ALGEMEEN BEHANDELINGSSCHEMA
Psychotische stoornissen -> Schizofrenie -> Antipsychotica
Psychotisch/stemming -> Bipolaire stoornis -> Antipsychotica
Stemmingsstoornis -> Depressieve stoornis -> Antidepressiva
Angststoornis -> Angststoornis -> Antidepressiva
Angststoornis -> Dwangstoornis -> Antidepressiva
Angststoornis -> Stressor & trauma -> Antidepressiva
SCHIZOFRENIE-SPECTRUM EN ANDERE PSYCHOTISCHE STOORNISSEN
Epidemiologie
-Begint rond de 18j, met 1/100 prevalentie, M=V, bij vrouwen eerder bifasisch verloop (adolesc. en menopauze)
-Hogere incid. in steden en lage SES; Breeder hypothesis=door stress, Downward dirft theory=naar lage SES
-Grotere kans wanneer cannabisgebruik voor 16j.
Etiologie
-Genetische predispositie (80%) + omgevingsfactoren(stress, wiet, trauma, migratie) + onderhoudende
factor (kritische opmerkingen zetten ze in een paranoïde situatie)
-Veel middelengebruik, omdat het hun een goed gevoel geeft.
Symptomen
-Deze symptomen kunnen ook voorkomen bij depressie, manie, dementie, delirium…
DSM-criteria; ≥2/5 sympt., minstens 1 pos. symptoom, gedurende 6mnd aanwezig voor groot deel vd maand.
+Daling van functioneel niveau, niet tgv psychose, middel of somatische ziekte.
<-> Psychotische stoornis door een middel -> aanwezigheid van wanen en/of hallucinaties.
Tijdens/na intoxicatie, na onttrekking of blootstelling van een geneesmiddel of drugs (vb LSD)
(+ = positieve symptomen, meer DA mesolimbisch)
(- = negatieve symptomen, normaal gedrag verloren, te weinig DA frontaal)
Wanen (+) -> denkstoornis, wat men denkt klopt niet, maar pt valt niet te overtuigen.
Achtervolgingswanen (=paranoïde waan)
Betrekkingswaan; vat signalen op voor zichzelf
Grootheidswaan; uitzonderlijke kwaliteit, rijkdom of roem
Erotomane waan (=Syndroom v. Clétambault); pt denkt dat iedereen verliefd is op hem
Beïnvloedingswaan; anderen zouden de denkwijze van de pt kunnen weten
Hallucinaties (+) -> zintuiglijke waarnemingsstoornis zonder externe stimulus, niet te onderdrukken
Auditieve hall.; stemmen(2e/3e persoon), geluiden, ! bevelshallucinatie -> URGENTIE
Visuele hall.; schaduw, lichten, vervormde gezichten, kleuren(bij middelengebruik)
Tactiele hall.; beestjes op huid, elektriciteit, freq bij delirium tremens (middel-onttrekking)
Olfactorische hall.; rotten van darmen, zwavelgeur. (! hersentumor)
Gustatorische hall.; smaak van faeces, rot voedsel, vaak bij vergiftigingswaan.
Gedesorganiseerd denken (+)
Associatief denken; rakende antwoorden ipv relevant (tangentieel)
Neologismen; woorden uitvinden
Versperring ih denken; gedachtenblokkering
Gestoord taalbegrip; een metafoor of de taal letterlijk opnemen
Gedesorganiseerd of abnormale psychomotoriek
Motorische negativisme; zich verzetten tegen instructies
Katalepsie; rigide, ongepaste, bizarre lichaamshouding
Mutisme en stupor; gebrek aan verbale en motor respons
Katatoon gedrag; doelloze en buitensporige motorische activiteit -> URGENTIE
Stereotype bewegingen; staren, grimassen, mutisme, echolalie (herhalen van woorden)
Negatieve symptomen
Afectieve vervlakking; minder emoties, intonatie, oogcontact, expressie
Initiatiefverlies (avolitie); minder zelf geïnitieerde activiteiten doen
Alogie; vermindering spraakproductie
Anhedonie; minder genieten van positieve stimuli
Sociaal terugtrekgedrag; beperkte mogelijkheid v sociale interactie.
,-Gekoppelde symptomen (niet-kernsymptomen); zeer frequent depressieve symptomen, geeft hoge suïcide
incidentie (1/10). Ook agitatie en agressie bij deze pt’en omdat ze geen ziekte-inzicht hebben, geeft
middelenmisbruik en juridische problemen.
-Impact op de frontale cortex geeft cognitieve symptomen(werkgeheugen, gerichte aandacht, executieve
functies…), maar behoud van intelligentie.
-Vooral de negatieve symptomen zijn lastig voor de pt omdat ze hierdoor minder sociaal functioneren.
Ziektebeloop
- Pre-morbide fase; tot 15j geen symptomen
- Prodromi; 15-18j, pt wordt stiller, vreemde interesses, kleine veranderingen, ‘puberteitsproblemen’
- Actieve fase; vanaf 18j, opstoten van pos. symptomen (vaak gerelateerd aan life-events), bij elke
opstoot(dag-mnd) zullen er meer neg. symptomen optreden. Antipsychotica kan de symptomen
binnen 1wk onder controle brengen, maar belangrijk te blijven nemen. Bij stoppen zullen er opstoten
blijven optreden. Risico post-psychotische depressies met suïcidaal gedrag. Belang van invloed van
psycho-educatie en stabiele levenssituatie
- Stabilisatie fase; vanaf 40j, pt komt tot rust en zelden nog opstoten, maar veel neg. symptomen (leeg)
3/10 -> goede recovery, hervatten van functionaliteit
3/10 -> kunnen onafhankelijk leven, maar mindere recovery
3/10 -> hebben hulp nodig
1/10 -> heeft zelfmoord gepleegd
Behandeling
Vroeger -> collocatie, met verlies van coping-skills.
(1950, introductie v typische antipsychotica(+). 1980, introductie atypische neuroleptica (-))
Antipsychotica = neuroleptica
- Typische antipsychotica (vb. Haloperidol)
- DA2-R-antagonist -> minder pos. sympt (mesolimb.), maar meer neg. sympt (mesocort.)
- Melksecretie tgv prolactine (tubero-infundibulaire baan)
- Acuut -> extrapyramidaal syndroom (reversibel, nigrostriatale baan)
- Chronisch -> tardieve dyskinesie (irreversibel, nigrostriatale baan) -> stigmatiserend
- Atypische antipsychotica (vb Clozapine, Risperidone)
- Geringere DA2-antagonist icm serotonine 2A antagonisme
- Minder pos. en neg. symptomen + minder neurologische bijkweringen
- Wel kans op metabool syndroom, hoge kostprijs en bewaking wegens agranulocytose
- Derde generatie (vb Aripiprazole)
- Partiële DA2 agonist icm serotonine 2A antagonism
- Partiele agonist = agonist als tekort en antagonist wanneer te veel DA2.
- Minder pos. en neg symptomen, zonder kans op metabool syndroom
Probleem van compliance (geen ziekte inzicht)
- Als pt stopt, dan 80% kans op herval binnen jaar. -> belangrijkste reden
- Belang van psycho-educatie
- Long-acting preparaten 14d-6mnd (IM) -> maar pt’en vaak skeptisch.
Psycho-educatie & psycho-therapie
Cognitive behaviour therapie(CBT); probleem omschrijven en oplossingen zoeken, individueel OF in groep
1. Verbeteren medicatie-compliance
2. Voorkomen van herval
3. Verminderen hospitalisaties
4. Maximaal niveau v gezondheid bereiken.
Familie begeleiding
- Belang van georganiseerd te zijn en zelfde boodschap te geven.
Rehabilitatie
- Ambulant – residentieel
, DEPRESSIEVE STEMMINGSSTOORNISSEN
! stemmingsepisode(symptomen) ≠ stemmingsstoornis
Stemming is een continuum, pas als aan diagnostische criteria zijn voldaan -> depressie, manie.
Epidemiologie
-15% prevalentie, mediane lft 28j met vaak eerste episode tss 15-35j, meer in developed countries
-Lichte depressie = <3mnd, 50% recidiefkans, 25% geen volledige remissie
-Ernstige depressie = niet iedereen zal in volledige remissie gaan.
-Ziekte met grootste ziektlast voor de patiënt, zeer grote burden of disease.
-Genetische voorbeschiktheid (2x bij eerste graad), maar mindere mate dan bij Schizofrenie/bipol.
-Ernstige levensgebeurtenissen (6x meer kans op depressie), scheiding, werkloos worden, marginaliteit
-Neuro-endocrien
- HPA-stress-as; meer cortisol(stress), minder feedback, meer bij inflammatoire processen
-Rol neurotransmittors
- Monoamine-hypothese; serotonine, NOR, DA
- Glutamaat dysfunctie (stimulerende neurotrasmittor)
-Neuroplasticiteit
- Chronische stress (cortisol/glutamaat) -> minder BDNF -> minder synapsen en minder connectiviteit.
-Immunologisch
- Meer inflammatie (IL-1/6, interferon, TNF,..)
-Cognitieve factoren; fout in informatieverwerking houdt depressie in stand
- Overgeneralising memory -> leuke en recente dingen niet herinneren, alleen vroeger was het goed
- Attentional bias -> enkel aandacht voor negatieve zaken
- Reduced future fluency -> toekomstige leuke zaken niet herinneren
Kenmerken
≥5/9 waarvan stemming en intresseverlies, bijna elke dag, 2wk.
- Depressieve stemming of irritabiliteit(K) (STEMMING)
- Interesseverlies waarvoor vroeger wel (INTERESSE)
- Gewichtsverlies(80%) of gewichtstoename (7% LICHAAMSGEWICHT)
- Insomnia(niet inslapen) of hypersomnia(moeheid) (SLAAP)
- Psychomotore agitatie of retardatie(niets doen) (MOTORIEK)
- Energieverlies (ENERGIE)
- Gevoelens van waardeloosheid of schuld, bijna elke dag (WAARDE en SCHULD)
- Concentratieverlies of besluiteloosheid (COGNITIE)
- Gedachten aan de dood (SUICIDALITEIT)
Indeling klinische beelden
-Disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis (vaak bij kinderen)
- Recidiverende woede-uitbarstingen >3/wk, prikkelbaarheid en boosheid zijn disproportioneel
-(Majeur) depressieve stoornis -> belangrijkste (15% bevolking)
- Met eenmalige of recidiverende episodes, met laatste episode (licht-matig-ernstige kenmerken) en
(gedeeltelijk-volledige remissie)
- Met begin in het peripartum, metpsychotische kenmerken zijn, dan URGENTIE voor pt/baby.
- Weinig efect AD -> zuranolone (GABA agonist) GABA is inhibitorische neurotransmittor
- Seizoensgebonden (start id herfst) R/ lichttherapie.
-Persisterende depressieve stoornis (dysthyme stoornis, 6% bevolking)
- Kenmerken van depressie + sombere stemming voor >2 jaar.
-Premenstruele dysfore stemmingsstoornis
- Minstens 5 symptomen rond aanvang menstruatie, afnemend na menstruatie.
-Depressieve stoornis door somatische aandoening/middel
- Neurologisch -> CVA, Huntington, Parkinson, cerebraal trauma
- Endocrien -> Cushing(hypercholest), hypothyroidie Belang van DD
- Middel -> OH, sedativa, cocaïne, anxiolytica
- Medicatie -> corticosteroïden, OAC, antihypertensiva Binnen maand na opstart/stop.
Psychotische stoornissen -> Schizofrenie -> Antipsychotica
Psychotisch/stemming -> Bipolaire stoornis -> Antipsychotica
Stemmingsstoornis -> Depressieve stoornis -> Antidepressiva
Angststoornis -> Angststoornis -> Antidepressiva
Angststoornis -> Dwangstoornis -> Antidepressiva
Angststoornis -> Stressor & trauma -> Antidepressiva
SCHIZOFRENIE-SPECTRUM EN ANDERE PSYCHOTISCHE STOORNISSEN
Epidemiologie
-Begint rond de 18j, met 1/100 prevalentie, M=V, bij vrouwen eerder bifasisch verloop (adolesc. en menopauze)
-Hogere incid. in steden en lage SES; Breeder hypothesis=door stress, Downward dirft theory=naar lage SES
-Grotere kans wanneer cannabisgebruik voor 16j.
Etiologie
-Genetische predispositie (80%) + omgevingsfactoren(stress, wiet, trauma, migratie) + onderhoudende
factor (kritische opmerkingen zetten ze in een paranoïde situatie)
-Veel middelengebruik, omdat het hun een goed gevoel geeft.
Symptomen
-Deze symptomen kunnen ook voorkomen bij depressie, manie, dementie, delirium…
DSM-criteria; ≥2/5 sympt., minstens 1 pos. symptoom, gedurende 6mnd aanwezig voor groot deel vd maand.
+Daling van functioneel niveau, niet tgv psychose, middel of somatische ziekte.
<-> Psychotische stoornis door een middel -> aanwezigheid van wanen en/of hallucinaties.
Tijdens/na intoxicatie, na onttrekking of blootstelling van een geneesmiddel of drugs (vb LSD)
(+ = positieve symptomen, meer DA mesolimbisch)
(- = negatieve symptomen, normaal gedrag verloren, te weinig DA frontaal)
Wanen (+) -> denkstoornis, wat men denkt klopt niet, maar pt valt niet te overtuigen.
Achtervolgingswanen (=paranoïde waan)
Betrekkingswaan; vat signalen op voor zichzelf
Grootheidswaan; uitzonderlijke kwaliteit, rijkdom of roem
Erotomane waan (=Syndroom v. Clétambault); pt denkt dat iedereen verliefd is op hem
Beïnvloedingswaan; anderen zouden de denkwijze van de pt kunnen weten
Hallucinaties (+) -> zintuiglijke waarnemingsstoornis zonder externe stimulus, niet te onderdrukken
Auditieve hall.; stemmen(2e/3e persoon), geluiden, ! bevelshallucinatie -> URGENTIE
Visuele hall.; schaduw, lichten, vervormde gezichten, kleuren(bij middelengebruik)
Tactiele hall.; beestjes op huid, elektriciteit, freq bij delirium tremens (middel-onttrekking)
Olfactorische hall.; rotten van darmen, zwavelgeur. (! hersentumor)
Gustatorische hall.; smaak van faeces, rot voedsel, vaak bij vergiftigingswaan.
Gedesorganiseerd denken (+)
Associatief denken; rakende antwoorden ipv relevant (tangentieel)
Neologismen; woorden uitvinden
Versperring ih denken; gedachtenblokkering
Gestoord taalbegrip; een metafoor of de taal letterlijk opnemen
Gedesorganiseerd of abnormale psychomotoriek
Motorische negativisme; zich verzetten tegen instructies
Katalepsie; rigide, ongepaste, bizarre lichaamshouding
Mutisme en stupor; gebrek aan verbale en motor respons
Katatoon gedrag; doelloze en buitensporige motorische activiteit -> URGENTIE
Stereotype bewegingen; staren, grimassen, mutisme, echolalie (herhalen van woorden)
Negatieve symptomen
Afectieve vervlakking; minder emoties, intonatie, oogcontact, expressie
Initiatiefverlies (avolitie); minder zelf geïnitieerde activiteiten doen
Alogie; vermindering spraakproductie
Anhedonie; minder genieten van positieve stimuli
Sociaal terugtrekgedrag; beperkte mogelijkheid v sociale interactie.
,-Gekoppelde symptomen (niet-kernsymptomen); zeer frequent depressieve symptomen, geeft hoge suïcide
incidentie (1/10). Ook agitatie en agressie bij deze pt’en omdat ze geen ziekte-inzicht hebben, geeft
middelenmisbruik en juridische problemen.
-Impact op de frontale cortex geeft cognitieve symptomen(werkgeheugen, gerichte aandacht, executieve
functies…), maar behoud van intelligentie.
-Vooral de negatieve symptomen zijn lastig voor de pt omdat ze hierdoor minder sociaal functioneren.
Ziektebeloop
- Pre-morbide fase; tot 15j geen symptomen
- Prodromi; 15-18j, pt wordt stiller, vreemde interesses, kleine veranderingen, ‘puberteitsproblemen’
- Actieve fase; vanaf 18j, opstoten van pos. symptomen (vaak gerelateerd aan life-events), bij elke
opstoot(dag-mnd) zullen er meer neg. symptomen optreden. Antipsychotica kan de symptomen
binnen 1wk onder controle brengen, maar belangrijk te blijven nemen. Bij stoppen zullen er opstoten
blijven optreden. Risico post-psychotische depressies met suïcidaal gedrag. Belang van invloed van
psycho-educatie en stabiele levenssituatie
- Stabilisatie fase; vanaf 40j, pt komt tot rust en zelden nog opstoten, maar veel neg. symptomen (leeg)
3/10 -> goede recovery, hervatten van functionaliteit
3/10 -> kunnen onafhankelijk leven, maar mindere recovery
3/10 -> hebben hulp nodig
1/10 -> heeft zelfmoord gepleegd
Behandeling
Vroeger -> collocatie, met verlies van coping-skills.
(1950, introductie v typische antipsychotica(+). 1980, introductie atypische neuroleptica (-))
Antipsychotica = neuroleptica
- Typische antipsychotica (vb. Haloperidol)
- DA2-R-antagonist -> minder pos. sympt (mesolimb.), maar meer neg. sympt (mesocort.)
- Melksecretie tgv prolactine (tubero-infundibulaire baan)
- Acuut -> extrapyramidaal syndroom (reversibel, nigrostriatale baan)
- Chronisch -> tardieve dyskinesie (irreversibel, nigrostriatale baan) -> stigmatiserend
- Atypische antipsychotica (vb Clozapine, Risperidone)
- Geringere DA2-antagonist icm serotonine 2A antagonisme
- Minder pos. en neg. symptomen + minder neurologische bijkweringen
- Wel kans op metabool syndroom, hoge kostprijs en bewaking wegens agranulocytose
- Derde generatie (vb Aripiprazole)
- Partiële DA2 agonist icm serotonine 2A antagonism
- Partiele agonist = agonist als tekort en antagonist wanneer te veel DA2.
- Minder pos. en neg symptomen, zonder kans op metabool syndroom
Probleem van compliance (geen ziekte inzicht)
- Als pt stopt, dan 80% kans op herval binnen jaar. -> belangrijkste reden
- Belang van psycho-educatie
- Long-acting preparaten 14d-6mnd (IM) -> maar pt’en vaak skeptisch.
Psycho-educatie & psycho-therapie
Cognitive behaviour therapie(CBT); probleem omschrijven en oplossingen zoeken, individueel OF in groep
1. Verbeteren medicatie-compliance
2. Voorkomen van herval
3. Verminderen hospitalisaties
4. Maximaal niveau v gezondheid bereiken.
Familie begeleiding
- Belang van georganiseerd te zijn en zelfde boodschap te geven.
Rehabilitatie
- Ambulant – residentieel
, DEPRESSIEVE STEMMINGSSTOORNISSEN
! stemmingsepisode(symptomen) ≠ stemmingsstoornis
Stemming is een continuum, pas als aan diagnostische criteria zijn voldaan -> depressie, manie.
Epidemiologie
-15% prevalentie, mediane lft 28j met vaak eerste episode tss 15-35j, meer in developed countries
-Lichte depressie = <3mnd, 50% recidiefkans, 25% geen volledige remissie
-Ernstige depressie = niet iedereen zal in volledige remissie gaan.
-Ziekte met grootste ziektlast voor de patiënt, zeer grote burden of disease.
-Genetische voorbeschiktheid (2x bij eerste graad), maar mindere mate dan bij Schizofrenie/bipol.
-Ernstige levensgebeurtenissen (6x meer kans op depressie), scheiding, werkloos worden, marginaliteit
-Neuro-endocrien
- HPA-stress-as; meer cortisol(stress), minder feedback, meer bij inflammatoire processen
-Rol neurotransmittors
- Monoamine-hypothese; serotonine, NOR, DA
- Glutamaat dysfunctie (stimulerende neurotrasmittor)
-Neuroplasticiteit
- Chronische stress (cortisol/glutamaat) -> minder BDNF -> minder synapsen en minder connectiviteit.
-Immunologisch
- Meer inflammatie (IL-1/6, interferon, TNF,..)
-Cognitieve factoren; fout in informatieverwerking houdt depressie in stand
- Overgeneralising memory -> leuke en recente dingen niet herinneren, alleen vroeger was het goed
- Attentional bias -> enkel aandacht voor negatieve zaken
- Reduced future fluency -> toekomstige leuke zaken niet herinneren
Kenmerken
≥5/9 waarvan stemming en intresseverlies, bijna elke dag, 2wk.
- Depressieve stemming of irritabiliteit(K) (STEMMING)
- Interesseverlies waarvoor vroeger wel (INTERESSE)
- Gewichtsverlies(80%) of gewichtstoename (7% LICHAAMSGEWICHT)
- Insomnia(niet inslapen) of hypersomnia(moeheid) (SLAAP)
- Psychomotore agitatie of retardatie(niets doen) (MOTORIEK)
- Energieverlies (ENERGIE)
- Gevoelens van waardeloosheid of schuld, bijna elke dag (WAARDE en SCHULD)
- Concentratieverlies of besluiteloosheid (COGNITIE)
- Gedachten aan de dood (SUICIDALITEIT)
Indeling klinische beelden
-Disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis (vaak bij kinderen)
- Recidiverende woede-uitbarstingen >3/wk, prikkelbaarheid en boosheid zijn disproportioneel
-(Majeur) depressieve stoornis -> belangrijkste (15% bevolking)
- Met eenmalige of recidiverende episodes, met laatste episode (licht-matig-ernstige kenmerken) en
(gedeeltelijk-volledige remissie)
- Met begin in het peripartum, metpsychotische kenmerken zijn, dan URGENTIE voor pt/baby.
- Weinig efect AD -> zuranolone (GABA agonist) GABA is inhibitorische neurotransmittor
- Seizoensgebonden (start id herfst) R/ lichttherapie.
-Persisterende depressieve stoornis (dysthyme stoornis, 6% bevolking)
- Kenmerken van depressie + sombere stemming voor >2 jaar.
-Premenstruele dysfore stemmingsstoornis
- Minstens 5 symptomen rond aanvang menstruatie, afnemend na menstruatie.
-Depressieve stoornis door somatische aandoening/middel
- Neurologisch -> CVA, Huntington, Parkinson, cerebraal trauma
- Endocrien -> Cushing(hypercholest), hypothyroidie Belang van DD
- Middel -> OH, sedativa, cocaïne, anxiolytica
- Medicatie -> corticosteroïden, OAC, antihypertensiva Binnen maand na opstart/stop.