LEVENSEINDE
1. BASISONCOLOGIE EN BEHANDELINGSMODALITEITEN (PRENEN) 8
VRAGEN
Meest voorkomende tumoren bij de man prostaat
Meest voorkomende tumoren bij een vrouw borst
Kankermortaliteit in België een van de laagste van Europa mortaliteit zakt
omdat de zorg beter wordt
Kwaadaardige tumor benigne tumor kan uitzaaien naar andere delen
Meestal niet mogelijk om exacte oorzaak te definiëren
o 90% omgevingsfactoren (roken, voeding, obesitas)
o 10% genetisch
Meest dodelijke kanker = pancreas
Weinig groenten en fruit geassocieerd met dikkedarmkanker
Tumor gebruikt suiker om te groeien probleem lichaam maakt zelf suiker aan,
het heeft geen zin om plots geen suikers te gaan eten dit helpt enkel tegen
obesitas
o Het is nooit aangetoond dat een suikervrije of -arm dieet heilzaam is voor
kankerpatiënten
Infecties en kanker
o Humaan Papilloma virus (HPV)
Oncovirus
Virus wordt vooral tijdens seksueel contact overgedragen
Ideaal gevaccineerd voor de eerste seksuele betrekking
Straling en kanker
o UV straling (zon) is veel schadelijker dan ioniserende stralen
TNM Classificatie
o T = tumorgrootte
o N = node, aantal/plaats van de lymfeklieruitzaaiingen
o M = metastasen
o ctnm = op ct gezien
o Ptnm = door pathologie gezien met een stuk weefsel
Terminologie
o 1e lijn de eerste chemo dat je geeft als deze niet meer werkt kom je aan
de 2de lijn enz voort
o Adjuvant = na operatie krijg je nog een nabehandeling chemo je geeft dat
preventief
o Neoadjuvant = je geeft eerst chemo en daarna pas een operatie
o Remissie = de ziekte is niet teruggekomen
o Recidief = de ziekte is terug gekomen
o Progressief = de tumor groeit / de therapie werkt niet
Alarmsymptomen
o Hou rekening met
Leeftijd + incidentie in functie van leeftijd
Beroep
Gewoontes (roken, alcohol)
Risicofactoren
1
, Beroep blootstelling met de zon of met sommige chemicaliën,
zittend beroep
o Vrouwen zijn vaak stille drinkers verbergen het sneller meer
schaamte- en schuldgevoelens
o Definitie alcoholverslaving
Herhaaldelijk en ongepast gebruik
Met als gevolg probleem in sociaal, professioneel, psychisch of
lichamelijk functioneren
o Hemoptysis = als je bloed ophoest
o Hematurie
o Rectaal bloedverlies
o Dysfagie = moeilijkheden bij het slikken
o Anorexie/ vermagering vermageren zonder oorzaak of reden
1.1 SYSTEMISCHE THERAPIE IN ONCOLOGIE
2 soorten therapieën
Chemotherapie Gerichte therapie
Doodt snel delende cellen Richt zich op specifieke moleculaire
doelwitten
Veel bijwerkingen Minder schadelijk voor gezonde cellen
Algemeen, minder selectief Meer effectief bij bepaalde tumoren
Klassen chemotherapie
o Alkylating agents: DNA beschadigen via bindingen
Platinum: Cisplatin, Carboplatin, Oxaliplatin, satraplatin
Belangrijke toxiciteit bij cisplatin
Nierfunctie insufficiëntie
Neurotoxiciteit
Ototoxicity oor/gehoor
o Antimetabolieten: imiteren DNA-bouwstenen blokkeren DNA/RNA
synthese
o Plantakaloïden: blokkeren microtubuli (celdeling)
o Topoisomerase-inhibitoren: Remmen DNA- topologie enzyme
Pre medicatie met cortisone voor texane
o Cytotoxische antibiotica cardiotoxiciteit!!!
Anthracyclines
Doxorubicin
Daunorubicin
Epirubicin
zeker al je een tumor aan je hart hebt daar wordt je ook
bestraald dat is al belastend voor het hart en dan deze chemo is
het nog belastbaarder!!!
Gerichte therapieën
o Gericht op moleculaire mechanismen van kanker
o Bekende doelwitten
HER2 (borstkanker)
EGFR (darmkanker)
KIT/PDGFRA (gist)
Gastro-intestinale stromale tumoren (GIST)
o Kit-mutatie (80%) of PDGFRA-mutatie
2
, o Behandeling: Imatinib (Glivec) tyrosinekinaseremmer
Blokkeert KIT (eiwit)
Zorgt voor tumorrespons en langere overleving
o Gist tumoren hebben kit eiwit mutaties / tumor wordt gedreven door die
kit
o Fusie stuk van een andere gen gebruiken als motor van een andere
cel
Angiogeneseremming (bloedvatgroei blokkeren)
o Tumoren hebben eigen bloedvoorziening nodig
o Te veel bloedvaten met kanker dus een deel van de bloedvaten
blokkeren kankercel krijgt geen voeding meer kankercel sterft af
o VEGF-remming minder voeding voor tumor
EGFR en colorectale kanker
o EGFR = epidermal grootfactor
o Wat zijn de 3 methodes om een receptor te blokkeren
Ligand blokkeren
Receptor aan de buitenkant blokkeren
Receptor aan de binnenkant blokkeren
o Alleen effect bij wildtype KRAS
o Indien er mutatie is bij kras wordt het product niet gegeven, omdat het
dan niet werk
o KRAS-, BRAF-, Pik3CA-mutaties therapie niet effectief
Resistentie tegen therapie
o Primaire resistentie: aanwezigheid van KRAS-mutatie
o Secundaire resistentie
Mutaties in EGFR
HER2 amplificatie
Activatie alternatieve route
1.2 BEHANDELINGSMODALITEITEN
Supportieve therapie chemotherapie geïnduceerd nausea en braken
o Acuut braken (<24u na chemo) medrol heeft hier geen effect
o Vertraagd braken (>24u na chemo)
Dit komt door inflammatie/ontstekingsmechanisme in de darmen
behandeling medrol/ cortison tegen inflammatie
Vaak bij platinum, cyclofosfamide, antracyclines
o Anticiperend braken (conditionering)
Als je vaak in het ziekenhuis overgeeft en je ziet het ziekenhuid dus
je hebt al het gevoel dat je moet overgeven
o Pathofysiologie
Zeer complec, CZS belangrijke rol!
CPG (central plattern generator): braakcentrum
Belangrijke neurotransmitters
Dopamine, serotonine, substance P
5-HT3 (serotonine)+ dopamine D2: belangrijkst bij acuut braken
Substance P waarschijnlijk belangrijkste rol bij vertraagd braken
o Risico op chemo-geinduceerd nausea en braken
Patiënt gerelateerd vrouw, jonge leeftijd, ethylgebruik in verleden
(drank gebruik zorgt dat je minder braakt omdat het braakcentrum
al kapot is)
3