HC – auditieve systeem
Hersenstam
Hoe meer superior in de hersenstam, hoe meer deze verschilt van het spinale ruggenmerg:
• Mesencephalon
• Rhombencephalon
o Metencephalon: pons & cerebellum
o Mylencephalon: medulla oblongata
Het cerebellum hoort niet echt bij de hersenstam
Tectum = bedekken vierde ventrikel & aquaduct
Pes = crus cerebri = corticofugale vezelsysteem op hersenstam & pons
Tegmentum = tussen pes & tectum
Hersenzenuwen algemeen
N. I & N. II = geen echte hersenzenuwen, want niet perifere zenuwen maar uitstulpingen van het brein,
dus eigenlijk CZS.
N. III & N. IV (mesencephalon), N. V tm N. VIII (pons), N. IX tm XII (medulla oblongata)
N. III, V, VII, X = axonen van verschillende nuclei – nucleus ambiguus & nucleus solitarius
Auditieve systeem
Auditieve systeem = speciaal, want we kunnen het niet uitzetten à waarschuwingssysteem
Primaire auditieve cortex: gyrus temporalis superior (aan buitenkant zie je maar klein deel)
Buitenoor
Oor à meatus acusticus externus à trommelvlies = gespannen met punt naar binnen:
• Buitenkant sensibele innervatie: V3
• Binnenkant sensibele innervatie: IX
Als je in het oor kijkt, kijk je tegen het trommelvlies aan en zie je reflectie van het licht aan voor &
onderkant à dit betekent dat het trommelvlies strak gespannen staat
à chorda tympani = tak n. facialis: verantwoordelijk voor smaak op voorste 2/3 tong
,Middenoor
Middenoor = met slijmvlies beklede holte in het rotsbeen, hierin zit de keten van gehoorbeentjes
Gehoorbeentjes = amplitude van uitslag trommelvlies groter maken
• Hamer
• Aambeeld
• Stijgbeugel = klapt tegen foramen ovale die toegang geeft tot benig labyrint
Slijmvlies absorbeert CO2 à vacuüm zuigen à lage luchtdruk à trommelvlies te strak
Oplossing: buis van eustachius = kraakbeenonderdeel als je slikt open à lucht stroomt naar binnen
Binnenoor
Benig labyrint = holte in rotsbeen
Membraneus labyrint = membranen opgehangen in benig labyrint
• Slakkenhuis
• Utriculus & sacculus
• 3 halfcirkelvormige kanalen
à meatus acusticus internus (n. vestibulocochlearis & n. facialis)
Rotsbeen
Keten: meatus acusticus externus à trommelvlies à benig labyrint à
meatus acusticus internus
Punt rotsbeen: buis van eustachius, a. carotis interna & nervus facialis
Slakkenhuis
Slakkenhuis = 2,5 winding lamina spiralis (botrichel)
Utriculus & Sacculus = 2 blaasjes
3 halfcirkelvormige kanalen = bevatten ampulla; betrokken bij evenwicht
Foramen ovale
Foramen Rotundum
n. vestibularis
n. cochlearis
Perilymfe = benig: CSF uit subarachnoïdale ruimte door ductus perilymfaticus tussen bot & vlies
- Hoog Na & laag K
Endolymfe = membraneus: gemaakt in stria vascularis
- Laag Na & hoog K
Afvoer: ductus endolymphaticus = binnenoor à subarachnoïdale ruimte à capillairen
, Ductus cochlearis
Ductus cochlearis = buis die het slakkenhuis verdeeld in opgaande en afgaande gang
• Opgaande gang: scala vestibuli start met foramen ovale (trilling door stijgbeugel)
• Afgaande gang: scala tympani eindigt met foramen rotundum
• Helicotrema = bovenaan scala vestibuli & tympani in verbinding
• à in verbinding met sacculus, utriculus & 3 halfcirkelvormige kanalen
Stria vascularis = productie endolymfe
Orgaan van corti = spiraal met ook spiraal neuronen eromheen
• Basilaire membraan
• Buitenste haar cellen: 3 rijen die met stereocilia vastzitten aan tectoriale membraan
• Binnenste haar cellen: 1 rij met stereocilia die vrij kunnen bewegen
Vloeistof scala trillen à trillen ductus cochlearis à trillen basilaire membraan à tectoriale membraan
trillen (minder) à stereociliën buitenste laag knikken – versterken amplitude vloeistofbeweging
Tectoriale membraan beweging à pompen endolymfe door kanaaltje tussen stereociliën à
stereociliën binnenste laag stimuleren – deze bevatten veel meer axonen, want hier horen we mee
Ductus cochlearis haarcellen
Bovenkant haarcellen: endolymfe – hoog K
Onderkant haarcellen: perilymfe – laag K
à door beweging K kanalen open à K van endolymfe de cel in
K kanalen open: depolarisatie à VGCC open à NT blaasjes fuseren à NT à frequentie omhoog
K kanalen dicht: K lekt van cel in perilymfe à hyperpolarisatie à frequentie omlaag
à de cel depolariseert/hyperpolariseert afhankelijk van of stereociliën ene of andere kant op bewegen
à meer of minder kalium kanalen open à frequentie bepalen in ganglion neuronen
Hersenstam
Hoe meer superior in de hersenstam, hoe meer deze verschilt van het spinale ruggenmerg:
• Mesencephalon
• Rhombencephalon
o Metencephalon: pons & cerebellum
o Mylencephalon: medulla oblongata
Het cerebellum hoort niet echt bij de hersenstam
Tectum = bedekken vierde ventrikel & aquaduct
Pes = crus cerebri = corticofugale vezelsysteem op hersenstam & pons
Tegmentum = tussen pes & tectum
Hersenzenuwen algemeen
N. I & N. II = geen echte hersenzenuwen, want niet perifere zenuwen maar uitstulpingen van het brein,
dus eigenlijk CZS.
N. III & N. IV (mesencephalon), N. V tm N. VIII (pons), N. IX tm XII (medulla oblongata)
N. III, V, VII, X = axonen van verschillende nuclei – nucleus ambiguus & nucleus solitarius
Auditieve systeem
Auditieve systeem = speciaal, want we kunnen het niet uitzetten à waarschuwingssysteem
Primaire auditieve cortex: gyrus temporalis superior (aan buitenkant zie je maar klein deel)
Buitenoor
Oor à meatus acusticus externus à trommelvlies = gespannen met punt naar binnen:
• Buitenkant sensibele innervatie: V3
• Binnenkant sensibele innervatie: IX
Als je in het oor kijkt, kijk je tegen het trommelvlies aan en zie je reflectie van het licht aan voor &
onderkant à dit betekent dat het trommelvlies strak gespannen staat
à chorda tympani = tak n. facialis: verantwoordelijk voor smaak op voorste 2/3 tong
,Middenoor
Middenoor = met slijmvlies beklede holte in het rotsbeen, hierin zit de keten van gehoorbeentjes
Gehoorbeentjes = amplitude van uitslag trommelvlies groter maken
• Hamer
• Aambeeld
• Stijgbeugel = klapt tegen foramen ovale die toegang geeft tot benig labyrint
Slijmvlies absorbeert CO2 à vacuüm zuigen à lage luchtdruk à trommelvlies te strak
Oplossing: buis van eustachius = kraakbeenonderdeel als je slikt open à lucht stroomt naar binnen
Binnenoor
Benig labyrint = holte in rotsbeen
Membraneus labyrint = membranen opgehangen in benig labyrint
• Slakkenhuis
• Utriculus & sacculus
• 3 halfcirkelvormige kanalen
à meatus acusticus internus (n. vestibulocochlearis & n. facialis)
Rotsbeen
Keten: meatus acusticus externus à trommelvlies à benig labyrint à
meatus acusticus internus
Punt rotsbeen: buis van eustachius, a. carotis interna & nervus facialis
Slakkenhuis
Slakkenhuis = 2,5 winding lamina spiralis (botrichel)
Utriculus & Sacculus = 2 blaasjes
3 halfcirkelvormige kanalen = bevatten ampulla; betrokken bij evenwicht
Foramen ovale
Foramen Rotundum
n. vestibularis
n. cochlearis
Perilymfe = benig: CSF uit subarachnoïdale ruimte door ductus perilymfaticus tussen bot & vlies
- Hoog Na & laag K
Endolymfe = membraneus: gemaakt in stria vascularis
- Laag Na & hoog K
Afvoer: ductus endolymphaticus = binnenoor à subarachnoïdale ruimte à capillairen
, Ductus cochlearis
Ductus cochlearis = buis die het slakkenhuis verdeeld in opgaande en afgaande gang
• Opgaande gang: scala vestibuli start met foramen ovale (trilling door stijgbeugel)
• Afgaande gang: scala tympani eindigt met foramen rotundum
• Helicotrema = bovenaan scala vestibuli & tympani in verbinding
• à in verbinding met sacculus, utriculus & 3 halfcirkelvormige kanalen
Stria vascularis = productie endolymfe
Orgaan van corti = spiraal met ook spiraal neuronen eromheen
• Basilaire membraan
• Buitenste haar cellen: 3 rijen die met stereocilia vastzitten aan tectoriale membraan
• Binnenste haar cellen: 1 rij met stereocilia die vrij kunnen bewegen
Vloeistof scala trillen à trillen ductus cochlearis à trillen basilaire membraan à tectoriale membraan
trillen (minder) à stereociliën buitenste laag knikken – versterken amplitude vloeistofbeweging
Tectoriale membraan beweging à pompen endolymfe door kanaaltje tussen stereociliën à
stereociliën binnenste laag stimuleren – deze bevatten veel meer axonen, want hier horen we mee
Ductus cochlearis haarcellen
Bovenkant haarcellen: endolymfe – hoog K
Onderkant haarcellen: perilymfe – laag K
à door beweging K kanalen open à K van endolymfe de cel in
K kanalen open: depolarisatie à VGCC open à NT blaasjes fuseren à NT à frequentie omhoog
K kanalen dicht: K lekt van cel in perilymfe à hyperpolarisatie à frequentie omlaag
à de cel depolariseert/hyperpolariseert afhankelijk van of stereociliën ene of andere kant op bewegen
à meer of minder kalium kanalen open à frequentie bepalen in ganglion neuronen