Sociologie
Voorkennis college 1:
Hoofdstuk 1:
Zekerheid: De overheid heeft met tal van wetgevings- en beleidsmaatregelen
zich met de arbeidsmarkt ingelaten om werknemers te beschermen / zekerheid
te bieden
Beroepsbevolking: Iedereen tussen 15 en de AOW leeftijd deze groep
bestaat uit alle personen van 15 tot 75 jaar die ofwel betaald werk hebben
(werkzame beroepsbevolking), of recent naar betaald werk hebben gezocht en
daarvoor direct beschikbaar zijn (werkloze beroepsbevolking)
Arbeidsparticipatie: Degenen van de beroepsbevolking die minimaal 1 uur per
week betaald werk hebben of willen Werkzame beroepsbevolking uitgedrukt in
% van de beroepsbevolking.
Bruto arbeidsparticipatie: inclusief geregistreerde werklozen
(beschikbaar)
Netto arbeidsparticipatie: exclusief werklozen
Ontgroening: Steeds minder jongeren die zich aandienen op de arbeidsmarkt
Vergrijzing: toename in het aantal ouderen in de bevolking
Flexibilisering: Tijdelijke contracten (bepaalde tijd), uitzendwerk, flexibele pool,
oproepcontracten, ZZP’ers en inzetbaarheid (all round, om- en bijscholing)
Steeds meer flexibele contracten met name sinds de crisis (2007), komt wellicht
nu weer verandering in aangezien het economisch beter gaat
Precarisatie / Precariaat: Onzekere situatie (grotere risico’s voor mensen op
de arbeidsmarkt) (van flexibele krachten) Kwetsbare deel van de arbeidsmarkt
(bijv. mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt of mensen die lang werkloos
zijn soms ook zzp’ers, flexwerkers etc.)
Het nieuwe werken: Plaatsonafhankelijk werken (mogelijk door ICT),
tijdsonafhankelijk werken (als het resultaat er maar is), zelfsturende teams, zelf
roosteren, werk-privé, werkplekken, woon-werkverkeer (neemt af), reiskosten
(worden dan ook minder)
Man/Vrouw verschil m.b.t. arbeid/cultuur:
Man/vrouw is niet alleen een biologisch verschil, maar er is ook een
cultureel verschil gender
Mannen- en vrouwenberoepen (bouw en zorg) glazen muur als er in
cultuur definitief sprake is van mannen- en vrouwenberoepen
(daadwerkelijk kan een man natuurlijk ook in zorg werken en vrouw in
bouw)
Kostwinner, deeltijdwerk, anderhalf verdieners
Beloning (vrouwen verdienen soms minder dan mannen met zelfde baan)
, Glazen plafond: jonge vrouwen hun opleidingsniveau zijn gemiddeld
hoger, dan die van jonge mannen, maar het lukt hun niet om in toppositie
te komen (iets in cultuur houdt ze tegen)
Bismarck effect: Precies weten wanneer je concessies moet doen, maar wel zo
min mogelijk (of net doen alsof) tijdelijk vertragen van veranderingen op het
gebied van arbeid
Hoofdstuk 2:
Schema onderaan bij college 1:
Arbeid in loondienst (Formeel betaald)
Vrijwilligerswerk (Formeel onbetaald)
Zwart werk (Informeel betaald)
Huishoudelijk werk (Informeel onbetaald)
Soorten werk ((on)betaald-(in)formeel): waardenleer, decentralisatie,
bureaucratisering, verdringing en deeltijdarbeid.
Arbeidswaardenleer: materiële opbrengst, psychische opbrengst en
sociale opbrengst
Decentralisatie: overheidshandelen dichter bij de mensen brengen, taken
en verantwoordelijkheden van de rijksoverheid naar gemeenten
Bureaucratisering: veelheid aan ingewikkelde regelgeving vanuit de
overheid
Verdringing: betaalde banen omzetten in vrijwilligersfuncties / mbo
functies ingevuld door bijvoorbeeld hbo geschoolde medewerkers
Deeltijdarbeid: Nederland is kampioen deeltijdwerken
College 1:
Wat is sociologie?
Sociologie is het kennisgebied over het (sociale) gedrag van mensen in groepen
en van de sociale, politieke, economische en religieuze aspecten van de
samenleving Sociologie is het kennisdomein van de opbouw van de
samenleving
Dus gedrag en cultuur verklaren en trends ontdekken (DESTEP-analyses)
Arbeid is een belangrijk aandachtsgebied van sociologen Wat is arbeid?, Wat
is de rol van arbeid in de samenleving?, Hoe is arbeid georganiseerd? Welke
invloed heeft dat op mens en maatschappij? en Hoe werkt de arbeidsmarkt?
Sociologie geeft achtergrondkennis bij belangrijke HRM onderwerpen als: ziekte &
verzuim, motivatie & arbeidsomstandigheden en arbeidsmarkt &
arbeidsverhoudingen
Wat is arbeid?
Arbeid: activiteit waarvoor je betaald wordt (smalle definitie) alle menselijke
activiteit die van nut is, daarvan is maar een klein deel betaald (brede definitie)
, Arbeid is het verrichten van taken die nut hebben voor de mensen die ze
uitvoeren, voor hun naaste omgeving en voor de maatschappij als geheel
Lust & last arbeid:
Arbeidsduur is van belang
Belastbaarheid verschilt (kinderen, ouderen, zieken, etc.)
Leuk of zwaar werk
Hoog of laag loon
Er zijn 3 soorten opbrengsten/lusten van arbeid:
1. Materiële opbrengst (product/dienst/loon)
2. Sociale obrengst (collega’s/klanten/studenten/status)
3. Psychische opbrengst
(voldaan gevoel/nuttig
voelen/jezelf
ontwikkelen/ritme en
regelmaat)
Werkloosheid is dan ook een
probleem, omdat het geen van
deze 3 opbrengsten oplevert.
Arbeidswaardeleer de lasten
zijn: lichamelijk of geestelijk
zwaar/gevaarlijk en onvrij
Arbeidsethos: werk is
belangrijk
Arbeidsmoraal: werken hoort/moet
Verschillende soorten werk:
Arbeid in loondienst: formeel en betaald werk (arbeid volgens de
wet/overheid)
Zwart werk: informeel en betaald werk (arbeid wat niet volgens de
wet/overheid verloopt)
Vrijwilligerswerk: formeel en onbetaald werk
Huishoudelijk werk: informeel en onbetaald werk
Voorkennis college 2:
Hoofdstuk 3:
Arbeidsdeling: verscheidenheid aan arbeidsverrichtingen die voortkomen uit
menselijke hoedanigheden verworven en toegewezen hoedanigheden
Beroepen: cognitief, sociaal-cultureel en moreel kapitaal
Arbeidsverdeling: splitsing van taken die voortkomt uit rationele organisatie
van arbeid
Voorkennis college 1:
Hoofdstuk 1:
Zekerheid: De overheid heeft met tal van wetgevings- en beleidsmaatregelen
zich met de arbeidsmarkt ingelaten om werknemers te beschermen / zekerheid
te bieden
Beroepsbevolking: Iedereen tussen 15 en de AOW leeftijd deze groep
bestaat uit alle personen van 15 tot 75 jaar die ofwel betaald werk hebben
(werkzame beroepsbevolking), of recent naar betaald werk hebben gezocht en
daarvoor direct beschikbaar zijn (werkloze beroepsbevolking)
Arbeidsparticipatie: Degenen van de beroepsbevolking die minimaal 1 uur per
week betaald werk hebben of willen Werkzame beroepsbevolking uitgedrukt in
% van de beroepsbevolking.
Bruto arbeidsparticipatie: inclusief geregistreerde werklozen
(beschikbaar)
Netto arbeidsparticipatie: exclusief werklozen
Ontgroening: Steeds minder jongeren die zich aandienen op de arbeidsmarkt
Vergrijzing: toename in het aantal ouderen in de bevolking
Flexibilisering: Tijdelijke contracten (bepaalde tijd), uitzendwerk, flexibele pool,
oproepcontracten, ZZP’ers en inzetbaarheid (all round, om- en bijscholing)
Steeds meer flexibele contracten met name sinds de crisis (2007), komt wellicht
nu weer verandering in aangezien het economisch beter gaat
Precarisatie / Precariaat: Onzekere situatie (grotere risico’s voor mensen op
de arbeidsmarkt) (van flexibele krachten) Kwetsbare deel van de arbeidsmarkt
(bijv. mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt of mensen die lang werkloos
zijn soms ook zzp’ers, flexwerkers etc.)
Het nieuwe werken: Plaatsonafhankelijk werken (mogelijk door ICT),
tijdsonafhankelijk werken (als het resultaat er maar is), zelfsturende teams, zelf
roosteren, werk-privé, werkplekken, woon-werkverkeer (neemt af), reiskosten
(worden dan ook minder)
Man/Vrouw verschil m.b.t. arbeid/cultuur:
Man/vrouw is niet alleen een biologisch verschil, maar er is ook een
cultureel verschil gender
Mannen- en vrouwenberoepen (bouw en zorg) glazen muur als er in
cultuur definitief sprake is van mannen- en vrouwenberoepen
(daadwerkelijk kan een man natuurlijk ook in zorg werken en vrouw in
bouw)
Kostwinner, deeltijdwerk, anderhalf verdieners
Beloning (vrouwen verdienen soms minder dan mannen met zelfde baan)
, Glazen plafond: jonge vrouwen hun opleidingsniveau zijn gemiddeld
hoger, dan die van jonge mannen, maar het lukt hun niet om in toppositie
te komen (iets in cultuur houdt ze tegen)
Bismarck effect: Precies weten wanneer je concessies moet doen, maar wel zo
min mogelijk (of net doen alsof) tijdelijk vertragen van veranderingen op het
gebied van arbeid
Hoofdstuk 2:
Schema onderaan bij college 1:
Arbeid in loondienst (Formeel betaald)
Vrijwilligerswerk (Formeel onbetaald)
Zwart werk (Informeel betaald)
Huishoudelijk werk (Informeel onbetaald)
Soorten werk ((on)betaald-(in)formeel): waardenleer, decentralisatie,
bureaucratisering, verdringing en deeltijdarbeid.
Arbeidswaardenleer: materiële opbrengst, psychische opbrengst en
sociale opbrengst
Decentralisatie: overheidshandelen dichter bij de mensen brengen, taken
en verantwoordelijkheden van de rijksoverheid naar gemeenten
Bureaucratisering: veelheid aan ingewikkelde regelgeving vanuit de
overheid
Verdringing: betaalde banen omzetten in vrijwilligersfuncties / mbo
functies ingevuld door bijvoorbeeld hbo geschoolde medewerkers
Deeltijdarbeid: Nederland is kampioen deeltijdwerken
College 1:
Wat is sociologie?
Sociologie is het kennisgebied over het (sociale) gedrag van mensen in groepen
en van de sociale, politieke, economische en religieuze aspecten van de
samenleving Sociologie is het kennisdomein van de opbouw van de
samenleving
Dus gedrag en cultuur verklaren en trends ontdekken (DESTEP-analyses)
Arbeid is een belangrijk aandachtsgebied van sociologen Wat is arbeid?, Wat
is de rol van arbeid in de samenleving?, Hoe is arbeid georganiseerd? Welke
invloed heeft dat op mens en maatschappij? en Hoe werkt de arbeidsmarkt?
Sociologie geeft achtergrondkennis bij belangrijke HRM onderwerpen als: ziekte &
verzuim, motivatie & arbeidsomstandigheden en arbeidsmarkt &
arbeidsverhoudingen
Wat is arbeid?
Arbeid: activiteit waarvoor je betaald wordt (smalle definitie) alle menselijke
activiteit die van nut is, daarvan is maar een klein deel betaald (brede definitie)
, Arbeid is het verrichten van taken die nut hebben voor de mensen die ze
uitvoeren, voor hun naaste omgeving en voor de maatschappij als geheel
Lust & last arbeid:
Arbeidsduur is van belang
Belastbaarheid verschilt (kinderen, ouderen, zieken, etc.)
Leuk of zwaar werk
Hoog of laag loon
Er zijn 3 soorten opbrengsten/lusten van arbeid:
1. Materiële opbrengst (product/dienst/loon)
2. Sociale obrengst (collega’s/klanten/studenten/status)
3. Psychische opbrengst
(voldaan gevoel/nuttig
voelen/jezelf
ontwikkelen/ritme en
regelmaat)
Werkloosheid is dan ook een
probleem, omdat het geen van
deze 3 opbrengsten oplevert.
Arbeidswaardeleer de lasten
zijn: lichamelijk of geestelijk
zwaar/gevaarlijk en onvrij
Arbeidsethos: werk is
belangrijk
Arbeidsmoraal: werken hoort/moet
Verschillende soorten werk:
Arbeid in loondienst: formeel en betaald werk (arbeid volgens de
wet/overheid)
Zwart werk: informeel en betaald werk (arbeid wat niet volgens de
wet/overheid verloopt)
Vrijwilligerswerk: formeel en onbetaald werk
Huishoudelijk werk: informeel en onbetaald werk
Voorkennis college 2:
Hoofdstuk 3:
Arbeidsdeling: verscheidenheid aan arbeidsverrichtingen die voortkomen uit
menselijke hoedanigheden verworven en toegewezen hoedanigheden
Beroepen: cognitief, sociaal-cultureel en moreel kapitaal
Arbeidsverdeling: splitsing van taken die voortkomt uit rationele organisatie
van arbeid