Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Other

uitwerkingen week 6:

Rating
-
Sold
-
Pages
30
Uploaded on
07-04-2025
Written in
2024/2025

Wat houdt de hiërarchie van proposities in DNA-onderzoeken in? Wat zijn valkuilen voor een deskundige die wordt verzocht om te rapporteren op activiteitenniveau? Wie zijn er deskundig en waaruit blijkt dat? Wie kan een deskundige benoemen? Op welke wijze kan een advocaat een deskundige inschakelen? Wat is het NRGD? Wat is de LDM? Waar kan een deskundige over rapporteren of een uitspraak over doen? Wat is partijdeskundigheid?

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Criminalistiek en DNA les 6
Vragen

1. Wat houdt de hiërarchie van proposities in DNA-onderzoeken in?
De hiërarchie van proposities in DNA-onderzoeken verwijst naar de verschillende niveaus
waarop DNA-bewijs kan worden geïnterpreteerd en geëvalueerd. Dit systeem helpt om te
bepalen welke conclusies deskundigen kunnen trekken en welke interpretaties aan de
rechter worden overgelaten. De hiërarchie bestaat uit vier niveaus:
1. Sub-source niveau (sub-bron- niveau)
 Vraag: Van wie is het DNA?
 Dit niveau richt zich puur op de identificatie van de bron van het DNA.
 Voorbeeld: "Het DNA in de bemonstering komt van persoon X."
 Dit is het laagste niveau en wordt vaak gebruikt bij DNA-matches.
2. Source niveau (bron-niveau)
 Vraag: Welk biologisch materiaal is er gevonden en van wie is het
afkomstig?
 Dit niveau gaat verder dan alleen de identificatie en kijkt naar het soort
biologisch materiaal (bloed, speeksel, huidcellen, etc.).
 Voorbeeld: "Het bloed op het mes is afkomstig van slachtoffer Y."
De aard van het celmateriaal is van belang om wat meer te kunnen zeggen over het activiteit-
niveau.
3. Activity niveau (activiteit-niveau)
 Vraag: Hoe en onder welke omstandigheden is het DNA daar
terechtgekomen? (evt. wanneer)
 Dit is een cruciaal niveau, omdat DNA-sporen op meerdere manieren op een
object kunnen belanden (direct contact, indirecte overdracht, contaminatie).
 Voorbeeld: "Heeft de verdachte het mes vastgehouden tijdens de aanval?"
 Hier worden forensische principes zoals overdracht, persistentie en prevalentie
van DNA in beschouwing genomen.
 Soort onderzoek bij bloed bijvoorbeeld: Bloedspatpatroonanalyse
Hier gaat het echt nog om de handeling dus nog geen koppeling aan een juridische defnitie,
zoals is er sprake van mishandeling, doodslag..
 Offence niveau (delict-niveau)
 Vraag: Heeft de verdachte het misdrijf gepleegd?
 Dit niveau behoort uitsluitend tot de rechtbank.

,  DNA-deskundigen mogen zich niet uitspreken over de schuldvraag, maar
enkel over de waarschijnlijkheid van bepaalde scenario’s op basis van het
DNA-bewijs.
 Voorbeeld: "Heeft de verdachte het slachtoffer gestoken met het mes?"
Waarom is deze hiërarchie belangrijk?
 Deskundigen moeten zich beperken tot de niveaus waar zij uitspraken over kunnen
doen (sub-source, source en activity).
 De rechter is verantwoordelijk voor de uiteindelijke interpretatie op offence-niveau.
 Het helpt om DNA-bewijs correct te interpreteren en te voorkomen dat verkeerde
aannames worden gemaakt (bijvoorbeeld: DNA op een object betekent niet
automatisch dat de persoon het misdrijf heeft gepleegd).

2. Wat zijn valkuilen voor een deskundige die wordt verzocht om te
rapporteren op activiteitenniveau?
Dit niveau is complex omdat het niet alleen vaststelt van wie het DNA afkomstig is
(bronniveau), maar ook hoe en wanneer het DNA op een object terecht is gekomen.
Hieronder volgen enkele belangrijke valkuilen:
Context die je krijgt, te weinig context kan ervoor zorgen dat je zelf als deskunidge gaat
gissen en teveel context kan weer zorgen voor een tunnelvisie en bias
2 Hypothesen moeten elkaar altijd uitsluiten  betekent ook dat een derde hypothese niet
mogelijk kan zijn. Je bent als deskundige heel erg gebonden aan de hypotheses die door
het OM worden aangedragen. Als die hypothesen niet volledig zijn dan moet je het als
deskundige daarmee doen want je kan ze niet herformuleren.
Bron en activiteitniveau met elkaar verwarren : Het feit dat DNA van een persoon op een
object zit, betekent niet dat die persoon betrokken was bij de criminele activiteit.
Voorbeeld: DNA op een bivakmuts die werd gebruikt bij een overval betekent niet per se
dat de persoon de overval heeft gepleegd – het DNA kan ook van iemand komen die de
muts eerder heeft gedragen. = Association fallacy
1. Overwaardering van DNA-bewijs
 DNA op een object betekent niet automatisch dat de persoon dat object recent heeft
aangeraakt.
 DNA kan op meerdere manieren worden overgedragen (direct, indirect, door
contaminatie).
 Voorbeeld: DNA op een wapen betekent niet per se dat de verdachte het heeft
gebruikt tijdens een misdrijf.
2. Onjuiste aannames over DNA-overdracht en persistentie
 DNA blijft afhankelijk van omgevingsfactoren en materiaal langer of korter aanwezig.

,  Er is geen standaardregel voor hoe lang DNA op een object blijft zitten of hoe
waarschijnlijk overdracht is zonder experimenten of contextuele informatie.
 Voorbeeld: Een DNA-spoor op kleding kan er al weken of maanden zitten en hoeft
niet van een recent contactmoment te komen.
3. Contaminatie en indirecte overdracht negeren
 DNA kan onbedoeld door derden worden overgebracht, zoals hulpverleners of
onderzoekers zelf.
 Indirecte transfer kan leiden tot valspositieve associaties tussen een verdachte en een
misdrijf.
 Voorbeeld: In de zaak Raveesh Kumra werd DNA van een verdachte op het
slachtoffer gevonden, terwijl die persoon ten tijde van de moord op de IC lag. Het
DNA bleek te zijn overgedragen via de hulpdiensten.
4. Bias door contextuele informatie
 Kennis over de zaak (bijvoorbeeld politiedossiers) kan onbewust de interpretatie
beïnvloeden.
 "Expectation bias" kan ertoe leiden dat een deskundige eerder een scenario bevestigt
dat aansluit bij het bestaande bewijsbeeld van politie of justitie.
 Voorbeeld: Als een deskundige weet dat een verdachte al eerder geweldsdelicten heeft
gepleegd, kan dit (onbewust) de interpretatie van de DNA-sporen beïnvloeden.
5. Associatie-valkuil (‘association fallacy’)
 Het feit dat DNA van een persoon op een object zit, betekent niet dat die persoon
betrokken was bij de criminele activiteit.
 Voorbeeld: DNA op een bivakmuts die werd gebruikt bij een overval betekent niet per
se dat de persoon de overval heeft gepleegd – het DNA kan ook van iemand komen
die de muts eerder heeft gedragen.
6. Verkeerde interpretatie van mengprofielen
 Mengprofielen met DNA van meerdere personen maken het moeilijk om te bepalen
wie welk materiaal heeft achtergelaten.
 Een verkeerde interpretatie kan leiden tot foutieve beschuldigingen of uitsluitingen
van verdachten.
 Voorbeeld: In de zaak Meredith Kercher (Italië) werd een BH-sluiting met DNA van
meerdere mannen gevonden, waaronder dat van een verdachte. Er was echter sprake
van mogelijk besmette handschoenen van forensisch onderzoekers, wat de
bevindingen in twijfel trok.
7. Verwarring tussen DNA-bron en activiteit
 Zelfs als een DNA-match onbetwist is, betekent dit niet automatisch dat de verdachte
een actieve rol heeft gespeeld.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
April 7, 2025
Number of pages
30
Written in
2024/2025
Type
OTHER
Person
Unknown

Subjects

$7.68
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
whitneyhintzen

Get to know the seller

Seller avatar
whitneyhintzen Maastricht University
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
12
Member since
11 months
Number of followers
0
Documents
42
Last sold
3 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Trending documents

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions