100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - Psychosociale achtergronden van gedrag

Rating
-
Sold
2
Pages
54
Uploaded on
03-04-2025
Written in
2024/2025

Alles uit de boeken en alle artikelen staan in de samenvatting!

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
April 3, 2025
Number of pages
54
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Woensdag 9-04-25 om 8:30 uur

Psychosociale achtergronden van gedrag – samenvatting

Week 1 – inleiding sociale psychologie

H1 Psychologie → de wetenschap van gedrag en geestelijke interne processen van een individu. De gedachtendriehoek
speelt hier een rol bij:




Ruwweg vallen psychologen in drie grote groepen uiteen:

▪ Experimenteel psychologen → de kleinste groep. Veel onderzoek dat nieuwe psychologische kennis creëert.
Meestal werkzaam aan universiteiten, bedrijven of onderzoeksinstellingen.

▪ Docenten psychologie → werken binnen een grote diversiteit aan opleidingen: lesgeven aan studenten en
universiteiten. Op universiteiten soms ook onderzoek.

▪ Toegepast psychologen → gebruiken de kennis die door experimenteel psychologen is vergaard om
problemen van mensen op te lossen door middel van trainingen, diagnostische testen, etc. Werken op scholen,
klinieken, bij bedrijven, welzijnsorganisaties, luchthavens en in ziekenhuizen. Ongeveer 2/3 van de
psychologen.

Wat doen toegepast psychologen? Specialisaties:

▪ Arbeids- en organisatiepsychologen → hebben zich gespecialiseerd in aanpassingen aan de werkplek die de
productiviteit en de arbeidsmoraal van de werknemers moeten maximaliseren.

▪ Sportpsychologen → helpen atleten hun prestaties en motivatie te verbeteren.

▪ Schoolpsychologen → zijn deskundig op het gebied van lesgeven en leren.

▪ Gezondheidspsychologen → werken in alle sectoren van de gezondheidszorg. Hun patiënten hebben zowel
psychische als lichamelijke problemen.

▪ Klinisch psychologen en counselors → helpen mensen zich aan te passen op sociaal of emotioneel gebied,
of om moeilijke keuzes in relaties, hun carrière of opleiding te maken.

▪ Forensisch psychologen → leveren hun psychologische expertise aan het wets- en rechtssysteem.

▪ Omgevingspsychologen → proberen de interactie met onze omgeving en het milieu te verbeteren.

▪ Gerontoppsychologen → vormen een van de nieuwste vakgroepen in de psychologie. Ze beoordelen het
functioneren van ouderen en verstrekken begeleiding. Zo proberen ze ouderen te helpen hun potentieel
maximaal te benutten in de latere fasen van hun leven.

,Psychologie is geen psychiatrie:

Psychiaters behandelen geestelijke stoornissen. Psychiatrie is een medisch specialisme en maakt geen deel uit van de
psychologie. Zij hebben een medische opleiding gevolgd en een gespecialiseerde opleiding in de behandeling van
geestelijke en gedragsmatige problemen. Ze kijken naar hun cliënten vanuit een medische invalshoek. De psychologie is
een breder vakgebied waarbij meestal de nadruk ligt op onderzoeksmethoden. Pseudopsychologie → niet-
onderbouwde psychologische aannamen die als wetenschappelijke waarheden worden gepresenteerd, zoals
horoscopen.

Psychosociale factoren → factoren die gedrag beïnvloeden. Het is een veelomvattend aspect van de wijze waarop je
het leven leeft en hoe je het beleeft.

Psychosociaal → een term die verwijst naar situaties en relaties waarin psychische en maatschappelijke aspecten een
belangrijke rol spelen.

Deze theorieën stellen dat gedrag bepaald wordt door een specifiek aspect:

1. Biologisch perspectief (genen, zenuwstelsel)
Theorie van: René Decartes, neurowetenschappers en evolutiepsychologen

Het lichaam kan apart van de geest worden bestudeerd. Volgens deze theorie wordt gedrag bepaald door de
hersenen, het zenuwstelsel, het endocriene stelsel (hormoonstelsel) en genen.

2. Cognitief perspectief (mentale processen)
Theorie van: Wilhelm Wundt, William James, gestaltpsychologen en cognivitisten

De wetenschappelijke methode kan worden gebruikt om de geest te bestuderen. Volgens deze theorie wordt
gedrag bepaald door iemand unieke patroon van waarnemingen, interpretaties, verwachtingen, overtuigingen
en herinneringen.

3. Behavioristisch perspectief (omgeving & consequenties van gedrag)
Theorie van: John Watson en B.F. Skinner

Psychologie moet de wetenschap van observeerbaar gedrag zijn, niet van mentale processen. Volgens deze
theorie wordt gedrag bepaald door de prikkels in onze omgeving en de consequenties van ons gedrag.

4. Perspectief van de gehele persoon (“whole person”)
▪ Psychodynamisch perspectief (onbewuste)
Theorie van: Sigmund Freud en zijn volgelingen

Psychodynamische psychologie → persoonlijkheid en psychische stoornissen komen voort uit processen
in het onbewuste. Volgens deze theorie wordt gedrag bepaald processen in de onbewuste geest.

▪ Humanistisch perspectief (zelfbeeld en persoonlijke groei)
Theorie van: Carl Rogers, Abraham Maslow, Seligman en Csikszentmihalyi

Humanistische psychologie → psychologie moet de nadruk leggen op menselijke groei en potentieel in
plaats van op psychische stoornissen.

Positieve psychologie → psychologie moet bijdragen tot geluk en welzijn van individuen en groepen.

Volgens deze theorie wordt gedrag bepaald door onze aangeboren behoefte om te groeien en ons
potentieel zo goed mogelijk te verwezenlijken. De innerlijke processen zijn minstens even belangrijk als
prikkels uit de omgeving.

, ▪ Karaktertrekken/temperament (persoonlijkheid)
Theorie van: De oude Grieken en moderne persoonlijkheidspsychologen

Psychologie van karaktertrekken en temperament → individuen kunnen worden begrepen in termen van
hun temperament en blijvende karaktertrekken.

Volgens deze theorie wordt gedrag bepaald door de unieke persoonlijkheidskenmerken die in de tijd en in
alle situaties consistent zijn.

5. Ontwikkelingsperspectief (nature/nurture)
Theorie van: Jean Plaget en vele andere

Mensen veranderen als gevolg van een interactie tussen erfelijke eigenschappen en de omgeving. Volgens deze
theorie wordt gedrag bepaald de interactie tussen erfelijkheid en omgeving die zich in het hele leven lang uit in
voorspelbare patronen.

6. Sociocultureel perspectief (situatie)
Theorie van: Stanley Milgram, Philip Zimbardo en vele andere

Sociale en culture invloeden kunnen de invloed overstemmen van alle andere factoren die gedrag beïnvloeden.
Volgens deze theorie wordt gedrag bepaald door de kracht van de situatie.

H9 Sociale psychologie → het vakgebied waarin onderzocht wordt op welke wijze individuen elkaar beïnvloeden. De
sociale psychologie onderzoekt ook welke factoren mensen samenbrengen in vriendschappen en liefdesrelaties en hoe
mensen samenwerken en conflicten oplossen.

We passen ons gedrag gewoonlijk aan de eisen van de sociale situatie aan en in een nieuwe of ambigue situaties
regeren we op de cues (signalen) die we afleiden uit het gedrag van anderen.

Situationisme → gaat ervan uit dat de externe omgeving, of de gedragsmatige context, onze gedachten, gevoelens, en
gedragingen op een subtiele, maar krachtige manier beïnvloeden.

Het situationisme staat tegenover het dispositionalisme → de neiging om gedrag aan interne individuele factoren toe
te schrijven, zoals genen en persoonlijkheidstrekken.

Deze interactie tussen persoonlijke en situationele factoren (ook wel persoon-situatie-interactie genoemd) vormt de
kern van zowel de persoonlijkheidspsychologie als de sociale psychologie.

Responsen in situaties worden bepaald door 2 factoren:

▪ Sociale rollen die een persoon op dat moment heeft → sociaal gedefinieerd gedragspatroon die mensen in
een bepaalde omstandigheid of binnen een bepaalde groep denken te moeten vertonen.

▪ Sociale normen van de groep waarin ze zich bevinden → je past je aan aan de sociale normen die op dat
moment gelden. Het uitzoeken van wat de sociale normen van die groep zijn, gebeurt door te letten op:
- Uniformiteit/samenhang
- Frequentie van bepaalde gedragingen
- Negatieve consequenties van overtreding van de sociale norm

, Conformisme → Solomon Asch

Conformisme → neiging van mensen om gedrag en meningen van andere groepsleden over te nemen

Kameleoneffect → neiging om andere mensen te imiteren

Asch-effect →een sterke invloed van een groep op het oordeel van een individu.

Bij het experiment van Asch werd sociale druk onderzocht. De feitelijke (en onwetende) deelnemer aan het
experiment werd omgeven door zogenaamde andere deelnemers, die bij het onderzoek hoorden. Deze zogenaamde
deelnemers waren geïnstrueerd om foutieve antwoorden te geven bij het beoordelen van de lengtes van verschillende
lijnstukken op verschillende gepresenteerde kaarten. Het foutief beoordelen van de lijnen door de andere deelnemers,
verwart de onwetende deelnemer over het juiste antwoord.

Er zijn 8 omstandigheden die conformisme bevorderen:

1. Unanimiteit van de meerderheid
Als iedereen in een groep het ergens over eens is, kunnen ze grote sociale druk uitoefenen

2. Omvang van de groep
Vanaf een groep van 3 neemt de sociale druk toe. Er is vrijwel geen verschil voor het conformiteitseffect tussen
een groep van 3 en een groep van 15

3. Openbaarheid
Kunnen anderen het horen? → de kans is kleiner dat mensen mee gaan met de anderen als anderen hun
antwoord niet kunnen horen

4. Ambiguïteit (minder duidelijk: meer twijfel)
Als de lijnen bijna even lang zijn, gaan mensen aan zichzelf twijfelen en laten ze zich eerder conformeren

5. Samenstelling van de meerderheid
Hoe hoger de status van de groep of individu, hoe meer conformiteit.

6. Gevoel van eigenwaarde (zelfbeeld)

7. Macht van een bondgenoot

8. Maar: onafhankelijken
Ondanks de sterke druk kunnen sommige individuen volharden en hun onafhankelijkheid bewaren. Ze staan
erop te kunnen “zeggen hoe zij de dingen zien”.

Groepsdenken → leden van een groep conformeren hun mening aan wat volgens ieder van hen de consensus van de
groep is. Door bias in de richting van conformiteit gaat de groep acties ondernemen die elk lid afzonderlijk onder
normale omstandigheden als onverstandig zou beschouwen. Er zijn 5 factoren die groepsdenken bevorderen.

1. Directief leiderschap, een dominante leider

2. Sterke cohesie (samenhang) in een groep, er zijn geen afwijkingen

3. Gebrek aan normen waarin een zorgvuldige procedure is vastgelegd om bewijsmateriaal te verzamelen en te
beoordelen

4. Homogeniteit van de sociale achtergrond en van de ideologie van de leden

5. Sterke druk met als gevolg externe dreiging, met weinig hoop op een betere oplossing dan die van de
groepsleider
$8.95
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
YousraAtmani

Get to know the seller

Seller avatar
YousraAtmani Saxion Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
3
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
3
Last sold
7 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions