Inleiding Bewegingswetenschappen
HC 2, Kinderen met bewegingsproblematiek
Grofweg op te delen in twee groepen: ernstig gehandicapt en minder ernstig gehandicapt.
-Diagnostiek: wat zijn de problemen van de kinderen?
-Motoriek (meten + ontwikkelen meetinstrumenten)
-Nevenproblematiek
-Interventie: ontwikkelen en evalueren programma’s
Veel gebruik maken van theoretisch model: ‘Constraints Model’
Wetenschappelijk artikel: opbouw
-Samenvatting
-Inleiding/introductie
-Methode
-Resultaten
-Discussie:
-Koppelen resultaten aan theorie/ eerdere bevindingen
-Beperkingen van onderzoek
-Implicaties voor praktijk
Kenmerken DCD (Developmental Coordination Disorder): geen balans, schrijven
-Wel heel veel geoefend, maar niet kunnen uitvoeren
Vier criteria om te voldoen aan DCD:
1. Het verwerven en uitvoeren van gecoördineerde motorische vaardigheden verloopt substantieel
onder het niveau dat verwacht mag worden gezien de kalenderleeftijd. Komt tot uiting in
onhandigheid ( zoals dingen laten vallen of ergens tegenaan botsen), en een trage en onnauwkeurige
uitvoering van motorische vaardigheden.
, -Afname motorische test: Movement-ABC
-Kinderen met DCD moeten voldoende gelegenheid hebben gehad om te oefenen
2. Interfereren significant en persisterend met de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL).
-Kind moet problemen ervaren in dagelijks leven
-Ouders moeten problemen ervaren (motorische vragenlijst)
-Leerkracht moet problemen ervaren (motorische vragenlijst)
3. De symptomen beginnen in de vroege ontwikkelingsperiode.
4. De symptomen kunnen niet worden verklaard door een verstandelijke beperking of virusstoornis, e
kunnen niet worden toegeschreven aan een neurologische aandoening die invloed heeft op
beweging.
-Arts sluit neurologische aandoening uit
-IQ > 70
Kinderen met DCD hebben geen goed zelfreflecteringsvermogen.
DCDdaily-Q: ontwikkeld door master studenten BW
-Literatuur
-Interviews met experts
Revalidatie arts
Fysiotherapeut
Ergotherapeut
Gymleraar
BW’er
Psycholoog
Ouder
->Hieruit vragenlijst geformuleerd
-Focus groep
Gecontroleerd en uiteindelijk een lijst opgesteld
->Vragenlijst bestond uit: zelfvoorziening, fijne motoriek en grove motoriek
DCD is een heterogene aandoening; niet alle kinderen hebben problemen met dezelfde ADL
activiteiten. Niet voor elk kind geldt hetzelfde.
Relaties:
-Trager leren van ADL leidt tot slechtere prestaties -> Kinderen die traag ADL leren vroeg opsporen en
hulp bieden.
-Minder participatie in ADL leidt NIET tot slechtere prestaties -> DCD is dus niet het gevolg van te
weinig oefenen!
1. Dcd groep:
Trager in leren van ADL slechtere prestaties
2. DCD
Minder participatie in ADL geen slechter prestaties
3. Controle groep
, Mindere participatie slechtere prestaties
Klinische implicaties
-Behandeling is nodig om kinderen met DCD te helpen beter bewegen.
-Behandeling is niet meer en meer oefenen!!
-Behandeling= kinderen met DCD leren bewegen
-Leren fouten detecteren
-Leren oplossingen te bedenken voor foute taakuitvoering
(Goal-Plan- Do- Check)
Onderzoek 2: Aanleiding
Kinderen met ASS; vaak ook motorische problemen.
-We weten niet of het dezelfde problemen zijn
-Als je DCD hebt, heb je dan ook ASS?
Test:
-Kwantitatieve score:
-Hoe vaak tekent een kind buiten de lijntjes?
-Kwaliteit: pengreep en manier van tekenen
->Kunnen wel hetzelfde fout doen, maar gebeurt het ook door dezelfde motorische activiteit?
Doel onderzoek = ontwikkelen van een meetinstrument om kwalitatieve verschillen in het uitvoeren
van een beweging te kunnen meten.
Methode voor ontwikkelen observatie instrument: zelfde als bij DCD
Gekeken naar pengreep
- Primitieve greep
- Overgangsgreep
- Volwassen greep
HC 2, Kinderen met bewegingsproblematiek
Grofweg op te delen in twee groepen: ernstig gehandicapt en minder ernstig gehandicapt.
-Diagnostiek: wat zijn de problemen van de kinderen?
-Motoriek (meten + ontwikkelen meetinstrumenten)
-Nevenproblematiek
-Interventie: ontwikkelen en evalueren programma’s
Veel gebruik maken van theoretisch model: ‘Constraints Model’
Wetenschappelijk artikel: opbouw
-Samenvatting
-Inleiding/introductie
-Methode
-Resultaten
-Discussie:
-Koppelen resultaten aan theorie/ eerdere bevindingen
-Beperkingen van onderzoek
-Implicaties voor praktijk
Kenmerken DCD (Developmental Coordination Disorder): geen balans, schrijven
-Wel heel veel geoefend, maar niet kunnen uitvoeren
Vier criteria om te voldoen aan DCD:
1. Het verwerven en uitvoeren van gecoördineerde motorische vaardigheden verloopt substantieel
onder het niveau dat verwacht mag worden gezien de kalenderleeftijd. Komt tot uiting in
onhandigheid ( zoals dingen laten vallen of ergens tegenaan botsen), en een trage en onnauwkeurige
uitvoering van motorische vaardigheden.
, -Afname motorische test: Movement-ABC
-Kinderen met DCD moeten voldoende gelegenheid hebben gehad om te oefenen
2. Interfereren significant en persisterend met de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL).
-Kind moet problemen ervaren in dagelijks leven
-Ouders moeten problemen ervaren (motorische vragenlijst)
-Leerkracht moet problemen ervaren (motorische vragenlijst)
3. De symptomen beginnen in de vroege ontwikkelingsperiode.
4. De symptomen kunnen niet worden verklaard door een verstandelijke beperking of virusstoornis, e
kunnen niet worden toegeschreven aan een neurologische aandoening die invloed heeft op
beweging.
-Arts sluit neurologische aandoening uit
-IQ > 70
Kinderen met DCD hebben geen goed zelfreflecteringsvermogen.
DCDdaily-Q: ontwikkeld door master studenten BW
-Literatuur
-Interviews met experts
Revalidatie arts
Fysiotherapeut
Ergotherapeut
Gymleraar
BW’er
Psycholoog
Ouder
->Hieruit vragenlijst geformuleerd
-Focus groep
Gecontroleerd en uiteindelijk een lijst opgesteld
->Vragenlijst bestond uit: zelfvoorziening, fijne motoriek en grove motoriek
DCD is een heterogene aandoening; niet alle kinderen hebben problemen met dezelfde ADL
activiteiten. Niet voor elk kind geldt hetzelfde.
Relaties:
-Trager leren van ADL leidt tot slechtere prestaties -> Kinderen die traag ADL leren vroeg opsporen en
hulp bieden.
-Minder participatie in ADL leidt NIET tot slechtere prestaties -> DCD is dus niet het gevolg van te
weinig oefenen!
1. Dcd groep:
Trager in leren van ADL slechtere prestaties
2. DCD
Minder participatie in ADL geen slechter prestaties
3. Controle groep
, Mindere participatie slechtere prestaties
Klinische implicaties
-Behandeling is nodig om kinderen met DCD te helpen beter bewegen.
-Behandeling is niet meer en meer oefenen!!
-Behandeling= kinderen met DCD leren bewegen
-Leren fouten detecteren
-Leren oplossingen te bedenken voor foute taakuitvoering
(Goal-Plan- Do- Check)
Onderzoek 2: Aanleiding
Kinderen met ASS; vaak ook motorische problemen.
-We weten niet of het dezelfde problemen zijn
-Als je DCD hebt, heb je dan ook ASS?
Test:
-Kwantitatieve score:
-Hoe vaak tekent een kind buiten de lijntjes?
-Kwaliteit: pengreep en manier van tekenen
->Kunnen wel hetzelfde fout doen, maar gebeurt het ook door dezelfde motorische activiteit?
Doel onderzoek = ontwikkelen van een meetinstrument om kwalitatieve verschillen in het uitvoeren
van een beweging te kunnen meten.
Methode voor ontwikkelen observatie instrument: zelfde als bij DCD
Gekeken naar pengreep
- Primitieve greep
- Overgangsgreep
- Volwassen greep