DNA
Thema 4 VWO 5
Thom Willeman
,Basisstof 1
De bouw en functie van DNA
DNA is opgebouwd uit 2 strengen, elk met een 3’-uiteinde en een 5’-uiteinde. Samen
vormen deze strengen een antiparallele dubbele helixstructuur.
Nucleotide: Bouwstenen van DNA.
Een nucleotide bestaat uit
- 1 suikergroep
- 1 fosfaatgroep
- 1 van de 4 stikstofbasen (A, C, T of G)
Voorbeeld van een structuur
5’-ACTGGC-3’
3’-TGACCG-5’
Nucleïnezuur: Andere naam voor DNA en RNA.
Gen: Bepaalde hoeveelheid nucleotiden die samen de informatie voor een eiwit
bevatten.
Sequentie: De volgorde van de nucleotiden.
Figuur 1 Bouw van DNA
1
, Basisstof 2
DNA-replicatie
De basenparen zijn verbonden met waterstofbruggen. Het enzym helicase verbreekt
deze waterstofbruggen tussen de 2 strengen, hierdoor ontstaat er een replicatiebel. In
eukaryote cellen kunnen er meerdere replicatiebellen tegelijk zijn.
Stappenplan replicatie
1. Het enzym helicase verbreekt de waterstofbruggen.
2. Een (RNA-)primer bindt zich aan het DNA.
3. Het enzym DNA-polymerase kan binden aan deze primer en voegt nieuwe
nucleotiden toe aan de nieuwe streng.
4. De replicatie van de leidende streng wordt continu voortgezet.
5. In de andere richting synthetiseert DNA-polymerase korte Okazaki-fragmenten
vanaf een primer.
6. Het enzym DNA-ligase koppelt de Okazaki-fragmenten aan elkaar.
7. Vanaf het midden is er een switch, was de leidende streng eerst boven, dan is
dit nu onder. Hetzelfde geldt voor de Okazaki-fragmenten.
Doordat de (RNA-)primer wordt verwijderd, kan DNA-polymerase het uiteinde van de
volgende streng niet repliceren. Hierdoor bevinden zich aan de uiteindes van de
chromosomen telomeren, dit zijn niet-coderende stukken DNA.
Figuur 2 DNA-replicatie
Sequensen: Het bepalen van de nucleotidevolgorde van DNA.
Restrictie-enzym: Dit enzym herkent een specifieke nucleotidesequentie van 4 tot 8
nucleotiden in het DNA en knippen het DNA op die plaat door.
2
Thema 4 VWO 5
Thom Willeman
,Basisstof 1
De bouw en functie van DNA
DNA is opgebouwd uit 2 strengen, elk met een 3’-uiteinde en een 5’-uiteinde. Samen
vormen deze strengen een antiparallele dubbele helixstructuur.
Nucleotide: Bouwstenen van DNA.
Een nucleotide bestaat uit
- 1 suikergroep
- 1 fosfaatgroep
- 1 van de 4 stikstofbasen (A, C, T of G)
Voorbeeld van een structuur
5’-ACTGGC-3’
3’-TGACCG-5’
Nucleïnezuur: Andere naam voor DNA en RNA.
Gen: Bepaalde hoeveelheid nucleotiden die samen de informatie voor een eiwit
bevatten.
Sequentie: De volgorde van de nucleotiden.
Figuur 1 Bouw van DNA
1
, Basisstof 2
DNA-replicatie
De basenparen zijn verbonden met waterstofbruggen. Het enzym helicase verbreekt
deze waterstofbruggen tussen de 2 strengen, hierdoor ontstaat er een replicatiebel. In
eukaryote cellen kunnen er meerdere replicatiebellen tegelijk zijn.
Stappenplan replicatie
1. Het enzym helicase verbreekt de waterstofbruggen.
2. Een (RNA-)primer bindt zich aan het DNA.
3. Het enzym DNA-polymerase kan binden aan deze primer en voegt nieuwe
nucleotiden toe aan de nieuwe streng.
4. De replicatie van de leidende streng wordt continu voortgezet.
5. In de andere richting synthetiseert DNA-polymerase korte Okazaki-fragmenten
vanaf een primer.
6. Het enzym DNA-ligase koppelt de Okazaki-fragmenten aan elkaar.
7. Vanaf het midden is er een switch, was de leidende streng eerst boven, dan is
dit nu onder. Hetzelfde geldt voor de Okazaki-fragmenten.
Doordat de (RNA-)primer wordt verwijderd, kan DNA-polymerase het uiteinde van de
volgende streng niet repliceren. Hierdoor bevinden zich aan de uiteindes van de
chromosomen telomeren, dit zijn niet-coderende stukken DNA.
Figuur 2 DNA-replicatie
Sequensen: Het bepalen van de nucleotidevolgorde van DNA.
Restrictie-enzym: Dit enzym herkent een specifieke nucleotidesequentie van 4 tot 8
nucleotiden in het DNA en knippen het DNA op die plaat door.
2