100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

economie samenvatting katern 4 en 5, 7e editie pincode

Rating
-
Sold
-
Pages
29
Uploaded on
08-04-2025
Written in
2024/2025

Een goede uitgebreide samenvatting met alle belangrijke begrippen uitgewerkt en bevat handige plaatjes

Level
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
5

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
April 8, 2025
Number of pages
29
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Economie samenvatting Katern 4, 5

Hoofdstuk 1 Ruilen over de tijd

1.1 Wanneer heb je geld nodig?

In de loop van je leven veranderen je financiële omstandigheden.
Bestaan je financiële middelen eerst uit zakgeld en verdiensten uit
bijbanen, later in je leven ontvang je een hoger inkomen uit arbeid.

Het leven is in te delen in verschillende levensfasen. De levensfase
hangt samen met de leeftijd. De levensfase hangt samen met de
leeftijd. De opeenvolging van levensfasen noem je de levensloop.
(Iedere fase kent een andere financiële situatie)

Je kunt de financiële situatie op twee manieren beschrijven:

- De financiële stand van zaken op een bepaald moment
- De financiële veranderingen in een bepaalde periode

Kijk je op een bepaald moment naar de stand van zaken, dan gaat het
over voorraadgrootheden: bezittingen en schulden. Een banksaldo is
een voorbeeld van een voorraadgrootheid.

--- > Het vermogen van gezinnen is het verschil tussen de bezittingen,
zoals spaargeld, een woning en aandelen, en de schulden.

(Vermogen = bezittingen – schulden)

--- > Bij bedrijven noemen we dit verschil tussen bezittingen en
schulden het eigen vermogen

(Het eigen vermogen = bezittingen – schulden)

Ga je na wat er in een periode is gebeurd, dan kijk je naar
stroomgrootheden: inkomsten en uitgaven.
Een begroting voor een huishouden is een voorbeeld van een overzicht van
stroomgrootheden

Het inkomen is een belangrijke stroomgrootheid in een
gezinshuishouding.

Primair inkomen = De beloning voor het beschikbaar stellen van
arbeid, kapitaal, natuur of ondernemerschap.

Door meer uit te geven dan er in een gezinshuishouding binnenkomt ---
> ontstaat een schuld
Soms ga je een schuld aan, bijvoorbeeld voor het volgen van een studie,
omdat je daar later financieel voordeel van kunt hebben. Zo kan een schuld

, voor het kopen van een huis op lange termijn financieel gunstiger zijn dan het
levenslang betalen van huur voor een huis.

Een schuld is een voorraadgrootheid die laat zien hoe hoog het
geleende bedrag op een bepaald moment is.

Uitgaven voor studie door gezinnen noem je een investering in
menselijk kapitaal.

Het geld dat je in een studie stopt, is een investering in jezelf. Door een
studie vergroot je je menselijk kapitaal = de kennis en vaardigheden
die je kunt inzetten om goederen en diensten te produceren.
Studieschuld = de lening die je afsluit om een studie te kunnen volgen.

(Door het volgen van een studie kun je tijdelijk minder tijd steken in het
verdienen van geld. Maar na het afronden van je studie heb je meer
kans op een goede baan en een hoger inkomen dan voor de studie.)

Verdiencapaciteit = de mogelijkheid om een inkomen uit arbeid of
ondernemerschap te krijgen. (Na een studie is de verdiencapaciteit
hoger, omdat je meer kennis en vaardigheden hebt opgedaan.)

Spaar je geld, dan stel je consumptie uit. Als je geld leent, haal je
consumptie naar voren. Je noemt sparen en lenen ---- > ruilen over de
tijd = het uitstellen of vervroegen van consumptie. < ------ > dit noem
je ook wel intertemporele ruil. Inkomsten en uitgaven gebeuren dan
in verschillende periodes.

De prijs voor ruilen over de tijd is rente. Je betaalt deze prijs omdat je
tijdelijk kunt beschikken over het geld van een ander. (Als je geld leent,
moet je niet alleen rente betalen, maar op een bepaald moment zal je
de lening ook moeten terugbetalen.)

= aflossen van de lening ----- > aflossen is, net als het betalen van
rente, een stroomgrootheid.

1.2 Sparen of lenen?
Als je spaart, kun je het geld in een spaarpot stoppen, maar je kun het
ook naar de bank brengen. Je krijgt dan rente.
Sparen = Het afzien van consumptie op een bepaald moment.
Je geeft een deel van je inkomen niet uit. Je ruilt consumptie nu voor
consumptie later. Zo bouw je een spaartegoed op dat je op een later
moment kunt gebruiken voor je uitgaven.

De rente voor spaartegoeden is meestal weergegeven in een percentage per
jaar. Als je het rentebedrag opneemt van je rekening, blijft het spaartegoed
gelijk. Je inkomen neemt dan toe met het rentebedrag. Je kunt het
rentebedrag ook op de spaarrekening laten staan. Het tegoed neemt dan elk

, jaar toe en je krijgt ook over een steeds hoger bedrag rente. => rente op
rente.




Er zijn 3 spaarmotieven:
1. Het zekerheidsmotief is sparen uit voorzorg. (Je weet dan dat je
in tijden van minder inkomen of onverwachte uitgaven geld
hebt.)
2. Bij het doelmotief spaar je voor een doel (vakantie of een huis)
3. Bij het vermogensmotief wil je je vermogen verhogen door het
ontvangen van rente. (Bij een lage rentestand is dit lastiger te
realiseren)

Soms heb je niet genoeg geld om iets te kopen, maar wil je het toch al
aanschaffen.

-- > lenen

Lenen = het naar voren halen van consumptie en later terugbetalen
Als je geld van iemand leent --- > lening. De vergoeding voor een lening is de
rente. Een ander woord voor rente -- > interest. Het percentage rente voor
een lening is hoger dan het percentage rente voor sparen.

De leenmotieven zijn vergelijkbaar met de motieven om te sparen:

- Je kunt geld lenen om een tegenslag op te vangen
- Je kunt lenen voor de aanschaf van (duurdere) consumptiegoederen
- Je kunt lenen om een tijdelijk tekort op te vangen

Er zijn verschillende soorten leningen. De meest voorkomende vormen
zijn:

- Het consumptief krediet
- De hypothecaire geldlening of hypotheek

Het consumptief krediet = Alle geldleningen die bedoeld zijn voor de
aanschaf van consumptiegoederen

(Bijna alle vormen van lenen voor gezinshoudingen vallen hieronder,
zoals het gebruik van een creditcard, rood staan op de bankrekening
(een negatief banksaldo) of een persoonlijke lening.)

Hypothecaire lening of hypotheek = Een lening met een onroerend
goed als onderpand

 Het onderpand is bij een gezinshuishouden bijna altijd het huis waar
je in woont en dat je hebt gefinancierd met een hypotheek.
$9.47
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
hansje8

Get to know the seller

Seller avatar
hansje8
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
1
Member since
9 months
Number of followers
0
Documents
6
Last sold
3 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions