Casus 1: Peuter Onno
CGO
• Kan benoemen wat het verschil is tussen zorg aan volwassenen en aan kinderen.
Benaderingswijze bij kinderen aanpassen. Bij zorg aan kinderen zijn de ouders ook
betrokken bij het zorgproces. Een kind is ook nog in de ontwikkeling: lichamelijk,
cognitief, emotioneel en sociaal. De verpleegkundigen wordt bij kinderzorg meer
gezien als coach.
• Weet wat de principes zijn van gezinsgerichte zorg (family centered care).
Het model van Family Centered Care stelt naast de lichamelijke zorg ook de sociale
en psychische zorg centraal. Bij de FCC is de familie de kern van de gezondheid. Er
zijn vier uitgangspunten van FCC die door het Institute for Patient – and Family
Centered Care zijn geformuleerd; Waardigheid en Respect, Participatie, Het delen
van informatie en Samenwerking. De leidende principes van FCC zijn de principes
waarop de zorgrelaties zijn gebaseerd; vertrouwen, respect, samenwerking en
eerlijke communicatie.
,• Kan benoemen wat aspecten zijn uit de beroepscode die van belang zijn in de
verpleegkundige zorg aan kinderen.
2.2 Als verpleegkundige streef ik naar een goede zorgrelatie met de zorgvrager
(en/of zijn vertegenwoordiger).
2.4 Als verpleegkundige neem ik in mijn relatie met de zorgvrager (en/of zijn
vertegenwoordiger0 professionele grenzen in acht.
2.7 Als verpleegkundige werk ik samen met de zorgvrager (en/of zijn
vertegenwoordiger).
2.8 Als verpleegkundige werk ik samen met de naasten/mantelzorgers van de
zorgvrager.
2.9 Als verpleegkundige zorg ik ervoor dat de zorgvrager 9en/of zijn
vertegenwoordiger) de informatie krijgt, die hij nodig heeft.
3.4 Als verpleegkundige werk ik samen met mantelzorgers en vrijwilligers.
• Kan potentiële verpleegproblemen ten gevolge van RS-virus en bijpassende
interventies benoemen.
Verpleegproblemen:
Ineffectief ademhalingspatroon
Interventie: ademhaling bewaking
Risico op uitdroging
Interventie: vochtlijst, voeding fles, wegen incontinentiemateriaal,
Risico op voedseltekort
Interventie: voedingsbeleid, voedingstoestand bewaking
Verstoorde gasuitwisseling
Interventie: ademhaling bewaking, vitale functies bewaken, beademingszorg:
(niet) invasieve beademing
RSV
• Uitleggen welke lichamelijke observaties je doet bij een ziek kind.
Weinig interactie met omgeving, benauwd, kreunen, minder kleur in het gezicht,
blauwe lippen, weinig intake van vocht of voedsel, vermoeidheid.
• Uitleggen welke psychosociale zorg je levert voor het kind met het RS-virus en zijn
ouders.
Omgaan met gevoelens door luisterend oor te bieden. (mogelijk psycholoog)
• Benoemen wat het belang is van de PEWS.
De PEWS beoogt een vroegtijdige identificatie van patiënten met een (potentiële)
bedreiging van de vitale functies. Dit wordt gedaan via de samenvoeging van een
aantal routinematige verpleegkundige controles tot een score. De score is een
instrument om trends in de vitale functies inzichtelijker te maken en indien nodig
tijdig tot inschakeling van het Pediatric Medical Emergency Team te leiden.
, Verpleegkundige visies en classifica_es
• De student kan de voor- en nadelen van de verschillende classificatiesystemen
benoemen zoals Holistische classificatie, ICF, OMAHA, NANDA, NIC, NOC en deze op
een juiste wijze gebruiken tijdens het proces van klinisch redeneren.
Holistische classificatie:
ICF
+ Multidisciplinair
- Geen ruimte voor de kwaliteit van leven
OMAHA
+ Werkt goed in de wijk
- Niet beslis ondersteunend, ondersteund verpleegkundigen niet bij diagnosticeren,
niet voor de geestelijke gezondheidszorg
NANDA
+ Verpleegkundig
- Kijkt alleen naar de diagnoses
NIC
+ Interventies zijn makkelijk te vinden
- Er is gedegen kennis en training nodig om het kenniskader van de NIC te kunnen
gebruiken, bevat alleen interventies en heeft dus ondersteuning van NANDA en
NOC om verpleegproces te maken.
NOC
+ Outcomes zijn makkelijk te vinden
- Zie NIC
VTV
• De student weet de indica_es en de contra-indica_es te benoemen voor het geven
van zuurstof.
Indica_es
- Lage satura_e (normale satura_e 95-100%)
- Tekenen van zuurstogekort, cyanose
- Erns_ge benauwdheid
- Koolstofmonoxide vergigiging
- Verlaagd bewustzijn
- Gebruik van hulpademhalingsspieren
- Erns_ge vermoeidheid en uitpuing
Contra-indica_es
- COPD
• De student weet de complica_es bij zuurstogoediening te benoemen.
Verhoogd CO2 gehalte in bloed, ineffec_eve zuurstogoediening, te lage/te hoge
CGO
• Kan benoemen wat het verschil is tussen zorg aan volwassenen en aan kinderen.
Benaderingswijze bij kinderen aanpassen. Bij zorg aan kinderen zijn de ouders ook
betrokken bij het zorgproces. Een kind is ook nog in de ontwikkeling: lichamelijk,
cognitief, emotioneel en sociaal. De verpleegkundigen wordt bij kinderzorg meer
gezien als coach.
• Weet wat de principes zijn van gezinsgerichte zorg (family centered care).
Het model van Family Centered Care stelt naast de lichamelijke zorg ook de sociale
en psychische zorg centraal. Bij de FCC is de familie de kern van de gezondheid. Er
zijn vier uitgangspunten van FCC die door het Institute for Patient – and Family
Centered Care zijn geformuleerd; Waardigheid en Respect, Participatie, Het delen
van informatie en Samenwerking. De leidende principes van FCC zijn de principes
waarop de zorgrelaties zijn gebaseerd; vertrouwen, respect, samenwerking en
eerlijke communicatie.
,• Kan benoemen wat aspecten zijn uit de beroepscode die van belang zijn in de
verpleegkundige zorg aan kinderen.
2.2 Als verpleegkundige streef ik naar een goede zorgrelatie met de zorgvrager
(en/of zijn vertegenwoordiger).
2.4 Als verpleegkundige neem ik in mijn relatie met de zorgvrager (en/of zijn
vertegenwoordiger0 professionele grenzen in acht.
2.7 Als verpleegkundige werk ik samen met de zorgvrager (en/of zijn
vertegenwoordiger).
2.8 Als verpleegkundige werk ik samen met de naasten/mantelzorgers van de
zorgvrager.
2.9 Als verpleegkundige zorg ik ervoor dat de zorgvrager 9en/of zijn
vertegenwoordiger) de informatie krijgt, die hij nodig heeft.
3.4 Als verpleegkundige werk ik samen met mantelzorgers en vrijwilligers.
• Kan potentiële verpleegproblemen ten gevolge van RS-virus en bijpassende
interventies benoemen.
Verpleegproblemen:
Ineffectief ademhalingspatroon
Interventie: ademhaling bewaking
Risico op uitdroging
Interventie: vochtlijst, voeding fles, wegen incontinentiemateriaal,
Risico op voedseltekort
Interventie: voedingsbeleid, voedingstoestand bewaking
Verstoorde gasuitwisseling
Interventie: ademhaling bewaking, vitale functies bewaken, beademingszorg:
(niet) invasieve beademing
RSV
• Uitleggen welke lichamelijke observaties je doet bij een ziek kind.
Weinig interactie met omgeving, benauwd, kreunen, minder kleur in het gezicht,
blauwe lippen, weinig intake van vocht of voedsel, vermoeidheid.
• Uitleggen welke psychosociale zorg je levert voor het kind met het RS-virus en zijn
ouders.
Omgaan met gevoelens door luisterend oor te bieden. (mogelijk psycholoog)
• Benoemen wat het belang is van de PEWS.
De PEWS beoogt een vroegtijdige identificatie van patiënten met een (potentiële)
bedreiging van de vitale functies. Dit wordt gedaan via de samenvoeging van een
aantal routinematige verpleegkundige controles tot een score. De score is een
instrument om trends in de vitale functies inzichtelijker te maken en indien nodig
tijdig tot inschakeling van het Pediatric Medical Emergency Team te leiden.
, Verpleegkundige visies en classifica_es
• De student kan de voor- en nadelen van de verschillende classificatiesystemen
benoemen zoals Holistische classificatie, ICF, OMAHA, NANDA, NIC, NOC en deze op
een juiste wijze gebruiken tijdens het proces van klinisch redeneren.
Holistische classificatie:
ICF
+ Multidisciplinair
- Geen ruimte voor de kwaliteit van leven
OMAHA
+ Werkt goed in de wijk
- Niet beslis ondersteunend, ondersteund verpleegkundigen niet bij diagnosticeren,
niet voor de geestelijke gezondheidszorg
NANDA
+ Verpleegkundig
- Kijkt alleen naar de diagnoses
NIC
+ Interventies zijn makkelijk te vinden
- Er is gedegen kennis en training nodig om het kenniskader van de NIC te kunnen
gebruiken, bevat alleen interventies en heeft dus ondersteuning van NANDA en
NOC om verpleegproces te maken.
NOC
+ Outcomes zijn makkelijk te vinden
- Zie NIC
VTV
• De student weet de indica_es en de contra-indica_es te benoemen voor het geven
van zuurstof.
Indica_es
- Lage satura_e (normale satura_e 95-100%)
- Tekenen van zuurstogekort, cyanose
- Erns_ge benauwdheid
- Koolstofmonoxide vergigiging
- Verlaagd bewustzijn
- Gebruik van hulpademhalingsspieren
- Erns_ge vermoeidheid en uitpuing
Contra-indica_es
- COPD
• De student weet de complica_es bij zuurstogoediening te benoemen.
Verhoogd CO2 gehalte in bloed, ineffec_eve zuurstogoediening, te lage/te hoge