LES 11 POST-METROPOLITANE PARADIGMA'S
18/12/2017
de materialiteit waarin we vandaag zitten is volledig anders dan de vorige
lessen. We stellen vast dat de stad vandaag niet meer beantwoord aan de
klassieke ideeën. Wat moeten we nu doen?
2 dingen: 1 koppelen aan de stad van vroeger, 2 dat vorige hoofdstuk
afsluiten en een nieuw beginnen.
MANIER 1
RECENTE TENDENSEN
1. We zitten vandaag in een context van generische stedelijkheid. We
hebben veel steden die eigenlijk geen eigenschappen meer hebben.
2. We zijn niet tevreden met het heden en gebruiken het historische
model om ons tevreden te stellen met het heden.
3.
REM KOOLHAAS, ‘GENERIC CITY’ (1995)
Compacte clustering van wolkenkrabbers. Bijna geen verschil, moeilijk
onderscheid te houden. De architecturale elementen zijn bijna overal
hetzelfde.
“Deze generische steden bezitten geen noemenswaardige identiteit,
geschiedenis of centrum”. Deze steden bezitten geen identiteit en
geschiedenis, ze bezitten zelf geen centrum. Er bestaan steden die totaal
inwisselbaar zijn, net omdat ze geen van deze 3 kenmerken hebben. Bij
Venetië, gent, Brugge denken we aan de geschiedenis en het centrum.
Centraliteit: “De generische stad is de stad bevrijd van uit haar
gijzeling door het centrum, uit de dwangbuis van de identiteit.”
Identiteit: “hallucinatie van het normale”: geen simultaneïteit van
ervaringen, eerder “een sequentie van korte ervaringen los in tijd en
ruimte.”
Geschiedenis“: “Er is altijd een wijk genaamd ‘Lippendienst’, waar
een minimum aan geschiedenis wordt bewaard; gewoonlijk rijdt er
een oude trein/stoomtram of dubbeldekker bus rond met een
onheilspellend belgerinkel (...). ‘Lippendienst’ (...) is een uitgekiend
stukje mythevorming: het viert het verleden zoals alleen het onlangs
geconcipieerde dat kan.”
, Er wordt een mythe gecreëerd over de stad, dat is maar een verhaal,
het is niet de realiteit.
“De straat is dood”
“Het ziet er naar uit dat de wolkenkrabber de laatste, definitieve
typologie zal worden. Hij heeft al het andere opgeslokt. Hij kan
overal staan: in een rijstveld of in een stadscentrum. (…) geïsoleerde
dichtheid is het ideaal”
“Het atrium is lege ruimte: leegten zijn het essentiële bouwblok van
de generische stad.
Er is geen klassieke straat meer, geen voetgangers, geen transport.
We krijgen wolkenkrabbers. Geïsoleerde dichtheid. Het staat los van
derest, je kan er niet zomaar binnen. De publieke ruimte is
verdwenen, het is een collectie van private dingen.
“De stad bestaat niet meer. We kunnen het theater nu verlaten…”
knipoog naar de eerste les, iemand zei dat de stad een theater is.
MICHAEL SORKIN, INTRO OP VARIATIONS ON A THEME PARK(1992)
Vrij harde analyse. Negatief beeld van de stad onder invloed van
globalisering, communicatie, mobiliteit, consumentisme (alles is te koop).
1. Hij stelt vast dat we steden krijgen die steeds meer plaats loos
lijken, die wolkenkrabbers kunnen overal staan. De noodzaak van
waarom die stad nu net daar ligt lijkt te verdwijnen.
2. De obsessie met controle. Aantal camera’s in de stad is niet te
tellen. De controle heeft een perverse kant, de stad van vandaag is
niet bedoeld om iedereen gelijke kansen te geven maar om het
ontkrachten van verschillen. Stedenbouw is niet meer voor iedereen
maar voor een bepaalde groep.
3. Simulaties, geschiedenis gaan creëren. Maar vooral ook
commercieel te gebruiken, toeristen naar een plek lokken.
Er ontstaat een “enscenering van stedelijkheid” zoals in een pretpark.
Pretparken zijn allemaal hetzelfde, ze zijn plaats loos, worden beveiligd en
zijn commercieel.
DISNEYLAND® ALS STEDENBOUWKUNDIG LABORATORIUM
Hoe Disneyland functioneert kunnen de stedenbouwkundigen veel uit
leren. het is gericht om je los te trekken van het heden. Het gaat om
fantasie, toekomst en verleden. Wat slim gezien was is dat het niet enkel
voor kinderen gesticht is maar ook voor volwassenen. Deze volwassenen
18/12/2017
de materialiteit waarin we vandaag zitten is volledig anders dan de vorige
lessen. We stellen vast dat de stad vandaag niet meer beantwoord aan de
klassieke ideeën. Wat moeten we nu doen?
2 dingen: 1 koppelen aan de stad van vroeger, 2 dat vorige hoofdstuk
afsluiten en een nieuw beginnen.
MANIER 1
RECENTE TENDENSEN
1. We zitten vandaag in een context van generische stedelijkheid. We
hebben veel steden die eigenlijk geen eigenschappen meer hebben.
2. We zijn niet tevreden met het heden en gebruiken het historische
model om ons tevreden te stellen met het heden.
3.
REM KOOLHAAS, ‘GENERIC CITY’ (1995)
Compacte clustering van wolkenkrabbers. Bijna geen verschil, moeilijk
onderscheid te houden. De architecturale elementen zijn bijna overal
hetzelfde.
“Deze generische steden bezitten geen noemenswaardige identiteit,
geschiedenis of centrum”. Deze steden bezitten geen identiteit en
geschiedenis, ze bezitten zelf geen centrum. Er bestaan steden die totaal
inwisselbaar zijn, net omdat ze geen van deze 3 kenmerken hebben. Bij
Venetië, gent, Brugge denken we aan de geschiedenis en het centrum.
Centraliteit: “De generische stad is de stad bevrijd van uit haar
gijzeling door het centrum, uit de dwangbuis van de identiteit.”
Identiteit: “hallucinatie van het normale”: geen simultaneïteit van
ervaringen, eerder “een sequentie van korte ervaringen los in tijd en
ruimte.”
Geschiedenis“: “Er is altijd een wijk genaamd ‘Lippendienst’, waar
een minimum aan geschiedenis wordt bewaard; gewoonlijk rijdt er
een oude trein/stoomtram of dubbeldekker bus rond met een
onheilspellend belgerinkel (...). ‘Lippendienst’ (...) is een uitgekiend
stukje mythevorming: het viert het verleden zoals alleen het onlangs
geconcipieerde dat kan.”
, Er wordt een mythe gecreëerd over de stad, dat is maar een verhaal,
het is niet de realiteit.
“De straat is dood”
“Het ziet er naar uit dat de wolkenkrabber de laatste, definitieve
typologie zal worden. Hij heeft al het andere opgeslokt. Hij kan
overal staan: in een rijstveld of in een stadscentrum. (…) geïsoleerde
dichtheid is het ideaal”
“Het atrium is lege ruimte: leegten zijn het essentiële bouwblok van
de generische stad.
Er is geen klassieke straat meer, geen voetgangers, geen transport.
We krijgen wolkenkrabbers. Geïsoleerde dichtheid. Het staat los van
derest, je kan er niet zomaar binnen. De publieke ruimte is
verdwenen, het is een collectie van private dingen.
“De stad bestaat niet meer. We kunnen het theater nu verlaten…”
knipoog naar de eerste les, iemand zei dat de stad een theater is.
MICHAEL SORKIN, INTRO OP VARIATIONS ON A THEME PARK(1992)
Vrij harde analyse. Negatief beeld van de stad onder invloed van
globalisering, communicatie, mobiliteit, consumentisme (alles is te koop).
1. Hij stelt vast dat we steden krijgen die steeds meer plaats loos
lijken, die wolkenkrabbers kunnen overal staan. De noodzaak van
waarom die stad nu net daar ligt lijkt te verdwijnen.
2. De obsessie met controle. Aantal camera’s in de stad is niet te
tellen. De controle heeft een perverse kant, de stad van vandaag is
niet bedoeld om iedereen gelijke kansen te geven maar om het
ontkrachten van verschillen. Stedenbouw is niet meer voor iedereen
maar voor een bepaalde groep.
3. Simulaties, geschiedenis gaan creëren. Maar vooral ook
commercieel te gebruiken, toeristen naar een plek lokken.
Er ontstaat een “enscenering van stedelijkheid” zoals in een pretpark.
Pretparken zijn allemaal hetzelfde, ze zijn plaats loos, worden beveiligd en
zijn commercieel.
DISNEYLAND® ALS STEDENBOUWKUNDIG LABORATORIUM
Hoe Disneyland functioneert kunnen de stedenbouwkundigen veel uit
leren. het is gericht om je los te trekken van het heden. Het gaat om
fantasie, toekomst en verleden. Wat slim gezien was is dat het niet enkel
voor kinderen gesticht is maar ook voor volwassenen. Deze volwassenen