Sportkunde blok 2. Versterken van verenigingsaanbod. Literatuur.
Boek Sportmarketing
Week 1:
H1, H2.1 t/m H2.4 en H3.4
H1.1 en 1.2
-De term marketing werd in 1900 al gebruikt in de VS. Het betekent nu meer dan toen.
Marketing= de essentie over het inspelen op wensen en behoeften van de klanten, ook wel afnemers
genoemd.
-Afnemers zijn consumenten (business-to-consument). Afnemers zijn bedrijven (business-to-
business)
Doel van marketing is als organisatie een band opbouwen met je afnemers (voor acceptatie
producten/diensten, een langdurige relatie).
De 4 P’s van marketing:
1.Product= assortiment, kwaliteit, design, producteigenschappen, merknaam, verpakking, service….
2.Prijs= prijsstrategie, korting, betalingswijze….
3.Promotie (marketingcommunicatie)= salespromotion, adverteren, public relations, direct
marketing….
4.Plaats (distributie)= distributiekanalen, locatie, opslag, transport, verkooppunten….
De 4 P’s samen marketingmix
Afgelopen decennia van productgericht denken naar marktgericht denken.
Marktgericht denken= nadruk ligt op wensen en behoeften van de verschillende afnemers.
Productgericht denken= nadruk ligt op product of dienst zelf.
Op basis van de wensen en behoeften wordt het product of de dienst samengesteld.
Organisaties gebruiken verschillende marketingbenaderingsconcepten:
-Productieconcept= organisatie is gefocust op lage kosten en grote verkrijgbaarheid.
(productieomvang en kosten)
-Productconcept= afnemers kiezen het technisch best mogelijke product. (productkwaliteit)
-Verkoopconcept= nadruk ligt op verkoop en promotie van de producten. (verkopen en promotie)
-Marketingconcept= de behoeften en wensen van afnemers staan centraal (wensen en behoeften)
-Maatschappelijke marketingconcept= de behoeften en wensen van afnemers staan centraal, en de
organisatie onderneemt ook nog maatschappelijk verantwoord. (wensen, behoeften en welzijn)
-Integratiemarketingconcept= er is een vergaande relatie tussen aanbieder en afnemer. Zodat men
samen de best passende producten ontwikkelt. (cocreatie)
Binnen de dienstverlening naast de 4 p’s ook nog specifieke instrumenten zoals personeel en
(winkel)presentatie.
Inventariseren van de behoeften van afnemers inspelen op de behoeften van afnemers
marketinginstrumenten: product, prijs, marketingcommunicatie, distributie, (personeel, proces en
presentatie).
Marketing bevat de elementen je richten op de wensen en behoeften van afnemers, waarde
creëren bij deze afnemers door op deze wensen en behoeften in te spelen, toegevoegde waarde
leveren om een langetermijn relatie met deze afnemers mogelijk te maken.
-Marketingproces is dynamisch. Uitwisseling tussen aanbieder en afnemer van producten met een
tegenwaarde en informatie. Aanbieder moet continu info winnen over afnemers. Communicatie van
afnemer naar aanbieder makkelijk door bv sociale media.
-Dynamisch proces vindt plaats binnen een marketingomgeving. Organisaties opereren niet alleen, bv
samen met leveranciers, concurrenten. Elke organisatie wordt beïnvloedt door bv economische of
, sociaal-culturele ontwikkelingen. Deze factoren samen vormt de marktomgeving. In de sport heet dit
de sportomgeving.
H1.3
We onderscheiden 3 soorten bewegen:
1.Sportief bewegen: het bewegen is een doel op zich
2.Bewegen met een a-sportief doel: bv op de fiets naar de supermarkt
3.Jezelf niet-verplaatsend bewegen: bv een spinningsessie
Sport bevat de elementen het heeft een competitie-element, het verlangt naar fysieke inspanning,
het kent spelregels, de invloed van de uitslag bepaalt de kwaliteit van de ervaring.
Kenmerken sport de uitslag is niet voorspelbaar, het spel is niet beheersbaar,
consumenten/bedrijven zijn veelal nauw betrokken bij het product en identificeren zich ermee, de
uitslag bepaalt de kwaliteit van de beleving, het heeft de potentie om mensen te binden, het levert
waardevolle/memorabele ervaringen op.
Kenmerken sport met diensten sport is gedeeltelijk ontastbaar (wedstrijd kan niet meegenomen
worden), er is interactie tussen afnemer en aanbieder, er is geen voorraadvorming mogelijk, sport
kan niet gestandaardiseerd worden (geen uitslag altijd hetzelfde).
H1.4
Marketing van sport= alle organisaties die sportgerelateerde producten of diensten in de markt
zetten (adidas, nike verkopen beide sportkleding).
Sport als marketingmiddel= het inzetten betreft activiteiten waarbij sport wordt ingezet om andere
doelstellingen te realiseren (ziggo sponsor ajax, verhogen naamsbekendheid).
Sportmarkt= alle markten die rondom de sport gegroepeerd zijn.
Binnen de sportmarkt worden sportproducten en sportdiensten aangeboden.
Bij sport als marketingmiddel is sportsponsoring het grootste/belangrijkste vakgebied.
Definitie:
Marketing= het proces binnen een organisatie dat door op wensen en behoeften van afnemers in te
spelen toegevoegde waarde creëert voor deze afnemers, zodat een langdurige relatie kan worden
opgebouwd en organisatiedoelen gerealiseerd kunnen worden.
Sport= sport omvat alle activiteiten waarbij fysieke inspanning of fysieke vaardigheid verlangd wordt
en waarbij de inspanning en/of vaardigheid zelf het doel is. Dit kan al dan niet binnen een context die
georganiseerd is, wedstrijdreglementen bevat of aan bepaalde spelregels voldoen.
Sportmarketing= het proces waarmee binnen een organisatie wordt ingespeeld op de wensen en
behoeften van afnemers, waarbij rekening gehouden wordt met de specifieke sportkenmerken, en
toegevoegde waarde wordt gecreëerd voor deze afnemers, waardoor een langdurige relatie wordt
opgebouwd en organisatiedoelen gerealiseerd kunnen worden.
H2.1 en 2.2
Eindafnemers indelen naar passieve of actieve consumptie van sport.
Passieve sportconsument: kijkt en luistert naar sport, leest erover en/of volgt live topsport.
Actieve sportconsument: beoefent sport actief, veelal op breedtesportniveau.
Een markt: bestaat uit een groep afnemers met bepaalde wensen/behoeften. En aanbieders die
d.m.v. juiste toegevoegde waarde voldoen aan deze wensen/behoeften.
Sportmarkt: alle verschillende afnemer-aanbiederrelaties rondom sport.
Juiste toegevoegde waarde leverenmarktafbakening. Hierbij kan de organisatie gebruik maken
van het Abell-model.
Het Abell-model: 3 assen binnen het model definiëren de markt aan de hand van afnemersgroepen,
behoeften en wijzen van behoeftebevrediging. De kubus geeft aan waar de organisatie zich op richt,
de delen buiten de kubus geven een bepaalde dynamiek waarlangs een organisatie zich kan
ontwikkelen: groeistrategie.
Boek Sportmarketing
Week 1:
H1, H2.1 t/m H2.4 en H3.4
H1.1 en 1.2
-De term marketing werd in 1900 al gebruikt in de VS. Het betekent nu meer dan toen.
Marketing= de essentie over het inspelen op wensen en behoeften van de klanten, ook wel afnemers
genoemd.
-Afnemers zijn consumenten (business-to-consument). Afnemers zijn bedrijven (business-to-
business)
Doel van marketing is als organisatie een band opbouwen met je afnemers (voor acceptatie
producten/diensten, een langdurige relatie).
De 4 P’s van marketing:
1.Product= assortiment, kwaliteit, design, producteigenschappen, merknaam, verpakking, service….
2.Prijs= prijsstrategie, korting, betalingswijze….
3.Promotie (marketingcommunicatie)= salespromotion, adverteren, public relations, direct
marketing….
4.Plaats (distributie)= distributiekanalen, locatie, opslag, transport, verkooppunten….
De 4 P’s samen marketingmix
Afgelopen decennia van productgericht denken naar marktgericht denken.
Marktgericht denken= nadruk ligt op wensen en behoeften van de verschillende afnemers.
Productgericht denken= nadruk ligt op product of dienst zelf.
Op basis van de wensen en behoeften wordt het product of de dienst samengesteld.
Organisaties gebruiken verschillende marketingbenaderingsconcepten:
-Productieconcept= organisatie is gefocust op lage kosten en grote verkrijgbaarheid.
(productieomvang en kosten)
-Productconcept= afnemers kiezen het technisch best mogelijke product. (productkwaliteit)
-Verkoopconcept= nadruk ligt op verkoop en promotie van de producten. (verkopen en promotie)
-Marketingconcept= de behoeften en wensen van afnemers staan centraal (wensen en behoeften)
-Maatschappelijke marketingconcept= de behoeften en wensen van afnemers staan centraal, en de
organisatie onderneemt ook nog maatschappelijk verantwoord. (wensen, behoeften en welzijn)
-Integratiemarketingconcept= er is een vergaande relatie tussen aanbieder en afnemer. Zodat men
samen de best passende producten ontwikkelt. (cocreatie)
Binnen de dienstverlening naast de 4 p’s ook nog specifieke instrumenten zoals personeel en
(winkel)presentatie.
Inventariseren van de behoeften van afnemers inspelen op de behoeften van afnemers
marketinginstrumenten: product, prijs, marketingcommunicatie, distributie, (personeel, proces en
presentatie).
Marketing bevat de elementen je richten op de wensen en behoeften van afnemers, waarde
creëren bij deze afnemers door op deze wensen en behoeften in te spelen, toegevoegde waarde
leveren om een langetermijn relatie met deze afnemers mogelijk te maken.
-Marketingproces is dynamisch. Uitwisseling tussen aanbieder en afnemer van producten met een
tegenwaarde en informatie. Aanbieder moet continu info winnen over afnemers. Communicatie van
afnemer naar aanbieder makkelijk door bv sociale media.
-Dynamisch proces vindt plaats binnen een marketingomgeving. Organisaties opereren niet alleen, bv
samen met leveranciers, concurrenten. Elke organisatie wordt beïnvloedt door bv economische of
, sociaal-culturele ontwikkelingen. Deze factoren samen vormt de marktomgeving. In de sport heet dit
de sportomgeving.
H1.3
We onderscheiden 3 soorten bewegen:
1.Sportief bewegen: het bewegen is een doel op zich
2.Bewegen met een a-sportief doel: bv op de fiets naar de supermarkt
3.Jezelf niet-verplaatsend bewegen: bv een spinningsessie
Sport bevat de elementen het heeft een competitie-element, het verlangt naar fysieke inspanning,
het kent spelregels, de invloed van de uitslag bepaalt de kwaliteit van de ervaring.
Kenmerken sport de uitslag is niet voorspelbaar, het spel is niet beheersbaar,
consumenten/bedrijven zijn veelal nauw betrokken bij het product en identificeren zich ermee, de
uitslag bepaalt de kwaliteit van de beleving, het heeft de potentie om mensen te binden, het levert
waardevolle/memorabele ervaringen op.
Kenmerken sport met diensten sport is gedeeltelijk ontastbaar (wedstrijd kan niet meegenomen
worden), er is interactie tussen afnemer en aanbieder, er is geen voorraadvorming mogelijk, sport
kan niet gestandaardiseerd worden (geen uitslag altijd hetzelfde).
H1.4
Marketing van sport= alle organisaties die sportgerelateerde producten of diensten in de markt
zetten (adidas, nike verkopen beide sportkleding).
Sport als marketingmiddel= het inzetten betreft activiteiten waarbij sport wordt ingezet om andere
doelstellingen te realiseren (ziggo sponsor ajax, verhogen naamsbekendheid).
Sportmarkt= alle markten die rondom de sport gegroepeerd zijn.
Binnen de sportmarkt worden sportproducten en sportdiensten aangeboden.
Bij sport als marketingmiddel is sportsponsoring het grootste/belangrijkste vakgebied.
Definitie:
Marketing= het proces binnen een organisatie dat door op wensen en behoeften van afnemers in te
spelen toegevoegde waarde creëert voor deze afnemers, zodat een langdurige relatie kan worden
opgebouwd en organisatiedoelen gerealiseerd kunnen worden.
Sport= sport omvat alle activiteiten waarbij fysieke inspanning of fysieke vaardigheid verlangd wordt
en waarbij de inspanning en/of vaardigheid zelf het doel is. Dit kan al dan niet binnen een context die
georganiseerd is, wedstrijdreglementen bevat of aan bepaalde spelregels voldoen.
Sportmarketing= het proces waarmee binnen een organisatie wordt ingespeeld op de wensen en
behoeften van afnemers, waarbij rekening gehouden wordt met de specifieke sportkenmerken, en
toegevoegde waarde wordt gecreëerd voor deze afnemers, waardoor een langdurige relatie wordt
opgebouwd en organisatiedoelen gerealiseerd kunnen worden.
H2.1 en 2.2
Eindafnemers indelen naar passieve of actieve consumptie van sport.
Passieve sportconsument: kijkt en luistert naar sport, leest erover en/of volgt live topsport.
Actieve sportconsument: beoefent sport actief, veelal op breedtesportniveau.
Een markt: bestaat uit een groep afnemers met bepaalde wensen/behoeften. En aanbieders die
d.m.v. juiste toegevoegde waarde voldoen aan deze wensen/behoeften.
Sportmarkt: alle verschillende afnemer-aanbiederrelaties rondom sport.
Juiste toegevoegde waarde leverenmarktafbakening. Hierbij kan de organisatie gebruik maken
van het Abell-model.
Het Abell-model: 3 assen binnen het model definiëren de markt aan de hand van afnemersgroepen,
behoeften en wijzen van behoeftebevrediging. De kubus geeft aan waar de organisatie zich op richt,
de delen buiten de kubus geven een bepaalde dynamiek waarlangs een organisatie zich kan
ontwikkelen: groeistrategie.