Als onderzoekers hun participanten observeren, is dit vaak in een onnatuurlijke setting. Ook thuis
wordt de natuurlijke omgeving verstoord door de aanwezigheid van de onderzoeker. De mate waarin
participanten reageren op de aanwezigheid van de onderzoeker heet observer reactivity (Hawthorne
effect). Er zijn 2 manieren om observer reactivity te achterhalen:
- Vergelijk verschillende niveaus van indringing van onderzoeker
o Aanname hierbij is dat reactiviteit verschilt tussen omstandigheden
o bv. verschil tussen audio opnemen en audio opnemen + observator in ruimte
- Eerste deel van een sessie zou atypischer zijn dan later in de sessie
o Aanname hierbij is dat reactiviteit af zal nemen met de tijd door habituatie
o Nadeel: gedrag kan veranderen voor andere redenen dan de habituatie
De mate van observer reactivity is afhankelijk van: gender en/of leeftijd van het kind, gender van de
ouder, setting van observatie en hoe bekend is observator bij de familie. De mate van observer
reactivity kan gereduceerd worden via de volgende zaken:
- Eerste 10 minuten niet observeren (habituatie vindt plaats)
- Geen observatie bij eerste bezoek
- Zelfde observator bij iedere observatiesessie
- Minder indringende observatie apparatuur
- Uitleg geven aan familie over opnameprocedures
Onenigheid over invloed van interactie met observator: sommige onderzoekers vinden het
bevorderlijk voor de resultaten en anderen juist niet
Nadelen (+ oplossingen) van observeren
- Technische problemen bij opnemen
o Training voor observatoren en eventueel opnieuw als het is mislukt
- Tijdrovend: hoge kosten
o Duur van opname beperken
- Hoge belasting voor participanten: het is een invasieve studie
o Compensatie, bv. vergoeding
- Definiëren variabelen kan lastig zijn
o Helder afbakenen en voorbeelden geven in codeerhandleiding
- Betrouwbaar worden en blijven kan lastig zijn voor codeurs
o Intensieve training, dubbelcoderen en intervisie
- Het is een momentopname: per dag kan gedrag sterk variëren, zeldzaam gedrag kan gemist
worden geen representatieve resultaten
o Meerdere opnames maken
- Observer reactivity
o Langer observeren, observatoren uit zicht en steeds dezelfde onderzoeker bij
longitudinale studie
- Veel ethische overwegingen
o Toestemming gebruik video’s en meldplicht (staat niet in toestemmingsformulier)
De betrouwbaarheid van een meetinstrument is een voorwaarde voor de validiteit. Dit zijn 2 typen
betrouwbaarheid die getest kunnen worden in een observationele studie:
- Interobserver reliability: check of meerdere observatoren dezelfde observatie eenzelfde
code hebben gegeven wordt vaak gedaan in de praktijk
- Test-hertest reliability: check of bij een herhaalde meting, dezelfde resultaten worden
gevonden wordt in de praktijk niet vaak gedaan, omdat onderzoekers hun observaties
vaak niet meerdere keren kunnen herhalen (zie toelichting hieronder)
, Ecologische validiteit is een maat voor in hoeverre het geobserveerde gedrag een goede afspiegeling
is van het gedrag in het algemeen/ dagelijks leven, dit wordt beïnvloedt door:
- Observer reactivity
- Type observatie: gestructureerd (met taakinstructie) vs. naturalistisch (spontane interactie)
o Een taak uitvoeren kan onnatuurlijk aanvoelen voor de participanten, dat is
afhankelijk van de type instructies en context.
- Setting (bv. thuis of in het lab)
Thuis Lab ruis is informatie dat in de data voorkomt waar de
Ecologische Hoog Laag onderzoekers niet in geïnteresseerd zijn
validiteit uit onderzoek (Gardner, 2000) is gebleken dat er een lage
Ruis Meer Minder correlatie bestaat tussen observaties thuis en in het lab
Verschillen tussen observeren in de onderzoeks- en praktijkcontext:
Onderzoek Praktijk
Groepsgemiddelden Individueel
Gestandaardiseerd instrument Instrument als middel, niet als doel
Uitgebreide training Observatie is ingebed in de context
Tussentijdse evaluatie Ontwikkeling kan gemeten worden
Onafhankelijk coderen Mogelijk meer bias bij observator
Welk doel kun je bereiken met welke onderzoeksmethode?
- Gedachten en gevoelens vangen vragenlijst en interview
- Onbewust gedrag vangen observatie
- Longitudinaal meten vragenlijst en interview (soms observatie)
- Uitfilteren van sociale wenselijkheid soms mogelijk met observatie
- Uitfilteren effect van stemming nooit
- Participanten hebben zelfde interpretatie observatie
van het construct
De data in een observatiestudie moet gecodeerd worden, daar zijn verschillende methodes voor, deze
kunnen naast elkaar gebruikt worden:
- Gedragsfrequenties: specifiek gedefinieerde gedragingen worden geteld
- Event-based: alleen onder bepaalde omstandigheden wordt het gedrag gecodeerd
- Micro-level: coderen van micro gedrag (bv. glimlachen, fronsen of stem verheffen), zeer
gedetailleerde analyse
- Macro-level: coderen van bredere thema’s zoals algemene interactiepatronen of sociale
dynamieken
Tijdens en/of na het coderen wordt de intercodeurbetrouwbaarheid getoetst. Deze berekent de mate
van overeenstemming tussen:
- De scores van de codeurs en expertscore
- De scores van de codeurs onderling
Stappen in een observatietraining
1. Opstellen gestandaardiseerd codeerprotocol
2. Intensieve training van de codeurs
3. Betrouwbaarheidsset: selectie van observatiefragmenten voor het testen en trainen van de
betrouwbaarheid en consistentie van de codeurs