PERIODE 2 LEVENSLOOP/OPVOEDING EN PROBLEEMOPLOSSING
Begrip Wee Omschrijving
k
Je kent het ontwikkelingsperspectief op de mens en weet hoe sociaal
werkers ontwikkelingspsychologie gebruiken
Definitie 2.1 Pedagogiek is de wetenschap van het
ontwikkelingspsychologie en opvoeden.
pedagogiek
Ontwikkelingspsychologie bestudeert
de psychologische verandering bij
toenemende leeftijd.
Relevantie 2.1
ontwikkelingspsychologie voor
het SW
3 krachten van ontwikkeling 2.1 Nature; factoren die aangeboren zijn
(nature, nurture en rijping) (door aanleg/genen)
Nurture; factoren die aangeleerd zijn
(door sociale omgeving, opvoeding)
Rijping; veranderingen die voor een
groot deel genetisch geregeld worden
en waarop omgevingsinvloeden
kleine invloed hebben.
Discontinu en continu verloop 2.1
van ontwikkeling
Je weet hoe de sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen en
volwassenen verloopt volgens de levenslooptheorie van Erikson en je
hebt globale kennis van de normale seksuele ontwikkeling
Psychosociale ontwikkeling 2.1 Een levenslang proces. Volgens de
volgens Erikson theorie plaatsen onze cultuur en
maatschappij ons het hele leven voor
uitdagingen. Deze uitdagingen horen
allemaal bij een specifieke leeftijd.
Zoals bijvoorbeeld het kopen van een
huis en het hebben van kinderen op
je 30ste.
Zo’n uitdaging noemde Erikson een
ontwikkelingstaak of crisis. Er zijn 8
levensfasen met allen een eigen
uitdaging.
De crisis kan nooit helemaal opgelost
worden, maar het gaat er om hoe
succesvol je met de uitdaging
omgaat. Je wordt heen en weer
geslingerd tussen 2 uitersten, zoals
vertrouwen en wantrouwen.
Het is volgens sommige psychologen
zo dat de levensfases niet afgesloten
hoeven te worden voordat er taken
,Begrip Wee Omschrijving
k
uit de volgende levensfases
bijkomen. Ook binnen andere
culturen zou de Erikson theorie niet
hoeven te kloppen.
Ontwikkelingstaken kindertijd: 2.1 Babytijd (0-1,5 jaar), vertrouwen vs
vertrouwen vs wantrouwen wantrouwen. Kinderen in deze leeftijd
autonomie vs schaamte hebben de behoefte aan een veilige
initiatief vs schuldgevoel basis om zich later verder te
vlijt vs minderwaardigheid ontwikkelen.
Peutertijd (1,5-3 jaar), autonomie vs
schaamte en twijfel. Ontwikkeling van
zelfstandigheid en keuzes maken.
Kleutertijd (3-6 jaar), initiatief vs
schuldgevoel. Het geweten wordt
ontwikkeld.
Schoolkindtijd (6 tot pubertijd), vlijt vs
minderwaardigheid. Een tijd waarin
het kind zich veel moet ontwikkelen
Ontwikkelingstaak adolescentie: 2.1 Het vormen van een identiteit is hier
identiteit vs rolverwarring het belangrijkst. Een puber voelt een
hele hoop veranderingen, denk aan
seksuele gevoelens en de behoefte
om zichzelf te vinden. Het
belangrijkste is om het streven naar
onafhankelijkheid te stimuleren en
ondersteunen.
Ontwikkelingstaken 2.1 Jongvolwassenheid, intimiteit vs
(jong)volwassenen en ouderen: isolement. Deze begint als het is
intimiteit vs isolement gelukt om een onafhankelijke,
generativiteit vs stabiele identiteit op te bouwen. De
egocentrisme uitdaging voor nu is het aangaan en
ego-integriteit vs wanhoop in stand houden van een langdurige,
hechte relatie.
Middelbare leeftijd, generativiteit vs
egocentrisme. Dit is de fase waarin
de volwassene zijn levensdoelen waar
maakt. Generativiteit houdt in de
behoefte om een steentje na te laten
aan de volgende generatie. Het hier
niet in slagen zal leiden tot
egocentrisme, door niet voor een
ander te kunnen zorgen, richt dit op
zichzelf.
Ouderdom, ego-integriteit vs
wanhoop. Wordt vaak gekenmerkt
door een proces van terug kijken op
het leven en daar vrede mee hebben.
, Begrip Wee Omschrijving
k
Het niet vrede hebben en willen dat
je dingen anders zou hebben gedaan,
valt onder wanhoop.-
Puberteit 2.1 De ontwikkeling van het vermogen
om je voort te planten. Dit is de
lichamelijke kant aan pubertijd. De
zijn hersenen zijn pas klaar met
ontwikkelen op je 23. Tot dan val je
dus onder adolescent. De pubertijd
valt hier dus in.
Autonomie en losmaken ouders 2.1 Dat is wat pubers doen. Dit om zelf
bij adolescenten uit te kunnen zoeken wie ze nou
uiteindelijk zijn. De puber wil
zelfstandigheid en daarvoor moet
deze loskomen van zijn of haar
ouders.
Identificatie met rolmodel in de 2.1
adolescentie
Experimenteren met sociale 2.1 Een puber moet in elke groep
rollen in de adolescentie uitvinden wie hij of zij is, en wat dit
doet binnen een groep. Zowel binnen
bijvoorbeeld een gezin, een
sportteam, als op school.
Rites de passage (volwassen 2.1 Adolescentie is geen natuurlijk
worden in andere culturen) verschijnsel, maar iets wat door
cultuur wordt bepaald. Er zijn
culturen waar de overgang van kind
naar volwassene in een paar dagen
verloopt. De kinderen moeten dan
een ritueel doen om aan te tonen dat
ze volwassen zijn.
Identiteitsontwikkeling volgens 2.1 Volgens Marcia is een crisis juist een
Marcia (exploreren, kansrijke periode om je te
commitment en crisis) ontwikkelen. In een crisis kun je juist
zelf veranderen en kijken naar hoe je
alles tot nu toe hebt gedaan. Je kan
een commitment met een rol aan
gaan.
Dit is gekoppelt aan de
identiteitsstatussen. Er is een
verband tussen exploratie en binding.
Denk aan het schema waarin de 4
onderstaande begrippen staan.
Identity achievement 2.1 Rechtsboven. De adolescent heeft
een crisis Doorgemaakt en heeft zich
nu daadwerkelijk verbonden aan
keuzes en verantwoordelijkheden. hij
heeft een welomschreven beeld van
wie hij is, het gevoel van identiteit is
daar.
Foreclosure 2.1 Links boven. Er is geen verkenning
van verdere opties, maar wel
Begrip Wee Omschrijving
k
Je kent het ontwikkelingsperspectief op de mens en weet hoe sociaal
werkers ontwikkelingspsychologie gebruiken
Definitie 2.1 Pedagogiek is de wetenschap van het
ontwikkelingspsychologie en opvoeden.
pedagogiek
Ontwikkelingspsychologie bestudeert
de psychologische verandering bij
toenemende leeftijd.
Relevantie 2.1
ontwikkelingspsychologie voor
het SW
3 krachten van ontwikkeling 2.1 Nature; factoren die aangeboren zijn
(nature, nurture en rijping) (door aanleg/genen)
Nurture; factoren die aangeleerd zijn
(door sociale omgeving, opvoeding)
Rijping; veranderingen die voor een
groot deel genetisch geregeld worden
en waarop omgevingsinvloeden
kleine invloed hebben.
Discontinu en continu verloop 2.1
van ontwikkeling
Je weet hoe de sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen en
volwassenen verloopt volgens de levenslooptheorie van Erikson en je
hebt globale kennis van de normale seksuele ontwikkeling
Psychosociale ontwikkeling 2.1 Een levenslang proces. Volgens de
volgens Erikson theorie plaatsen onze cultuur en
maatschappij ons het hele leven voor
uitdagingen. Deze uitdagingen horen
allemaal bij een specifieke leeftijd.
Zoals bijvoorbeeld het kopen van een
huis en het hebben van kinderen op
je 30ste.
Zo’n uitdaging noemde Erikson een
ontwikkelingstaak of crisis. Er zijn 8
levensfasen met allen een eigen
uitdaging.
De crisis kan nooit helemaal opgelost
worden, maar het gaat er om hoe
succesvol je met de uitdaging
omgaat. Je wordt heen en weer
geslingerd tussen 2 uitersten, zoals
vertrouwen en wantrouwen.
Het is volgens sommige psychologen
zo dat de levensfases niet afgesloten
hoeven te worden voordat er taken
,Begrip Wee Omschrijving
k
uit de volgende levensfases
bijkomen. Ook binnen andere
culturen zou de Erikson theorie niet
hoeven te kloppen.
Ontwikkelingstaken kindertijd: 2.1 Babytijd (0-1,5 jaar), vertrouwen vs
vertrouwen vs wantrouwen wantrouwen. Kinderen in deze leeftijd
autonomie vs schaamte hebben de behoefte aan een veilige
initiatief vs schuldgevoel basis om zich later verder te
vlijt vs minderwaardigheid ontwikkelen.
Peutertijd (1,5-3 jaar), autonomie vs
schaamte en twijfel. Ontwikkeling van
zelfstandigheid en keuzes maken.
Kleutertijd (3-6 jaar), initiatief vs
schuldgevoel. Het geweten wordt
ontwikkeld.
Schoolkindtijd (6 tot pubertijd), vlijt vs
minderwaardigheid. Een tijd waarin
het kind zich veel moet ontwikkelen
Ontwikkelingstaak adolescentie: 2.1 Het vormen van een identiteit is hier
identiteit vs rolverwarring het belangrijkst. Een puber voelt een
hele hoop veranderingen, denk aan
seksuele gevoelens en de behoefte
om zichzelf te vinden. Het
belangrijkste is om het streven naar
onafhankelijkheid te stimuleren en
ondersteunen.
Ontwikkelingstaken 2.1 Jongvolwassenheid, intimiteit vs
(jong)volwassenen en ouderen: isolement. Deze begint als het is
intimiteit vs isolement gelukt om een onafhankelijke,
generativiteit vs stabiele identiteit op te bouwen. De
egocentrisme uitdaging voor nu is het aangaan en
ego-integriteit vs wanhoop in stand houden van een langdurige,
hechte relatie.
Middelbare leeftijd, generativiteit vs
egocentrisme. Dit is de fase waarin
de volwassene zijn levensdoelen waar
maakt. Generativiteit houdt in de
behoefte om een steentje na te laten
aan de volgende generatie. Het hier
niet in slagen zal leiden tot
egocentrisme, door niet voor een
ander te kunnen zorgen, richt dit op
zichzelf.
Ouderdom, ego-integriteit vs
wanhoop. Wordt vaak gekenmerkt
door een proces van terug kijken op
het leven en daar vrede mee hebben.
, Begrip Wee Omschrijving
k
Het niet vrede hebben en willen dat
je dingen anders zou hebben gedaan,
valt onder wanhoop.-
Puberteit 2.1 De ontwikkeling van het vermogen
om je voort te planten. Dit is de
lichamelijke kant aan pubertijd. De
zijn hersenen zijn pas klaar met
ontwikkelen op je 23. Tot dan val je
dus onder adolescent. De pubertijd
valt hier dus in.
Autonomie en losmaken ouders 2.1 Dat is wat pubers doen. Dit om zelf
bij adolescenten uit te kunnen zoeken wie ze nou
uiteindelijk zijn. De puber wil
zelfstandigheid en daarvoor moet
deze loskomen van zijn of haar
ouders.
Identificatie met rolmodel in de 2.1
adolescentie
Experimenteren met sociale 2.1 Een puber moet in elke groep
rollen in de adolescentie uitvinden wie hij of zij is, en wat dit
doet binnen een groep. Zowel binnen
bijvoorbeeld een gezin, een
sportteam, als op school.
Rites de passage (volwassen 2.1 Adolescentie is geen natuurlijk
worden in andere culturen) verschijnsel, maar iets wat door
cultuur wordt bepaald. Er zijn
culturen waar de overgang van kind
naar volwassene in een paar dagen
verloopt. De kinderen moeten dan
een ritueel doen om aan te tonen dat
ze volwassen zijn.
Identiteitsontwikkeling volgens 2.1 Volgens Marcia is een crisis juist een
Marcia (exploreren, kansrijke periode om je te
commitment en crisis) ontwikkelen. In een crisis kun je juist
zelf veranderen en kijken naar hoe je
alles tot nu toe hebt gedaan. Je kan
een commitment met een rol aan
gaan.
Dit is gekoppelt aan de
identiteitsstatussen. Er is een
verband tussen exploratie en binding.
Denk aan het schema waarin de 4
onderstaande begrippen staan.
Identity achievement 2.1 Rechtsboven. De adolescent heeft
een crisis Doorgemaakt en heeft zich
nu daadwerkelijk verbonden aan
keuzes en verantwoordelijkheden. hij
heeft een welomschreven beeld van
wie hij is, het gevoel van identiteit is
daar.
Foreclosure 2.1 Links boven. Er is geen verkenning
van verdere opties, maar wel