April 2025
Inclusief Hoorcolleges en Aanvullende Literatuur en Stappenplannen
1
,Inhoudsopgave
Probleem 1.................................................................................................................................................... 4
Leerdoel 1: Wat is opsporing/opsporingsonderzoek, wie is/zijn daarmee belast en waarom kennen we een
dergelijke wettelijke taaktoedeling?....................................................................................................................4
Leerdoel 2: Wanneer begint en eindigt de opsporing?......................................................................................12
Leerdoel 3: Wanneer kan iemand als verdachte worden aangeduid en wat zijn de rechten van de verdachte
tijdens de opsporing?..........................................................................................................................................12
Probleem 2.................................................................................................................................................. 14
Leerdoel 1: Is bijstand door een raadsman voorafgaand aan de zitting in eerste aanleg verplicht en wat is de
taak en positie van de raadsman voorafgaand aan het ottz volgens het Nederlandse strafprocesrecht?.......14
Leerdoel 2: Wanneer mag je een woning betreden en wat voor type bevoegdheid is dit?...............................18
Leerdoel 3: Wanneer mag je een woning doorzoeken en wat voor type bevoegdheid is dit?...........................19
Leerdoel 4: Mag een telefoon in beslag worden genomen en worden doorzocht?...........................................20
Probleem 3.................................................................................................................................................. 24
Leerdoel 1: Wat is vervolging en welke rechtsbescherming biedt het strafprocesrecht de verdachte en
rechtstreeks belanghebbende rond de verschillende vervolgingsbeslissingen?................................................24
Leerdoel 2: Wat is een strafbeschikking en wanneer kan die worden uitgevaardigd?......................................28
Leerdoel 3: Van welke rechten moet de verdachte op de hoogte worden gesteld voorafgaand aan het ottz,
hoe gaat dat in zijn werk en welke rechten kan hij voorafgaand aan de zitting uitoefenen?...........................31
Leerdoel 4: Mag correspondentie tussen raadsman en cliënt in beslag worden genomen en onderdeel uit
(gaan) maken van het dossier?..........................................................................................................................40
Probleem 4.................................................................................................................................................. 41
Leerdoel 1: Hoe wordt het ottz genormeerd?....................................................................................................41
Leerdoel 2: Is verschijning en verdediging in eerste aanleg verplicht en wat is de taak en de positie van de
raadsman op het ottz volgens het Nederlandse strafprocesrecht?...................................................................42
Leerdoel 3: Op welke manier worden door de rechters getuigen en deskundigen geselecteerd en waarvoor
kunnen zij worden gehoord?..............................................................................................................................45
Leerdoel 4: Waarom heeft het slachtoffer ook een rol in het ottz en wat houdt deze rol precies in?...............47
Probleem 5.................................................................................................................................................. 51
Leerdoel 1: Wat zijn de belangrijkste kenmerken van het Nederlands wettelijk bewijsstelsel (wbs)?..............51
Leerdoel 2: Wat is het onmiddellijkheidsbeginsel?............................................................................................55
Leerdoel 3: Welke wettige bewijsmiddelen kent het wbs?.................................................................................56
Leerdoel 4: Welke bewijsminimumregels kent het wbs?...................................................................................58
Probleem 6.................................................................................................................................................. 60
Leerdoel 1: In hoeverre kunnen aan onrechtmatig handelen van de overheid in het voorbereidend onderzoek
consequenties worden verbonden?....................................................................................................................60
Toepassingsopdracht probleem 6......................................................................................................................74
Probleem 7.................................................................................................................................................. 77
2
, Leerdoel 1: Wat moet in het vonnis worden opgenomen?................................................................................77
Leerdoel 2: Wat moet in het vonnis worden gemotiveerd?...............................................................................80
Leerdoel 3: Wat is de functie van dit motiveren.................................................................................................89
Toepassingsopdracht probleem 7......................................................................................................................93
Hoorcollege................................................................................................................................................. 97
Week 1: Inleiding en Actoren..............................................................................................................................97
Week 2: Voorbereidend onderzoek en Internationaal strafrecht.....................................................................103
Week 3: Onderzoek ter terechtzitting en Procesafspraken..............................................................................112
Week 4: Bewijs, ondervragingsrecht en vormverzuim.....................................................................................121
Week 5: Beslissen & motiveren en Rechtsmiddelen.........................................................................................129
Aanvullende literatuur............................................................................................................................... 141
Week 2:.............................................................................................................................................................141
Week 3:.............................................................................................................................................................144
Week 4:.............................................................................................................................................................147
3
, Probleem 1
Leerdoel 1: Wat is opsporing/opsporingsonderzoek, wie is/zijn
daarmee belast en waarom kennen we een dergelijke wettelijke
taaktoedeling?
Voorbereidend onderzoek: het onderzoek hetwelk aan de behandeling ter terechtzitting voorafgaat
art. 132 Sv. Het bestaat uit twee typen onderzoek: opsporingsonderzoek en verkennend
onderzoek.
- Het opsporingsonderzoek is het onderzoek naar een specifiek sf door politie en justitie, met als
doel de waarheid te achterhalen en een verdachte op te sporen (art. 132a Sv).
- Het verkennend onderzoek is breder en niet gericht op 1 specifiek sf, maar brengt criminele
activiteiten en trends in kaart om misdaad te voorkomen en bestrijden (art. 126gg Sv).
Het voorbereidend onderzoek eindigt bij aanvang behandeling ter terechtzitting, alhoewel er daarna
wel aanvullend onderzoek kan worden gedaan. Tot het vooronderzoek wordt alle onderzoek
gerekend dat voorafgaat aan de beslissing van de OvJ met betrekking tot de wijze van afdoening van
de zaak en de eventueel daaropvolgende zitting. Een precieze afbakening van het vooronderzoek is
niet nodig, behalve bij bestuurlijke sanctionering (straffen die door de overheid (bestuursorganen)
worden opgelegd, zonder tussenkomst van een rechter). Toezicht is gericht op bestuurlijk ingrijpen,
het vooronderzoek is gericht op strafrechtelijke sanctionering.
Het vooronderzoek kent een brede definitie. Het hoeft niet alleen het onderzoek voorafgaand aan
het onderzoek ter terechtzitting (ottz) te betekenen, maar kan ook doelen op het afzien van
vervolging of dat een begonnen vervolging niet wordt voortgezet.
Ontwikkelingen in de strafrechtspleging:
- Verschuiving in de verhouding tussen vooronderzoek en eindonderzoek op de zitting.
Tegenwoordig is het uitgangspunt dat de zaak in het vooronderzoek zo veel mogelijk tot klaarheid
moet worden gebracht.
- Gerechtelijk vooronderzoek werd afgeschaft (In NL heet het gerechtelijk vooronderzoek (GVO) een formeel
strafrechtelijk onderzoek olv een RC. Dit werd in 2013 grotendeels afgeschaft en vervangen door het gerechtelijk bevel
tot onderzoek, waarbij het OM meer regie heeft over het opsporingsonderzoek ).
- De verbreding van de taak van de opsporingsambtenaar.
- De hoge vlucht die de buitengerechtelijke afdoening heeft genomen.
De opsporing: taken en verantwoordelijkheden
Wettelijke taaktoedeling
Art. 1 Sv: legaliteitsbeginsel. Strafvordering heeft alleen plaats op de wijze bij de wet voorzien. Dat
algemene beginsel brengt mee dat alle overheidsoptreden dat belastend is voor burgers, direct of
indirect dient te berusten op een wet in formele zin. Er is sprake van toereikende grondslag in de wet
wanneer de wet aanwijst welke personen of instanties met de opsporing zijn belast. Als in de wet is
vastgesteld welke personen mogen opsporen, kunnen (opleiding)eisen worden geformuleerd
waaraan die personen moeten voldoen. Ook kan dan worden geregeld wie voor de activiteiten van
deze opsporingsambtenaren verantwoordelijk is, wie daarover het gezag uitoefent.
Redenen waarom opsporingsactiviteiten belastend zijn voor burgers waarop ze betrekking hebben:
- Bij opsporing vaak gebruik wordt gemaakt van dwangmiddelen die ingrijpen in de rechten
van burgers (zoals afluistering, doorzoeking en inbeslagneming). Verder kunnen verdachten
ook van vrijheid worden beroofd.
- Het verzamelen en registreren van gegevens is privacygevoelig.
4