Op 19 juli 2018 nam het Israëlische parlement de Basiswet: Israël – De Natiestaat van het
Joodse Volk aan. Socioloog Honaida Ghanim legt uit dat deze wet het doel heeft om de rechten
van het Joodse volk in Israël en de wereld te prioriteren, wat volgens Ghanim de rechten van
andere bevolkingsgroepen, zoals de Arabisch-Palestijnse burgers in Israël, marginaliseert.1
Deze marginalisatie komt tot uiting door wetsbepalingen die bijvoorbeeld de Arabische taal in
Israël degradeert van een officiële status naar een taal met een ‘speciale status’, of door enkel
Joden het exclusieve zelfbeschikkingsrecht toe te kennen.2 Volgens Ghanim berusten deze
maatregelen op het idee van een Joodse etnos, oftewel een etnische gemeenschap.3 Deze etnos
manifesteert zich via een systeem dat identiteit vormt door exclusie, waardoor automatisch een
inclusieve 'wij'-groep ontstaat. Wie voldoet aan de wettelijke criteria en zichzelf als Joods
identificeert, wordt tot de Joodse politieke gemeenschap gerekend, terwijl anderen, door hun
afwezigheid in deze definities, systematisch worden uitgesloten.4
Ook Michael Karayanni, hoogleraar Internationaal Recht, wijst op deze marginalisering
op basis van exclusieve identiteitspolitiek. In zijn analyse merkt hij op dat de wijze waarop de
Israëlische staat de publieke erkenning van religieuze normen toestaat, instrumenteel wordt
gebruikt voor controle en beperking van de nationale identiteit in plaats van een uiting van
liberale waarden.5 Karayanni betoogt dat, hoewel Israël zichzelf profileert als een liberale
democratische staat, het gebrek aan een strikte scheiding tussen kerk en staat ervoor zorgt dat
het jodendom via het wettelijke systeem een publiekrechtelijke en dwingende status krijgt.6
Hierdoor zou de Israëlische overheid Joodse gemeenschappen kunnen begunstigen, terwijl
andere religieuze gemeenschappen onder het civiel recht worden gebracht waardoor conflicten
binnen die groepen anders worden behandeld.7 Dit resulteert in rechtsonzekerheid, waarbij deze
groepen minder liberaal-democratische rechtsbescherming genieten en kwetsbaarder zijn voor
anti-liberalistische democratische regelgeving.8 Volgens Karayanni hebben echter ook niet-
Joodse religieuze gemeenschappen baat bij het behoud van een Joods-gecentreerde staat, omdat
1
Ghanim, “Israel’s Nation-State Law,” 565.
2
Ghanim, “Israel’s Nation-State Law,” 566.
3
Ghanim, “Israel’s Nation-State Law,” 567.
4
Ghanim, “Israel’s Nation-State Law,” 566-567.
5
Karayanni, “Religion and State,” 17.
6
Karayanni, “Religion and State,” 14-15.
7
Karayanni, “Religion and State,” 15-16.
8
Karayanni, “Religion and State,” 17-18.
1