Lynn Bouwmeester
Infectie en Afweer 2025
Inhoud
Opbouw van het vak: ...............................................................................................................2
Hoorcollege 1: Introductie .......................................................................................................3
Hoorcollege 2: Het innate immuunsysteem ..............................................................................5
Hoorcollege 3: Parasieten in vogelvlucht ................................................................................ 10
IC01: vragenuur na aanvang practicum 1 ................................................................................ 14
Hoorcollege 4: Adaptief immuun systeem .............................................................................. 15
IC02: Afsluitend vragenuurtje en check opgedane kennis ........................................................ 21
Hoorcollege 5: Virusstructuur en vermeerdering ..................................................................... 21
Hoorcollege 6: Virale pathogenese ......................................................................................... 25
Hoorcollege 7: structuur en groeibehoefte bacterien .............................................................. 28
Hoorcollege 8: Pathogeen gastheer interactie ......................................................................... 32
Hoorcollege 9: Vorm & Functie Primaire lymfoïde organen ...................................................... 36
Hoorcollege 10: Vorm & Functie Secundaire lymfoïde organen ................................................ 40
1
,Lynn Bouwmeester
Opbouw van het vak:
2
,Lynn Bouwmeester
Hoorcollege 1: Introductie
Agentia:
- Prionen
- Virussen
- Bacteriën
- Schimmels
- Parasieten
En ook afweer
Coördinator: Dr. M.M.S.M. Wösten
Studiemateriaal: bacteriologie, virologie, parasitologie en mycologie en immunologie en hoe die
op elkaar reageren.14 hoorcolleges,13 werkcolleges, 5 practica, 2 wco momenten, 3 interactieve
colleges en zelfstudies.
Werkcolleges erg belangrijk want meer stof dan alleen hoorcolleges. Groot vak dus goed
bijhouden!
WCO’s: 1e moment is een bordspel en 2e moment is spelbespreking
Relevant bij diergeneeskunde omdat alle dieren wel infecties en ontstekingen hebben. Maar ook
voor volksgezondheid voor voedselinfecties en
antibiotica resistentie.
Er kunnen ook infectieuze agens doorgegeven worden
van dieren naar mensen waarvan de mens dan ziek kan
worden maar het dier bijvoorbeeld niet ook wel een
zoonose.
Er zijn diverse typen afweer:
1. Innate immuniteit: aangeboren immuniteit
2. Adaptive immuniteit: aangeleerde immuniteit
Ook evenwicht in afweer.
T cellen kunnen helpen bij het opruimen van ge-infecteerde cellen, ook
wel apoptose.
Prionen zijn alleen maar eiwitten en die komen voor in onze hersenen
en als deze verkeerd gevouwen is kan hij meerdere eiwitten verkeerd
laten vouwen. Kan leiden tot gaten in hersenen. Als dit voorkomt in
voedselketen kunnen mensen dit ook krijgen, wordt sterk op
gecontroleerd. Is geen levend organisme. Virussen zijn ook niet levend.
Bacterien horen tot prokaryoten
Schimmels en parasieten horen tot eukaryoten: parasieten heb je protozoa en helminthen
(wormen).
3
, Lynn Bouwmeester
Symbiose: veel bacterien en virussen leven samen met ons
- Commensalisme: een profiteert
• Bescherming en voedsel
• Geen schade aan de gastheer
• Bijvoorbeeld tandplak
- Mutualisme: beide profiteren
• Beide organismen hebben voordeel
• Geen schade aan gastheer
• Bijvoorbeeld in darmen
- Parasitisme: een lijdt, de ander profiteert
• Alleen parasiet heeft voordeel
• Ernstige schade aan gastheer
Routes van transmissie infectieuze agentia:
- Oraal: besmet voedsel en water
- Direct (huid) contact
- Aerosolen (luchtwegen)
- Directe inoculatie (injectie, trauma, bijten/steken door bijvoorbeeld muggen of teken)
- Transplacentaal (van moeder naar ongeboren kind)
Postulaten van Koch
1. Het micro-organisme moet aanwezig zijn in elk geval van de ziekte
2. Het verdachte micro-organisme moet kunnen worden geïsoleerd en gegroeid als een
reincultuur
3. Inoculatie van het geïsoleerde micro-organisme in een gezonde gastheer geeft dezelfde
ziekte
4. Hetzelfde micro-organisme moet opnieuw uit de experimenteel geïnfecteerde gastheer
kunnen worden geïsoleerd in een reincultuur
Hoe kan het dat sommige agentia heel schadelijk zijn en lijden tot doodgaan en andere niet?
Door zo min mogelijk afweer op te wekken, afweer te ontwijken, door afweer van de gastheer te
onderdrukken, door snel te vermeerderen of overleven in individuen met een verminderde
afweer (YOPI’s).
- Aanwezigheid agens = ziekte?
• Dragerschap
- Wat zonder infectieuze agentia?
• Vertering
• Kolonisatie resistentie
• Afweer
- Waarom en hoe ziek?
• Pathogenese
- Infecties (ziekte) voorkomen of behandelen
• Insleep voorkomen (hygiëne, beweiding) – geen Brucella, runder tbc
• Vaccinatie
• Therapie (antibiotica, antimycotica, anthelmintica, antivirale middelen)
4
Infectie en Afweer 2025
Inhoud
Opbouw van het vak: ...............................................................................................................2
Hoorcollege 1: Introductie .......................................................................................................3
Hoorcollege 2: Het innate immuunsysteem ..............................................................................5
Hoorcollege 3: Parasieten in vogelvlucht ................................................................................ 10
IC01: vragenuur na aanvang practicum 1 ................................................................................ 14
Hoorcollege 4: Adaptief immuun systeem .............................................................................. 15
IC02: Afsluitend vragenuurtje en check opgedane kennis ........................................................ 21
Hoorcollege 5: Virusstructuur en vermeerdering ..................................................................... 21
Hoorcollege 6: Virale pathogenese ......................................................................................... 25
Hoorcollege 7: structuur en groeibehoefte bacterien .............................................................. 28
Hoorcollege 8: Pathogeen gastheer interactie ......................................................................... 32
Hoorcollege 9: Vorm & Functie Primaire lymfoïde organen ...................................................... 36
Hoorcollege 10: Vorm & Functie Secundaire lymfoïde organen ................................................ 40
1
,Lynn Bouwmeester
Opbouw van het vak:
2
,Lynn Bouwmeester
Hoorcollege 1: Introductie
Agentia:
- Prionen
- Virussen
- Bacteriën
- Schimmels
- Parasieten
En ook afweer
Coördinator: Dr. M.M.S.M. Wösten
Studiemateriaal: bacteriologie, virologie, parasitologie en mycologie en immunologie en hoe die
op elkaar reageren.14 hoorcolleges,13 werkcolleges, 5 practica, 2 wco momenten, 3 interactieve
colleges en zelfstudies.
Werkcolleges erg belangrijk want meer stof dan alleen hoorcolleges. Groot vak dus goed
bijhouden!
WCO’s: 1e moment is een bordspel en 2e moment is spelbespreking
Relevant bij diergeneeskunde omdat alle dieren wel infecties en ontstekingen hebben. Maar ook
voor volksgezondheid voor voedselinfecties en
antibiotica resistentie.
Er kunnen ook infectieuze agens doorgegeven worden
van dieren naar mensen waarvan de mens dan ziek kan
worden maar het dier bijvoorbeeld niet ook wel een
zoonose.
Er zijn diverse typen afweer:
1. Innate immuniteit: aangeboren immuniteit
2. Adaptive immuniteit: aangeleerde immuniteit
Ook evenwicht in afweer.
T cellen kunnen helpen bij het opruimen van ge-infecteerde cellen, ook
wel apoptose.
Prionen zijn alleen maar eiwitten en die komen voor in onze hersenen
en als deze verkeerd gevouwen is kan hij meerdere eiwitten verkeerd
laten vouwen. Kan leiden tot gaten in hersenen. Als dit voorkomt in
voedselketen kunnen mensen dit ook krijgen, wordt sterk op
gecontroleerd. Is geen levend organisme. Virussen zijn ook niet levend.
Bacterien horen tot prokaryoten
Schimmels en parasieten horen tot eukaryoten: parasieten heb je protozoa en helminthen
(wormen).
3
, Lynn Bouwmeester
Symbiose: veel bacterien en virussen leven samen met ons
- Commensalisme: een profiteert
• Bescherming en voedsel
• Geen schade aan de gastheer
• Bijvoorbeeld tandplak
- Mutualisme: beide profiteren
• Beide organismen hebben voordeel
• Geen schade aan gastheer
• Bijvoorbeeld in darmen
- Parasitisme: een lijdt, de ander profiteert
• Alleen parasiet heeft voordeel
• Ernstige schade aan gastheer
Routes van transmissie infectieuze agentia:
- Oraal: besmet voedsel en water
- Direct (huid) contact
- Aerosolen (luchtwegen)
- Directe inoculatie (injectie, trauma, bijten/steken door bijvoorbeeld muggen of teken)
- Transplacentaal (van moeder naar ongeboren kind)
Postulaten van Koch
1. Het micro-organisme moet aanwezig zijn in elk geval van de ziekte
2. Het verdachte micro-organisme moet kunnen worden geïsoleerd en gegroeid als een
reincultuur
3. Inoculatie van het geïsoleerde micro-organisme in een gezonde gastheer geeft dezelfde
ziekte
4. Hetzelfde micro-organisme moet opnieuw uit de experimenteel geïnfecteerde gastheer
kunnen worden geïsoleerd in een reincultuur
Hoe kan het dat sommige agentia heel schadelijk zijn en lijden tot doodgaan en andere niet?
Door zo min mogelijk afweer op te wekken, afweer te ontwijken, door afweer van de gastheer te
onderdrukken, door snel te vermeerderen of overleven in individuen met een verminderde
afweer (YOPI’s).
- Aanwezigheid agens = ziekte?
• Dragerschap
- Wat zonder infectieuze agentia?
• Vertering
• Kolonisatie resistentie
• Afweer
- Waarom en hoe ziek?
• Pathogenese
- Infecties (ziekte) voorkomen of behandelen
• Insleep voorkomen (hygiëne, beweiding) – geen Brucella, runder tbc
• Vaccinatie
• Therapie (antibiotica, antimycotica, anthelmintica, antivirale middelen)
4