100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Class notes

College aantekeningen Introduction to Soil Sciences (SGL11303)

Rating
-
Sold
-
Pages
13
Uploaded on
25-04-2025
Written in
2023/2024

Nederlandse samenvatting met schema's en begrippen voor het vak Introduction to Soil Sciences (SGL11303).

Institution
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
April 25, 2025
Number of pages
13
Written in
2023/2024
Type
Class notes
Professor(s)
C. quik
Contains
All classes

Subjects

Content preview

Kirsten Uitdewilligen, 2024


Introduction to Soil Science
College 1; introductie.
8 januari 2024

Bodem: bovenste deel van de aardkorst waarin planten wortelen en waarin het geologisch
uitgangsmateriaal (lava, klei, zand, etc.) fysisch, chemisch, biologisch of antropogeen is
veranderd.
- Fysische processen: krimp en scheurvorming in klei.
- Chemische processen: uitspoeling van organische zuren uit de bovengrond.

Ecosysteemdiensten: de mens maakt gebruik van wat de bodem kan bieden.
- Toevoerdiensten – producten zoals fruit.
- Regulerende diensten – klimaat- en waterregulatie.
- Culturele diensten – esthetische beleving en recreatie.
- Ondersteunende diensten – bodemvorming en kringlopen van nutriënten.

Struikheide = voedselarm, zuur, droog.
Naaldbomen = voedselarm, zuur, droog.
Dopheide = voedselarm, zuur, nat.
Beuken = voedselhoudend, zuur, droog.


College 2; Geotektoniek en vulkanisme.
9 januari 2024

Geologie = de wetenschap die de geschiedenis van de aarde bestudeert.
- Richt zich op gesteente/afzettingen.
Geomorfologie = de wetenschap die de terreinvormen aan het aardoppervlak en hun
ontstaanswijze bestudeert.
- Richt zich op vormen/topografie.

Aardkorst (lithosfeer) bestaat uit vast gesteente dat als een dunne korst op vloeibaar magma
drijft.

Continental drift: het bewegen van de aardkorst (lithosferische platen).
Dit wordt aangedreven door grote convectiestromen binnen de vloeibare aardmantel.
Midoceanische ruggen: spreiding en aangroeien van oceanische korst.
Subductiezone: wegzakken van de aardkorst, botsen = gebergte.

Bij convergerende platen ontstaan gebergten.
Door erosieprocessen worden bergen weer afgevlakt tot oude schilden.
Bij botsing worden gesteenten geplooid en gebroken.
- Sinclinaal: plooi in een gesteente waarbij het materiaal aan de binnenkant jonger is
dan dat aan de buitenkant = V-vormige plooi.
- Anticlinaal: plooi in een gesteente waarbij het materiaal aan de buitenkant jonger is
dan dat aan de binnenkant = A-vormige plooi.

, Kirsten Uitdewilligen, 2024

Het ontstaan van oude schilden:
1. Tektonische activiteit = botsen -> gebergtevorming -> veel erosie.
2. Tektonisch rustig = afvlakken -> weinig erosie.
3. Nieuwe activiteit = botsen -> gebergtevorming -> veel erosie.

Diaklaas: doorsnijdt een aantal lagen in een gesteente.
Breuk: doorsnijdt een aantal lagen in een gesteente, verplaatsing geweest langs de scheur
(lagen liggen niet meer netjes op elkaar door de schuiving).

Horst = opgeheven deel van de aardkorst begrensd door twee parallelle breuken.
Slenk = een gezonken deel van de aardkorst begrensd door parallelle breuken.

SiO2 = kiezelzuur.
Basaltisch vulkanisme: weinig kiezelzuur.
- Lava is vloeibaar en stroomt ver weg.
- Opgeloste gassen ontwijken snel.
- Erupties zijn zelden explosief.
- Vorming van schildvulkanen en slakkenkegels.
Schildvulkaan: meer kracht van uitstoten bij meer gas in de lava.

Andesitisch vulkanisme: gemiddeld kiezelzuur.
- Stroperige lava, minder lavastromen.
- Pyroklastische stromen (hete gaswolken).
- Vorming stratovulkanen, regelmatig explosief.
Stratovulkaan: gelaagde opbouw door afwisseling van asregens, lavastromen en
pyroklastische stromen.

Rhyolitisch vulkanisme: veel kiezelzuur.
- Explosieve erupties, minder lavastromen, veel pyroklastische stromen.
- Extreme landvormen -> caldera’s en domes.
Caldera vormt bij hoge gasdruk, dome vormt bij lage gasdruk.

Vulkanische modderstroom: pyroklastische stroom mengt zich met het water van gletsjers of
rivieren.

Oppervlakkig afstromend water kan sediment transporteren door:
- Neerslag is groter dan de verdamping.
- Er is meer water dan er kan infiltreren.

De potentiële hoeveelheid sediment in transport is afhankelijk van het debiet (m3/s) en het
verhang (m/m), dit is de gradiënt van een waterloop.

Erosiebasis: laagste punt tot waar de rivier kan eroderen (verhang is 0)
$6.60
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
kirsten2005ku

Get to know the seller

Seller avatar
kirsten2005ku Wageningen University
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
2 year
Number of followers
0
Documents
6
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions