Goederenrecht samenvatting
Week 3:
Hoofdstuk 5
Artikel 3:80 lid 1 BW. Goederen kunnen onder algemene en onder bijzondere titel verkregen
worden.
Verkrijging onder algemene titel:
Dit betreft het gehele vermogen, dus ook eventuele schulden en verplichtingen. Een geheel
vermogen gaat van de ene persoon over op de andere persoon. In lid 2 van dit artikel staat
hoe je het kan verkrijgen.
Erfopvolging:
Iemand overlijdt en een ander erft zijn vermogen. Alle zaken, rechten en verplichtingen van
de overledene gaan over op zijn erfgenaam. De erfgenaam zet de juridische persoon van de
overleden persoon voort.
Een tante had twee armbanden geleend van een vriendin. Ze was dus geen eigenaar maar
houder van de armbanden. Dit maakt Robert dus ook houder van de armbanden, want op
grond van artikel 3:166 BW volgt hij zijn tante op in haar houderschap. Degene die de
armband overkoopt is bezitter te goeder trouw. Onafgebroken 3 jaar het armband hebben =
hij is nu eigenaar ervan.
Robert heeft van zijn tante niet alleen de bezittingen geërfd, maar ook haar schulden. In dit
geval betekent het dat Robert verantwoordelijk is voor het bedrag dat zijn tante nog moest
betalen aan de webwinkel. Dit wordt een negatief vermogen genoemd, omdat de schulden
groter zijn dan de bezittingen.
Boedelmenging:
Dit treedt op wanneer twee mensen met elkaar in het huwelijk treden of een geregistreerd
partnerschap sluiten en daarbij kiezen voor algehele gemeenschap van goederen. De
vermogens van beide echtgenoten smelten samen.
Fusie:
Artikel 2:309 BW. Verkrijging onder algemene titel van het vermogen van een rechtspersoon
door een andere rechtspersoon. Ook kan het als 2 rechtspersonen samen een nieuwe
rechtspersoon oprichten.
,Splitsing:
Een rechtspersoon houdt op te bestaan en het vermogen onder algemene titel wordt
verkregen door twee of meer andere rechtspersonen (art. 2:334a BW)
Verkrijging onder bijzondere titel. In lid 3 van artikel 3:80 staat wanneer je goederen onder
bijzondere titel krijgt. Verkrijging onder bijzondere titel betreft slechts een of meerdere
bepaalde vermogensbestanddelen die van de ene persoon overgaan op de andere persoon.
Overdracht:
van overdracht is sprake wanneer een goed door levering van de ene rechthebbende op een
andere rechthebbende overgaat.
Voorbeeld: Robert koopt een bestelauto van de garagehouder. Het eigendomsrecht gaat over
van de garagehouder op Robert.
Verjaring:
Verkrijgende verjaring (acquisitieve verjaring) wordt geregeld in artikel 3:99 BW.
Vereisten voor verkrijgende verjaring:
1. Rechten op roerende zaken, niet registergoederen of rechten aantoonder of order
2. Bezit te goeder trouw
3. Onafgebroken bezit van drie jaar
Voor verkrijgende verjaring van overige goederen is een onafgebroken bezit van tien jaren
vereist. De vereisten zijn:
1. Rechten op registergoederen
2. Bezit te goeder trouw
3. Onafgebroken bezit van tien jaren
Artikel 3:101 BW. Loping verjaring.
Wanneer de bezitter het bezit van een goed onvrijwillig verliest, dan onderbreekt dit de
verjaring niet, mits aan 1 van de volgende voorwaarden wordt voldaan: art. 3.103 BW.
1. Het bezit wordt binnen een jaar terugverkregen
2. Binnen een jaar wordt een rechtsvordering tot terugverkrijging ingesteld, die tot
terugverkrijging van het goed leidt.
, Artikel 3:105 lid 1 BW jo. 3:306 BW. een bezitter die niet te goeder trouw is kan toch
rechthebbende worden. Dit gaat als volgt te werk:
- Een eigenaar van een zaak is bevoegd om zijn zaak op te eisen van iedereen die haar
zonder recht houdt. (art. 5:2 BW) = revindicatie. De eigenaar heeft dus
vorderingsrecht op degene die zijn zaak zonder recht houdt (hij kan die zaak
terugvorderen)
- Een rechtsvordering verjaart na twintig jaar (art. 3:306 BW)
- De bezitter van een goed verkijgt dit goed op het moment dat er geen
rechtsvordering meer mogelijk is (art. 3:105 lid 1 BW). Dat is na het verstrijken van
een termijn van twintig jaar (art. 3:306 BW)
Na een periode van twintig jaar wordt iedere bezitter rechthebbende door verjaring.
Onteigening = de ontneming van een goed aan de rechthebbende om dit tot eigendom van
een ander (te weten: de overheid) te maken. Onteigening vind slechts in het algemeen
belang plaats. Met andere woorden:
Overige in de wet voor iedere soort aangegeven wijzen (vormen van verkrijging onder
bijzondere titel)
- Natrekking (art. 5:3 BW)
- Toeëigening (art. 5:4 BW)
- Vinderschap (art. 5:5 BW)
- Vermenging (art. 5:14 BW)
- Zaaksvorming (5:16 BW)
Artikel 3:83 BW. Eigendom, beperkte rechten en vorderingsrechten zijn in beginsel
overdraagbaar. Alle andere rechten zijn alleen overdraagbaar als de wet dit bepaalt.
Overdacht = overgang van een goed, van het vermogen van de ene persoon naar het
vermogen van de andere persoon. art. 3:84 BW. 3 dingen waaraan een overdracht moet
voldoen.
1. Levering
2. Geldige titel
3. Beschikkingsbevoegdheid van de vervreemder
Levering:
Bestaat uit 2 delen.
Ten eerste is er een overeenkomst tussen de vervreemder en de verkrijger. Met deze
overeenkomst uiten zij hun wil om het goed van het vermogen van de vervreemder te laten
overgaan naar het vermogen van de verkrijger. De vervreemder doet een aanbod en de
verkrijger aanvaardt dit aanbod. Dit wordt een goederenrechtelijke overeenkomst genoemd.
Week 3:
Hoofdstuk 5
Artikel 3:80 lid 1 BW. Goederen kunnen onder algemene en onder bijzondere titel verkregen
worden.
Verkrijging onder algemene titel:
Dit betreft het gehele vermogen, dus ook eventuele schulden en verplichtingen. Een geheel
vermogen gaat van de ene persoon over op de andere persoon. In lid 2 van dit artikel staat
hoe je het kan verkrijgen.
Erfopvolging:
Iemand overlijdt en een ander erft zijn vermogen. Alle zaken, rechten en verplichtingen van
de overledene gaan over op zijn erfgenaam. De erfgenaam zet de juridische persoon van de
overleden persoon voort.
Een tante had twee armbanden geleend van een vriendin. Ze was dus geen eigenaar maar
houder van de armbanden. Dit maakt Robert dus ook houder van de armbanden, want op
grond van artikel 3:166 BW volgt hij zijn tante op in haar houderschap. Degene die de
armband overkoopt is bezitter te goeder trouw. Onafgebroken 3 jaar het armband hebben =
hij is nu eigenaar ervan.
Robert heeft van zijn tante niet alleen de bezittingen geërfd, maar ook haar schulden. In dit
geval betekent het dat Robert verantwoordelijk is voor het bedrag dat zijn tante nog moest
betalen aan de webwinkel. Dit wordt een negatief vermogen genoemd, omdat de schulden
groter zijn dan de bezittingen.
Boedelmenging:
Dit treedt op wanneer twee mensen met elkaar in het huwelijk treden of een geregistreerd
partnerschap sluiten en daarbij kiezen voor algehele gemeenschap van goederen. De
vermogens van beide echtgenoten smelten samen.
Fusie:
Artikel 2:309 BW. Verkrijging onder algemene titel van het vermogen van een rechtspersoon
door een andere rechtspersoon. Ook kan het als 2 rechtspersonen samen een nieuwe
rechtspersoon oprichten.
,Splitsing:
Een rechtspersoon houdt op te bestaan en het vermogen onder algemene titel wordt
verkregen door twee of meer andere rechtspersonen (art. 2:334a BW)
Verkrijging onder bijzondere titel. In lid 3 van artikel 3:80 staat wanneer je goederen onder
bijzondere titel krijgt. Verkrijging onder bijzondere titel betreft slechts een of meerdere
bepaalde vermogensbestanddelen die van de ene persoon overgaan op de andere persoon.
Overdracht:
van overdracht is sprake wanneer een goed door levering van de ene rechthebbende op een
andere rechthebbende overgaat.
Voorbeeld: Robert koopt een bestelauto van de garagehouder. Het eigendomsrecht gaat over
van de garagehouder op Robert.
Verjaring:
Verkrijgende verjaring (acquisitieve verjaring) wordt geregeld in artikel 3:99 BW.
Vereisten voor verkrijgende verjaring:
1. Rechten op roerende zaken, niet registergoederen of rechten aantoonder of order
2. Bezit te goeder trouw
3. Onafgebroken bezit van drie jaar
Voor verkrijgende verjaring van overige goederen is een onafgebroken bezit van tien jaren
vereist. De vereisten zijn:
1. Rechten op registergoederen
2. Bezit te goeder trouw
3. Onafgebroken bezit van tien jaren
Artikel 3:101 BW. Loping verjaring.
Wanneer de bezitter het bezit van een goed onvrijwillig verliest, dan onderbreekt dit de
verjaring niet, mits aan 1 van de volgende voorwaarden wordt voldaan: art. 3.103 BW.
1. Het bezit wordt binnen een jaar terugverkregen
2. Binnen een jaar wordt een rechtsvordering tot terugverkrijging ingesteld, die tot
terugverkrijging van het goed leidt.
, Artikel 3:105 lid 1 BW jo. 3:306 BW. een bezitter die niet te goeder trouw is kan toch
rechthebbende worden. Dit gaat als volgt te werk:
- Een eigenaar van een zaak is bevoegd om zijn zaak op te eisen van iedereen die haar
zonder recht houdt. (art. 5:2 BW) = revindicatie. De eigenaar heeft dus
vorderingsrecht op degene die zijn zaak zonder recht houdt (hij kan die zaak
terugvorderen)
- Een rechtsvordering verjaart na twintig jaar (art. 3:306 BW)
- De bezitter van een goed verkijgt dit goed op het moment dat er geen
rechtsvordering meer mogelijk is (art. 3:105 lid 1 BW). Dat is na het verstrijken van
een termijn van twintig jaar (art. 3:306 BW)
Na een periode van twintig jaar wordt iedere bezitter rechthebbende door verjaring.
Onteigening = de ontneming van een goed aan de rechthebbende om dit tot eigendom van
een ander (te weten: de overheid) te maken. Onteigening vind slechts in het algemeen
belang plaats. Met andere woorden:
Overige in de wet voor iedere soort aangegeven wijzen (vormen van verkrijging onder
bijzondere titel)
- Natrekking (art. 5:3 BW)
- Toeëigening (art. 5:4 BW)
- Vinderschap (art. 5:5 BW)
- Vermenging (art. 5:14 BW)
- Zaaksvorming (5:16 BW)
Artikel 3:83 BW. Eigendom, beperkte rechten en vorderingsrechten zijn in beginsel
overdraagbaar. Alle andere rechten zijn alleen overdraagbaar als de wet dit bepaalt.
Overdacht = overgang van een goed, van het vermogen van de ene persoon naar het
vermogen van de andere persoon. art. 3:84 BW. 3 dingen waaraan een overdracht moet
voldoen.
1. Levering
2. Geldige titel
3. Beschikkingsbevoegdheid van de vervreemder
Levering:
Bestaat uit 2 delen.
Ten eerste is er een overeenkomst tussen de vervreemder en de verkrijger. Met deze
overeenkomst uiten zij hun wil om het goed van het vermogen van de vervreemder te laten
overgaan naar het vermogen van de verkrijger. De vervreemder doet een aanbod en de
verkrijger aanvaardt dit aanbod. Dit wordt een goederenrechtelijke overeenkomst genoemd.