100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - Orale infectie I : cariologie (D012648A)

Rating
-
Sold
1
Pages
52
Uploaded on
24-04-2025
Written in
2023/2024

Deze samenvattingen zijn volledig gebaseerd op de lesnotities en dia’s. Ik heb enkel deze gebruikt om me voor te bereiden op het examen – en ik ben ermee geslaagd!

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
April 24, 2025
Number of pages
52
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Content preview

H1: Ecologie van de mond
1. mondgezondheid
= geen pijn, kanker, infecties, parodontale ziektes, tandbederf, tandverlies,… in mond
+ geen andere ziektes die het bijten, kauwen, glimlachen, spreken,… beperken

=> samenspel v pijnvrij, functie, esthetiek, psychosociaal welzijn, levenskwaliteit, gezondheid

• artikel: preventie of behandelen?
o “ indien cariës behandelen bij kleuters, dan groeisnelheid + levenskwaliteit ↑”
o preventie heeft voorkeur op behandelen!
o huidig preventief beleid niet effectief (want steeds veel onbehandelde tandbederf)

• de tandarts?
o werkt technisch => vullingen, verzegelingen, implantaten,…
o maar OOK preventief => rookstop, voedingsadvies, poetsinstructies,…

o tandarts kan oplossen, maar indien patiënt niet meewerkt => probleem terug!
▪ dus patiënt proberen meekrijgen (laten leren wat hij moet doen)

2. defecten in glazuur
• cariës:
o bacteriële fermentatie v voedingskoolhydraten
o koolhydraten uit voedsel afbreken + omzetten in zuren als bijproduct
o gevolg => lokale vernietiging v tandharde weefsels door

• andere defecten:
o erosie => langzaam oplossen v tandglazuur (bv. zure drank)
o attritie => slijtage (bv. knarsen)
o abrasie => schade dr vreemde vwp (bv. poetstrauma)
o abfractie => afsrpingen stukjes glazuur dr koude

• ontwikkelingsdefecten (aangeboren):
o hypoplasie => lage glazuurontwikkeling  putjes, groeven, onregelmatigheden op tandopp.
o hypomineralisatie => lage mineralisatie  zwakkere, meer poreuze tanden, vatbaarder voor cariës


3. ecologie v/d mond
• wisselwerking tss ≠ organismen met hun levensgemeenschappen (= ecologisch systeem)
o in mond => wisselwerking tss bacterien en andere factoren (EW, tandweefsel, speeksel, tong,…)

3.1. tanden
3.1.1. macromorfologie
• afh. v leeftijd, cariës ontwikkeld zich op:
o melkgebit => approximaal, occlusaal, gladde vlakken (zeldzaam)
o definitief gebit => approximaal, occlusaal, formaen caecum
o ouderen => + ook wortelopp.




1

, • locatie cariës; vooral waar voedselresten (plaque) blijft hangen
o op gladde plaatsen => zeldzaam cariës!
o op incisale randen => nooit; want ST maken constant
contact met lippen, tong
o op occlusale vlak:
▪ A) interlobulaire groeven
▪ B) fossa
▪ C) formaen caecum
▪ D) inter- en marginosegmentale groeven
=> algemeen; cariës voornamelijk aan brede fissuren en centrale fossae!

o op approximale vlak:
▪ waar tanden elkaar raken; hoe meer raken, hoe groter kans op cariës
▪ belangrijke factoren:
• breedte + locatie tand => molaren breder dan premolaren; dus ↑cariës
• curvatuur (= approximale concavitiet) => meer convex?  minder contact  caries↓
• aanwezigheid margino-segmentale groeve => meer plaque  cariës↑

o cervicale glazuur-dentine-grens (= CEJ: cement-enamel-junction):
▪ cariës thv gezonde marginale gingiva (dus geen teruggetrokken tandvlees)
▪ onregelmatig en ruw
▪ plaque perfect poetsbaar => dus bij patiënten die NIET (goed) poetsen

o op wortels:
▪ bij oudere patiënten => tandvlees terugtrekken, dus cariës op wortel (niet op CEJ)
▪ op wortel => geen promotie (bevorderen) v plaquestagnatie (beweging)
▪ op gingiva => wel!

3.1.2. glazuur (zie histo)
• chemische opbouw/structuur v apatietkristallen
o hydroxyapatiet HAP (= kleinste eenheid van een glazuurkristal)
▪ is een calciumfosfaat Ca5(PO4)3(OH)
▪ OH-ionen kunnen partieel vervangen w door andere ionen
• bv. door fluoride => fluorapatiet
o kirstalstructuur stabieler maken; minder oplosbaar dan HAP
o zeldzaam in mens (bij geboorte geen F) => op tanden plaatsen tijdens leven…
• algemeen:
o pH < 5,5? => glazuur lost op
o bevat HAP (hyrdoxy), FHAP (fluoride), CHAP (carbonaat), MHAP (magnesium)
▪ inhoud kristal bepaalt oplosbaarheid: FHAP > HAP > CHAP en MHAP

3.1.3. dentine en pulpa (zie histo)
• sensatie:
o glazuur avitaal => nooit pijn!
o dentine en pulpa vitaal => pijngevoelig!
▪ minder anorganisch materiaal dan glazuur
▪ hogere oplosbaarheid in zuur => cariës progressiever

3.1.4. cementum
• minst gemineraliseerd harde tandweefsel; dus direct weg indien blootliggen => dentine komt vrij (zie 3.3.1)
• rol spelen in aanhechting parodontaal ligament
• indien abrasie (bij ouderen), dan hoge cariësrisico


2

,H2: speeksel
1. speekselproductie & speekselklieren
• algemene functie => belangrijk bij spreken, slikken, eten, proeven + BESCHERMING v/h gebit!
• gemaakt dr speekselklieren:
o glandula parotidea => sereus (lopend) + amylase
o glandula submandibularis => viskeus (dikker)+ mucine (lubricans => mond smeren; alles glad)
o glandula sublingualis => viskeus
o + kleine verspreide (tong, lippen, palatum)

• hoeveelheid:
o 0,5 à 1L/dag
o ongestimuleerd (gedurende 1min in potje spuwen) => 0,3 mL/min -> 2/3de is submandibulair
o gestimuleerd (kauwen en in potje spuwen) => 4 à 5 mL/min -> 50% parotis, 35% submandibularis
o tijdens slaap, zeer weinig! => belang tanden poetsen voor het slapen!
o 10% v totale speeksel => uit andere kleine mucosale speekselklieren (zie hierboven)

• kauwen (zoet!) stimuleert speekselsecretie:
o spoelen met suikerwater  pH drop door verzuring v plaque
▪ zonder kauwen
• in BK => duurt lang tot pH gestabiliseerd (want minder speeksel)
• in OK => sneller stabiliseren (want meer speeksel)
▪ met kauwen; pH veel sneller stabiliseren

o toepassing: het oplossen en eliminatie v substanties in orale caviteit
▪ 2 personen drinken suikerwater
▪ persoon 1 meer/beter speeksel dan persoon 2
• suikerconcentratie daalt trager
• pH blijft lager
=> besluit: persoon 2 heeft hogere cariësrisico

2. samenstelling & functie
• >99% water:
o klaring => afvalstoffen en voeding wegspoelen
o voedsel oplossen
o GEEN vertering; wel beetje amylase (zetmeel verteren)
o bolusformatie faciliteren
o dilutie detritus => afvalstoffen oplossen
o lubricatie v zachte weefsel => smeermiddel
o masticatie (kauwen), slikken, spreken,… faciliteren

• overige 1%: anorganische constituenten => elektrolyten
o belangrijk in cariologie:
▪ van nature in mond => calcium, anorganisch fosfaat, bicarbonaat
▪ via tandpasta => fluoride




1

, o functie:
1) suprasaturatie v calcium en fosfaat tegenover HAP onderhouden
▪ = oplossing heeft meer vaste stof dan normaal opgelost kan worden
▪ 3 mogelijke scenario’s:
• ondersaturatie => HAP lost op
• saturatie => neerslag vorming
• supersaturatie => extreem veel calciumfosfaat;
• reserve om tanden te remineraliseren na zure aanval
2) zuren door buffering neutraliseren
▪ fosfaatbuffer
• als eerste gebruikt (vooral bij hoge pH)
• binnen fysiologische pH (6 à 7,5) => fosfaat als H2PO4- en HPO42-

▪ bicarbonaatbuffer
• als 2de gebruikt (tem pH 5,5)
• 90% v buffercapaciteit
• hoe meer speeksel, hoe meer bicarbonaat
• gebeurd in cellen/afvoerkanalen v speekselklieren (mbv koolzuuranhydrase)
• reactie:

▪ H+ = zuur uit voeding + bacterie
▪ HCO3- = bicarbonaat in mond (= buffer)
▪ H2CO3 = niet stabiel, omzetten in H2O (in lucht) en CO2 (in lucht)
=> bij toenemende zuur (H+), dan reactie naar LINKS!

▪ lagere buffercapaciteit:
• kritische pH = 5,5; indien lager, dan bovenstaande buffers niet meer functioneel
=> zuren w niet meer gebufferd!!

o andere pH verhogende stoffen:
▪ ureum (in kauwgom)
▪ ammonia (afvalproducten v sommige bact.)
▪ sialine

o Staphan curve:
▪ weergeeft pH verloop in plaque na suikerinname
A) suiker opnemen
B) pH afname; bacterie zetten suikers om in zuren
C) onder kritische pH (5,5) komen
D) langzame herstel nr fysiologische pH (50 min.)
<=> in speeksel: enkele minuten door buffers



o ≠ samenstelling in ≠ klieren:
▪ parotisklier => concentratie elektrolyten afh. v speekselvloed
• speekselstimulatie↑ => [elektrolyten]↑ (!! uitz. => [fosfaat]↓)

▪ submandibulaire/sublinguale klier => idem
• + speekselstimulatie↑ => long strength↑
o = hoelang opl. in supersaturatie kan blijven voor neerslagvorming
o langere LS => grotere kans op tandsteenvorming (want [calciumfosfaat]↑)
2
$25.00
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
derdemolaar Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
10
Member since
8 months
Number of followers
0
Documents
16
Last sold
2 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions