Kenmerkende Aspecten 18 t/m 50
Tijdvak 5: Ontdekkers en Hervormers (1500–1600)
18. Het begin van de Europese overzeese expansie.
- Europese landen als Spanje en Portugal gingen op ontdekkingsreis, stichtten
kolonies en handelsposten.
19. Het veranderde mens- en wereldbeeld van de Renaissance en het begin van
een nieuwe wetenschappelijke belangstelling.
- De mens en het aardse leven kwamen centraal te staan, met hernieuwde
belangstelling voor wetenschap en kunst.
20. De Reformatie die splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had.
- Kritiek op de katholieke kerk leidde tot de splitsing in katholieken en protestanten.
21. De Opstand en het ontstaan van een onafhankelijke Nederlandse staat.
- De opstand tegen Spanje leidde tot het ontstaan van de onafhankelijke Republiek
der Zeven Verenigde Nederlanden.
22. De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid.
- Kunst, architectuur en wetenschap werden opnieuw geïnspireerd door de
Grieks-Romeinse cultuur.
Tijdvak 6: Regenten en Vorsten (1600–1700)
23. Het streven van vorsten naar absolute macht.
- Koningen, zoals Lodewijk XIV, streefden naar absolute macht op basis van goddelijk
recht.
24. De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel
opzicht van de Nederlandse Republiek.
- Nederland had een unieke staatsvorm zonder koning, bloeide economisch, cultureel
en wetenschappelijk.
25. Het ontstaan van wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin
van een wereldeconomie.
- Door handelskapitalisme ontstond een wereldeconomie, met de VOC en WIC als
belangrijke spelers.
26. De wetenschappelijke revolutie.
- Wetenschap werd gebaseerd op observatie, experimenten en logisch redeneren.
Tijdvak 5: Ontdekkers en Hervormers (1500–1600)
18. Het begin van de Europese overzeese expansie.
- Europese landen als Spanje en Portugal gingen op ontdekkingsreis, stichtten
kolonies en handelsposten.
19. Het veranderde mens- en wereldbeeld van de Renaissance en het begin van
een nieuwe wetenschappelijke belangstelling.
- De mens en het aardse leven kwamen centraal te staan, met hernieuwde
belangstelling voor wetenschap en kunst.
20. De Reformatie die splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had.
- Kritiek op de katholieke kerk leidde tot de splitsing in katholieken en protestanten.
21. De Opstand en het ontstaan van een onafhankelijke Nederlandse staat.
- De opstand tegen Spanje leidde tot het ontstaan van de onafhankelijke Republiek
der Zeven Verenigde Nederlanden.
22. De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid.
- Kunst, architectuur en wetenschap werden opnieuw geïnspireerd door de
Grieks-Romeinse cultuur.
Tijdvak 6: Regenten en Vorsten (1600–1700)
23. Het streven van vorsten naar absolute macht.
- Koningen, zoals Lodewijk XIV, streefden naar absolute macht op basis van goddelijk
recht.
24. De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel
opzicht van de Nederlandse Republiek.
- Nederland had een unieke staatsvorm zonder koning, bloeide economisch, cultureel
en wetenschappelijk.
25. Het ontstaan van wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin
van een wereldeconomie.
- Door handelskapitalisme ontstond een wereldeconomie, met de VOC en WIC als
belangrijke spelers.
26. De wetenschappelijke revolutie.
- Wetenschap werd gebaseerd op observatie, experimenten en logisch redeneren.