Economie samenvatting; Economie in het nieuws
H1: Economische groei
- 1.1 Hoe kun je zichtbaar maken dat de economie van een land groeit?
- Bruto Binnenlands Product (bbp) → geeft de economische prestaties
weer in materiële en financiële zin (vaak in verhouding met de
bevolking)
- uitvinding van de Amerikaanse econoom Simon Kuznets
- gebruikte het bbp om het economisch herstel te meten tijdens
de Grote Depressie.
- Economen stellen dat bij economische groei het maken van producten
centraal staat.
- je begint dus met het bepalen van de waarde van de totale
productie in een land, dus alles wat er in een bepaalde periode
aan goederen (tastbare producten) en diensten (niet-tastbare
producten) is gemaakt.
- De waarde wordt geteld, dit is niet de verkoopwaarde, maar de
toegevoegde waarde.
- In berichtgeving is het onderscheid tussen de omzet en
toegevoegde waarde soms vaag, sectoren en bedrijfstakken
komen snel in de verleiding om uit te gaan van omzet.
- Een stijging in de prijs van iets, draagt niet bij aan de economische
groei. Economische groei is enkel de groei van het bbp die is
veroorzaakt door een stijging van het aantal goederen of diensten.
- Het bbp van Nederland was in 2019 ong. 812 miljard euro. Zo’n
bedrag is op twee manieren toegankelijk te maken:
- door het te delen door het aantal inwoners van een land
- of door het overzichtelijk te maken:
- door het te vergelijken met andere landen
- door het te vergelijken met het verleden
- dan spreek je van verandering van het bbp, de
economische groei.
- het bbp kan op verschillende manieren worden berekend:
- via de objectieve methode → de productie, oftewel de som
van de toegevoegde waarden van bedrijven en overheid
- via de subjectieve methode → de inkomens, daarbij kijk je
naar de beloning van de vier productiefactoren: arbeid (loon),
kapitaal (rente), natuur (pacht) en ondernemerschap (winst
of verlies)
- via de bestedingen → wat wordt er uitgegeven aan
consumptie, investeringen, overheidsbestedingen en in het
buitenland
- De toename van de waarde van het bbp kan worden gecorrigeerd door de
stijging van het algemeen prijsniveau, de inflatie
- volumegroei → de uitkomst hiervan
- wordt gebruikt als indicatie van de reële toename van de
materiële welvaart, oftewel de economische groei
- er is een verschil tussen nominale bbp en reële bbp
, - een stijging van het bbp wordt veroorzaakt door een
hogere productie en/of hogere prijzen
- in het nominale bbp zijn beide verwerkt,
hoeveelheid én prijs. Dit is dan ook te
beschouwen als het geldbedrag van het bbp
- Het reële bbp geeft de koopkracht van het bbp
weer: de hoeveelheid goederen die met het
bedrag van het bbp wordt gekocht, alleen
volume van de productie.
- Bij het maken van een vergelijking is het het beste om uit te gaan van
het reële bbp, aangezien de inflatiepercentages per land sterk
verschillen.
- Alleen een verandering van het reële bbp zegt iets over de
verandering van de prijscapaciteit. Een groei van het nominale bbp
kan alleen komen door prijsstijgingen en zegt niets over de toeneming
van de productie
- 1.2 Wat is inflatie?
- Inflatie → de stijging van het prijspeil
- Deflatie → de daling van het prijspeil
- prijsdaling van één soort product mag je geen deflatie noemen
- Inflatiecijfers worden gepubliceerd in de vorm van percentages (CPI
100 → 103, dus 3% inflatie).
- Kennis van de oorzaken van inflatie is noodzakelijk:
- Een oververhitte economie
- het gaat te goed, bestedingen zijn zo hoog dat het
bedrijfsleven de vraag niet meer kan bijbenen
- als reactie hierop gaan de bedrijven hun prijzen laten
stijgen, waardoor het prijspeil stijgt.
- Er is te veel geld in omloop
- gaat vooraf aan een oververhitte economie
- De geldschepping kan komen doordat
- banken makkelijk krediet verlenen
- door toestroming van buitenlands kapitaal
- centrale banken de geldkraan open zetten tijdens
financiële crises, om de economie te stimuleren
- de overheid laat de geldhoeveelheid toenemen
- bijvoorbeeld als een overheid meer geld nodig
heeft (na oorlogstijd), dan brengen ze meer geld
in omloop, waardoor er extra geld te besteden
is, wat leidt tot een verhitte economie.
- er kan dan hyperinflatie ontstaan, met
percentages van duizend of meer
- Duurdere buitenlandse producten
- Als geïmporteerde grondstoffen duurder worden, dan worden
de producten die daar in Nederland van gemaakt worden ook
duurder.
- geïmporteerde inflatie → als het prijspeil hierdoor stijgt
- Kostenstijgingen
, - als de kosten in het bedrijfsleven stijgen, kunnen bedrijven
proberen de kosten mee te rekenen in hun verkoopprijzen.
Hierdoor worden de producten duurder en leidt dit weer tot
inflatie.
- Alleen in markten met veel concurrentie, waar prijsverhoging
tot verlies van marktaandeel kan leiden, kan een bedrijf
overwegen om de kosten niet door te berekenen.
- kostenstijging gaat dan ten koste van de winst.
- Als journalist is het, voor een evt reactie, handig om te weten wie invloed
hebben op de kostenstijgingen
- als het gaat om arbeidskosten:
- vakbonden en werkgeversorganisaties
- de overheid, die belastingen en sociale premies heft
- meer belastingen en premies verhogen de
arbeidskosten en zouden dus de inflatie kunnen
verhogen.
- als het gaat om andere kosten
- moet je zelf op onderzoek uit
- De centrale bank van een land moet de inflatie bestrijden. Voor de EU is dat
de ECB (Europese Centrale Bank), wordt ook wel de monetaire autoriteit
genoemd
- heeft als voornaamste taak het garanderen van een stabiele interne
waarde van de euro
- de ECB moet ervoor zorgen dat de koopkracht van de euro
wordt gehandhaafd in de landen die de munteenheid hanteren
- omdat inflatie een aantasting is van de koopkracht, is
het ECB-beleid voor een belangrijk deel gericht op het
laag houden van de inflatie.
- 1.3 Waarom wordt economische groei gezien als iets positiefs?
- Om iets te maken, moeten productiefactoren worden ingezet, dit zijn arbeid,
kapitaal, natuur en ondernemerschap. Deze factoren moeten worden beloond
- arbeid → loon
- kapitaal → rente
- natuur → huur en pacht
- ondernemerschap → winst
- productie leidt tot inkomen
- Hoe meer er geproduceerd wordt, hoe meer inkomen er verdiend wordt in
een land.
- inkomen zegt iets over materiële welvaart, over de mogelijkheden om
te voorzien in behoeften
- als je meer inkomen krijgt en een beetje vertrouwen hebt in de
economische toekomst, zul je waarschijnlijk een deel van dat extra
inkomen uitgeven
- consumptieve bestedingen of consumptie → uitgaven
van consumenten aan goederen en diensten
- dit spoort bedrijven weer aan om meer te produceren, en meer
productie leidt tot meer inkomen.
H1: Economische groei
- 1.1 Hoe kun je zichtbaar maken dat de economie van een land groeit?
- Bruto Binnenlands Product (bbp) → geeft de economische prestaties
weer in materiële en financiële zin (vaak in verhouding met de
bevolking)
- uitvinding van de Amerikaanse econoom Simon Kuznets
- gebruikte het bbp om het economisch herstel te meten tijdens
de Grote Depressie.
- Economen stellen dat bij economische groei het maken van producten
centraal staat.
- je begint dus met het bepalen van de waarde van de totale
productie in een land, dus alles wat er in een bepaalde periode
aan goederen (tastbare producten) en diensten (niet-tastbare
producten) is gemaakt.
- De waarde wordt geteld, dit is niet de verkoopwaarde, maar de
toegevoegde waarde.
- In berichtgeving is het onderscheid tussen de omzet en
toegevoegde waarde soms vaag, sectoren en bedrijfstakken
komen snel in de verleiding om uit te gaan van omzet.
- Een stijging in de prijs van iets, draagt niet bij aan de economische
groei. Economische groei is enkel de groei van het bbp die is
veroorzaakt door een stijging van het aantal goederen of diensten.
- Het bbp van Nederland was in 2019 ong. 812 miljard euro. Zo’n
bedrag is op twee manieren toegankelijk te maken:
- door het te delen door het aantal inwoners van een land
- of door het overzichtelijk te maken:
- door het te vergelijken met andere landen
- door het te vergelijken met het verleden
- dan spreek je van verandering van het bbp, de
economische groei.
- het bbp kan op verschillende manieren worden berekend:
- via de objectieve methode → de productie, oftewel de som
van de toegevoegde waarden van bedrijven en overheid
- via de subjectieve methode → de inkomens, daarbij kijk je
naar de beloning van de vier productiefactoren: arbeid (loon),
kapitaal (rente), natuur (pacht) en ondernemerschap (winst
of verlies)
- via de bestedingen → wat wordt er uitgegeven aan
consumptie, investeringen, overheidsbestedingen en in het
buitenland
- De toename van de waarde van het bbp kan worden gecorrigeerd door de
stijging van het algemeen prijsniveau, de inflatie
- volumegroei → de uitkomst hiervan
- wordt gebruikt als indicatie van de reële toename van de
materiële welvaart, oftewel de economische groei
- er is een verschil tussen nominale bbp en reële bbp
, - een stijging van het bbp wordt veroorzaakt door een
hogere productie en/of hogere prijzen
- in het nominale bbp zijn beide verwerkt,
hoeveelheid én prijs. Dit is dan ook te
beschouwen als het geldbedrag van het bbp
- Het reële bbp geeft de koopkracht van het bbp
weer: de hoeveelheid goederen die met het
bedrag van het bbp wordt gekocht, alleen
volume van de productie.
- Bij het maken van een vergelijking is het het beste om uit te gaan van
het reële bbp, aangezien de inflatiepercentages per land sterk
verschillen.
- Alleen een verandering van het reële bbp zegt iets over de
verandering van de prijscapaciteit. Een groei van het nominale bbp
kan alleen komen door prijsstijgingen en zegt niets over de toeneming
van de productie
- 1.2 Wat is inflatie?
- Inflatie → de stijging van het prijspeil
- Deflatie → de daling van het prijspeil
- prijsdaling van één soort product mag je geen deflatie noemen
- Inflatiecijfers worden gepubliceerd in de vorm van percentages (CPI
100 → 103, dus 3% inflatie).
- Kennis van de oorzaken van inflatie is noodzakelijk:
- Een oververhitte economie
- het gaat te goed, bestedingen zijn zo hoog dat het
bedrijfsleven de vraag niet meer kan bijbenen
- als reactie hierop gaan de bedrijven hun prijzen laten
stijgen, waardoor het prijspeil stijgt.
- Er is te veel geld in omloop
- gaat vooraf aan een oververhitte economie
- De geldschepping kan komen doordat
- banken makkelijk krediet verlenen
- door toestroming van buitenlands kapitaal
- centrale banken de geldkraan open zetten tijdens
financiële crises, om de economie te stimuleren
- de overheid laat de geldhoeveelheid toenemen
- bijvoorbeeld als een overheid meer geld nodig
heeft (na oorlogstijd), dan brengen ze meer geld
in omloop, waardoor er extra geld te besteden
is, wat leidt tot een verhitte economie.
- er kan dan hyperinflatie ontstaan, met
percentages van duizend of meer
- Duurdere buitenlandse producten
- Als geïmporteerde grondstoffen duurder worden, dan worden
de producten die daar in Nederland van gemaakt worden ook
duurder.
- geïmporteerde inflatie → als het prijspeil hierdoor stijgt
- Kostenstijgingen
, - als de kosten in het bedrijfsleven stijgen, kunnen bedrijven
proberen de kosten mee te rekenen in hun verkoopprijzen.
Hierdoor worden de producten duurder en leidt dit weer tot
inflatie.
- Alleen in markten met veel concurrentie, waar prijsverhoging
tot verlies van marktaandeel kan leiden, kan een bedrijf
overwegen om de kosten niet door te berekenen.
- kostenstijging gaat dan ten koste van de winst.
- Als journalist is het, voor een evt reactie, handig om te weten wie invloed
hebben op de kostenstijgingen
- als het gaat om arbeidskosten:
- vakbonden en werkgeversorganisaties
- de overheid, die belastingen en sociale premies heft
- meer belastingen en premies verhogen de
arbeidskosten en zouden dus de inflatie kunnen
verhogen.
- als het gaat om andere kosten
- moet je zelf op onderzoek uit
- De centrale bank van een land moet de inflatie bestrijden. Voor de EU is dat
de ECB (Europese Centrale Bank), wordt ook wel de monetaire autoriteit
genoemd
- heeft als voornaamste taak het garanderen van een stabiele interne
waarde van de euro
- de ECB moet ervoor zorgen dat de koopkracht van de euro
wordt gehandhaafd in de landen die de munteenheid hanteren
- omdat inflatie een aantasting is van de koopkracht, is
het ECB-beleid voor een belangrijk deel gericht op het
laag houden van de inflatie.
- 1.3 Waarom wordt economische groei gezien als iets positiefs?
- Om iets te maken, moeten productiefactoren worden ingezet, dit zijn arbeid,
kapitaal, natuur en ondernemerschap. Deze factoren moeten worden beloond
- arbeid → loon
- kapitaal → rente
- natuur → huur en pacht
- ondernemerschap → winst
- productie leidt tot inkomen
- Hoe meer er geproduceerd wordt, hoe meer inkomen er verdiend wordt in
een land.
- inkomen zegt iets over materiële welvaart, over de mogelijkheden om
te voorzien in behoeften
- als je meer inkomen krijgt en een beetje vertrouwen hebt in de
economische toekomst, zul je waarschijnlijk een deel van dat extra
inkomen uitgeven
- consumptieve bestedingen of consumptie → uitgaven
van consumenten aan goederen en diensten
- dit spoort bedrijven weer aan om meer te produceren, en meer
productie leidt tot meer inkomen.