100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Judgments

arresten insolventierecht

Rating
-
Sold
3
Pages
33
Uploaded on
29-03-2025
Written in
2024/2025

Vak gehaald met een 8. Dit document bevat een overzicht van alle rechtsregels van alle voorgeschreven jurisprudentie voor het vak, dus het mag mee naar het tentamen.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
March 29, 2025
Number of pages
33
Written in
2024/2025
Type
Judgments

Subjects

Content preview

COLLEGE 1.

Adjuncten P./Söderqvist q.q.

Noot
In deze belangrijke uitspraak beslist de HR in r.o. 4.3 tweede alinea dat
een ontbonden rechtspersoon die naar het oordeel van het bestuur of de
vereffenaar geen baten meer heeft en derhalve is opgehouden te
bestaan, toch op verzoek van een schuldeiser die stelt dat zij nog
baten heeft, door de rechter failliet kan worden verklaard.


Hoeksma q.q./R.M. Trade

4.5
Het antwoord op de gestelde vragen luidt derhalve dat, indien een
rechtspersoon op eigen aangifte is failliet verklaard, de curator – uit
eigen hoofde – als belanghebbende in de zin van art. 10 lid 1 Fw is aan te
merken en verzet kan doen tegen de faillietverklaring, indien hij dat
verzet doet op grond van de stelling dat de boedel (nagenoeg) geen
baten bevat en baten ook niet te verkrijgen of anderszins te
verwachten zijn.

4.7.1
Het verzet komt, in geval van een op eigen aangifte van een
rechtspersoon uitgesproken faillietverklaring, slechts dan voor
gegrondverklaring in aanmerking indien sprake is van een boedel die
(nagenoeg) geen activa omvat en er geen enkele aanleiding bestaat voor
de verwachting dat in het faillissement, bijvoorbeeld met toepassing van
art. 42 Fw of art. 2:9 BW, activa zullen kunnen worden gegenereerd. In dat
geval zal kunnen worden aangenomen dat (het bestuur van) de
rechtspersoon de bevoegdheid aangifte tot faillietverklaring te doen – en
daarmee de te benoemen curator te belasten met de werkzaamheden die
tot beëindiging van het bestaan van de rechtspersoon moeten leiden
zonder dat de curator voor zijn werkzaamheden een vergoeding tegemoet
kan zien – heeft misbruikt (vgl. HR 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:48, NJ
2013/365). Hierbij is van belang dat het faillissement volgens het stelsel
van de Faillissementswet verdeling beoogt door de curator van het
vermogen van de schuldenaar onder diens gezamenlijke schuldeisers (HR
22 juli 1988, ECLI:NL:HR:1988:ZC3883, NJ 1988/912). In het geval als hier
aan de orde, dient (het bestuur van) de rechtspersoon dan ook de weg van
art. 2:19 BW te bewandelen.



Boersen q.q./Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het
levensmiddelenbedrijf
3.4.3 Het enkele feit dat de boedel leeg is of blijkt te zijn, is geen grond
voor verzet door de curator op de voet van art. 10 Fw. Voor het slagen van
dat verzet is vereist dat de faillissementsaanvraag – ongeacht of deze

,door een schuldeiser dan wel de schuldenaar zelf is ingediend – is aan te
merken als misbruik van bevoegdheid. Daarvan kan sprake zijn indien
degene die het faillissement aanvraagt, op het moment van de aanvraag
weet dan wel behoort te weten dat de boedel leeg is en geen
voldoende gerechtvaardigd belang bij de aanvraag heeft,
eventueel mede in verband met voor hem beschikbare alternatieven (vgl.
de beslissing van 18 december 2015, rov. 4.7.1). Een voldoende
gerechtvaardigd belang kan zijn om de ontbinding van de rechtspersoon te
bewerkstelligen.


X c.s./Curator c.s.

2.8 Dit oordeel van de rechtbank is rechtens onjuist. Het oordeel miskent
de taak van de faillissementscurator en is voorts in strijd met het wettelijk
systeem, zoals neergelegd in art. 179 Fw jo art. 193 lid 1 Fw.

2.11 De bedoeling van de wetgever is helder. Zodra 100 % kan worden
uitgekeerd, dient de vereffening te worden gestaakt en een uitdeling
plaats te vinden, zodat het faillissement eindigt. Zie in dit verband ook
Molengraaff, die naar aanleiding van art. 193 lid 1 Fw opmerkt:

,COLLEGE 2. Taken curator

LM/ Van Boven q.q. c.s

Op 27 september 2017 — nog voordat de curator de machtiging voor de
transactie vraagt — verzoekt LM de rechter-commissaris op de voet
van art. 69 Fw de curator te verbieden de onderneming te verkopen aan
een gelieerde partij. De rechter-commissaris wijst het verzoek af en
geeft de curator zijn toestemming voor de overdracht aan A
Beheer.

3.3.2 De in art. 69 lid 1 Fw bedoelde personen kunnen op de voet
van dit artikel bij de rechter-commissaris opkomen tegen de verkoop
van goederen door de curator op een van de wijzen als vermeld in art.
176 lid 1 Fw. Zij kunnen zich dus verzetten zowel tegen openbare als
tegen ondershandse verkoop. In het geval van door de curator gewenste
ondershandse verkoop kunnen hun bezwaren zich ook richten tegen de
transactie zoals de curator die wenst aan te gaan (‘de verkoop zelf’ in de
bewoordingen van de hierna te noemen uitspraak van 1994), of tegen een
of meer beoogde contractanten, zoals in het onderhavige geval.

(Looijen q.q./X)

noot
1. Inleiding
De uitspraak van de Hoge Raad van 15 december 2023 gaat over de vraag
of een failliet (maar het kan ook een faillissementsschuldeiser1 zijn) de
curator kan dwingen (door een rechterlijk bevel ex art. 69 Fw) om een
eenmaal gesloten (ver)koopovereenkomst te ontbinden. Deze
uitspraak zal worden gelegd naast een oudere uitspraak van ons hoogste
rechtscollege over het geval dat een faillissementsschuldeiser nog voordat
de curator een verkoopovereenkomst sluit naar de rechter-commissaris
stapt teneinde die verkoop te verhinderen.

De curator stelt beroep in cassatie in. Hij voert aan dat met een verzoek
op voet van art. 69 Fw niet de binding aan een bevoegdelijk gesloten en
door de rechter-commissaris goedgekeurde overeenkomst ongedaan
gemaakt kan worden. Die klacht slaagt. De curator is, met
toestemming van de rechter-commissaris, de koopovereenkomst
aangegaan. De curator is, zo concludeert de Hoge Raad, hieraan
gebonden en die gebondenheid kan niet langs de weg van een op art.
69 Fw gebaseerd bevel worden doorbroken. De Hoge Raad merkt daarbij
op dat dat anders is als het bevel ertoe strekt dat de curator gebruik
maakt van een hem op grond van de wet of overeenkomst toekomende

, ontbindingsbevoegdheid. Van een dergelijke bevoegdheid is echter niet
gebleken.

Mijns inziens moet de praktijk zoeken naar een werkwijze waarbij de
faillissementsschuldeisers of failliet – ten aanzien van het door de curator
aangaan van dergelijke (verkoop)overeenkomsten – daadwerkelijk invloed
wordt toegekend op het beheer van de failliete boedel. Dat kan
bijvoorbeeld doordat curatoren niet van tevoren toestemming aan de
rechter-commissaris vragen voor onderhandse verkoop, maar de
verkoopovereenkomst sluiten onder voorbehoud (opschortende
voorwaarde) van goedkeuring door de rechter-commissaris


Maclou/Curatoren Van Schuppen

3.5.3 Ook wat stelling (b) betreft, is in de eerste plaats van belang dat de
curatoren uitvoerig hebben betoogd dat en waarom het tot stand komen
van de overeenkomst met LWS en de banken, waardoor de onderneming
van Van Schuppen kon worden voortgezet, het belang van werknemers
en crediteuren diende, en dat Maclou en Prouvost dit betoog als
zodanig niet hebben bestreden.
Voorts is van belang dat curatoren niet zonder meer de feitelijke macht
over de onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken aan LWS hebben
overgedragen, doch uitdrukkelijk hebben bedongen dat LWS alle
rechten van derden moest eerbiedigen en afwikkelen. Ten slotte is
van belang dat curatoren naar 's Hofs oordeel in redelijkheid mochten
vertrouwen dat LWS die verplichting zou nakomen, zodat voor het
bedingen van specifieke garanties geen aanleiding bestond.

3.6 Onderdeel 2.2 stelt de vraag aan de orde welke maatstaf dient te
worden gehanteerd bij de beoordeling van de vraag of een
faillissementscurator persoonlijk aansprakelijk is jegens derden
die nadeel hebben ondervonden van de wijze waarop de curator bij het
beheren en vereffenen van de failliete boedel te werk is gegaan.

Voorts miskent die stelling dat de curator, anders dan de beoefenaar van
een beroep als dat van advocaat, niet in een contractuele betrekking staat
tot degenen wier belangen aan hem in zijn hoedanigheid zijn
toevertrouwd, alsmede dat hij bij de uitoefening van zijn taak
uiteenlopende, soms tegenstrijdige belangen moet behartigen en
bij het nemen van zijn beslissingen — die vaak geen uitstel kunnen lijden
— óók rekening behoort te houden met belangen van
maatschappelijke aard.

Deze bijzondere kenmerken van de taak van de curator brengen mee dat
zijn eventuele persoonlijke aansprakelijkheid dient te worden getoetst aan
een zorgvuldigheidsnorm die daarop is afgestemd. Deze norm komt hierop
neer dat een curator behoort te handelen zoals in redelijkheid mag
worden verlangd van een over voldoende inzicht en ervaring

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
charlottestoelcs Hogeschool Windesheim
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
38
Member since
6 year
Number of followers
0
Documents
9
Last sold
6 days ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions