PERSONENBELASTING
Hoofdstuk 1 – aan de personenbelasting onderworpen personen
Wie is onderworpen aan de personenbelasting (art. 2 & 3 WIB92)?
De Belgische rijksinwoners (natuurlijke personen) zijn onderworpen aan de
personenbelasting.
Onder “Belgische rijksinwoner” verstaat men:
1) De natuurlijke personen die hun “fiscale woonplaats” in België
hebben gevestigd
Of
2) Indien men geen “fiscale woonplaats” in België heeft, daar waar
men de “zetel van fortuin” heeft gevestigd
De wetgeving voorziet in 2 wettelijke vermoedens:
- Weerlegbaar vermoeden; als men in België in het rijksregister is
ingeschreven, bestaat er een wettelijk vermoeden dat men een
Belgische rijksinwoner is
- Onweerlegbaar vermoeden: de plaats waar het gezin gevestigd is,
m.n. de “gezinswoning” voor gehuwden & wettelijk
samenwonenden
De inschrijving in het rijksregister betreft een weerlegbaar vermoeden,
waarbij de belastingplichtige steeds het tegenbewijs kan leveren.
Echtgenoten & wettelijke samenwonende partners zijn dus ofwel beiden
rijksinwoners, ofwel beiden niet-rijksinwoners naargelang hun fiscale
woonplaats al dan niet in België is gevestigd.
Er is geen tegenbewijs mogelijk tegen het onweerlegbaar vermoeden.
De fiscale woonplaats op 1 januari van het aanslagjaar is bepalend.
De “zetel van fortuin” is de plaats waar de belastingplichtige zijn
vermogen beheert (nutsvoorzieningen, dokters, etc.).
In de praktijk wordt de “zetel van fortuin” bepaald op basis van feitelijke
gegevens.
Het maakt niet uit dewelke nationaliteit men is om als Belgische
rijksinwoner te worden aanzien.
Wie is NIET onderworpen aan de personenbelasting?
1) De natuurlijke personen die NIET hun “fiscale woonplaats” in België
hebben
, 2) De natuurlijke personen die NIET hun “zetel van fortuin” in België
hebben
3) De natuurlijke personen die onderworpen zijn aan de “belasting
niet-inwoners” (BNI)
Waarop wordt men belast in de personenbelasting (art. 5 WIB92)?
De Belgische rijksinwoners worden belast op het wereldwijde inkomen.
Belgische rijksinwoners moeten de in het buitenland verkregen
inkomsten opnemen in de aangifte personenbelasting.
Dit betreft ook de inkomsten waarvoor de heffingsbevoegdheid, op grond
van een verdrag tot het vermijden van dubbele belastingen, toegewezen is
aan een andere staat.
In het laatste geval zal het inkomen vrijgesteld zijn van belastingen in
België, maar het wordt wel in aanmerking genomen om de correcte
belastingtarieven te bepalen.
Het inkomen wordt dus niet belast in België, maar de andere inkomsten
belanden wel in een hogere belastingschijf.
Dit noemt men ook wel “de vrijstelling met progressievoorbehoud”.
Wat met gehuwden & wettelijke samenwonenden bij “feitelijke
scheiding”
Er blijft een onweerlegbaar vermoeden op de plaats van de gezinswoning.
Indien beide gehuwden & wettelijk samenwonenden in hetzelfde gewest
wonen op 1 januari van het aanslagjaar, dan is in dat gewest de fiscale
woonplaats.
Indien ieder in een ander gewest woont op 1 januari van het aanslagjaar
(bv. feitelijke scheiding), dan is de fiscale woonplaats daar waar de laatste
gezinswoning was.
Enkele uitzonderingen waar de gronden van belastbaarheid bij
een natuurlijk persoon verdwijnen:
1) In geval van verhuis naar het buitenland (art. 309 WIB92)
Men dient een aangifte ‘speciaal’ in te dienen
De aangiftetermijn betreft 3 maanden na de dag van het effectieve
verhuis
Als men na zijn of haar vertrek inkomsten in België blijft hebben (bv.
huurgelden, loon, etc.), dan moet men een belastingaangifte “niet-
inwoners” indienen.
2) In geval van overlijden (art. 309 WIB92)
, Men dient een aangifte ‘speciaal’ in te dienen
De aangiftetermijn betreft 5 maanden vanaf de dag van het
overlijden dient de aangifte ingediend te worden door o.a. de
erfgenamen, etc.
Let op: afschaffing van de aangifte ‘speciaal’ in geval van overlijden
vanaf aanslagjaar 2024.
Het belastbaar tijdperk & aanslagjaar
In de personenbelasting valt het belastbaar tijdperk in beginsel altijd
samen met het kalenderjaar.
Het aanslagjaar is altijd het jaar dat volgt op het belastbare tijdperk.
Belastingverminderingen versus belastingkredieten
Zowel belastingverminderingen alsook belastingkredieten zijn
belastingvoordelen die ervoor zorgen dat men minder
personenbelasting moet betalen.
In functie van de logische volgorde past men eerst de belastingkredieten
toe en vervolgens pas de belastingverminderingen.
Een belastingkrediet is een bepaald bedrag dat in mindering wordt
gebracht van het belastbaar inkomen, waardoor het belastbaar
inkomen daalt en men minder belastingen moet betalen.
Een belastingkrediet is NIET beperkt tot de verschuldigde belastingen.
De fiscus zal dan het negatieve verschil moeten betalen aan de
belastingplichtige.
Enkele bestaande belastingkredieten:
1) Het belastingkrediet voor kinderen ten laste (max. 550 EUR
AJ’2025)
Zodra men geen of lage belastbare inkomsten heeft, kan men
mogelijks niet volledig genieten van de verhoging van de
belastingvrije som voor kinderen
In dat geval kan het niet-aangerekende deel van de belasting op de
belastingvrije som voor kinderen ten laste worden omgezet in een
terugbetaalbaar belastingkrediet
2) Het belastingkrediet voor werknemers met lage lonen
3) De uitgaven voor een Vlaamse winwinlening
4) Het belastingkrediet voor dienstencheques op voorwaarde dat
zij niet geheel verrekend kunnen worden via de
belastingvermindering voor dienstencheques
Bij een belastingvermindering wordt een bepaald bedrag in
mindering gebracht van de te betalen belastingen.
, De belastingvermindering wordt dus na het belastingkrediet
toegepast.
Een belastingvermindering is WEL beperkt tot de verschuldigde
belastingen.
Het deel van de belastingvermindering dat het belastingbedrag
overschrijdt, gaat daarbij dus verloren.
Enkele bestaande belastingverminderingen:
1) De belastingvermindering voor de enige & eigen woning (art. 145,
37ste WIB92 & art. 145, 38ste / 2 WIB92)
2) De belastingvermindering voor giften (art. 145, 33ste WIB92)
3) De belastingvermindering voor pensioensparen (art. 145, 8ste WIB92)
4) De belastingvermindering voor kinderopvangkosten (art. 145, 35ste
WIB92)
5) De belastingvermindering voor dienstencheques (art. 145, 21ste
WIB92)
6) De belastingvermindering voor de premies van de
rechtsbijstandverzekering (art. 145, 49ste WIB92)
7) De belastingvermindering voor huispersoneel (art. 145, 34ste WIB92)
8) De belastingvermindering voor adoptiekosten (art. 145, 48ste WIB92)
9) De belastingvermindering voor de uitgaven van een laadstation (art.
145, 50ste WIB92)
10) Etc.
Schema:
Belastingkrediet Belastingverminderi
ng
Wanneer toepasbaar? Altijd toepasbaar, zelfs Slechts toepasbaar als
bij beperkte of geen er een voldoende hoog
belastbare inkomsten te betalen saldo aan
personenbelasting is
Terugbetaalbaar? Ja Nee
Uitgave noodzakelijk? Nee Ja
Omzetting mogelijk? Nee Ja, in specifieke
Hoofdstuk 1 – aan de personenbelasting onderworpen personen
Wie is onderworpen aan de personenbelasting (art. 2 & 3 WIB92)?
De Belgische rijksinwoners (natuurlijke personen) zijn onderworpen aan de
personenbelasting.
Onder “Belgische rijksinwoner” verstaat men:
1) De natuurlijke personen die hun “fiscale woonplaats” in België
hebben gevestigd
Of
2) Indien men geen “fiscale woonplaats” in België heeft, daar waar
men de “zetel van fortuin” heeft gevestigd
De wetgeving voorziet in 2 wettelijke vermoedens:
- Weerlegbaar vermoeden; als men in België in het rijksregister is
ingeschreven, bestaat er een wettelijk vermoeden dat men een
Belgische rijksinwoner is
- Onweerlegbaar vermoeden: de plaats waar het gezin gevestigd is,
m.n. de “gezinswoning” voor gehuwden & wettelijk
samenwonenden
De inschrijving in het rijksregister betreft een weerlegbaar vermoeden,
waarbij de belastingplichtige steeds het tegenbewijs kan leveren.
Echtgenoten & wettelijke samenwonende partners zijn dus ofwel beiden
rijksinwoners, ofwel beiden niet-rijksinwoners naargelang hun fiscale
woonplaats al dan niet in België is gevestigd.
Er is geen tegenbewijs mogelijk tegen het onweerlegbaar vermoeden.
De fiscale woonplaats op 1 januari van het aanslagjaar is bepalend.
De “zetel van fortuin” is de plaats waar de belastingplichtige zijn
vermogen beheert (nutsvoorzieningen, dokters, etc.).
In de praktijk wordt de “zetel van fortuin” bepaald op basis van feitelijke
gegevens.
Het maakt niet uit dewelke nationaliteit men is om als Belgische
rijksinwoner te worden aanzien.
Wie is NIET onderworpen aan de personenbelasting?
1) De natuurlijke personen die NIET hun “fiscale woonplaats” in België
hebben
, 2) De natuurlijke personen die NIET hun “zetel van fortuin” in België
hebben
3) De natuurlijke personen die onderworpen zijn aan de “belasting
niet-inwoners” (BNI)
Waarop wordt men belast in de personenbelasting (art. 5 WIB92)?
De Belgische rijksinwoners worden belast op het wereldwijde inkomen.
Belgische rijksinwoners moeten de in het buitenland verkregen
inkomsten opnemen in de aangifte personenbelasting.
Dit betreft ook de inkomsten waarvoor de heffingsbevoegdheid, op grond
van een verdrag tot het vermijden van dubbele belastingen, toegewezen is
aan een andere staat.
In het laatste geval zal het inkomen vrijgesteld zijn van belastingen in
België, maar het wordt wel in aanmerking genomen om de correcte
belastingtarieven te bepalen.
Het inkomen wordt dus niet belast in België, maar de andere inkomsten
belanden wel in een hogere belastingschijf.
Dit noemt men ook wel “de vrijstelling met progressievoorbehoud”.
Wat met gehuwden & wettelijke samenwonenden bij “feitelijke
scheiding”
Er blijft een onweerlegbaar vermoeden op de plaats van de gezinswoning.
Indien beide gehuwden & wettelijk samenwonenden in hetzelfde gewest
wonen op 1 januari van het aanslagjaar, dan is in dat gewest de fiscale
woonplaats.
Indien ieder in een ander gewest woont op 1 januari van het aanslagjaar
(bv. feitelijke scheiding), dan is de fiscale woonplaats daar waar de laatste
gezinswoning was.
Enkele uitzonderingen waar de gronden van belastbaarheid bij
een natuurlijk persoon verdwijnen:
1) In geval van verhuis naar het buitenland (art. 309 WIB92)
Men dient een aangifte ‘speciaal’ in te dienen
De aangiftetermijn betreft 3 maanden na de dag van het effectieve
verhuis
Als men na zijn of haar vertrek inkomsten in België blijft hebben (bv.
huurgelden, loon, etc.), dan moet men een belastingaangifte “niet-
inwoners” indienen.
2) In geval van overlijden (art. 309 WIB92)
, Men dient een aangifte ‘speciaal’ in te dienen
De aangiftetermijn betreft 5 maanden vanaf de dag van het
overlijden dient de aangifte ingediend te worden door o.a. de
erfgenamen, etc.
Let op: afschaffing van de aangifte ‘speciaal’ in geval van overlijden
vanaf aanslagjaar 2024.
Het belastbaar tijdperk & aanslagjaar
In de personenbelasting valt het belastbaar tijdperk in beginsel altijd
samen met het kalenderjaar.
Het aanslagjaar is altijd het jaar dat volgt op het belastbare tijdperk.
Belastingverminderingen versus belastingkredieten
Zowel belastingverminderingen alsook belastingkredieten zijn
belastingvoordelen die ervoor zorgen dat men minder
personenbelasting moet betalen.
In functie van de logische volgorde past men eerst de belastingkredieten
toe en vervolgens pas de belastingverminderingen.
Een belastingkrediet is een bepaald bedrag dat in mindering wordt
gebracht van het belastbaar inkomen, waardoor het belastbaar
inkomen daalt en men minder belastingen moet betalen.
Een belastingkrediet is NIET beperkt tot de verschuldigde belastingen.
De fiscus zal dan het negatieve verschil moeten betalen aan de
belastingplichtige.
Enkele bestaande belastingkredieten:
1) Het belastingkrediet voor kinderen ten laste (max. 550 EUR
AJ’2025)
Zodra men geen of lage belastbare inkomsten heeft, kan men
mogelijks niet volledig genieten van de verhoging van de
belastingvrije som voor kinderen
In dat geval kan het niet-aangerekende deel van de belasting op de
belastingvrije som voor kinderen ten laste worden omgezet in een
terugbetaalbaar belastingkrediet
2) Het belastingkrediet voor werknemers met lage lonen
3) De uitgaven voor een Vlaamse winwinlening
4) Het belastingkrediet voor dienstencheques op voorwaarde dat
zij niet geheel verrekend kunnen worden via de
belastingvermindering voor dienstencheques
Bij een belastingvermindering wordt een bepaald bedrag in
mindering gebracht van de te betalen belastingen.
, De belastingvermindering wordt dus na het belastingkrediet
toegepast.
Een belastingvermindering is WEL beperkt tot de verschuldigde
belastingen.
Het deel van de belastingvermindering dat het belastingbedrag
overschrijdt, gaat daarbij dus verloren.
Enkele bestaande belastingverminderingen:
1) De belastingvermindering voor de enige & eigen woning (art. 145,
37ste WIB92 & art. 145, 38ste / 2 WIB92)
2) De belastingvermindering voor giften (art. 145, 33ste WIB92)
3) De belastingvermindering voor pensioensparen (art. 145, 8ste WIB92)
4) De belastingvermindering voor kinderopvangkosten (art. 145, 35ste
WIB92)
5) De belastingvermindering voor dienstencheques (art. 145, 21ste
WIB92)
6) De belastingvermindering voor de premies van de
rechtsbijstandverzekering (art. 145, 49ste WIB92)
7) De belastingvermindering voor huispersoneel (art. 145, 34ste WIB92)
8) De belastingvermindering voor adoptiekosten (art. 145, 48ste WIB92)
9) De belastingvermindering voor de uitgaven van een laadstation (art.
145, 50ste WIB92)
10) Etc.
Schema:
Belastingkrediet Belastingverminderi
ng
Wanneer toepasbaar? Altijd toepasbaar, zelfs Slechts toepasbaar als
bij beperkte of geen er een voldoende hoog
belastbare inkomsten te betalen saldo aan
personenbelasting is
Terugbetaalbaar? Ja Nee
Uitgave noodzakelijk? Nee Ja
Omzetting mogelijk? Nee Ja, in specifieke