CULTUURWETENSCHAPPEN
hoofdstuk 9: recht op recht
1. Beeldvorming over justitie
1.1 Rechtstaat
- er zijn 3 belangrijke pijlers in een westerse, moderne samenleving:
rechtstaat:
principes: rechtszekerheid, rechtsgelijkheid, grondwet, scheiding
der machten, legaliteitsbeginsel & grondrechten
scheiding der machten: machten splitsen voor onderlinge
correctie
legaliteitsbeginsel: verbod op willekeur, elk optreden van
de overheid moet gebaseerd zijn op de grondwet
democratie:
onlosmakelijk verbonden met rechtstaat (verkozen parlement
maakt wetten)
fundamentele vrijheden:
burgers worden beschermd door enkele fundamentele rechten
1.2 Vertrouwen in de instellingen
- wanneer het vertrouwen in de rechtstaat wankelt, wankelt ook de
rechtstaat zelf
geldt ook omgekeerd!
het vertrouwen in de uitvoerende macht is redelijk laag, hoger dan EU
gemiddelde
het vertrouwen in justitie is relatief laag, lager dan EU gemiddelde
1.3 Vertrouwen in de justitie
hoe hoger de sociale klasse, hoe meer vertrouwen men heeft in het
rechtssysteem
België kent grootste klassenongelijkheid in het vertrouwen
1.4 Wantrouwen
- klassenjustitie is de reden van al dit wantrouwen
= rechtspraak die hogere maatschappelijke groepen bevoordeelt tov
andere
- strookt niet met Vrouwe Justitia, het recht is:
onpartijdig
beoordeelt alleen feiten en argumenten
zonder rekening te houden met geslacht, afkomst, economische factors,
…
- mogelijke verklaringen:
gevoel van straffeloosheid, onderbezetting van magistraten,
procedurefouten, …
2. Conflictoplossing
2.1 Gerechtelijke procedures
, 2.1.1 Burgerlijke procedure
- betrekking op:
geschillen tussen particulieren (koppel dat wil scheiden)
geschillen tussen particulieren en rechtspersonen (conflict bedrijf en
werknemer)
geschillen tussen rechtspersonen onderling (conflict tussen bedrijf en
leverancier)
- gaat enkel om privébelangen, die geen weerslag hebben op de
maatschappij
Begin - start met een dagvaarding
gaat uit van persoon die zich in zijn rechten benadeeld voelt (= eiser)
- gerechtsdeurwaarder bezorgt dagvaarding aangetekend aan tegenpartij (=
verweerder)
- via dagvaarding roept eiser de verweerder op om voor de rechtbank te
verschijnen
- beide partijen kunnen zich laten bijstaan door een advocaat, maar is niet
verplicht
Verloop - inleidingszitting: rechter deelt agenda mee voor het verloop van het proces
bepaalt termijn waarop conclusies neergelegd moeten worden
partijen moeten tijd hebben om schriftelijke verdediging &
bewijsmateriaal te brengen
eenvoudige zaken kunnen hier al volledig behandeld worden, bij
complexe zaken wordt een datum bepaald voor de rechtsdag
- griffie: onderdeel van de rechtbank dat instaat voor communicatie en
administratie
tussen inleidingszitting en rechtsdag sturen advocaten hun conclusies
naar de griffie en naar de andere partij
- rechtsdag: moment waarop rechtbank de zaak zal behandelen
op rechtsdag houden advocaten hun pleidooien: 1st eiser, dan
verweerder
rechter luistert naar beiden en mag zelf geen argumenten brengen
griffier noteert alles
rechter kan nog getuigen, deskundigen, … horen
na pleidooien neemt rechter de zaak in beraad en bepaalt datum van
vonnis
Einde - vonnis: beslissing dat rechter genomen heeft
uitspraak gebeurt openbaar & rechter motiveert zijn beslissing
bestaat uit: verbod, verdeling, schadevergoeding (in natura of
financieel)
betaalt verweerder niet vrijwillig?: gerechtsdeurwaarder kan bezit in
beslag nemen
- verliezende partij kan in beroep gaan
- Openbaar Ministerie (parket) vervult speciale rol
geeft mondeling/schriftelijk advies (zaken waarbij minderjarigen zijn
betrokken)
rechter kan advies naast zich neerleggen, maar zowel eiser als
verweerder moet de kans krijgen hierop te reageren
kan ook zaak aanhangig maken voor rechtbank (huwelijk strijdig met
openbare orde)
2.1.2 Strafrechtelijke procedure
hoofdstuk 9: recht op recht
1. Beeldvorming over justitie
1.1 Rechtstaat
- er zijn 3 belangrijke pijlers in een westerse, moderne samenleving:
rechtstaat:
principes: rechtszekerheid, rechtsgelijkheid, grondwet, scheiding
der machten, legaliteitsbeginsel & grondrechten
scheiding der machten: machten splitsen voor onderlinge
correctie
legaliteitsbeginsel: verbod op willekeur, elk optreden van
de overheid moet gebaseerd zijn op de grondwet
democratie:
onlosmakelijk verbonden met rechtstaat (verkozen parlement
maakt wetten)
fundamentele vrijheden:
burgers worden beschermd door enkele fundamentele rechten
1.2 Vertrouwen in de instellingen
- wanneer het vertrouwen in de rechtstaat wankelt, wankelt ook de
rechtstaat zelf
geldt ook omgekeerd!
