Filosofie v/d relationele zorg 2
Deel 1 systeem denken
1. Inleiding
Systeemtheorie = manier van kijken naar en omgaan met individueel overstijgende systeem
Kern van de systeemtheorie = relaties tussen personen, relatiepatronen, groeps- en
gezinsstructuren => alle menselijke verbanden.
-> individuen die deel uitmaken van het systeem
-> WEL: het systeem als geheel – relatie- en communicatiepatronen kenmerkend voor het
systeem.
Alle gedrag is communicatie volgende begrippen identiek: Communicatie = interactie =
gedrag = beïnvloeding
Begrip “informatie” staat centraal
Conclusie: bied 2 zaken
- Manier van kijken naar systemen
- Aanknopingspunten om binnen systemen interventies te doen vanuit het bredere
zicht op het geheel.
Context is niet belangrijk om in verleden oorzaken te zoeken voor actueel gedrag. Wel om te
begrijpen waar iemand nu mee kan zitten. Het gaat altijd over NU
2. Systeemtheorie
Manier van denken -> bril waardoor je naar de werkelijkheid kijkt
3. Definitie v/h begrip systeem
Leerdoel -> het begrip systeem uitleggen en voorbeelden geven
Systeem = Samenspel van elementen en van betrekkingen tussen die elementen dat als
geheel functioneert Door de onderlinge afhankelijkheid van de elementen en dat voor de
betrokken elementen bepaalde functies vervult.
bv. Gezin, leefgroep, vriendengroep, team, …
Onderwerp van de systeemtheorie: individu in zijn omgeving – onderlinge relaties vormen
het systeem
-> kern van het systeem wordt gevormd door betrekkingen die individuen met elkaar
onderhouden en het patroon van die betrekkingen => systeem heeft een structuur
Conclusie -> voorwaarde voor een systeem = interactie tss individuen
, 4. Het ‘kader’ en de ‘context’ als kernbegrippen
Leerdoel -> kader en context als kernbegrip van systeemtheorie uitleggen
Verschillende omschrijvingen die de kern en abstracte begrippen van de systeemtheorie
onder woorden brengen.
- Objecten bestuderen in hun context (= breder kader). -> Belangrijk in de VPL =>
patiënt staat nooit alleen!
- Wat is de invloed van het systeem op het individu in een bepaalde context?
- Individuen binnen een systeem beïnvloeden elkaar.
5. Belangrijkste uitgangspunten van de systeemtheorie
Leerdoel -> belangrijkste uitgangspunten van de systeemtheore uitleggen en voorbeelden
geven
Kern van de systeemtheorie in 5 principes:
Geheel is meer dan de som = systeem heeft eigenkarakter -> systeem is niet
van de delen -> 1+1=3 herleidbaar tot de eigenschappen van de delen m.a.w.
eigenschappen individu verschillend eigenschappen
systeem
Bv. Groep heeft bepaald karakter ( energiek,
coöperatief, …
Binnen systeem (geheel) zijn = binnen systeem hangt alles samen
de delen van elkaar Gevolg -> deel van systeem verandert -> systeem als
afhankelijk geheel verandert
Bv. vermaatschappelijking van de zorg zorgt voor een
afbouwing van ziekenhuisbedden. Hierdoor wordt de
thuiszorg verder uitgebouwd.
Systeem bepaalt in Gedrag v/h individu wordt bepaald door 2 zaken
belangrijke mate het gedrag -> systeem
van individuen (delen) -> omgeving
Bv. Iris werkt sinds kort op de dienst chirurgie en stottert
wanneer ze nerveus is. Iris voelt zich sterk opgevangen
door het team en merkt dat ze niet meer stottert.
Systeem probeert zich op = systeem adapteert zich aan de omgeving -> reden: het
allerlei manier aan te passen, systeem wil overleven
omdat het wil overleven Bv. Bedrijf doet marktonderzoek om in te spelen op de
wensen van de consument. Indien nodig worden de
doelen aangepast.
Systeem heeft eigenschap = systeem handhaaft zich om te overleven
zichzelf te handhaven en te Bv. een eerstelijnsorganisatie werd overbodig, omdat de
blijven voortbestaan -> ook hulpverlening aan allochtonen toebehoorde aan het
wanneer het geen algemeen maatschappelijk werk. De
bestaansrecht meer heeft eerstelijnsorganisatie werd een tweedelijnsorganisatie
2
Deel 1 systeem denken
1. Inleiding
Systeemtheorie = manier van kijken naar en omgaan met individueel overstijgende systeem
Kern van de systeemtheorie = relaties tussen personen, relatiepatronen, groeps- en
gezinsstructuren => alle menselijke verbanden.
-> individuen die deel uitmaken van het systeem
-> WEL: het systeem als geheel – relatie- en communicatiepatronen kenmerkend voor het
systeem.
Alle gedrag is communicatie volgende begrippen identiek: Communicatie = interactie =
gedrag = beïnvloeding
Begrip “informatie” staat centraal
Conclusie: bied 2 zaken
- Manier van kijken naar systemen
- Aanknopingspunten om binnen systemen interventies te doen vanuit het bredere
zicht op het geheel.
Context is niet belangrijk om in verleden oorzaken te zoeken voor actueel gedrag. Wel om te
begrijpen waar iemand nu mee kan zitten. Het gaat altijd over NU
2. Systeemtheorie
Manier van denken -> bril waardoor je naar de werkelijkheid kijkt
3. Definitie v/h begrip systeem
Leerdoel -> het begrip systeem uitleggen en voorbeelden geven
Systeem = Samenspel van elementen en van betrekkingen tussen die elementen dat als
geheel functioneert Door de onderlinge afhankelijkheid van de elementen en dat voor de
betrokken elementen bepaalde functies vervult.
bv. Gezin, leefgroep, vriendengroep, team, …
Onderwerp van de systeemtheorie: individu in zijn omgeving – onderlinge relaties vormen
het systeem
-> kern van het systeem wordt gevormd door betrekkingen die individuen met elkaar
onderhouden en het patroon van die betrekkingen => systeem heeft een structuur
Conclusie -> voorwaarde voor een systeem = interactie tss individuen
, 4. Het ‘kader’ en de ‘context’ als kernbegrippen
Leerdoel -> kader en context als kernbegrip van systeemtheorie uitleggen
Verschillende omschrijvingen die de kern en abstracte begrippen van de systeemtheorie
onder woorden brengen.
- Objecten bestuderen in hun context (= breder kader). -> Belangrijk in de VPL =>
patiënt staat nooit alleen!
- Wat is de invloed van het systeem op het individu in een bepaalde context?
- Individuen binnen een systeem beïnvloeden elkaar.
5. Belangrijkste uitgangspunten van de systeemtheorie
Leerdoel -> belangrijkste uitgangspunten van de systeemtheore uitleggen en voorbeelden
geven
Kern van de systeemtheorie in 5 principes:
Geheel is meer dan de som = systeem heeft eigenkarakter -> systeem is niet
van de delen -> 1+1=3 herleidbaar tot de eigenschappen van de delen m.a.w.
eigenschappen individu verschillend eigenschappen
systeem
Bv. Groep heeft bepaald karakter ( energiek,
coöperatief, …
Binnen systeem (geheel) zijn = binnen systeem hangt alles samen
de delen van elkaar Gevolg -> deel van systeem verandert -> systeem als
afhankelijk geheel verandert
Bv. vermaatschappelijking van de zorg zorgt voor een
afbouwing van ziekenhuisbedden. Hierdoor wordt de
thuiszorg verder uitgebouwd.
Systeem bepaalt in Gedrag v/h individu wordt bepaald door 2 zaken
belangrijke mate het gedrag -> systeem
van individuen (delen) -> omgeving
Bv. Iris werkt sinds kort op de dienst chirurgie en stottert
wanneer ze nerveus is. Iris voelt zich sterk opgevangen
door het team en merkt dat ze niet meer stottert.
Systeem probeert zich op = systeem adapteert zich aan de omgeving -> reden: het
allerlei manier aan te passen, systeem wil overleven
omdat het wil overleven Bv. Bedrijf doet marktonderzoek om in te spelen op de
wensen van de consument. Indien nodig worden de
doelen aangepast.
Systeem heeft eigenschap = systeem handhaaft zich om te overleven
zichzelf te handhaven en te Bv. een eerstelijnsorganisatie werd overbodig, omdat de
blijven voortbestaan -> ook hulpverlening aan allochtonen toebehoorde aan het
wanneer het geen algemeen maatschappelijk werk. De
bestaansrecht meer heeft eerstelijnsorganisatie werd een tweedelijnsorganisatie
2