PARTICIPATIEF ONDERZOEK
Tentamen 30% 3,5
Opdracht 2 25% 5,3
Opdracht 3 35%
Minicollege 10%
WEEK 1, 31 MAART- 4 APRIL
Fals-Borda, Chapter 1 Action and Knowledge
Participatory Action Research (PAR)
PAR is een innovatieve aanpak om economische en sociale verandering te realiseren.
De uiteindelijke doelen van deze bevrijdende combinatie van kennis en politieke macht zijn
tweeledig:
1. Onderdrukte groepen in staat stellen om via specifieke projecten en acties voldoende
creatieve en transformerende kracht te verwerven.
2. Socio-politieke denkprocessen ontwikkelen waarmee de achterban zich kan
identificeren.
Directe ervaring (vivencia)
Mensen begrijpen hierdoor intuïtief de essentie van hun situatie.
Kennis is bedoeld voor de gemeenschappen zelf, PAR erkent daarbij twee
‘veranderingsagenten’: zij die extern zijn aan de onderdrukte klassen, en zij die daar intern
toe behoren. Beiden dragen bij aan sociale verandering, hoewel ze afkomstig zijn uit
verschillende klassen en dus verschillende soorten kennis en rationaliteit meebrengen
(academisch versus ervaringsgericht).
Dit leidt tot spanningen die alleen door praktische betrokkenheid (praxis) opgelost kunnen
worden. Deze spanning leidt tot afwijzing van de traditionele subject/object-verhouding uit
academisch onderzoek en het dagelijkse leven, en transformeert deze in een gelijkwaardige
subject/subject-verhouding. Dit is de essentie van participatie. Door deze authentieke vorm
van participatie vervagen grenzen tussen intellectuelen en gemeenschappen, experts en
producenten, bureaucratieën en burgers.
Socio-politieke denkprocessen en methoden
PAR richt zich ook op socio-politieke denkprocessen, gebaseerd op het besef dat wetenschap
nooit neutraal is, maar menselijke doelen dient en klassenbelangen weerspiegelt.
Enkele praktische technieken van PAR zijn:
- Collectief onderzoek: gezamenlijk data verzamelen via dialogen en groepsdiscussies,
waardoor sociale validatie ontstaat.
- Kritische herwaardering van geschiedenis: herinneringen en mondelinge verhalen
benutten om kennis terug te winnen die relevant is voor huidige strijd en
bewustwording.
- Waardering en gebruik van volkscultuur: culturele expressies zoals kunst en muziek
inzetten om mensen te mobiliseren.
- Productie en verspreiding van nieuwe kennis: nieuwe inzichten teruggeven aan
gemeenschappen in begrijpelijke taal en via toegankelijke communicatiemiddelen
(zoals theater, video, muziek).
,Het doel hiervan is om "gezond verstand" te transformeren in kritisch bewustzijn, zoals
Antonio Gramsci ooit formuleerde.
Politieke implicaties en consequenties
PAR creëert uiteindelijk een ruimte waarin mensen hun eigen macht kunnen ontwikkelen,
zowel lokaal als regionaal en nationaal. Het heeft een duidelijke politieke dimensie en kan
zelfs leiden tot nieuwe vormen van een staat die democratischer en minder centralistisch is
ingericht. Daarbij blijft PAR flexibel en contextgevoelig: doelen worden niet rigide opgelegd,
maar komen voort uit lokale visie en verwachtingen.
Ronald Glass, Ehtical and epistemic dilemmas in knowledge
production
Collaborative Community-Based Research (CCBR)
Samenwerking met gemeenschappen om urgente sociale, economische en beleidsmatige
problemen te onderzoeken.
Dit beschrijven ze met (afhankelijk v discipline en vakgebied):
participatory action research, collaborative research, engaged scholarship, community-
based participatory research, practitioner inquiry, activist anthropology, public sociology of
translational research.
Voordelen:
- Door gezamenlijk onderzoeksvragen te formuleren en het onderzoek samen uit te
voeren, kunnen wetenschappers universiteiten helpen te voldoen aan oproepen tot
grotere maatschappelijke betrokkenheid.
- Lokale kennis en ervaringen van gemeenschapsleden brengt CCBR inzichten naar
voren die anders wellicht over het hoofd gezien zouden worden
- Bijdragen inclusievere publieke discussies over belangrijke beleidskwesties, omdat
gemeenschapsleden betrokken worden bij kennisproductie v hele onderzoeksproces
Epistemic injustices: Onrechtvaardigheden waarbij bepaalde individuen of groepen als
kennisdragers worden gedehumaniseerd en uitgesloten van kennisproductie
Toch is er tot nu toe weinig aandacht geweest voor de potentie van CCBR om diepgaande
dilemma's aan te pakken binnen de ethische, epistemische en politieke verplichtingen van
kennisproductie. Hierdoor hebben wetenschappers, universiteiten en het bredere publiek
wellicht de belofte van CCBR over het hoofd gezien als antwoord op zowel theoretische als
praktische problemen.
Elizabeth Anderson (egalitair perspectief, vanuit oogpunt voor gelijkheid):
‘Universiteiten zijn politieke instellingen, omdat onderzoek een sociale onderneming is
Ze benadrukt dat kennisproductie op drie manieren sociaal is omdat:
1. Bevindingen worden getoetst aan criteria van anderen.
2. Sociale norm van openbaarheid bestaat voor wat geloofwaardig is (je kan niet iemand
opleggen wat diegene gelooft).
3. Ontdekkingen en nieuwe inzichten geverifieerd moeten worden door anderen om
aanvaard te worden.
,CCBR demonstreert dat academische kennis verandert zodra structureel gemarginaliseerde
groepen deelnemen aan het onderzoeksproces.
De liberale democratische epistemologie die Anderson steunt heeft het over de verstrengeling
v ethische en epistemische zorgen bij kennisproductie. Deze gaat uit van universele toegang
tot de academie voor competente volwassenen en hun egalitaire deelname aan onderzoek.
Diversiteit is essentieel.
- Anderson stelt dat we onethische en irrelevante hiërarchieën in kennisproductie
moeten afwijzen (zoals voorkeur voor witte mannen boven arbeidersklasse of
minderheden) (p. 204).
- Toch gaat Andersons kritiek op academische hiërarchieën niet ver genoeg, omdat ze
bepaalde institutionele hiërarchieën accepteert als noodzakelijk.
- Bijvoorbeeld: Anderson vindt het noodzakelijk dat studenten lessen niet verstoren,
hoewel dit niet betekent dat studenten docenten positief moeten waarderen (p. 205).
- Anderson erkent echter onvoldoende dat haar voorbeeld beperkt is, omdat zowel
studenten als docenten al institutionele insiders zijn.
- Anderson richt zich vooral op kennis binnen universiteiten, waardoor kennisvormen
van buiten de academische context, en deelname van het bredere publiek, buiten beeld
blijven.
- Bovendien besteedt Anderson te weinig aandacht aan hoe officieel erkende kennis en
"gezond verstand" (Gramsci, 1992) epistemisch onrecht kunnen veroorzaken.
Anderson benadrukt dat onethische en irrelevante hiërarchieën (bijv. voorkeur voor witte
mannen boven arbeidersklasse en minderheden) moeten worden afgewezen (p. 204).
Haar kritiek gaat echter niet diep genoeg, omdat ze bepaalde institutionele hiërarchieën
accepteert als noodzakelijk.
Bijvoorbeeld: docenten hebben autoriteit nodig om lessen soepel te laten verlopen; studenten
moeten niet verstorend optreden, maar hoeven niet per se positief te denken over hun
docenten (p. 205).
Anderson erkent hierbij onvoldoende dat haar voorbeeld beperkt is, omdat zowel studenten
als docenten al onderdeel zijn van dezelfde institutionele context (de universiteit).
Ze mist hierdoor kennisvormen die buiten universiteiten bestaan, evenals mogelijkheden om
een breder publiek bij kennisproductie te betrekken.
Ook besteedt ze onvoldoende aandacht aan hoe erkende (academische) kennis en "gezond
verstand (common sense)" (Gramsci, 1992) kunnen leiden tot epistemisch onrecht.
Hoewel Anderson steun voor positieve discriminatie (affirmative action) om het lidmaatschap
van universiteiten uit te breiden en haar pleidooi voor spreeknormen die de beleefdheid en
dialoog in het klaslokaal beschermen, de academische omgeving ongetwijfeld kunnen
verbeteren (zeker voor mensen die structureel benadeeld worden. Schiet haar visie tekort
door het niet te erkennen van waardevolle kennis van personen buiten de academie die geen
deel willen uitmaken van dergelijke instituties (of zelfs strategische redenen hebben om hun
kennis niet met zulke instituties te delen). Ook erkent ze onvoldoende andere ethische en
epistemische verantwoordelijkheden van universiteiten, vooral ten aanzien van achtergestelde
gemeenschappen.
Miranda Fricker heeft ook gekeken hoe epistemische praktijken ingebed zijn in formaties
waarin sociale macht wordt uitgeoefend.
Ze onderscheidt twee vormen van epistemisch (kennisleer) onrecht:
, 1. Testimonial injusitce
2. Hermeneutical injustice
Universiteiten moeten bezorgd zijn over onrecht in epistemische praktijken, omdat uni’s
beschouwd worden als instellingen gericht op zoeken waarheid.
Zelfs als uni’s leden van structureel uitgesloten groepen meer betrekken, zorgen de blijvende
‘identiteit-vooroordelen’ (Fricker, 2007), ervoor dat getuigenissen en kennisclaims van
benadeelde groepen, systematisch onderschat
Fricker stelt dat ‘epistemisch vertrouwen mogelijk onlosmakelijk verbonden is met sociale
macht… en sociale achterstelling kan leiden tot onrechtvaardige epistemische achterstelling’
Testimonial injustice (Getuigenis onrecht)
Geloofwaardigheidstekort voorkomend uit vooroordelen van iemands identiteit. Dit
beïnvloedt vrijwel ongemerkt dagelijkse sociale interacties, tenzij bewust wordt ingegrepen
om ze tegen te gaan. Testimonial injustice wordt iemand diep geraakt in zijn vermogen om
erkend te worden als een ’subject van kennis’, wat essentieel is voor menselijke waardigheid.
(bijv mensen v kleur, vrouwen kennen gevoel van ontmenselijking goed wanneer hun
getuigenissen bevooroordeeld worden afgewezen).
Frickers idee dat het ethisch en epistemisch belangrijk is om de manier waarop dominante
groepen de getuigenissen van gemarginaliseerde groepen ontvangen, actief te verstoren. De
moeilijkheid hiervan; zulke vooroordelen zijn vaak onbewust en diepgeworteld, soms zelfs
tegen iemands eigen waarden in.
Hermeneutical injustice (Hermeneutisch onrecht)
Groepen ondervinden nadeel omdat ze onvoldoende middelen hebben om hun eigen sociale
ervaringen te begrijpen. Ook verbonden met identiteitsvoordelen echter is dit vooral over
structurele achtergronden die testimonial injustice mede mogelijk maken. Bv sexual
harassement, pas toen vrouwen beseften hoe machtsstructuren hun ervaringen beperkten,
werd duidelijk hoe structurele vooroordelen hun ervaringen en kennis hadden
gemarginaliseerd, waardoor ze niet konden beschikken over gedeelde begrippen om die
ervaringen uit te drukken. Hermeneutisch onrecht beschadigde vrouwen niet via
interpersoonlijke interacties, maar omdat het hen middelen onthield om hun ervaringen van
intimidatie te begrijpen en te communiceren. Dit is een ernstige vorm van schade, omdat het
invloed heeft op hun zelfbeeld en identiteit.
Twee overeenkomstige epistemische deugden om deze vormen van epistemisch onrecht
tegen te gaan (Fricker)
1. Testimonial justice (getuigenisrechtvaardigheid): Doel is om het effect van
vooroordelen bij geloofwaardigheidsoordelen weg te nemen. De rechtvaardige
luisteraar neutraliseert actief het effect van vooroordelen in haar oordelen over
betrouwbaarheid.
2. Hermeneutical justice (hermeneutische rechtvaardigheid): De luisteraar probeert zich
bewust te zijn dat structurele tekorten in collectieve interpretatieve middelen (ipv
individuele tekorten) verantwoordelijk kunnen zijn voor iemands moeite om bepaalde
ervaringen onder woorden te brengen. Sociale vooroordelen zijn hardnekkig en
veroorzaken aanzienlijke schade; daardoor moeten luisteraars voortduren kritisch alert
zijn en extra bewijs of getuigenissen zoeken om hun oordelen goed te onderbouwen.
Identiteitsvooroordelen: niet alleen cognitief, diep verankerd in lichaam en onderbewustzijn
Aanscherpen v iemands oordeel vraagt tijd, oefening en gewenning (Fricker).
Tentamen 30% 3,5
Opdracht 2 25% 5,3
Opdracht 3 35%
Minicollege 10%
WEEK 1, 31 MAART- 4 APRIL
Fals-Borda, Chapter 1 Action and Knowledge
Participatory Action Research (PAR)
PAR is een innovatieve aanpak om economische en sociale verandering te realiseren.
De uiteindelijke doelen van deze bevrijdende combinatie van kennis en politieke macht zijn
tweeledig:
1. Onderdrukte groepen in staat stellen om via specifieke projecten en acties voldoende
creatieve en transformerende kracht te verwerven.
2. Socio-politieke denkprocessen ontwikkelen waarmee de achterban zich kan
identificeren.
Directe ervaring (vivencia)
Mensen begrijpen hierdoor intuïtief de essentie van hun situatie.
Kennis is bedoeld voor de gemeenschappen zelf, PAR erkent daarbij twee
‘veranderingsagenten’: zij die extern zijn aan de onderdrukte klassen, en zij die daar intern
toe behoren. Beiden dragen bij aan sociale verandering, hoewel ze afkomstig zijn uit
verschillende klassen en dus verschillende soorten kennis en rationaliteit meebrengen
(academisch versus ervaringsgericht).
Dit leidt tot spanningen die alleen door praktische betrokkenheid (praxis) opgelost kunnen
worden. Deze spanning leidt tot afwijzing van de traditionele subject/object-verhouding uit
academisch onderzoek en het dagelijkse leven, en transformeert deze in een gelijkwaardige
subject/subject-verhouding. Dit is de essentie van participatie. Door deze authentieke vorm
van participatie vervagen grenzen tussen intellectuelen en gemeenschappen, experts en
producenten, bureaucratieën en burgers.
Socio-politieke denkprocessen en methoden
PAR richt zich ook op socio-politieke denkprocessen, gebaseerd op het besef dat wetenschap
nooit neutraal is, maar menselijke doelen dient en klassenbelangen weerspiegelt.
Enkele praktische technieken van PAR zijn:
- Collectief onderzoek: gezamenlijk data verzamelen via dialogen en groepsdiscussies,
waardoor sociale validatie ontstaat.
- Kritische herwaardering van geschiedenis: herinneringen en mondelinge verhalen
benutten om kennis terug te winnen die relevant is voor huidige strijd en
bewustwording.
- Waardering en gebruik van volkscultuur: culturele expressies zoals kunst en muziek
inzetten om mensen te mobiliseren.
- Productie en verspreiding van nieuwe kennis: nieuwe inzichten teruggeven aan
gemeenschappen in begrijpelijke taal en via toegankelijke communicatiemiddelen
(zoals theater, video, muziek).
,Het doel hiervan is om "gezond verstand" te transformeren in kritisch bewustzijn, zoals
Antonio Gramsci ooit formuleerde.
Politieke implicaties en consequenties
PAR creëert uiteindelijk een ruimte waarin mensen hun eigen macht kunnen ontwikkelen,
zowel lokaal als regionaal en nationaal. Het heeft een duidelijke politieke dimensie en kan
zelfs leiden tot nieuwe vormen van een staat die democratischer en minder centralistisch is
ingericht. Daarbij blijft PAR flexibel en contextgevoelig: doelen worden niet rigide opgelegd,
maar komen voort uit lokale visie en verwachtingen.
Ronald Glass, Ehtical and epistemic dilemmas in knowledge
production
Collaborative Community-Based Research (CCBR)
Samenwerking met gemeenschappen om urgente sociale, economische en beleidsmatige
problemen te onderzoeken.
Dit beschrijven ze met (afhankelijk v discipline en vakgebied):
participatory action research, collaborative research, engaged scholarship, community-
based participatory research, practitioner inquiry, activist anthropology, public sociology of
translational research.
Voordelen:
- Door gezamenlijk onderzoeksvragen te formuleren en het onderzoek samen uit te
voeren, kunnen wetenschappers universiteiten helpen te voldoen aan oproepen tot
grotere maatschappelijke betrokkenheid.
- Lokale kennis en ervaringen van gemeenschapsleden brengt CCBR inzichten naar
voren die anders wellicht over het hoofd gezien zouden worden
- Bijdragen inclusievere publieke discussies over belangrijke beleidskwesties, omdat
gemeenschapsleden betrokken worden bij kennisproductie v hele onderzoeksproces
Epistemic injustices: Onrechtvaardigheden waarbij bepaalde individuen of groepen als
kennisdragers worden gedehumaniseerd en uitgesloten van kennisproductie
Toch is er tot nu toe weinig aandacht geweest voor de potentie van CCBR om diepgaande
dilemma's aan te pakken binnen de ethische, epistemische en politieke verplichtingen van
kennisproductie. Hierdoor hebben wetenschappers, universiteiten en het bredere publiek
wellicht de belofte van CCBR over het hoofd gezien als antwoord op zowel theoretische als
praktische problemen.
Elizabeth Anderson (egalitair perspectief, vanuit oogpunt voor gelijkheid):
‘Universiteiten zijn politieke instellingen, omdat onderzoek een sociale onderneming is
Ze benadrukt dat kennisproductie op drie manieren sociaal is omdat:
1. Bevindingen worden getoetst aan criteria van anderen.
2. Sociale norm van openbaarheid bestaat voor wat geloofwaardig is (je kan niet iemand
opleggen wat diegene gelooft).
3. Ontdekkingen en nieuwe inzichten geverifieerd moeten worden door anderen om
aanvaard te worden.
,CCBR demonstreert dat academische kennis verandert zodra structureel gemarginaliseerde
groepen deelnemen aan het onderzoeksproces.
De liberale democratische epistemologie die Anderson steunt heeft het over de verstrengeling
v ethische en epistemische zorgen bij kennisproductie. Deze gaat uit van universele toegang
tot de academie voor competente volwassenen en hun egalitaire deelname aan onderzoek.
Diversiteit is essentieel.
- Anderson stelt dat we onethische en irrelevante hiërarchieën in kennisproductie
moeten afwijzen (zoals voorkeur voor witte mannen boven arbeidersklasse of
minderheden) (p. 204).
- Toch gaat Andersons kritiek op academische hiërarchieën niet ver genoeg, omdat ze
bepaalde institutionele hiërarchieën accepteert als noodzakelijk.
- Bijvoorbeeld: Anderson vindt het noodzakelijk dat studenten lessen niet verstoren,
hoewel dit niet betekent dat studenten docenten positief moeten waarderen (p. 205).
- Anderson erkent echter onvoldoende dat haar voorbeeld beperkt is, omdat zowel
studenten als docenten al institutionele insiders zijn.
- Anderson richt zich vooral op kennis binnen universiteiten, waardoor kennisvormen
van buiten de academische context, en deelname van het bredere publiek, buiten beeld
blijven.
- Bovendien besteedt Anderson te weinig aandacht aan hoe officieel erkende kennis en
"gezond verstand" (Gramsci, 1992) epistemisch onrecht kunnen veroorzaken.
Anderson benadrukt dat onethische en irrelevante hiërarchieën (bijv. voorkeur voor witte
mannen boven arbeidersklasse en minderheden) moeten worden afgewezen (p. 204).
Haar kritiek gaat echter niet diep genoeg, omdat ze bepaalde institutionele hiërarchieën
accepteert als noodzakelijk.
Bijvoorbeeld: docenten hebben autoriteit nodig om lessen soepel te laten verlopen; studenten
moeten niet verstorend optreden, maar hoeven niet per se positief te denken over hun
docenten (p. 205).
Anderson erkent hierbij onvoldoende dat haar voorbeeld beperkt is, omdat zowel studenten
als docenten al onderdeel zijn van dezelfde institutionele context (de universiteit).
Ze mist hierdoor kennisvormen die buiten universiteiten bestaan, evenals mogelijkheden om
een breder publiek bij kennisproductie te betrekken.
Ook besteedt ze onvoldoende aandacht aan hoe erkende (academische) kennis en "gezond
verstand (common sense)" (Gramsci, 1992) kunnen leiden tot epistemisch onrecht.
Hoewel Anderson steun voor positieve discriminatie (affirmative action) om het lidmaatschap
van universiteiten uit te breiden en haar pleidooi voor spreeknormen die de beleefdheid en
dialoog in het klaslokaal beschermen, de academische omgeving ongetwijfeld kunnen
verbeteren (zeker voor mensen die structureel benadeeld worden. Schiet haar visie tekort
door het niet te erkennen van waardevolle kennis van personen buiten de academie die geen
deel willen uitmaken van dergelijke instituties (of zelfs strategische redenen hebben om hun
kennis niet met zulke instituties te delen). Ook erkent ze onvoldoende andere ethische en
epistemische verantwoordelijkheden van universiteiten, vooral ten aanzien van achtergestelde
gemeenschappen.
Miranda Fricker heeft ook gekeken hoe epistemische praktijken ingebed zijn in formaties
waarin sociale macht wordt uitgeoefend.
Ze onderscheidt twee vormen van epistemisch (kennisleer) onrecht:
, 1. Testimonial injusitce
2. Hermeneutical injustice
Universiteiten moeten bezorgd zijn over onrecht in epistemische praktijken, omdat uni’s
beschouwd worden als instellingen gericht op zoeken waarheid.
Zelfs als uni’s leden van structureel uitgesloten groepen meer betrekken, zorgen de blijvende
‘identiteit-vooroordelen’ (Fricker, 2007), ervoor dat getuigenissen en kennisclaims van
benadeelde groepen, systematisch onderschat
Fricker stelt dat ‘epistemisch vertrouwen mogelijk onlosmakelijk verbonden is met sociale
macht… en sociale achterstelling kan leiden tot onrechtvaardige epistemische achterstelling’
Testimonial injustice (Getuigenis onrecht)
Geloofwaardigheidstekort voorkomend uit vooroordelen van iemands identiteit. Dit
beïnvloedt vrijwel ongemerkt dagelijkse sociale interacties, tenzij bewust wordt ingegrepen
om ze tegen te gaan. Testimonial injustice wordt iemand diep geraakt in zijn vermogen om
erkend te worden als een ’subject van kennis’, wat essentieel is voor menselijke waardigheid.
(bijv mensen v kleur, vrouwen kennen gevoel van ontmenselijking goed wanneer hun
getuigenissen bevooroordeeld worden afgewezen).
Frickers idee dat het ethisch en epistemisch belangrijk is om de manier waarop dominante
groepen de getuigenissen van gemarginaliseerde groepen ontvangen, actief te verstoren. De
moeilijkheid hiervan; zulke vooroordelen zijn vaak onbewust en diepgeworteld, soms zelfs
tegen iemands eigen waarden in.
Hermeneutical injustice (Hermeneutisch onrecht)
Groepen ondervinden nadeel omdat ze onvoldoende middelen hebben om hun eigen sociale
ervaringen te begrijpen. Ook verbonden met identiteitsvoordelen echter is dit vooral over
structurele achtergronden die testimonial injustice mede mogelijk maken. Bv sexual
harassement, pas toen vrouwen beseften hoe machtsstructuren hun ervaringen beperkten,
werd duidelijk hoe structurele vooroordelen hun ervaringen en kennis hadden
gemarginaliseerd, waardoor ze niet konden beschikken over gedeelde begrippen om die
ervaringen uit te drukken. Hermeneutisch onrecht beschadigde vrouwen niet via
interpersoonlijke interacties, maar omdat het hen middelen onthield om hun ervaringen van
intimidatie te begrijpen en te communiceren. Dit is een ernstige vorm van schade, omdat het
invloed heeft op hun zelfbeeld en identiteit.
Twee overeenkomstige epistemische deugden om deze vormen van epistemisch onrecht
tegen te gaan (Fricker)
1. Testimonial justice (getuigenisrechtvaardigheid): Doel is om het effect van
vooroordelen bij geloofwaardigheidsoordelen weg te nemen. De rechtvaardige
luisteraar neutraliseert actief het effect van vooroordelen in haar oordelen over
betrouwbaarheid.
2. Hermeneutical justice (hermeneutische rechtvaardigheid): De luisteraar probeert zich
bewust te zijn dat structurele tekorten in collectieve interpretatieve middelen (ipv
individuele tekorten) verantwoordelijk kunnen zijn voor iemands moeite om bepaalde
ervaringen onder woorden te brengen. Sociale vooroordelen zijn hardnekkig en
veroorzaken aanzienlijke schade; daardoor moeten luisteraars voortduren kritisch alert
zijn en extra bewijs of getuigenissen zoeken om hun oordelen goed te onderbouwen.
Identiteitsvooroordelen: niet alleen cognitief, diep verankerd in lichaam en onderbewustzijn
Aanscherpen v iemands oordeel vraagt tijd, oefening en gewenning (Fricker).