Normale zwangerschap & bevalling
De menstruatie cyclus duurt ≈ 28 dagen en bestaat uit 4 fasen:
1. Menstruele fase
1. 3-5 dagen vaginale bloeding
2. Corpus luteum heeft geen functie meer
3. Lage oestrogeen en progesteron spiegel
2. Folliculaire-/profileratie-/oestrogeenfase
1. Rijpen eicellen in de eierstokken onder invloed van FSH (=follikel stimulerend hormoon)
2. Duur ≈ 14 dagen bij een cyclus van 28 dagen
3. Ontwikkeling van follikel tot graafse follikel (= volledig gerijpt follikel) met productie
oestrogenen
3. Ovulatie
1. Rond dag 14 waarbij de rijpe eicel vrijkomt onder invloed van LH
2. LH-releasing wordt geproduceerd door hypothalamus en de hypofyse zorgt voor
productie LH door max. oestrogeenproductie
4. Secretie-/corpusluteum-/progesteronfase
1. Hypofyse: geleidelijk dalen van FSH en LH door progesteronproductie
2. Ontwikkeling van corpus luteum
3. Toenemende secretieopbouw in endometrium
Oestrogeen
o Onder inwerking van FSH dat de follikel-ontwikkeling stimuleert
o Productie vooral in de wand van de follikels
o 3 vormen: Oestron (E1), Oestradiol (E2) en Oestriol (E3)
o Bevorderen de ontwikkeling van secundaire en tertiaire geslachtskenmerken
o Verzorgen de profileratiefase van endometrium
o Maken van cervixslijm vloeibaar
Toegankelijkheid zaadcellen remmen productie FSH
Progesteron
o Onder inwerking van LH in het corpus luteum
o In de geval van de zwangerschap blijft corpus luteum bestaan onder invloed van de hCG tot
de 10e week daarna wordt de productie overgenomen door trofoblast, daarna placenta
o Verzorgt secretiefase en endometrium maakt cervixslijm taai en ondoorgankelijk voor
zaadcellen
o Remt productie LH af
o Laat basale temperatuur stijgen met 0,3°C
Wat zijn de 1e zwangerschapverschijnselen
- Overtijd geen menstruatie merken wanneer dit eigenlijk wel zou moeten
- Hoofdpijn
- Gevoelige borsten/tepels
- Misselijk vooral in de ochtend
o Rustig opstaan, frequente kleine lichte maaltijden, alleen eten waar men zin in heeft,
weinig vet, geen kruiden, geen koffie, geen medicijnen.
- Vaker plassen
- Afkeer van voedsel/geuren
- Moe
o Zoveel mogelijk tegemoet komen, voldoende nachtrust, nooit forceren
- Stemmingswisselingen
- Vreetbuien
- Opgeblazen gevoel
- Innestelingsbloeding kleind beetje bloedverlies
,Hoe de bevruchting plaatsvindt + Hoe de ontwikkeling van een embryo eruit ziet
De versmolten zaadcel + eicel = zygote
Dan begint de 1e klievingsdeling —> ontstaan 2 identieke cellen
Transport door eileider duurt ≈ 4 dagen
o Intussen meerdere klievingsdelingen (4,8,16,32 etc) = nu de morula
In uterus vormt zich rondom de morula een buitenbekleding (=trofoblast) , binnenin vormt een holte
(=blastocyst) hierin ontwikkelt zich de embryoblast = fase blastula
8e tot 12e dag: blastula naar endometrium = de nidatie (innesteling)
Het verdikte endometrium = decidua
8e tot 10e dag: na conceptie embryoblast —> embryonale schijf die zich 3 kiemlagen differentieert
1. Ectoderm(buitenste)
Eerst amnion daarna huid, de neurale buis, latere centrale zenuwstelsel en de zintuigen
2. Mesoderm (middelste)
Skelet, spieren, bindweefsel, peritoneum, pleurae, hart- vaatstelsel en urogenitaal stelsel
3. Endoderm (binnenste)
Eerst de dooierzak en later ademhalingsstelsel
Na de 3 kiemlagen is het embryo in de gastrufase
Na 6 weken —> geslachtsorganen
Na 10 weken —> belangrijkste organen gevormd, embryo wordt nu foetus genoemd
Hoe de Nederlandse geboortezorg er uit ziet, welke rol de verloskundige speelt tijdens de
zwangerschap en welke rol de 2e lijn speelt tijdens de zwangerschap, dan wel bij een bevalling
In Nederland begeleidt de verloskundige de zwangerschap & de bevalling in 1 e lijn
Bij complicaties of risicovolle zwangerschappen wordt de 2e lijn ingeschakeld. Een verloskundige voert
de prenatale onderzoeken uit, begeleidt de bevalling en biedt postnatale zorg.
1e lijn: verloskundige en huisartsen
2e lijn: Perifeer ziekenhuis
3e lijn: Academisch ziekenhuis (NICU)
Verloskundige:
- Zelfstandige beroepsgroep met eigen medische eindverantwoordelijkheid
- Primaire taak; risicoselectie
- Psychosociale begeleiding
- Uitgangspunt; gezond zwanger zijn tenzij….
Taken verloskundige:
- Kinderwensspreekuur
- Termijnbepaling
- Tijdens de zwangerschap
- Voorlichting
- Geboorteplan
- Tijdens de bevalling
- 1e weken na de geboorte
- Afsluitende controle
Gravida= het aantal keren dat een vrouw zwanger is geweest, ongeacht de uitkomst
Para= het aantal bevallingen (na 24 weken)
Amenorroeduur= De duur van de afwezigheid van menstruatie
Gemelli= tweelingzwangerschap
Primi(gravida)= Een vrouw die voor het eerst zwanger is
Multi(gravida)= Een vrouw die meerdere keren zwanger is geweest
,A terme= Een bevalling tussen 37 en 41+6 dagen weken
Fundus=Het bovenste deel van baarmoeder
Abortus provocatus= het voortijdig afbreken van een zwangerschap door (medisch) ingrijpen
Abortus incompletus = Een deel van de vruchtzak of van de placenta is in de uterus achtergebleven.
De bloeding blijft aanhouden. De krampen gaan niet geheel over. Gepaard met chronisch bloedverlies
en veroorzaakt een verhoogd infectierisico.
Abortus habitueel= 3 of meer zwangerschappen eindigen in een spontane abortus. Nader onderzoek
en bloedonderzoek is dan geïndiceerd.
Striae gravidarum= Zwangerschapstriemen
Welke onderzoeken er ten behoeve van diagnostiek ingezet kunnen worden bij moeder en kind
Week; 10-15-20-24-28-32-34-36-37-38-40-41-41+2-41+4-41+6
Invullen zwangerschapskaart
o Intake/anamnese:
Alg anamnese/ fam anamnese/ obstetrische anamnese
Allergie, roken, alcohol, drugs, sociale anamnese
Termijnecho
Bloedafname
o Iedere controle:
Bloeddruk
Uterus/fundus voelen + vanaf 24 weken ligging en indaling voelen voel de rug
Klachten
Leven voelen ( + 20 weken ongeveer of later, per vrouw verschillend)
Voorlichting; voorbereiding op moederschap
Prenatale onderzoek:
o Bloedonderzoek
o Echografie
= een diagnostische ethode waarbij hoogfrequentie geluidsgolven via transducer
vaginaal of buikwand van de zwangere.
Gebruikt voor:
Bepaling van zwangerschapsduur
Diagnostiek dreigende abortus
Placentalokalisatie ( bij puntie en placenta praevia)
Opsporen foetale afwijkingen
Volgen van foetale groei
Diagnostiek bij solutio placentae
Lokalisatie en bepaling van de grootte myomen
o Vlokkentest
10 – 14 weken zwanger.
Wordt weefsel (trofoblastcellen) van de placenta verwijderd.
Uitslag neemt 7 tot 10 dagen in beslag.
o Vruchtwaterpunctie
Vindt plaats bij 14 tot 18 weken.
Uit het vruchtwater ( ongeveer 20 ml) worden foetale cellen geïsoleerd.
Duur uitslag ongeveer 2 tot 3 weken de cellen meoten zich deling en zijn dat op
dat moment niet, daarom wordt het op kweek gezet.
Wordt gedaan wanneer er op de vlokkentest afwijkende cellen worden gezien.
o NIPT
o Combinatietest
, Beoordeling foetale conditie:
o doptone
o CTG
o MBO (microbloedonderzoek)
o echografie
welke liggingen een foetus aan kan nemen en wat de gevolgen zijn voor moeder en kind
- lengteligging: de lengteas van het kind loopt parallel met die van de moeder. Dit betekent dst
het kind met zijn hoofd of voeten naar beneden ligt ‘
o Stuitligging:
Volledige stuitligging:
De baby zit in kleermakerzit op het bekken van de moeder. Een
natuurlijke bevalling is mogelijk maar duurt vaker langer.
Onvolledige stuitligging:
De baby ligt dubbelgevouwen met het zitvlak naar beneden en
gestrekte benen omhoog lang het lichaam. Heirbij is een sectio vaak
nodig.
o Hoofdligging: het foetale hoofd vevindt zich in of recht boven de bekkeningang en is
dus het voorliggende deel
Achterhoofdligging : het diepste punt het achterhoofd , normale ligging
Voorhoofdligging : bij niet maximale deflexie is het voorhoofd het diepste
punt en bevindt zich de bekkenas zich tussen grote fontanel en
oogkasranden. Wanneer tijdens de utidrijving deze matige deflexie niet
verandert in maximale deflexie (aanzichtligging). Een sectio is ltijd nodzakelijk
omdat het hoofdje niet het bekken in kan dalen.
- Dwarsligging: de lengteas van het kind staat loodrecht op die van de moeder. De foetus ligt
dwars in de uterus. Een sectio is nodig omdat de baby niet in de bekkeningang kan dalen.
o Schouderligging
o Heupligging
- Afgeweken liggingen: de lengteas van het kind bevindt zich tusse de positie van lengte- en
dwarsligging
-
Wat algemene aspecten zijn in de nazorg voor moeder en kind
Wat voortekenen zijn van de bevalling
1. je baby daalt in
2. meer kramp en rugpijn
3. je gewrichtsbanden worden losser
4. diarree
5. geen extra zwangerschapskilo’s meer
6. extra moe of nesteldrang
7. Verweken en verstrijken van je baarmoedermond
8. Verliezen van slijmprop
9. Voorweeën
10. Je vliezen breken
Hoe de normale baring eruit ziet
Baring = tussen 37 en 40 weken
Spontaan op gang komen niet bekend waarom.
Ontsluiting en utidrijving zonder medische interventies
Bloedverlies < 1000 ml (WHO 500 ml)
De menstruatie cyclus duurt ≈ 28 dagen en bestaat uit 4 fasen:
1. Menstruele fase
1. 3-5 dagen vaginale bloeding
2. Corpus luteum heeft geen functie meer
3. Lage oestrogeen en progesteron spiegel
2. Folliculaire-/profileratie-/oestrogeenfase
1. Rijpen eicellen in de eierstokken onder invloed van FSH (=follikel stimulerend hormoon)
2. Duur ≈ 14 dagen bij een cyclus van 28 dagen
3. Ontwikkeling van follikel tot graafse follikel (= volledig gerijpt follikel) met productie
oestrogenen
3. Ovulatie
1. Rond dag 14 waarbij de rijpe eicel vrijkomt onder invloed van LH
2. LH-releasing wordt geproduceerd door hypothalamus en de hypofyse zorgt voor
productie LH door max. oestrogeenproductie
4. Secretie-/corpusluteum-/progesteronfase
1. Hypofyse: geleidelijk dalen van FSH en LH door progesteronproductie
2. Ontwikkeling van corpus luteum
3. Toenemende secretieopbouw in endometrium
Oestrogeen
o Onder inwerking van FSH dat de follikel-ontwikkeling stimuleert
o Productie vooral in de wand van de follikels
o 3 vormen: Oestron (E1), Oestradiol (E2) en Oestriol (E3)
o Bevorderen de ontwikkeling van secundaire en tertiaire geslachtskenmerken
o Verzorgen de profileratiefase van endometrium
o Maken van cervixslijm vloeibaar
Toegankelijkheid zaadcellen remmen productie FSH
Progesteron
o Onder inwerking van LH in het corpus luteum
o In de geval van de zwangerschap blijft corpus luteum bestaan onder invloed van de hCG tot
de 10e week daarna wordt de productie overgenomen door trofoblast, daarna placenta
o Verzorgt secretiefase en endometrium maakt cervixslijm taai en ondoorgankelijk voor
zaadcellen
o Remt productie LH af
o Laat basale temperatuur stijgen met 0,3°C
Wat zijn de 1e zwangerschapverschijnselen
- Overtijd geen menstruatie merken wanneer dit eigenlijk wel zou moeten
- Hoofdpijn
- Gevoelige borsten/tepels
- Misselijk vooral in de ochtend
o Rustig opstaan, frequente kleine lichte maaltijden, alleen eten waar men zin in heeft,
weinig vet, geen kruiden, geen koffie, geen medicijnen.
- Vaker plassen
- Afkeer van voedsel/geuren
- Moe
o Zoveel mogelijk tegemoet komen, voldoende nachtrust, nooit forceren
- Stemmingswisselingen
- Vreetbuien
- Opgeblazen gevoel
- Innestelingsbloeding kleind beetje bloedverlies
,Hoe de bevruchting plaatsvindt + Hoe de ontwikkeling van een embryo eruit ziet
De versmolten zaadcel + eicel = zygote
Dan begint de 1e klievingsdeling —> ontstaan 2 identieke cellen
Transport door eileider duurt ≈ 4 dagen
o Intussen meerdere klievingsdelingen (4,8,16,32 etc) = nu de morula
In uterus vormt zich rondom de morula een buitenbekleding (=trofoblast) , binnenin vormt een holte
(=blastocyst) hierin ontwikkelt zich de embryoblast = fase blastula
8e tot 12e dag: blastula naar endometrium = de nidatie (innesteling)
Het verdikte endometrium = decidua
8e tot 10e dag: na conceptie embryoblast —> embryonale schijf die zich 3 kiemlagen differentieert
1. Ectoderm(buitenste)
Eerst amnion daarna huid, de neurale buis, latere centrale zenuwstelsel en de zintuigen
2. Mesoderm (middelste)
Skelet, spieren, bindweefsel, peritoneum, pleurae, hart- vaatstelsel en urogenitaal stelsel
3. Endoderm (binnenste)
Eerst de dooierzak en later ademhalingsstelsel
Na de 3 kiemlagen is het embryo in de gastrufase
Na 6 weken —> geslachtsorganen
Na 10 weken —> belangrijkste organen gevormd, embryo wordt nu foetus genoemd
Hoe de Nederlandse geboortezorg er uit ziet, welke rol de verloskundige speelt tijdens de
zwangerschap en welke rol de 2e lijn speelt tijdens de zwangerschap, dan wel bij een bevalling
In Nederland begeleidt de verloskundige de zwangerschap & de bevalling in 1 e lijn
Bij complicaties of risicovolle zwangerschappen wordt de 2e lijn ingeschakeld. Een verloskundige voert
de prenatale onderzoeken uit, begeleidt de bevalling en biedt postnatale zorg.
1e lijn: verloskundige en huisartsen
2e lijn: Perifeer ziekenhuis
3e lijn: Academisch ziekenhuis (NICU)
Verloskundige:
- Zelfstandige beroepsgroep met eigen medische eindverantwoordelijkheid
- Primaire taak; risicoselectie
- Psychosociale begeleiding
- Uitgangspunt; gezond zwanger zijn tenzij….
Taken verloskundige:
- Kinderwensspreekuur
- Termijnbepaling
- Tijdens de zwangerschap
- Voorlichting
- Geboorteplan
- Tijdens de bevalling
- 1e weken na de geboorte
- Afsluitende controle
Gravida= het aantal keren dat een vrouw zwanger is geweest, ongeacht de uitkomst
Para= het aantal bevallingen (na 24 weken)
Amenorroeduur= De duur van de afwezigheid van menstruatie
Gemelli= tweelingzwangerschap
Primi(gravida)= Een vrouw die voor het eerst zwanger is
Multi(gravida)= Een vrouw die meerdere keren zwanger is geweest
,A terme= Een bevalling tussen 37 en 41+6 dagen weken
Fundus=Het bovenste deel van baarmoeder
Abortus provocatus= het voortijdig afbreken van een zwangerschap door (medisch) ingrijpen
Abortus incompletus = Een deel van de vruchtzak of van de placenta is in de uterus achtergebleven.
De bloeding blijft aanhouden. De krampen gaan niet geheel over. Gepaard met chronisch bloedverlies
en veroorzaakt een verhoogd infectierisico.
Abortus habitueel= 3 of meer zwangerschappen eindigen in een spontane abortus. Nader onderzoek
en bloedonderzoek is dan geïndiceerd.
Striae gravidarum= Zwangerschapstriemen
Welke onderzoeken er ten behoeve van diagnostiek ingezet kunnen worden bij moeder en kind
Week; 10-15-20-24-28-32-34-36-37-38-40-41-41+2-41+4-41+6
Invullen zwangerschapskaart
o Intake/anamnese:
Alg anamnese/ fam anamnese/ obstetrische anamnese
Allergie, roken, alcohol, drugs, sociale anamnese
Termijnecho
Bloedafname
o Iedere controle:
Bloeddruk
Uterus/fundus voelen + vanaf 24 weken ligging en indaling voelen voel de rug
Klachten
Leven voelen ( + 20 weken ongeveer of later, per vrouw verschillend)
Voorlichting; voorbereiding op moederschap
Prenatale onderzoek:
o Bloedonderzoek
o Echografie
= een diagnostische ethode waarbij hoogfrequentie geluidsgolven via transducer
vaginaal of buikwand van de zwangere.
Gebruikt voor:
Bepaling van zwangerschapsduur
Diagnostiek dreigende abortus
Placentalokalisatie ( bij puntie en placenta praevia)
Opsporen foetale afwijkingen
Volgen van foetale groei
Diagnostiek bij solutio placentae
Lokalisatie en bepaling van de grootte myomen
o Vlokkentest
10 – 14 weken zwanger.
Wordt weefsel (trofoblastcellen) van de placenta verwijderd.
Uitslag neemt 7 tot 10 dagen in beslag.
o Vruchtwaterpunctie
Vindt plaats bij 14 tot 18 weken.
Uit het vruchtwater ( ongeveer 20 ml) worden foetale cellen geïsoleerd.
Duur uitslag ongeveer 2 tot 3 weken de cellen meoten zich deling en zijn dat op
dat moment niet, daarom wordt het op kweek gezet.
Wordt gedaan wanneer er op de vlokkentest afwijkende cellen worden gezien.
o NIPT
o Combinatietest
, Beoordeling foetale conditie:
o doptone
o CTG
o MBO (microbloedonderzoek)
o echografie
welke liggingen een foetus aan kan nemen en wat de gevolgen zijn voor moeder en kind
- lengteligging: de lengteas van het kind loopt parallel met die van de moeder. Dit betekent dst
het kind met zijn hoofd of voeten naar beneden ligt ‘
o Stuitligging:
Volledige stuitligging:
De baby zit in kleermakerzit op het bekken van de moeder. Een
natuurlijke bevalling is mogelijk maar duurt vaker langer.
Onvolledige stuitligging:
De baby ligt dubbelgevouwen met het zitvlak naar beneden en
gestrekte benen omhoog lang het lichaam. Heirbij is een sectio vaak
nodig.
o Hoofdligging: het foetale hoofd vevindt zich in of recht boven de bekkeningang en is
dus het voorliggende deel
Achterhoofdligging : het diepste punt het achterhoofd , normale ligging
Voorhoofdligging : bij niet maximale deflexie is het voorhoofd het diepste
punt en bevindt zich de bekkenas zich tussen grote fontanel en
oogkasranden. Wanneer tijdens de utidrijving deze matige deflexie niet
verandert in maximale deflexie (aanzichtligging). Een sectio is ltijd nodzakelijk
omdat het hoofdje niet het bekken in kan dalen.
- Dwarsligging: de lengteas van het kind staat loodrecht op die van de moeder. De foetus ligt
dwars in de uterus. Een sectio is nodig omdat de baby niet in de bekkeningang kan dalen.
o Schouderligging
o Heupligging
- Afgeweken liggingen: de lengteas van het kind bevindt zich tusse de positie van lengte- en
dwarsligging
-
Wat algemene aspecten zijn in de nazorg voor moeder en kind
Wat voortekenen zijn van de bevalling
1. je baby daalt in
2. meer kramp en rugpijn
3. je gewrichtsbanden worden losser
4. diarree
5. geen extra zwangerschapskilo’s meer
6. extra moe of nesteldrang
7. Verweken en verstrijken van je baarmoedermond
8. Verliezen van slijmprop
9. Voorweeën
10. Je vliezen breken
Hoe de normale baring eruit ziet
Baring = tussen 37 en 40 weken
Spontaan op gang komen niet bekend waarom.
Ontsluiting en utidrijving zonder medische interventies
Bloedverlies < 1000 ml (WHO 500 ml)