Vraag 1: Verwijzingen
Zie eerste les volgens V&A
Vraag 2: Aansprakelijkheid
Casus: Iemand komt te overlijden. Er is een vruchtgebruiker en een blote eigenaar die
dat erven. VG beslist om een bungalow op het huis te bouwen. Er wordt een aannemer
aan het werk gesteld, maar tot spijt valt een muur naar beneden. Die valt door de glazen
viranda van de buren. De buren hebben schade en willen hiervoor vergoed worden. Wie
kunnen ze aansprakelijk stellen?
→ Vraag: Wat zijn de 5 gronden en wie kunnen ze aansprakelijk stellen?
→ Vergeet niet juiste verwijzing volgens V&A voor de wetartikels.
Bijzonderheid: VG heeft bungalow gebouwd, VG is dus volle eigenaar van die bungalow
tijdens zijn vruchtgebruik. BE heeft daar geen rechten op.
Oplossing:
1. Rechtsmisbruik (art.1.10 BW)
Kan niet gebruikt worden, want kan niet bewezen worden dat er een partij vrijwillig de
muur zou laten omvallen.
2. Persoonlijke aansprakelijkheid (art. 1382-1383 oud BW)
Wel mogelijk voor de aannemer, omdat er een deskundige heeft vastgesteld dat alles
slecht is verlijmd. De muur was dus slecht gebouwd = fout van de aannemer (niet de
bouwheer)
3. Instorting gebouw (art. 1386 oud BW)
Kan toegepast worden. Muur is voldoende om van een gebouw te spreken. Eigenaar is
aansprakelijk. In deze casus is de eigenaar de vruchtgebruiker aangezien hij volle
eigendom heeft van de bungalow.
4. Gebrekkige zaak (art. 1384, eerste lid oud BW)
Wel mogelijk, want een muur is niet gemaakt om om te vallen. Je kan weliswaar de
aannemer niet aansprakelijk stellen als bewaarder want op dat moment is hij geen
bewaarder, maar een aannemer. De eigenaar is hier de aanprakelijke en dus weer de VG,
,maar aangezien de eigenaar al eens aansprakelijk is gesteld (instorting gebouw) kan dat
hier niet opnieuw.
5. Burenhinder (art. 3.101 BW)
Wel mogelijk. Als buur moet je niet verdragen dat er muren door je veranda vallen als er
wordt gebouwd.
Vraag 3: Feitelijke samenwoners kopen samen appartement
Casus: Feitelijke samenwoners kopen samen appartement op 1/10/2022. Er wordt in
een akte vermeld dat ze 10 jaar niet uit onverdeeldheid zullen treden en dit is
overgeschreven in de hypotheekregisters. Een SE wil de woning verkopen omdat er
schulden moeten betaald worden.
Oplossing: zoeken in vrijwillige mede-eigendom van bepaalde duur
Art. 3.77, tweede lid BW
→ contract met bepaalde duur:
• SE moet duur respecteren
• Voor resterende termijn, maar voor max 5 jaar
• Voor OG mits overschrijving in hypotheekregisters
Antwoord: Termijn loopt nog 8 jaar, dus wordt max 5 jaar termijn gebruikt. (5 jaar tellen
bij data die je krijgt in de casus (hangt af van elke examen versie))
Vraag 4: Erfdienstbaarheid
Casus: Iemand geraakt wel aan de openbare weg, maar kreeg van de vorige eigenaar
toch de mogelijkheid om over zijn/haar eigendom te lopen. Nu is er een nieuwe eigenaar.
In de compromis staat er niets vermeld.
Vraag: Moet de nieuwe eigenaar dat nog steeds toelaten?
Antwoord: Lijkt op wettelijke EFD van uitweg, maar is niet ingesloten
→ onderzoek naar EFD door menselijke handelen: EFD van overgang
• Niet-zichtbare EFD: enkel via titel overgeschreven in hypotheekregisters
• Titel = akte van vestiging of erkenning + overschrijving in hypotheekregisters
, Vraag 5: Vruchtgebruik subcategorie goederen
Termen invullen: Je krijgt kader met goederen en dan moet je aangeven welk soort
goed het is.
• Onroerend door hun voorwerp als het slaat op een onroerend goed (vb. huis)
• Roerend door z’n voorwerp als het slaat op een roerend goed (vb. auto, geld)
Vraag 6: Dode hoek
Zie opdracht in leerpad
A. Wat is de dode hoek?
De dode hoek is dus de periode waarin dat men niet zeker is wat op het hypothecaire
getuisschrift staat en of dat ook klopt. En hoe komt dat? Omdat men bij een
hypothecaire getuisschrift een momentopname krijgt van welke lasten er op een goed
rusten op het moment dat het hypothecaire getuisschrift is aangevraagd. Dus je krijgt
het ook maar later. Wat er daarna gebeurt staat niet in dat getuisschrift vermeld. Als een
verkoper die nog altijd eigenaar is, toch nog een hypotheek zal nemen, staat die niet in
het hypothecaire getuisschrift vermeld.
Termijnen: Vanaf aanvraag hypothecair getuigschrift tot en met overschrijving van de
verkoop in hypotheekregisters.
B. Welke clausules kunnen helpen?
• “De koop gaat door voor vrij en onbelast”
• “ De verkoop gaat door op opschortende voorwaarde dat bij verlijden van de
notariele akte dat de hypotheek eraf zal zijn”
C. CIB-model: waarom voorkeur hiervoor?
Eerste reden: stel er is toch een hypotheek op het huis bij verlijden van notariele akte,
dan gaat koop niet door. Bij “voor vrij en onbelast” moet men nog moeite doen om
contract te ontbinden.
Tweede reden: Er moeten geen registratie rechten betaald worden bij de opschortende
voorwaarde als die gebruikt wordt.