Wiskunde B Hoofdstuk 11
Door: Benthe Piena
6 vwo
, 11.1 Primitieven en integralen
De functie F is een primitieve van de functie f als F’ = f.
Een primitieve heeft altijd een integratieconstante, c.
Rekenregels primitieven:
a
• f(x) = axn geeft F(x) = xn+1 + c met n≠-1
n+1
gx
• f(x) = gx geeft F(x) = +c
ln(g)
• f(x) = ex geeft F(x) = ex + c
1
• f(x) = geeft F(x) = ln|x| + c
x
• f(x) = ln(x) geeft F(x) = xln(x) – x + c
1
• f(x) = glog(x) geeft F(x) = (xln(x) – x) + c
Ln(g)
Sin (x)
- Cos (x) Primitieve Cos (x)
- Sin (x)
b
∫a f(x) is een integraal.
Door: Benthe Piena
6 vwo
, 11.1 Primitieven en integralen
De functie F is een primitieve van de functie f als F’ = f.
Een primitieve heeft altijd een integratieconstante, c.
Rekenregels primitieven:
a
• f(x) = axn geeft F(x) = xn+1 + c met n≠-1
n+1
gx
• f(x) = gx geeft F(x) = +c
ln(g)
• f(x) = ex geeft F(x) = ex + c
1
• f(x) = geeft F(x) = ln|x| + c
x
• f(x) = ln(x) geeft F(x) = xln(x) – x + c
1
• f(x) = glog(x) geeft F(x) = (xln(x) – x) + c
Ln(g)
Sin (x)
- Cos (x) Primitieve Cos (x)
- Sin (x)
b
∫a f(x) is een integraal.