100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Recht van de Europese Unie (RGBEE10010), cijfer: 8

Rating
-
Sold
-
Pages
45
Uploaded on
24-03-2025
Written in
2024/2025

Samenvatting van week 1 t/m 6 van Recht van de Europese Unie, met benoeming van de relevante arresten. Cijfer behaald: 8

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
March 24, 2025
Number of pages
45
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Samenvatting wet en jurisprudentie


Algemeen
Als een bepaling een duidelijk recht geeft of duidelijk aangeeft wat de lidstaat moet doen,
kan dit worden ingeroepen tegen de lidstaat. Dit is verticale rechtstreekse werking. Bij
het inroepen van het EU-recht tegenover andere burgers ligt het aan de specifieke
bepaling of dit mogelijk is. Dit is horizontale rechtstreekse werking.

 Verticale rechtstreekse werking – tegen de lidstaat
 Horizontale rechtstreekse werking – tegen een ander individu

Opsomming van relevante wetsartikelen en rechtspraak:
 Art. 34 VWEU heeft (verlengde) verticale rechtstreekse werking. In beginsel geen
horizontale rechtstreekse werking.
 Art. 56 VWEU heeft verticale rechtstreekse werking (Van Binsbergen). Onduidelijk
of sprake is van volledige horizontale rechtstreekse werking.
 Art. 49 VWEU heeft verticale rechtstreekse werking (Vlassopoulou). Onbekend of
sprake is van volledige horizontale rechtstreekse werking.
 Art. 63 VWEU heeft verticale rechtstreekse werking (Sanz de Lera).
Hoogstwaarschijnlijk geen horizontale rechtstreekse werking.
 Art. 45 VWEU is voldoende duidelijk en onvoorwaardelijk ondanks het bestaan van
uitzonderingen in lid 3 en 4, dus verticale rechtstreekse werking (Van Duyn). Art.
45 lid 2 VWEU heeft volledige horizontale rechtstreekse werking (Angonese).
o Verordening 492/2011 heeft verticale en horizontale rechtstreekse werking.
Richtlijn 2004/38 heeft alleen verticale rechtstreekse werking.
 Art. 21 VWEU heeft verticale rechtstreekse werking. Geen rechtspraak over
horizontale rechtstreekse werking.
 Mededingingsregels zijn inroepbaar tegen ondernemingen, dus horizontaal en
omgekeerd verticaal. In combinatie met loyaliteitsbeginsel/art. 106 VWEU ook
inroepbaar tegen lidstaten.
 Verordeningen In de regel zowel verticale als horizontale rechtstreekse werking,
maar niet per se alle bepalingen van alle verordeningen.
 Volgens art. 288 VWEU zijn alleen verordeningen rechtstreeks toepasselijk.
“Andere groepen handelingen als in dit artikel bedoeld” kunnen “analoge
gevolgen” hebben. – Besluiten en richtlijnen. Dwingende werking van besluiten
impliceert dat zij kunnen worden ingeroepen voor de nationale rechter (en dus
rechtstreekse werking hebben) (Grad). Voor richtlijnen geen horizontale of
omgekeerd verticale werking. Wel inroepbaar tegen lidstaat in hoedanigheid van
werkgever of overheid (verticale rechtstreekse werking), zolang voldoende
duidelijk en onvoorwaardelijke en na afloop van de omzettingstermijn (Marshall).

Onderscheid tussen aan de ene kant art. 34 en 36 VWEU waarbij alleen verticale
rechtstreekse werking geldt. En aan de andere kant art. 49 en 56 VWEU waarbij een
bepaalde beperkte mate van horizontale werking mogelijk is. En dan bij art. 45 VWEU
bevat het artikel uitzonderingen, maar heeft het desondanks verticale rechtstreekse
werking. Lid 2 van het artikel heeft als enige volledige horizontale rechtstreekse werking.

,Samenvatting wet en jurisprudentie


Week 1
Overzicht:
 Art. 4 lid 3 VEU  loyaliteitsbeginsel
 Art. 114 VWEU  harmonisatie interne markt
 Art. 34 VWEU  verbod kwantitatieve invoerbeperkingen en alle maatregelen van gelijke werking
 Art. 36 VWEU  rechtvaardigingen MGW
 Art. 30 VWEU  verbod douanerechten op belastingmaatregelen
 Art. 110 VWEU  verbod discriminatie binnenlandse belasting

Interne markt
Van Gend en Loos: Het Unierecht recht kan rechten en plichten scheppen voor individuele
burgers, onafhankelijk van de wetgeving van lidstaten. Individuen kunnen dit
onafhankelijk van hun nationale recht inroepen voor de nationale rechter. Dit heeft directe
werking. Dit leidt tot een definitie van rechtstreekse werking: het inroepen van het
Unierecht door een burger tegenover de nationale rechter. Hiervoor gelden voorwaarden:
- De bepaling moet duidelijk en onvoorwaardelijk zijn;
- De bepaling bevat geen voorbehouden;
- De aard van de bepaling leent voor directe werking.

Costa/ENEL: Het Unierecht heeft voorrang. Deze voorrang is absoluut. Nationale rechters
moeten alle conflicterende nationale regels buiten toepassing laten. In art. 4 lid 3 VEU
staat namelijk het loyaliteitsbeginsel, waarin staat dat lidstaten zich loyaal moeten
gedragen richting elkaar en de Unie.
Art. 114 VWEU bepaalt dat de Unie maatregelen kan vaststellen die bijdragen aan de
totstandkoming van de interne markt (art. 26 VWEU), tenzij in de EU-Verdragen anders is
bepaald. Dit artikel betreft harmonisatie van wetgeving. Volgens Tabaksreclamerichtlijn
kan art. 114 VWEU alleen als rechtsgrondslag dienen als zij beoogt de interne markt te
verbeteren. Een richtlijn die o.g.v. dit artikel is opgesteld moet dus beogen de
belemmeringen in het vrij verkeer weg te nemen om de interne markt te bevorderen.
- Maatregelen moeten nationale regelgeving harmoniseren, dat wil zeggen
verschillen tussen nationale regels wegnemen (r.o. 102-104).
- Het enkele feit dat nationale regels verschillen is niet voldoende om art. 114
VWEU als grondslag te rechtvaardigen (r.o. 84).
- Toekomstige belemmeringen moeten waarschijnlijk zijn (r.o.86).
- Verwezen naar verbod harmonisatie van de volksgezondheid, art. 168 lid 5 VWEU.

Bevoegdheidsverdeling (zie ook week 5)
Art. 4 lid 1 VEU en art. 5 lid 2 VEU: Bevoegdheden die in de Verdragen niet aan de Unie
zijn toebedeeld, behoren toe aan de lidstaten.

Art. 5 lid 1 VEU: De afbakening van de bevoegdheden van de Unie wordt beheerst door
het beginsel van bevoegdheidstoedeling. De uitoefening van die bevoegdheden wordt
beheerst door de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid.
- Lid 3: subsidiariteitsbeginsel
- Lid 4: evenredigheidsbeginsel

Drie soorten bevoegdheden:
1. Art. 3 VWEU: exclusieve bevoegdheid van de Unie (lidstaat heeft niet veel te
zeggen)
2. Art. 4 VWEU: gedeelde bevoegdheid van de Unie (i.b. ligt bevoegdheid bij lidstaat
tot dit niet meer werkt)
3. Art. 6 VWEU: ondersteunende bevoegdheid - bevoegdheid ligt bij lidstaat, Unie
biedt ondersteuning

,Samenvatting wet en jurisprudentie



Verboden (negatieve integratie) in de Verdragen kunnen meteen toegepast worden op
maatregelen van de lidstaten. Voor positieve integratie is nadere (secundaire) wetgeving
nodig van de Unie binnen de grenzen van de bevoegdheidsverdeling. Dus moet een
specifieke bevoegdheid in de Verdragen zijn neergelegd. Secundaire wetgeving vereist
dus een specifieke grondslag.

Art. 3, 4 en 6 VWEU zijn geen rechtsgrondslagen! Zijn eigenlijk een opsomming van
bevoegdheden van de Unie, staat niet welke procedure gebruikt moet worden.

Vrij verkeer van goederen
De Europese douane-unie maakt het de Europese bedrijven makkelijker om zaken te doen
en harmoniseert de douanerechten op goederen van buiten de Unie. Zie artikel 28 VWEU.

Tarifaire belemmeringen
In- en uitvoerrechten zijn belastingen die een lidstaat heft bij overschrijden van een
grens. Binnen de Unie brengt de douane-unie met zich mee dat alle in- en uitvoerrechten
verboden zijn tussen de lidstaten. Dit verbod is absoluut. Tarifaire belemmeringen zijn de
fiscale maatregelen die de handel tussen lidstaten kunnen belemmeren.

Art. 28 en 30 VWEU: verbod op in- en uitvoerrechten (douanerechten) en heffingen van
gelijke werking. Van toepassing op (verkapte) belastingmaatregelen waarin een lidstaat
belasting heft op een goed wegens overschrijding van een grens.
- Dit is de interne dimensie. Zie voor de externe dimensie de artikelen betreft het
gemeenschappelijk douanetarief: art. 31 en 207 VWEU.
- Geen minimumgrens of rechtvaardigingen
- Wel twee uitzonderingen: heffingen o.g.v. Unierecht (transport levende dieren) en
betalingen voor (vrijwillig) geleverde diensten.

Art. 110 VWEU: verbod op discriminerende en protectionistische binnenlandse belasting.
Dus hier betreft het belastingen die in het algemeen gelden binnen lidstaten.
- Onderscheid met art. 30 VWEU: (Outokumpu) belasting is niet alleen van
toepassing op geimporteerde producten, maar ook binnenlandse producten.
- Alleen van toepassing op indirecte belastingen zoals bijvoorbeeld BTW en
accijnzen. En niet op directe belastingen zoals IB of vennootschapsbelasting.
- Voor directe discriminatie bestaat een algemeen verbod (Outokumpu). Bij indirecte
discriminatie geldt er een verbod tenzij objectief gerechtvaardigd (Humblot).

Het verschil tussen bovenstaande artikelen is niet altijd even duidelijk, maar in theorie
bestaat er een duidelijk onderscheid. Het uitgangspunt van art. 110 VWEU is dat alle
belastingen differentiëren (verschillen/”discrimineren”) tussen producten. Dit is
toegestaan mits buitenlandse producten niet worden benadeeld, Deze benadeling kan
komen door discriminatie of protectionisme.

Verbod op discriminerende belastingen is van toepassing op belastingen die
discrimineren tegen gelijksoortige producten uit andere lidstaten. Verbod op
protectionistische belastingen gaat om belastingen die een nadeel geven aan
buitenlandse producten die niet gelijksoortig zijn, maar wel met elkaar concurreren.

Gelijksoortige producten zijn:
- Productkarakteristieken en productieprocessen (eigenschappen)
o Zelfde grondstoffen, zelfde proces, etc.

, Samenvatting wet en jurisprudentie


- Consumentenvoorkeuren
o Consumenten zien het als gelijksoortig (bier/wijn).
Beschermende/protectionistische belastingen:
- Producten die niet gelijksoortig zijn, maar met elkaar concurreren  bijvoorbeeld
fietsen en elektrische fietsen, bier en (bepaalde) soorten wijn
- Kunnen negatief effect hebben op buitenlandse producten
- Concurrentieverhoudingen zijn in praktijk vaak lastig vast te stellen, zie Bier/Wijn
arrest. Onderzoeken op basis van consumentenvoorkeuren. Voor vaststellen
mededingingsverhouding kijken naar de huidige en toekomstige marktsituatie. Als
duidelijk sprake is van een protectionisme regeling, zal het Hof sneller uitgaan van
een mededingingsverhouding.

Niet-tarifaire belemmeringen
Dit zijn maatregelen van lidstaten van een niet-fiscale aard die de handel tussen lidstaten
kunnen belemmeren.

 Art. 34 VWEU: Kwantitatieve invoerbeperkingen en alle maatregelen van gelijke
werking zijn tussen lidstaten verboden.
 Art. 35 VWEU: Kwantitatieve uitvoerbeperkingen en alle maatregelen van gelijke
werking zijn tussen lidstaten verboden.
Een kwantitatieve invoerbeperking is een limiet aan het aantal goederen dan iemand
bijvoorbeeld in een jaar mag importeren. Maatregelen van gelijke werking worden door
o.a. rechtspraak gedefinieerd. Lezen als: een maatregel die hetzelfde effect heeft als een
kwantitatieve invoerbeperking.

Art. 36 VWEU bevat rechtvaardigingsgronden voor maatregelen die onder art. 34 en 35
VWEU vallen. Dus uitzonderingen op het verbod.

Structuur van art. 34 en 36 VWEU
Eerst moet je vaststellen dat art. 34 VWEU van toepassing is op de casus.
 Gaat het over goederen? Is er relevante harmonisatiewetgeving van toepassing?
o In dit vak geen harmonisatiewetgeving o.g.v. goederen.
o Bij afwezigheid van harmonisatie kijken naar art. 34 VWEU.
 Bevat de casus een grensoverschrijdend element?
o Art. 34 VWEU is niet van toepassing op omgekeerde discriminatie (dit is art.
35 VWEU) en alle andere situaties waarvan de aspecten zich binnen de
lidstaat afspelen.
 Sprake van rechtstreekse werking? Kan de eiser zich op art. 34 VWEU beroepen
tegenover de wederpartij?
o Verticale rechtstreekse werking (tegen de lidstaat), in beginsel geen
horizontale rechtstreekse werking
o Verlengde verticale rechtstreekse werking: uit Schmidbergen blijkt dat het
artikel lidstaten verplicht handhavend op te treden tegen duurzame
beperkingen van het vrij verkeer door individuen
 Is sprake van een beperking/maatregel van gelijke werking?
o Hiervoor volgt een stappenschema. Dit hoeft op het tentamen niet volledig
worden uitgewerkt, indien duidelijk is dat een bepaalde stap van
toepassing is en een andere stap bijvoorbeeld niet, slechts een
hulpmiddel.
 Zo ja, kan deze gerechtvaardigd worden?
o Art. 36 VWEU
o Cassis-rechtvaardiging
$8.41
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
melissadeleo Rijksuniversiteit Groningen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
101
Member since
8 year
Number of followers
63
Documents
16
Last sold
14 hours ago

3.7

14 reviews

5
4
4
6
3
2
2
0
1
2

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions