Lotus Case (PCIJ, 1927)
Aanvaring tussen een Frans en een Turks schip > 8 turken dood
(zee = niemandsland)
> Turkije arresteert Franse kapitein + straf
> Frankrijk – Turkije kan strafrecht niet toepassen op volle zee
Rechtsvraag = heeft Turkije in strijd met het internationale recht gehandeld door de Franse kapitein te
veroordelen?
Rechtsregel = in het internationale recht is alles toegestaan, tenzij ergens staat dat het niet mag
> Permissive system – alles mag tenzij ergens staat van niet
Staten hoeven zich niet te houden aan iets waar niet mee hebben ingestemd
> Dus Turkije heeft niet in strijd gehandeld met het internationale recht
,Samenvatting week 2 – Rechtsbronnen
Leerdoelen
De bronnen van het internationaal recht te kennen;
Art. 38 van het Statuut van het Internationale Gerechtshof (IGH) - opsomming van primaire bronnen
van het internationale recht:
Internationale verdragen = schriftelijke overeenkomst van bindende aard tussen twee of
meer staten of volkenrechtelijke instellingen (+ afspraken)
o Weens Verdragen Verdrag (WVV) = verdrag over de regels voor het maken en lezen
van verdragen
o Bileteral = tussen twee staten
o Multilateral = tussen meerdere staten
Gewoonterecht = standaard gedragingen in en tussen staten en vinden dat dat zo hoort
(soms vastgelegd om rechtszekerheid te bevorderen + bindend)
o General practice – regels waar staten vanuit gaan dat het recht is, een constante
uitoefening van dezelfde regel (= algemene rechtspraktijk)
o Opnio juris – de algemene praktijk moet worden gevolgd vanuit de overtuiging dat
het ook een wettelijke plicht is om dat te doen
Algemene rechtsbeginselen = algemene principes van het rechtsstelsel
o Bijvoorbeeld: gelijkheidsbeginsel, vertrouwensbeginsel, contractsvrijheid
Rechterlijke beslissingen en leerstukken van de meest bevoegde publicisten van de
verschillende naties, als hulpmiddel voor de vaststelling van rechtsregels
Uiteen te kunnen zetten hoe de decentrale structuur van het internationaal recht is weerspiegeld in de
bronnen van het internationaal recht;
Er is geen centraal orgaan, alle lidstaten zijn gelijk aan elkaar (tussen staten)
> Rechtsvorming ontstaat door instemming staten
Soevereiniteit = staten mogen zelf bepalen of ze ergens dan wel of niet aan gebonden zijn
> Wederkerigheid = als een staat zich niet houdt aan de regels richting andere staten, hoeven deze
zich ook niet aan de regels te houden voor die staten
> Retorsie = het duidelijk maken van een staat dat hij niet tevreden is met de handelingen van een
ander
> Non interventie = staten mogen niet binnen andere staten interfereren
Ratificatie – na ondertekenen van verdrag moet staat nog ratificeren om gebonden te zijn
> Art. 18 WVW – staat mag zich niet gedragen op manier die tegen doel en strekking van verdrag
ingaat, als het nog niet is geratificeerd
LET OP – als er nog niet geratificeerd is, maar wel ondertekent, kan een staat niet stilzwijgend
toestemmen
, Als er na ratificatie voorbehouden wordt gemaakt > stilzwijgend accepteren mogelijk
Ius cogens – dwingend recht
= onvoorwaardelijke regels waarvan geen afwijking mogelijk is
Zelfs zonder instemming van staten gelden deze
Te begrijpen welke elementen aanwezig dienen te zijn in een volkenrechtelijk betoog.
1. Introductie
a. Richting Hof/Comité
b. Namens wie?
c. Wat wordt er gevraagd? – kort situatie uitleggen + standpunt
2. Rechtsbronnen – beginnen bij lid 1
3. Application – toepassen rechtsbronnen
4. Conclusion – herhalen argumenten + Hof vragen om een bepaald oordeel te vellen
, Werkgroep week 2 – Rechtsbronnen
Volkenrecht
Decentrale structuur – alles vanuit de staten, geen overkoepelende organisatie
Soevereiniteit – zelfbeschikking van staten, alle staten mogen zelf beschikken
o Zelf aanvaarden
o Gelijkwaardigheid
Consent – staten moeten zelf het recht aanvaarden
o The Case of S.S. Lotus (France v. Turkey), para 44
“International law governs relations between independent States. The rules of law
binding upon States therefore emantate from their own free wil (…).
Rechtsbronnen
> Nationale rechtsbronnen
a. Wet
b. Jurisprudentie
c. De gewoonte
d. Verdragen en sommige besluiten van volkenrechtelijke organisaties
> Internationale rechtsbronnen – art. 38 IGH
a. Internationale verdragen
b. Internationale gewoonte als bewijs van een algemene praktijk dat als recht is aanvaard
c. De algemene rechtsbeginselen die door “beschaafde naties” worden erkend
d. Met inachtneming van de bepalingen van artikel 59, rechterlijke beslissingen en leerstukken
van de meest bevoegde publicisten van de verschillende naties, als hulpmiddel voor de
vaststelling van rechtsregels
a. Verdragen
Tussen staten > dus van belang: wie is gebonden aan het verdrag?
Bileteral = tussen twee staten
Multilateral = tussen meerdere staten
b. Gewoonterecht
> General practice – woorden en daden van staten
“Practice must ot only be widespread, but also representative, meaning that States from
various geographical regions with various interests, must engage in the practice”
> Opnio juris – als recht aanvaard door staten > de practice komt voort uit rechtsovertuiging
“States recognize or hold a conviction or belief that international law requires, prohibits, of
allows a particular practice”
Pleitnota
Je richt je tot de rechterlijke instantie die over het geschil zal gaan beslissen
Op basis van twee of drie juridische argumenten wil je (bijv.) het Hof overtuigen om een
bepaald oordeel te vellen
Structuur:
o Aanhef
o Geef in de eerste alinea al aan namens welke partij je pleit
o IRAC