100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Klinische Ontwikkelingspsychologie Deeltoets B

Rating
-
Sold
1
Pages
83
Uploaded on
02-04-2025
Written in
2024/2025

Samenvatting van het boek voor Klinische ontwikkelingspsychologie (UU) deeltoets B. Het bevat de hoofdstukken 5, 11, 10, 14, en 8 (9 t/m 13 in de custom edition). Het is een uitgebreide samenvatting in het nederlands, gevolgd door de chapter of section summaries uit het boek netjes op een rijtje.

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
April 2, 2025
Number of pages
83
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Samenvatting Deeltoets B

Samenvatting Klinische Ontwikkelingspsychologie Deeltoets B (2025)
Clinical Development Psychology 2nd Custom Edition Universiteit Utrecht



Chapter Five “Disorders of Early Childhood”
Fysiologisch functioneren


Vanaf de geboorte ontwikkelen kinderen zich fysiek, emotioneel, intellectueel en sociaal door interactie met hun
omgeving. Dit gebeurt in drie belangrijke biogedragsverschuivingen (biobehavioral shifts):

Rond 2-3 maanden: baby’s wennen aan het leven buiten de baarmoeder via ritmes van voeding, verzorging
en troost.

Rond 7-9 maanden: baby’s communiceren via gebaren en geluiden, ontwikkelen een dagelijks ritme en
tonen meer sociale betrokkenheid.

Rond 18-20 maanden: peuters kunnen lopen en praten en gaan hun omgeving zelfstandig verkennen.

Een belangrijk systeem dat verandert is het slaap-waaksysteem (sleep-wake system), dat gekoppeld is aan
hersenontwikkeling. Goede nachtrust – voldoende en herstellende slaap – hangt samen met cognitieve
ontwikkeling, emotieregulatie en algemeen welzijn. Ouders en verzorgers spelen een sleutelrol in het bevorderen
van slaapkwaliteit via routines, een veilige omgeving en consistente signalen. Ook culturele opvattingen over
slaap, zoals samen slapen of apart, beïnvloeden slaappatronen.

Er zijn bovendien etnische verschillen in slaapduur: witte kinderen slapen gemiddeld langer dan zwarte en Latijns-
Amerikaanse kinderen, deels door omgevingsinvloeden. Problemen zoals moeilijk inslapen of doorslapen komen
voor bij normaal ontwikkelende kinderen, maar kunnen ook wijzen op risico’s voor latere psychische problemen.

Temperament


Temperament verwijst naar vroege verschillen in activiteit, emotionaliteit, aandacht en zelfregulatie, beïnvloed
door genetische, biologische en omgevingsfactoren. Er zijn twee hoofdcomponenten:

Reactiviteit (reactivity): hoe sterk en snel een kind reageert op prikkels.

Regulatie (regulation): hoe goed het kind die reacties kan controleren.



1

, Samenvatting Deeltoets B
Voorbeelden: een kind dat heftig huilt bij een plots geluid (hoge reactiviteit), maar snel kalmeert bij troost (goede
regulatie), of een kind dat lang overstuur blijft (slechte regulatie).

Naast deze dimensies onderscheiden onderzoekers ook drie temperamentkenmerken:

Sociabiliteit en positieve emotionaliteit (surgency): hoe sociaal en opgewekt een kind is.

Negatieve emotionaliteit (negative affectivity): neiging tot frustratie, angst en woede.

Zelfcontrole (effortful control): vermogen om impulsen te remmen en aandacht te sturen.

Sommige modellen kijken typologisch (categorisch) naar temperament, zoals de indeling van makkelijk,
moeilijk en traag op gang komend temperament (Thomas & Chess). Andere modellen identi ceren
pro elen via statistische analyses, bijvoorbeeld:

Kinderen met typische reacties en regulatie

Kinderen met hoge reactiviteit en negatieve affectiviteit

Kinderen met hoge angst en regulatieproblemen

Deze pro elen voorspellen latere uitkomsten, zoals sociale teruggetrokkenheid of gedragsproblemen. Onderzoek
toont aan dat genetische en fysiologische factoren sterk bijdragen aan temperament, maar ook prenatale
invloeden zoals stress, ondervoeding of toxines spelen een rol. Ouders beïnvloeden temperament door hun
persoonlijkheid en opvoedstijl: warmte en positieve controle versterken regulatie; negatieve of inconsistente
opvoeding belemmert deze ontwikkeling.

Een goede afstemming tussen ouder en kind heet goodness of t. Niet elk ouder-kind duo past vanzelf goed bij
elkaar, maar mismatches kunnen ook leerzaam zijn. Overmatige mismatches leiden echter vaak tot overcontrole of
con ict. Kinderen met ‘moeilijk temperament’ zijn gevoeliger voor negatieve én positieve omgevingen, wat het
idee van differentiële vatbaarheid (differential susceptibility) ondersteunt.

Ook zijn er culturele en gendergerelateerde verschillen. Jongens scoren vaak hoger op sociabiliteit, meisjes op
zelfcontrole. Ouders wereldwijd beïnvloeden temperament via culturele normen. Temperament ontwikkelt zich tot
persoonlijkheid, en is redelijk stabiel vanaf de kleuterleeftijd. Extreme temperamenten zijn het meest stabiel.




2


fifl fi fi fi

, Samenvatting Deeltoets B
Hechting (Attachment)


Aan het einde van het eerste levensjaar ontwikkelen de meeste baby’s samen met hun verzorgers een
hechtingsrelatie, een fundamenteel gevoel van veiligheid, troost en verbondenheid. Hechting is cruciaal voor
het overleven en verkennen van de wereld. Belangrijke functies van hechting zijn:

Veilige haven (safe haven): iemand die troost biedt bij stress.

Proximiteitsonderhoud (proximity maintenance): de neiging om nabijheid te zoeken.

Veilige basis (secure base): een basis van waaruit verkend kan worden.

Hechtingspatronen ontstaan door interactie met de verzorger en zijn relatie-speci ek. Typische patronen:

Veilige hechting: bij sensitieve, voorspelbare zorg.

Ambivalente hechting (resistant attachment): door inconsistente responsiviteit.

Vermijdende hechting (avoidant attachment): bij afwijzende of intrusieve zorg.

Gedesorganiseerde hechting (disorganized attachment): bij beangstigende of chaotische zorg, of
bij langdurige scheiding.

Hechting beïnvloedt hoe kinderen zichzelf, anderen en de wereld zien. Negatieve hechtingspatronen zijn
risicofactoren, maar geen stoornissen op zich. Genetische aanleg speelt een rol in vatbaarheid voor
hechtingsproblemen, evenals ouderlijke psychopathologie, trauma, en contextuele factoren.

Temperament, hechting en psychopathologie


Bij sommige kinderen vormen temperament en hechting de basis voor latere psychische stoornissen. Vooral een
combinatie van hoge negatieve emotionaliteit en lage zelfregulatie (dysregulatie) verhoogt het risico op:

Internaliserende problemen (zoals angst en depressie), bij kinderen met gedragsinhibitie (behavioral
inhibition).

Externaliserende problemen (zoals agressie), bij kinderen met hoge prikkelbaarheid (irritability).

Prikkelbaarheid bestaat uit aanhoudende negatieve stemming én intense woede-uitbarstingen. Ernstige
prikkelbaarheid op jonge leeftijd voorspelt vaak latere stoornissen.

3


fi

, Samenvatting Deeltoets B
Voedingsstoornissen (Feeding disorders)


Avoidant/Restrictive Food Intake Disorder (ARFID) ontstaat wanneer kinderen structureel te weinig eten,
met negatieve gevolgen voor groei en ontwikkeling. Drie subtypen:

1. Gebrek aan interesse of eetlust

2. Sensorische gevoeligheid

3. Vermijding na negatieve ervaringen (bijv. verslikken)

Casus Jalen (6 maanden): verloor eetinteresse na ziekte; ouders voedden hem slapend → negatieve associatie
met voeding.
Casus Grace (3 jaar): drugsgebruik moeder tijdens zwangerschap + verwaarlozing → beperkte voedselinname
(alleen sap en friet).
Behandeling richt zich op gedragstherapie, opvoedondersteuning en herstel van de ouder-kindrelatie.

Slaap-waakstoornissen (Sleep-wake disorders)


Typische problemen zijn moeilijk inslapen, vaak wakker worden, of nachtmerries. Deze problemen kunnen
langdurige effecten hebben op emoties, aandacht en relaties. Casus Mia (16 maanden): nachtelijk wakker worden
leidde tot prikkelbaarheid en stress in het gezin. Behandeling via gedragsinterventies leidde tot beter slapen én
gedrag overdag.

Risicofactoren zijn onder andere:

Moeilijk temperament

Onveilige hechting

Medische problemen

Opvoedproblemen (zoals geen grenzen stellen)

Diagnose vereist gedetailleerde observatie, vaak slaapdagboeken en eventueel laboratoriumonderzoek.
Interventies zijn het meest effectief als ze ook gericht zijn op ouder-kindrelaties.




4
$10.15
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
romyhuybens

Get to know the seller

Seller avatar
romyhuybens Universiteit Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
8
Member since
4 year
Number of followers
0
Documents
3
Last sold
2 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions