen dat de overheid
actief optreedt om daarvoor te zorgen.
2
In België leven één op zeven mensen in een kans-armoede-situatie.
Geef 10 situaties of groepen die in het boek beschreven worden.
- Daklozen
- Mensen met een invaliditeitsuitkering
- Personen met psychische problemen
- Langdurig werklozen
- Chronisch zieken
- Ouderen met een klein pensioen
- Vluchtelingen
- Mensen met een zwaar migratieverhaal
- Kleine zelfstandigen
- Boeren die moeilijk rondkomen
Hoe wordt armoede die overgaat van ouders op kinderen genoemd?
Generatie-armoede
Wat is de bedoeling van een spiegelgesprek?
Hierdoor kunnen ze hun verhalen aan elkaar spiegelen en worden de verschillen in personen hun
situatie extra in de verf gezet.
Voorbeelden:
1. Gezinsleven
- Lieven: had een heel warme thuis met veel positieve herinneringen en foto’s. Hij had een
warme opvoeding met veel positieve contacten en genegenheid.
- Caro: had geen warme thuis en geen positieve herinneringen en foto’s van haar jeugd.
Haar ouders zijn gescheiden en geen van beide wou haar in huis nemen. Ze had te maken
met fysieke en psychische mishandeling, scheiding ouders, ongewenst zijn, geen
genegenheid van de ouders. De stress rond financiële zorgen beïnvloedt de
gezinsdynamiek.
2. Werk
- Lieven: zijn vader had geen financiële problemen. Een werknemer betaalde voor zijn
opleiding. Zijn moeder werkte wel in het zwart waardoor ze een laag pensioen had.
- Caro: haar vader had geen werk omwille van ziekte en haar stiefmoeder baatte
verschillende cafés uit. Daarnaast werd Caro misbruikt om toch een beetje geld te
verdienen. Haar vader had een onzekere en laagbetaalde baan zonder
doorgroeimogelijkheden.
3. Inkomen
- Lieven: zijn vader had een goed inkomen en een goed pensioen. Zijn moeder werkte in
het zwart maar kreeg ook geen uitkering.
- Caro: haar vader had enkel een inkomen door de invaliditeitsuitkering die hij kreeg. De
cafés van haar stiefmoeder zorgden voor een onstabiele en lage inkomst.
1
, 4. Voeding
- Lieven: heeft nooit honger gehad. Hij kreeg altijd een warme maaltijd met dessertjes.
- Caro: heeft vaak honger gehad, omdat er geen eten op tafel kwam. Heel af en toe kreeg
ze op de markt een appel, maar vaak moest ze stelen. Ze at maar 1 keer in de week vlees
en voor de rest enkel aardappelen met groenten. Na een tijdje kreeg ze gratis warme
maaltijden, maar die weigerde ze door haar wantrouwen.
5. Huisvesting en ‘thuis’
- Lieven: 1x verhuisd, dit was naar een betere woning. Thuis moest hij wel telkens een weg
banen om zaken te mogen, terwijl zijn zussen dit niet moesten doen. Hij voelde het aan
als een warme thuis met structuur en liefde.
- Caro: veel verhuisd (+ 26 keer), haar huis was nooit een thuis, ze voelde geen gezelligheid.
De huizen waren steeds in zeer slechte staat. Ze heeft niet het gevoel ooit een thuis te
hebben gehad, ze ervaarde geen gevoel van stabiliteit.
6. Vrije tijd en vakantie
- Lieven: ging elke zomervakantie voor 2 weken naar de Ardennen, ook gingen ze naar
Zwitserland. Daarnaast deed hij aan yoga en turnen.
- Caro: ging pas toen ze 16 jaar was eens naar zee. Ze ging ook 2 maal op kamp in De
Panne. Daarnaast mocht ze voetbal doen op voorwaarde dat de trainer haar kon ophalen
en dat haar schoolwerk af was. Dit lukte niet.
7. Gezondheid
- Lieven: heeft nooit problemen gehad met zijn gezondheid, behalve toen hij brandwonden
opliep door een ketel die in de tuin stond.
- Caro: is nooit naar een dokter of ziekenhuis mogen gaan van haar ouders. Ze moest
thuis uitzieken en werd in een bad met azijn gestoken. Dit heeft ook geleid tot een
zeer slecht gebit.
8. Onderwijs
- Lieven: is naar goede scholen gegaan en heeft Latijn-wiskunde gestudeerd. Ook heeft hij
de opleiding verpleegkunde in het hoger onderwijs gedaan.
- Caro: veranderde telkens van school, hierdoor stopte ze met vrienden te proberen
maken. Ze spijbelde veel, maar haar punten waren altijd best oké. Ze mocht geen
houtbewerking doen maar moest snit en naad volgen. Een 7 de jaar volgen mocht niet van
haar ouders.
Beschrijf de symboliek van het web van de sociale grondrechten zoals dat beschreven wordt in het
boek.
Sociale grondrechten zijn nauw met elkaar verbonden, samen kunnen ze een vangnet voor een
menswaardig leven vormen. Wanneer er echter problemen ontstaan in 1 levensdomein, kunnen die
ook andere domeinen beïnvloeden, waardoor het vangnet verandert in een web waarin mensen vast
komen te zitten. Dit onderstreept hoe kwetsbaar mensen in armoede zijn, aangezien het uitvallen van
één draad het hele netwerk verzwakt. Sociale grondrechten vragen om actief optreden van de
overheid, maar zijn niet afdwingbaar, wat hun bescherming beperkt.
De Sociale grondrechten erkennen het recht op een menswaardig leven en vereisen dat de overheid
actief optreedt om daarvoor te zorgen.
2