het vertrouwen in de uitvoerende macht is redelijk laag, hoger dan EU
gemiddelde
het vertrouwen in justitie is relatief laag, lager dan EU gemiddelde
1.3 Vertrouwen in de justitie
hoe hoger de sociale klasse, hoe meer vertrouwen men heeft in het
rechtssysteem
België kent grootste klassenongelijkheid in het vertrouwen
1.4 Wantrouwen
- klassenjustitie is de reden van al dit wantrouwen
= rechtspraak die hogere maatschappelijke groepen bevoordeelt tov
andere
- strookt niet met Vrouwe Justitia, het recht is:
onpartijdig
beoordeelt alleen feiten en argumenten
zonder rekening te houden met geslacht, afkomst, economische factors,
…
- mogelijke verklaringen:
gevoel van straffeloosheid, onderbezetting van magistraten,
procedurefouten, …
2. Conflictoplossing
2.1 Gerechtelijke procedures
, 2.1.1 Burgerlijke procedure
- betrekking op:
geschillen tussen particulieren (koppel dat wil scheiden)
geschillen tussen particulieren en rechtspersonen (conflict bedrijf en
werknemer)
geschillen tussen rechtspersonen onderling (conflict tussen bedrijf en
leverancier)
- gaat enkel om privébelangen, die geen weerslag hebben op de
maatschappij
Begin - start met een dagvaarding
gaat uit van persoon die zich in zijn rechten benadeeld voelt (= eiser)
- gerechtsdeurwaarder bezorgt dagvaarding aangetekend aan tegenpartij (=
verweerder)
- via dagvaarding roept eiser de verweerder op om voor de rechtbank te
verschijnen
- beide partijen kunnen zich laten bijstaan door een advocaat, maar is niet
verplicht
Verloop - inleidingszitting: rechter deelt agenda mee voor het verloop van het proces
bepaalt termijn waarop conclusies neergelegd moeten worden
partijen moeten tijd hebben om schriftelijke verdediging &
bewijsmateriaal te brengen
eenvoudige zaken kunnen hier al volledig behandeld worden, bij
complexe zaken wordt een datum bepaald voor de rechtsdag
- griffie: onderdeel van de rechtbank dat instaat voor communicatie en
administratie
tussen inleidingszitting en rechtsdag sturen advocaten hun conclusies
naar de griffie en naar de andere partij
- rechtsdag: moment waarop rechtbank de zaak zal behandelen
op rechtsdag houden advocaten hun pleidooien: 1st eiser, dan
verweerder
rechter luistert naar beiden en mag zelf geen argumenten brengen
griffier noteert alles
rechter kan nog getuigen, deskundigen, … horen
na pleidooien neemt rechter de zaak in beraad en bepaalt datum van
vonnis
Einde - vonnis: beslissing dat rechter genomen heeft
uitspraak gebeurt openbaar & rechter motiveert zijn beslissing
bestaat uit: verbod, verdeling, schadevergoeding (in natura of
financieel)
betaalt verweerder niet vrijwillig?: gerechtsdeurwaarder kan bezit in
beslag nemen
- verliezende partij kan in beroep gaan
- Openbaar Ministerie (parket) vervult speciale rol
geeft mondeling/schriftelijk advies (zaken waarbij minderjarigen zijn
betrokken)
rechter kan advies naast zich neerleggen, maar zowel eiser als
verweerder moet de kans krijgen hierop te reageren
kan ook zaak aanhangig maken voor rechtbank (huwelijk strijdig met
openbare orde)
2.1.2 Strafrechtelijke procedure