ONDERZOEKSVAARDIGHEDEN
Hoofdstuk 1: Basisbegrippen
Kern van onderzoek:
Ieder onderzoek heeft een doel om de onderzoeksvragen te beantwoorden met behulp van
onderzoeksmethoden
1.1. Wetenschappelijk verantwoord onderzoek
Onderzoekers stellen voortdurend vragen over verschijnselen
Zoeken antwoord op die vragen door de verschijnselen te beschrijven/verklaren
- Verklaren: onderzoekers gebruiken bestaande kennis om tot nieuwe inzichten te komen in
hun bevindingen, of om met behulp van hun bevindingen nieuwe kennis te ontwikkelen
Vb. p15
Moet duidelijk nagaan:
- wat wil onderzoeken
- bij wie onderzoeken Eenvoudige vragen, moeilijk te beantwoorden
- hoe onderzoeken gespecialiseerde kennis nodig
moet zich aan logisch, systematisch stappenplan houden
zo betrouwbare en valide conclusies
belangrijk: open en transparante werkwijze hanteren
- nauwkeurig en gedetailleerd weergeven hoe te werk gaan
- Elke stap uitvoerig uitwerken en motiveren
Bij goed onderzoek: literatuurstudie voorafgaan
- reeds bestaand onderzoek over onderzoeksonderwerp, aanpak en bevindingen bestuderen
zo onderwerp theoretisch onderbouwen, verfijnen
DEFINITIE:
Onderzoek is een doelgericht proces waarbij men op een systematische manier op basis v.e.
onderzoekontwerp, data verzamelt en analyseert, om op een betrouwbare en valide wijze
onderzoeksvragen te beantwoorden die deel uitmaken v.e. probleemstelling
nt vanbuiten kennen, wel weten vb. stappen
- Onderzoek is doelgericht
- Doel: onderzoeksvragen beantwoorden
- Onderwerp afgebakend door probleemstelling op te stellen
- Systematisch: onderscheidt onderzoek van dagelijkse observaties
- Na uitwerken vastgelegd onderzoeksontwerp: dataverzameling en data-analyse
- Basisvereisten onderzoek: betrouwbaar en validiteit
1
, Stappen in een onderzoek:
1. probleemstelling formuleren: context waarbinnen onderzoeksvraag tot stand komt, situeren
v. onderzoeksvraag, onderzoeksvraag en doel realiseren
2. onderzoeksontwerp: werk/denkwijze bepalen
3. dataverzameling: info, gegevens verzamelen
4. data-analyse
5. rapportage: rapportage met conclusie/ antwoord op onderzoeksvraag
moet betrouwbaar en valide zijn
Wetenschappelijke eisen:
- Betrouwbaarheid
- Validiteit
- Bruikbaarheid
1.2. Soorten onderzoek
Maken indeling naar doel, grondvormen en tijdsperspectieven
1.2.1. Verschillende doelen: fundamenteel en praktijkgericht onderzoek
1.2.1.1. Fundamenteel onderzoek:
Theoriegericht
beantwoord vragen die gn onmiddellijke meerwaarde hebben voor praktijk
Ontwikkelen van nieuwe, algemene kennis
bijdragen aan de wetenschap (begrip)
Vb. kennis opdoen corona
1.2.1.2. Praktijkgericht onderzoek
Toegepast onderzoek
Levert kennis op die mens in staat stelt maatschappelijke verschijnselen te analyseren,
beïnvloeden en te veranderen
Opdrachtgever: vaak organisaties, bedrijven, federale, regionale en lokale overheden
Toepassen van wetenschappelijke kennis
vragen uit praktijk beantwoorden (doen)
Vb. inzichten toepassen in ziekenhuis
Actie-onderzoeker: onderzoeker zelf wordt betrokken in uitvoering van zijn aanbevelingen
Beide onderzoeken:
- Volgens wetenschappelijke aanpak
systematisch stappenplan
- Voldoen aan wetenschappelijke verantwoorde criteria
onderzoeksvaardigheden nodig
1.2.2. Verschillende grondvormen
Kwantitatief onderzoek (vb. p20)
2
, - Onderzoek in breedte, algemeen beeld schetsen (gehele populatie)
- Om feiten, gebeurtenissen, meningen, attitudes te beschrijven
- Vb. enquête, experimenten
- Groot aantal onderzochten, grote steekproef, grote groep
willen interpretatie doortrekken naar gehele populatie
- Interpretatie v. cijfermateriaal
info omgezet in cijfermateriaal, statische analyses
Kwalitatief onderzoek (vb. p21)
- Onderzoek in diepte, gn algemeen beeld nodig, wel details
- Subjectief: meningen attitudes, gedachten
- Vb. interview, focusgroep, observatie
- Kleine aantal onderzochten, kleine groep
- Streeft naar diversiteit in doelgroep, rijkdom aan info
- Interpretatie v. taal, gn cijfermateriaal
inhoudsanalyses
Beide grondvormen zijn gelijkwaardige vormen
Beschouwt als complementair, vullen elkaar aan
Kunnen beide vormen in 1 onderzoek gebruiken
1.2.3. Verschillende tijdsperspectieven
Cross-sectioneel onderzoek
- Eenmalige, op bepaald tijdstip onderzocht
Longitudinaal onderzoek
- Langer doorheen tijd onderzocht
- Meerdere onderzoeksmomenten ingelast
kan gespreid over 1 week, maand, jaar,…
- Onderscheid binnen longitudinaal onderzoek:
o Trendonderzoek:
Onderzoek op regelmatige tijdstippen, bij verschillende doelgroepen
o Panelonderzoek:
Onderzoek op regelmatige tijdstippen bij dezelfde doelgroep
1.3. Eisen aan onderzoek
1.3.1. wetenschappelijke eisen
Zie vb. dia’s
1.3.1.1. empirisch
Onderwerp moet onderzoekbaar zijn, zintuigelijk waarneembaar
Falsieerbaar/ weerlegbaar
3
, door onderzoek te doen moet hypothese bevestigd of weerlegt/aangepast worden
Probabilisme vs. determinisme
- Probabilisme: (= kans)
Vb. mensen die roken hebben hogere kans op longkanker
- Determinisme: (= vaststaand)
Vb. mensen die roken krijgen longkanker
1.3.1.2. Onafhankelijkheid
Onafhankelijke opdrachtgever en onderzoeker
- Gn persoonlijke voordelen die onderzoek sturen
- Gn vooropgezette mening die onderzoek stuurt
Mag onderzoek nt in bepaalde richting sturen
- Kan vb. door manier v. vraag stellen
Vb. vonden jullie h. lessenrooster ook niet te druk
Mag onderzoek starten vanuit hypothese/veronderstelling
op einde zeggen of hypothese klopt of niet, eigen visie weergeven
Rest van proces moet correct verlopen
1.3.1.3. Bettrouwbaarheid
Als je het onderzoek op dezelfde manier over zou doen, zou dit (ongeveer) dezelfde resultaten
moeten opleveren (exactheid)
- Onderzoeksresultaten nt toevallig
- Betrouwbaarheid kan in gevaar komen door toevalsfouten
moet onafhankelijk zijn van toeval
Vb. onderzoek bij een te kleine groep
- Hoe kleiner kans op toevalsfouten, hoe betrouwbaarder
Als onderzoek nt betrouwbaar is, kan h. nt valide zijn
- Ook nt omdat betrouwbaar is dat h. ook valide is
om toeval te voorkomen:
- onderzoeker nauwkeurig te werk gaan: duidelijk aangeven wat, wanneer en met wie
onderzoeken
- vooraf gedetailleerd plan v. aanpak, onderzoeksplan uitschrijven en motiveren
1.3.1.4. Validiteit
= geldigheid
elk onderzoek zou ‘correcte’ resultaten moeten opleveren: je moet meten wat je wil
(correctheid)
4
Hoofdstuk 1: Basisbegrippen
Kern van onderzoek:
Ieder onderzoek heeft een doel om de onderzoeksvragen te beantwoorden met behulp van
onderzoeksmethoden
1.1. Wetenschappelijk verantwoord onderzoek
Onderzoekers stellen voortdurend vragen over verschijnselen
Zoeken antwoord op die vragen door de verschijnselen te beschrijven/verklaren
- Verklaren: onderzoekers gebruiken bestaande kennis om tot nieuwe inzichten te komen in
hun bevindingen, of om met behulp van hun bevindingen nieuwe kennis te ontwikkelen
Vb. p15
Moet duidelijk nagaan:
- wat wil onderzoeken
- bij wie onderzoeken Eenvoudige vragen, moeilijk te beantwoorden
- hoe onderzoeken gespecialiseerde kennis nodig
moet zich aan logisch, systematisch stappenplan houden
zo betrouwbare en valide conclusies
belangrijk: open en transparante werkwijze hanteren
- nauwkeurig en gedetailleerd weergeven hoe te werk gaan
- Elke stap uitvoerig uitwerken en motiveren
Bij goed onderzoek: literatuurstudie voorafgaan
- reeds bestaand onderzoek over onderzoeksonderwerp, aanpak en bevindingen bestuderen
zo onderwerp theoretisch onderbouwen, verfijnen
DEFINITIE:
Onderzoek is een doelgericht proces waarbij men op een systematische manier op basis v.e.
onderzoekontwerp, data verzamelt en analyseert, om op een betrouwbare en valide wijze
onderzoeksvragen te beantwoorden die deel uitmaken v.e. probleemstelling
nt vanbuiten kennen, wel weten vb. stappen
- Onderzoek is doelgericht
- Doel: onderzoeksvragen beantwoorden
- Onderwerp afgebakend door probleemstelling op te stellen
- Systematisch: onderscheidt onderzoek van dagelijkse observaties
- Na uitwerken vastgelegd onderzoeksontwerp: dataverzameling en data-analyse
- Basisvereisten onderzoek: betrouwbaar en validiteit
1
, Stappen in een onderzoek:
1. probleemstelling formuleren: context waarbinnen onderzoeksvraag tot stand komt, situeren
v. onderzoeksvraag, onderzoeksvraag en doel realiseren
2. onderzoeksontwerp: werk/denkwijze bepalen
3. dataverzameling: info, gegevens verzamelen
4. data-analyse
5. rapportage: rapportage met conclusie/ antwoord op onderzoeksvraag
moet betrouwbaar en valide zijn
Wetenschappelijke eisen:
- Betrouwbaarheid
- Validiteit
- Bruikbaarheid
1.2. Soorten onderzoek
Maken indeling naar doel, grondvormen en tijdsperspectieven
1.2.1. Verschillende doelen: fundamenteel en praktijkgericht onderzoek
1.2.1.1. Fundamenteel onderzoek:
Theoriegericht
beantwoord vragen die gn onmiddellijke meerwaarde hebben voor praktijk
Ontwikkelen van nieuwe, algemene kennis
bijdragen aan de wetenschap (begrip)
Vb. kennis opdoen corona
1.2.1.2. Praktijkgericht onderzoek
Toegepast onderzoek
Levert kennis op die mens in staat stelt maatschappelijke verschijnselen te analyseren,
beïnvloeden en te veranderen
Opdrachtgever: vaak organisaties, bedrijven, federale, regionale en lokale overheden
Toepassen van wetenschappelijke kennis
vragen uit praktijk beantwoorden (doen)
Vb. inzichten toepassen in ziekenhuis
Actie-onderzoeker: onderzoeker zelf wordt betrokken in uitvoering van zijn aanbevelingen
Beide onderzoeken:
- Volgens wetenschappelijke aanpak
systematisch stappenplan
- Voldoen aan wetenschappelijke verantwoorde criteria
onderzoeksvaardigheden nodig
1.2.2. Verschillende grondvormen
Kwantitatief onderzoek (vb. p20)
2
, - Onderzoek in breedte, algemeen beeld schetsen (gehele populatie)
- Om feiten, gebeurtenissen, meningen, attitudes te beschrijven
- Vb. enquête, experimenten
- Groot aantal onderzochten, grote steekproef, grote groep
willen interpretatie doortrekken naar gehele populatie
- Interpretatie v. cijfermateriaal
info omgezet in cijfermateriaal, statische analyses
Kwalitatief onderzoek (vb. p21)
- Onderzoek in diepte, gn algemeen beeld nodig, wel details
- Subjectief: meningen attitudes, gedachten
- Vb. interview, focusgroep, observatie
- Kleine aantal onderzochten, kleine groep
- Streeft naar diversiteit in doelgroep, rijkdom aan info
- Interpretatie v. taal, gn cijfermateriaal
inhoudsanalyses
Beide grondvormen zijn gelijkwaardige vormen
Beschouwt als complementair, vullen elkaar aan
Kunnen beide vormen in 1 onderzoek gebruiken
1.2.3. Verschillende tijdsperspectieven
Cross-sectioneel onderzoek
- Eenmalige, op bepaald tijdstip onderzocht
Longitudinaal onderzoek
- Langer doorheen tijd onderzocht
- Meerdere onderzoeksmomenten ingelast
kan gespreid over 1 week, maand, jaar,…
- Onderscheid binnen longitudinaal onderzoek:
o Trendonderzoek:
Onderzoek op regelmatige tijdstippen, bij verschillende doelgroepen
o Panelonderzoek:
Onderzoek op regelmatige tijdstippen bij dezelfde doelgroep
1.3. Eisen aan onderzoek
1.3.1. wetenschappelijke eisen
Zie vb. dia’s
1.3.1.1. empirisch
Onderwerp moet onderzoekbaar zijn, zintuigelijk waarneembaar
Falsieerbaar/ weerlegbaar
3
, door onderzoek te doen moet hypothese bevestigd of weerlegt/aangepast worden
Probabilisme vs. determinisme
- Probabilisme: (= kans)
Vb. mensen die roken hebben hogere kans op longkanker
- Determinisme: (= vaststaand)
Vb. mensen die roken krijgen longkanker
1.3.1.2. Onafhankelijkheid
Onafhankelijke opdrachtgever en onderzoeker
- Gn persoonlijke voordelen die onderzoek sturen
- Gn vooropgezette mening die onderzoek stuurt
Mag onderzoek nt in bepaalde richting sturen
- Kan vb. door manier v. vraag stellen
Vb. vonden jullie h. lessenrooster ook niet te druk
Mag onderzoek starten vanuit hypothese/veronderstelling
op einde zeggen of hypothese klopt of niet, eigen visie weergeven
Rest van proces moet correct verlopen
1.3.1.3. Bettrouwbaarheid
Als je het onderzoek op dezelfde manier over zou doen, zou dit (ongeveer) dezelfde resultaten
moeten opleveren (exactheid)
- Onderzoeksresultaten nt toevallig
- Betrouwbaarheid kan in gevaar komen door toevalsfouten
moet onafhankelijk zijn van toeval
Vb. onderzoek bij een te kleine groep
- Hoe kleiner kans op toevalsfouten, hoe betrouwbaarder
Als onderzoek nt betrouwbaar is, kan h. nt valide zijn
- Ook nt omdat betrouwbaar is dat h. ook valide is
om toeval te voorkomen:
- onderzoeker nauwkeurig te werk gaan: duidelijk aangeven wat, wanneer en met wie
onderzoeken
- vooraf gedetailleerd plan v. aanpak, onderzoeksplan uitschrijven en motiveren
1.3.1.4. Validiteit
= geldigheid
elk onderzoek zou ‘correcte’ resultaten moeten opleveren: je moet meten wat je wil
(correctheid)
4