Inhoud
M1 frequentiematen van ziekte.............................................................................................................1
Opdracht 1..........................................................................................................................................2
Opdracht 2..........................................................................................................................................2
Opdracht 3..........................................................................................................................................3
Opdracht 4..........................................................................................................................................3
M2/01 Onderzoeksdesign & associatiematen........................................................................................4
Deel 1.................................................................................................................................................4
Deel 2.................................................................................................................................................5
Opdracht 1......................................................................................................................................5
Opdracht 2......................................................................................................................................6
Opdracht 3......................................................................................................................................6
Opdracht 4......................................................................................................................................7
M3; vertekeningen & gestratificeerde analyse.......................................................................................8
Opdracht 1..........................................................................................................................................8
opdracht 2..........................................................................................................................................9
Opdracht 3..........................................................................................................................................9
Opgave 4...........................................................................................................................................11
M4 kritisch lezen van een wetenschappelijk artikel..............................................................................13
M1 frequentiematen van ziekte
,Opdracht 1
a. Eerste helft 2e maand: 3/6 = 0,500 (50%)
Tweede helft 4e maand: 1/6 = 0,167 (16,7%)
b. Momentopname
c. Open
d. Groen veld = gezond alle velden optellen: 29 maanden
e. 5 want er zijn 3 gevallen die meteen ziek zijn
f. ID: 5/29 = 0,172 maand-1
g. Omdat er sprake is van een open (dynamische) populatie i.p.v. een gesloten populatie
(cohort)
Incidentiedichtheid (ID) = aantal nieuwe gevallen/totale persoonstijd at risk
Opdracht 2
a. 0-10 jr: CI: 100/34440 (x100%) = 0,0029 (0,29%)
11-20 jr: CI: 120/(34440 – 4600 – 95) = 0,0040
Populatie at risk = 34440 – 4600 = 29840 hoeveel daarvan hebben longkanker?
Aanname: nieuwe gevallen van longkanker uniform ontstaan in eerste 10 jaar, dus 50% is ontstaan in
periode 0-5 jaar (N=50) en 50% in periode 6-10 jaar (N=50)
5=jaar letaliteit 10%: 90% van N=50 in 0-5 jaar overleeft en 100% van N=50 in 6-10 jaar 95
personen hebben onder deze aanname longkanker bij start van periode 2
21-30 jr: CI: 130/ (34440 – 4600 – 5500 – 190) = 0,0054
Totaal aantal prevalente gevallen N=190
b. 0-10 jr: CI: 4600/34440 = 0,134
11-20 jr: CI: 5500/ (34440 – 4600) = 0,184
21-30 jr: CI: 6250/ (34440 – 4600 – 5500) = 0,257
c. 350/34440 = 0,010 1% per 30 jaar
0,33% per 10 jaar
Komt niet overeen met antwoorden bij a.
Gemiddelde risico per 10 jaar laat niet variatie in risico zien gedurende de 30 jaar follow-up
d. Vraag a. accurater omdat de invloed van stijgende leeftijd en langdurigere bloostelling aan
risicofactoren beter wordt weergeven wanneer per periode het risico wordt bepaald
e. Dat er geen loss to follow-up is opgetreden t.g.v. andere redenen dan overlijden
, f. ID zou voorkeur hebben gehad
g. Totale persoonstijd at risk
Opdracht 3
a. Duidelijk zichtbaar toenemende trend
b. Gemiddeld risico op borstkanker neemt toe over de tijd
Daling rond 2020 door covid-19 bevolkingsonderzoek tijdelijk stopgezet
c. Verandering in diagnostische procdurec
- Verandering in het voorkomen van risicofactoren voor borstkanker
- Verandering in ‘public awareness’ in de algemene bevolking, waardoor sneller een
huisarts/pecialist wordt opgezocht
- Verandering in registratieprocedures
- Tijdelijk externe invloeden op de gezondheidszorg
d. Mortaliteit t.g.v. borstkanker afgenomen gedurende afgelopen 33 jaar
5-jaars prevalentie van borstkanker (enorm) toegenomen gedurende afgelopen 3- jaar want betere
behandeling dus meer mensen overlijden niet
e. Prevalentie = incidentie x ziekteduur
Aantal bestaande gevallen van ziekte op een gegeven moment wordt bepaald door aantal nieuwe
gevallen dat erbij komt (inflow) en aantal gevallen dat wegvalt (outflow)
Opdracht 4
a. 2017: 60/715 (x100%) = 0,084 (8,4%)
2018: (60 - 40 + 17)/659 (x100%) = 0,053 (5,3%)
b. Begin populatie + eindpopulatie / 2
Periodeprevalentie: (60 + 70) / ((715+695)/2) = 77/705 = 0,109 (10,9%)
c. Open populatie
Mensen komen in verzorgingshuis terecht en vertrekken ook weer of overlijden
d. Aantal nieuwe cases = 17
Persoonstijd = begin 2017: N at risk = (715 – 60 denebtue) = 655
Eind 2017: N at risk = (695 – 20dementie bestaand – 17nieuwe gevallen) 658
Dus de mid-term populatie at risk = (655+658)/ 2 = 656.5
ID = ,5 = 0,026 jr-1
e. De oldenhaag
M1 frequentiematen van ziekte.............................................................................................................1
Opdracht 1..........................................................................................................................................2
Opdracht 2..........................................................................................................................................2
Opdracht 3..........................................................................................................................................3
Opdracht 4..........................................................................................................................................3
M2/01 Onderzoeksdesign & associatiematen........................................................................................4
Deel 1.................................................................................................................................................4
Deel 2.................................................................................................................................................5
Opdracht 1......................................................................................................................................5
Opdracht 2......................................................................................................................................6
Opdracht 3......................................................................................................................................6
Opdracht 4......................................................................................................................................7
M3; vertekeningen & gestratificeerde analyse.......................................................................................8
Opdracht 1..........................................................................................................................................8
opdracht 2..........................................................................................................................................9
Opdracht 3..........................................................................................................................................9
Opgave 4...........................................................................................................................................11
M4 kritisch lezen van een wetenschappelijk artikel..............................................................................13
M1 frequentiematen van ziekte
,Opdracht 1
a. Eerste helft 2e maand: 3/6 = 0,500 (50%)
Tweede helft 4e maand: 1/6 = 0,167 (16,7%)
b. Momentopname
c. Open
d. Groen veld = gezond alle velden optellen: 29 maanden
e. 5 want er zijn 3 gevallen die meteen ziek zijn
f. ID: 5/29 = 0,172 maand-1
g. Omdat er sprake is van een open (dynamische) populatie i.p.v. een gesloten populatie
(cohort)
Incidentiedichtheid (ID) = aantal nieuwe gevallen/totale persoonstijd at risk
Opdracht 2
a. 0-10 jr: CI: 100/34440 (x100%) = 0,0029 (0,29%)
11-20 jr: CI: 120/(34440 – 4600 – 95) = 0,0040
Populatie at risk = 34440 – 4600 = 29840 hoeveel daarvan hebben longkanker?
Aanname: nieuwe gevallen van longkanker uniform ontstaan in eerste 10 jaar, dus 50% is ontstaan in
periode 0-5 jaar (N=50) en 50% in periode 6-10 jaar (N=50)
5=jaar letaliteit 10%: 90% van N=50 in 0-5 jaar overleeft en 100% van N=50 in 6-10 jaar 95
personen hebben onder deze aanname longkanker bij start van periode 2
21-30 jr: CI: 130/ (34440 – 4600 – 5500 – 190) = 0,0054
Totaal aantal prevalente gevallen N=190
b. 0-10 jr: CI: 4600/34440 = 0,134
11-20 jr: CI: 5500/ (34440 – 4600) = 0,184
21-30 jr: CI: 6250/ (34440 – 4600 – 5500) = 0,257
c. 350/34440 = 0,010 1% per 30 jaar
0,33% per 10 jaar
Komt niet overeen met antwoorden bij a.
Gemiddelde risico per 10 jaar laat niet variatie in risico zien gedurende de 30 jaar follow-up
d. Vraag a. accurater omdat de invloed van stijgende leeftijd en langdurigere bloostelling aan
risicofactoren beter wordt weergeven wanneer per periode het risico wordt bepaald
e. Dat er geen loss to follow-up is opgetreden t.g.v. andere redenen dan overlijden
, f. ID zou voorkeur hebben gehad
g. Totale persoonstijd at risk
Opdracht 3
a. Duidelijk zichtbaar toenemende trend
b. Gemiddeld risico op borstkanker neemt toe over de tijd
Daling rond 2020 door covid-19 bevolkingsonderzoek tijdelijk stopgezet
c. Verandering in diagnostische procdurec
- Verandering in het voorkomen van risicofactoren voor borstkanker
- Verandering in ‘public awareness’ in de algemene bevolking, waardoor sneller een
huisarts/pecialist wordt opgezocht
- Verandering in registratieprocedures
- Tijdelijk externe invloeden op de gezondheidszorg
d. Mortaliteit t.g.v. borstkanker afgenomen gedurende afgelopen 33 jaar
5-jaars prevalentie van borstkanker (enorm) toegenomen gedurende afgelopen 3- jaar want betere
behandeling dus meer mensen overlijden niet
e. Prevalentie = incidentie x ziekteduur
Aantal bestaande gevallen van ziekte op een gegeven moment wordt bepaald door aantal nieuwe
gevallen dat erbij komt (inflow) en aantal gevallen dat wegvalt (outflow)
Opdracht 4
a. 2017: 60/715 (x100%) = 0,084 (8,4%)
2018: (60 - 40 + 17)/659 (x100%) = 0,053 (5,3%)
b. Begin populatie + eindpopulatie / 2
Periodeprevalentie: (60 + 70) / ((715+695)/2) = 77/705 = 0,109 (10,9%)
c. Open populatie
Mensen komen in verzorgingshuis terecht en vertrekken ook weer of overlijden
d. Aantal nieuwe cases = 17
Persoonstijd = begin 2017: N at risk = (715 – 60 denebtue) = 655
Eind 2017: N at risk = (695 – 20dementie bestaand – 17nieuwe gevallen) 658
Dus de mid-term populatie at risk = (655+658)/ 2 = 656.5
ID = ,5 = 0,026 jr-1
e. De oldenhaag