100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Volledige Samenvatting van het vak Bestuursrecht, inclusief een groot deel jurisprudentie en hoorcolleges

Rating
-
Sold
-
Pages
73
Uploaded on
13-04-2025
Written in
2023/2024

Deze uitgebreide samenvatting biedt een helder overzicht van de belangrijkste concepten en thema’s binnen het bestuursrecht. Het document behandelt de werking van bestuursorganen, de regels voor besluitvorming en de juridische procedures die betrokken zijn bij de interactie tussen burgers en de overheid. De samenvatting is gebaseerd op de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) en andere relevante wetgeving, en biedt een gedetailleerde uitleg van de rechtsbescherming van burgers tegen overheidsbesluiten. Ideaal voor studenten die zich voorbereiden op tentamens of hun kennis van het bestuursrecht willen verdiepen. Bovendien is een groot deel van de jurisprudentie en hoorcolleges ook in dit document te vinden!

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Probleem 1
1. Wat is de ratio van het belanghebbende-begrip in het bestuursrecht?
2. Wat is een belanghebbende?
3. Wat is een bestuursorgaan? (a-orgaan, b-orgaan)

Bestuursorgaan in de Awb.
Het bestuursrecht regelt de rechtsbetrekkingen tussen bestuursorganen en
burgers. Publiekrechtelijke bevoegdheden worden altijd door bestuursorganen
uitgeoefend. Definitie bestuursorgaan: art. 1:1 Awb. Hier wordt onderscheid
gemaakt tussen organen die altijd bestuursorgaan zijn en daarom voor hun hele
doen en laten onder de werking van de Awb vallen (de ‘echte’ overheid) =a-
organen. En organen die slechts voor een beperkt deel bestuursorgaan zijn en
onder de Awb vallen (voor zover ze met ‘enig openbaar gezag’ zijn bekleed) =b-
organen.

Voor a-organen is het niet vereist dat openbaar gezag wordt uitgeoefend, dus
ook feitelijk of privaatrechtelijk handelen vallen hieronder. Voor b-organen is het
beschikken over openbaar gezag wel vereist.

Orgaan van rechtspersonen, ingesteld krachtens publiekrecht: art. 1:1
lid 1 (a) Awb
Dat een rechtspersoon als bedoeld in art. 2:1 BW, ‘krachtens publiekrecht is
ingesteld’, betekent dat hij niet in het leven is geroepen door de in het BW
voorziene oprichtingshandelingen die gelden voor de in art. 2:3 BW bedoelde
rechtspersonen. In het eerste lid van art. 2:1 BW worden enkele lichamen
opgesomd die rechtspersoon zijn. Uit lid 2 volgt dat ook andere lichamen
waaraan een deel van de overheidstaak is opgedragen, een rechtspersoon
ingesteld krachtens publiekrecht kunnen zijn, mits daarvoor een basis in formele
wet te vinden is.
Rechtspersonen kunnen wel over privaatrechtelijke bevoegdheden en rechten
beschikken, maar kunnen deze niet zelf uitoefenen. Zij kunnen alleen via hun
organen handelen. Voor rechtspersonen opgericht krachtens privaatrecht geldt
dat uit de statuten en reglementen van de desbetreffende rechtspersoon volgt
welke organen namens hem kunnen handelen. Alleen moet de
organisatiestructuur van deze rechtspersoon bij gebrek aan statuten worden
afgeleid uit de desbetreffende organisatiewet (Gemw. Bv.) of instellingswet
(Politiewet bv.).
Enkel het genoemd zijn in zo een wet is niet voldoende, waar het om gaat is of
een persoon op een zodanige wijze in de wet wordt neergezet dat deze persoon
een zelfstandige plaats of functie heeft gekregen binnen de rechtspersoon.
Dit kan (1) duidelijk worden uit de rubricering in de desbetreffende wet
(voorbeeld: art. 6 Gemw). En (2) kan het blijken uit het feit dat de persoon of het
college, dat in de organisatie- of instellingswet wordt genoemd, met enig
openbaar gezag is bekleed. Is aan de persoon of het college een exclusieve
bevoegdheid toegekend om eenzijdig de rechtspositie van burgers te bepalen?
Tot slot (3) is er een restcategorie: hier gaat het om een persoon dat niet als
onderdeel van het bestuur in de wet wordt gepresenteerd en evenmin met enig
openbaar gezag is bekleed. Desondanks kan sprake zijn van een orgaan van de
krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersoon vanwege zijn zelfstandige
positie daarbinnen.

,Andere personen en colleges met enig openbaar gezag bekleed: art. 1:1
lid 1 (b) Awb
De achtergrond van het onderscheid tussen de a- en b-organen is omdat b-
organen niet over de hele breedte van hun handelen bestuursorgaan zijn en
onder Awb vallen, maar slechts voor zover ze over openbaar gezag beschikken.
‘openbaar gezag’ =het (kunnen) uitoefenen van een publiekrechtelijke
bevoegdheid waarmee de rechtspositie van rechtssubjecten (hun rechten en/of
verplichtingen) wordt bepaald. Bepalend is of aan haar een publiekrechtelijke
bevoegdheid tot het bepalen van de rechtspositie van andere rechtssubjecten is
toegekend of dat bepalend is of aan dat orgaan een publiekrechtelijke
bevoegdheid tot het eenzijdig bepalen van de rechtspositie van andere
rechtssubjecten is toegekend.  in feite komt openbaar gezag neer op verrichten
van publiekrechtelijke rechtshandelingen ofwel nemen van besluiten in zin van
1:3 Awb.
Uitgangspunt is dat bij openbaar gezag slechts bij wettelijk voorschrift kan
worden toegekend. Onder omstandigheden gelden er uitzonderingen, deze
kunnen zich voordoen bij organen van privaatrechtelijke rechtspersonen die
geldelijke uitkeringen of op geld waardeerbare voorzieningen aan derde
verstrekken (bv. schadevergoeding). De ratio van deze publieke-
taakjurisprudentie is gelegen in het bieden van rechtsbescherming (toegang tot
de bestuursrechter). Er dient aan twee cumulatieve criteria te worden voldaan:
1. Inhoudelijke vereiste =inhoudelijke criteria voor het verstrekken van
geldelijke uitkeringen of voorzieningen in beslissende mate worden
bepaald door een of meer a-bestuursorganen.
2. Financiële vereiste =de verstrekking van de uitkeringen of
voorzieningen in overwegende mate (twee derden of meer) wordt
gefinancierd door een of meer a-bestuursorganen.

Uitgezonderde organen: art. 1:1 tweede lid Awb
Uitzondering op de uitgezonderde organen: art. 1:1 derde lid Awb

Overzicht subjecten aan de kant van het bestuur
Figuur 2.2




De belanghebbende
Wetgever kan bepalen dat eenieder bevoegdheid heeft bezwaar te maken en
beroep in te stellen tegen besluiten. Het andere uiterste is om alleen de

,geadresseerden (de normadressaten) van een besluit rechten en
bevoegdheden te geven. Echter over het algemeen wordt in Nederlandse
bestuursrecht een tussenweg bewandeld, waarbij wetgever rechten en
bevoegdheden toekent aan degenen van wie een belang rechtstreeks bij een
besluit is betrokken: belanghebbenden.

Wat zijn de criteria om te bepalen of iemand belanghebbende bij een besluit is?
 definitie van belanghebbende in art. 1:2 lid 1 Awb: ‘onder belanghebbende
wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken’.
1. Een belang: feitelijk effect ondervinden van een besluit
2. Het belang moet aan iemand toekomen: erg ruim
3. Het belang moet rechtstreeks betrokken zijn: verandering in iemands
belangenpositie, hierbij is de aard van het besluit belangrijk

De normadressaat van een persoonsgerichte beschikking
Degene wiens rechtspositie door een individueel besluit (beschikking) wordt
bepaald, is belanghebbende. Zowel natuurlijke personen, rechtspersonen en
bestuursorganen als andere entiteiten kunnen normadressaat zijn.
Bij persoonsgerichte beschikkingen kunnen er, afhankelijk van de aard van de
beschikking, ook nog andere belanghebbenden zijn: derde-belanghebbenden,
criteria 
1. Objectief bepaalbaar belang
Een belang dat slechts in de subjectieve belevingswereld van iemand bestaat en
niet objectief bepaalbaar is, levert geen belanghebbende op.
2. Persoonlijk belang
Uitgangspunt is dat iemand die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van
een activiteit of handeling die het besluit toestaat in beginsel belanghebbende is
bij dat besluit. Dit is anders als ‘gevolgen van enige betekenis’ ontbreken.
Mestbassin Mechelen-arrest  hieruit blijkt dat de omstandigheden van het geval
bepalend zijn. Soms is twijfel mogelijk of gevolgen wel van enige betekenis zijn.
Uit de jurisprudentie volgt dat de burger dan het voordeel van twijfel krijgt en
beschikt over een persoonlijk belang.
De kring van belanghebbende verschilt ook per activiteit of handeling waarop
een toestemming betrekking heeft.
Een project kan verder bestaan uit meerdere activiteiten waarvoor een
omgevingsvergunning is vereist. Uit de jurisprudentie van de Afdeling
bestuursrechtspraak blijkt dat per deeltoestemming wordt bepaald of degene die
een rechtsmiddel heeft aangewend daarbij belanghebbende is.
Ook bij concurrenten die zich melden als belanghebbende speelt de vraag of er
sprake is van persoonlijk belang. Voorwaarde: ondernemer in hetzelfde
marktsegment werkzaam is en binnen hetzelfde verzorgingsgebied.
Ook bij besluiten van algemene strekking geldt het vereist van persoonlijk
belang. Bv. degene die als normale weggebruiker aan het verkeer deelneemt,
heeft geen persoonlijk belang. Als het gaat om een besluit van algemene
strekking met effecten voor veel personen, dan zal iemand dus met een goed
verhaal moeten komen om zich te kunnen onderscheiden van de amorfe massa.
3. Eigen belang
4. Rechtstreeks geraakt belang
Er moet een voldoende causaal verband zijn tussen het besluit en iemands
belang. Iemand heeft geen direct geraakt belang bij een besluit als zijn belang
enkel via het belang van een ander bij een besluit is betrokken, ofwel als hij een
afgeleid belang heeft. Van een afgeleid belang is sprake indien het belang
parallel loopt met het belang van de eerst betrokkene en zijn belang uitsluitend
via een contractuele relatie met de eerst betrokkene bij het besluit betrokken is.

, Van belang is dat iemand een afgeleid belang niet krijgt tegengeworpen als
daarnaast sprake is van een zelfstandig heiden belang dat rechtstreeks bij het
besluit is betrokken. Als bij het beoordelen van de belanghebbendheid een
parallel afgeleid belang is geconstateerd, moet dus ook nog altijd worden
gekeken of iemand onafhankelijk daarvan wellicht een direct geraakt (eigen)
belang heeft. Een eigen belang kan ook bestaan vanwege de reële mogelijkheid
dat iemand in ene aan een zakelijk of fundamenteel (grond- of verdrags)recht
ontleend eigen belang wordt geschaad.
Daarnaast wordt ook wel geoordeeld dat iemand geen direct belang heeft, en
daarom geen belanghebbende is, omdat het afzonderlijke effect van het besluit
op zijn belang erg klein is.
Ook kan er onvoldoende direct belang bij een besluit zijn, omdat er eerdere
besluiten zijn geweest, of latere besluiten zullen volgen die iemands belang echt
direct hebben geraakt of dan wel zullen raken.
5. Actueel voldoende zeker belang
Een onzeker, in de toekomst gelegen belang is onvoldoende.
= OPERA-criteria

Opkomen voor toevertrouwde belangen: art. 1:2 lid 2 Awb
Bestuursorganen behartigen altijd het algemeen belang. Art. 1:2 lid 2 Awb
bepaalt dat aan bestuursorganen toevertrouwde belangen als hun belangen
moeten worden beschouwd. Daarnaast kan een toevertrouwd belang bij het
ontbreken van een concrete bestuursbevoegdheid ook ontleend worden aan een
wettelijke taakomschrijving. Een zeer algemene wettelijke taakomschrijving
volstaat echter niet om belanghebbendheid aan te nemen.
Een bestuursorgaan kan zijn belanghebbendheid ingevolge de aan hem
toevertrouwde belangen ook weer verliezen als het de wettelijke bevoegdheden
die hem zijn toegekend, delegeert aan een ander bestuursorgaan. Ook voor de
belangen die aan bestuursorganen zijn toevertrouwd, geldt dat deze slechts tot
belanghebbendheid bij een besluit kunnen leiden als ze actueel zijn en direct
geraakt door het besluit. Er zijn enkele bijzonderheden:
1. Dat bestuursorganen kunnen opkomen tegen besluiten van andere
bestuursorganen. De kritiek luidt dat bestuursorganen hun onderlinge
conflicten bij de behartiging van de hun toevertrouwde belangen in de
bestuurlijke en politieke sfeer moeten oplossen en niet via het
bestuursrecht.
2. Een bestuursorgaan behoort altijd tot een rechtspersoon. Ook zo’n
rechtspersoon kan belangen hebben. Globaal kan worden gesteld dat als
een besluit vooral het vermogen van de rechtspersoon raakt, die
rechtspersoon belanghebbende is (bij subsidies ook vaak de
normadressaat).

Opkomen voor algemene of collectieve belangen: art. 1:2 lid 3 Awb
Een rechtspersoon kan op dezelfde manier als een natuurlijke persoon
belanghebbende zijn bij een besluit op grond van art. 1:2 lid 1 Awb.
Art. 1:2 lid 3 Awb breidt de mogelijkheden voor rechtspersonen om als
belanghebbende op te treden uit. Rechtspersonen worden als hun eigen en
persoonlijk belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die
zij krachtens hun doelstelling en feitelijke werkzaamheden in het bijzonder
behartigen.
Wanneer een organisatie aan de volgende eisen voldoet worden
algemene/collectieve belangen als haar belangen beschouwd via art. 1:2 lid 3
Awb: de organisatie moet een rechtspersoon zijn, de rechtspersoon moet een
algemeen of collectief belang ‘in het bijzonder’ behartigen en de rechtspersoon

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Alle hoofdstukken en paragraven die volgens de syllabus gelezen moesten worden van de boeken h.e. br
Uploaded on
April 13, 2025
Number of pages
73
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
ztudent Erasmus Universiteit Rotterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
19
Member since
11 months
Number of followers
0
Documents
7
Last sold
1 day ago

3.3

3 reviews

5
1
4
0
3
1
2
1
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions