100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Tijdvakken & Kenmerkende Aspecten - Geschiedenis

Rating
-
Sold
-
Pages
22
Uploaded on
22-03-2025
Written in
2023/2024

Een volledige samenvatting van de 10 tijdvakken, inclusief een lijst van alle kenmerkende aspecten & tijden op een rijtje + belangrijke jaartallen. Dit was mijn volledige samenvatting van de tijdvakken voor mijn Geschiedenis examen die ik in 1x heb gehaald! Tijdvakken: Tijd van Jagers en Boeren, Tijd van Grieken en Romeinen, Tijd van Monniken en Ridders, Tijd van Steden en Staten, Tijd van Ontdekkers en Hervormers, Tijd van Regenten en Vorsten, Tijd van Pruiken en Revoluties, Tijd van Burgers en Stoommachines, Tijd van Wereldoorlogen, Tijd van Televisie en Computer. Tijden: Prehistorie, Oudheid, Middeleeuwen, Vroegmoderne tijd, Moderne tijd.

Show more Read less
Level
Course

Content preview

Tijdvakken
Tijdvak 1 – Tijd van jagers en boeren (eerste mens - 3000 v.C.)
1.1 – De levenswijze van jagers-verzamelaars
Tot ongeveer 10.000 v.C. waren de mensen jagers-verzamelaars (afhankelijk van de natuur).
Ze waren nomaden: woonden veelal in tenten, leefden in kleine groepen (10-20 mensen) &
hadden weinig bezit, geloofden in een natuurgodsdienst, rolverdeling tussen man en vrouw
was gelijk (egalitair). Er was nog geen schrift dus we hebben geen geschreven bronnen en
dus ook minder kennis.

1.2 – Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
Theorieën hoe/waarom landbouw is ontstaan:
1. Gunstiger klimaat -> planten groeiden beter.
2. Gebrek aan voedsel -> gedwongen zich te richten op landbouw.
Niet iedereen ging direct over op landbouw. Boeren en jagers-verzamelaars hebben lang
naast elkaar geleefd. Verbetering gewassen -> groei landbouwopbrengst. Uiteindelijk gingen
sommige groepen volledig over op landbouw (landbouwrevolutie/neolithische revolutie) en
veeteelt. Waarschijnlijk waren handel en kolonisatie de oorzaak van de verspreiding van
landbouw van het Midden-Oosten naar Europa. Gevolgen landbouw:
- Mensen gingen op 1 plaats leven en hadden meer bezit.
- Landbouw was een stabielere bron van voedsel -> meer mensen om te voeden.
- Eerste landbouwsamenlevingen waren grotere groepen. Boeren produceerden meer dan
ze zelf nodig hadden -> specialisatie.
- Ontwikkelingen op technisch gebied (bv pottenbakken voor het bewaren van graan!).
- Sommige boeren waren succesvoller dan anderen & man werd dominant. Zo ontstonden er
verschillen in status, aanzien en rijkdom.

1.3 – Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
Betere akkerbouw -> meer & beter voedsel -> bevolkingsgroei.
Het bouwen van irrigatie- en afwateringssystemen was arbeidsintensief, dus gingen dorpen
samenwerken. Zo groeiden ze aan elkaar (eerste steden/stedelijke gemeenschappen). Ook
ontstonden de eerste stedelijke gemeenschappen door specialisatie & handel.
Ontwikkelingen in stedelijke gemeenschappen:
1. Specialisatie: boeren produceerden meer -> niet iedereen hoefde zo boer te zijn.
2. Hiërarchie: organisatie was noodzakelijk (leider) & specialisatie (sommige beroepen waren
belangrijker dan andere).
De nieuwe beroepen en statussen leidden tot gewoonten waardoor de cultuur complexer
werd. Er kwam ook een polytheïstische godsdienst. De eerste stedelijke gemeenschappen
waren meestal paleiseconomieën: priester/koning zorgde samen met een groep krijgers voor
de bescherming & beheerde het graan (moest eerlijk verdeeld worden -> ze begonnen dit bij
te houden dmv tekens krassen in kleitabletten -> schrift).

Tijdvak 2 – Tijd van Grieken en Romeinen (3000 v.C. - 500)
2.4 – De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over
burgerschap en politiek in de Griekse stadsstaat
Bij de Grieken was de natuur een bepalende factor (bergen, eilanden, zeeën) waardoor ze
geïsoleerd leefden van elkaar. Er waren 100-200 onafhankelijke stadstaten/poleis.
Onvruchtbare grond -> hongersnoden -> deel trok weg en stichtte ergens anders een nieuwe
stad: kolonie. Contact met moederstad bleef -> handel -> specialisatie. De poleis hadden wel
dezelfde taal, goden, religieuze gebruiken, maar voelden zich inwoner van eigen stadsstaat.
In de meeste steden was een volksvergadering waarin alle inwoners hun mening konden

1

,geven over de politiek -> gemeenschapsgevoel, dat tot uitdrukking kwam in hun denken
over burgerschap (voor oorspronkelijke, mannelijk inwoners). Alleen burgers mochten in de
volksvergadering spreken & in het bestuur komen. Verschil tussen poleis was de manier
waarop er bestuurd werd (monarchie = koning, tirannie = tiran, aristocratie = kleine groep
edelen, oligarchie = kleine groep oude wijze mannen). In Athene: eerste democratie, want in
de volksvergadering mochten alle burgers hun mening geven & wetten voorstellen. Maar bij
de Atheense democratie mocht niet iedereen meedoen, alleen mannen met burgerrecht. Ze
deden er alles aan om hun democratie te beschermen, door bijvoorbeeld jaarlijks een
ostracisme te houden en er werd voor veel ambten geloot ipv gekozen. Elke burger kon zich
verkiesbaar stellen (in het begin niet betaald, dus toen alleen rijke burgers). Oorzaak
ontstaan democratie: Athene was rijk door overzeese handel. Om dit te beschermen, was
een grote vloot nodig. De roeiers van deze schepen waren de armste inwoners. Omdat de
handel belangrijk was, werden de levens van de roeiers ook belangrijk.
Door handel kwamen ze in contact met verschillende religieuze en culturele ideeën. Een
aantal filosofen gingen op zoek naar natuurlijke oorzaken voor de fenomenen. Ze
probeerden door te observeren en logisch te redeneren tot verklaringen te komen.

2.5 – Grieks-Romeinse cultuur
Goden kregen hun eigen tempel. Ingang: grote zaal, daarachter het godenbeeld en altaar.
Schuin dak dat afgesloten was met een driehoek (timpaan), versierd met reliëfs.
Veel zuilen (Dorisch, Ionisch, Korintisch, Toscaans, Composiet).




Ze bouwden zitplaatsen voor publiek tegen een heuvel zodat het omhoog liep. Klassieke
periode (490-323 v.C.): beelden van mensen hadden een levendige uitstraling en ideale
verhoudingen, waren van marmer en kleurrijk beschilderd. De Romeinen namen deze
beeldhouwkunst bijna letterlijk over, maar voegden ook realisme toe en experimenteerden
met nieuwe materialen. Grieken en Romeinen waren bedreven in meer kunstdisciplines:
fresco’s, mozaïek, brandschilderingen.

2.6 - Romeinse imperium: verspreiding Grieks-Romeinse cultuur in Europa
Rome werd bestuurd door een koning, maar door machtsmisbruik werd hij weggejaagd.
Toen werd het geleid door jaarlijks gekozen bestuurders & een senaat (verzameling oud-
bestuurders met veel macht/aanzien). Hoewel de bestuurders gekozen werden, was er geen
democratie: de stem van armen telde het minst & als bestuurder moest je alles zelf betalen
(dus alleen rijken). Romeinen voerden graag oorlog: buit was inkomen voor boeren & rijken
konden militair succes bewijzen. Imperium groeide -> Romeinse Rijk. Door keizers centraal
bestuurd, ingedeeld in provincies met gouverneur. Lange periode van welvaart en vrede: de
Pax Romana (= Romeinse vrede). Het Rijk kon zo groot worden door hun goed
georganiseerde leger en de aanleg/onderhoud van wegen. Ze vonden zichzelf superieur aan
de overwonnen volken, maar lieten volken hun eigen godsdienst en cultuur houden. De
romanisering gebeurde vrijwillig, vaak uit bewondering voor hun technologische voorsprong
& soldaten die contact legden met de lokale bevolking & toekenning burgerrecht (dit kreeg hij
pas als hij voldoende geromaniseerd was).

2.7 - Confrontatie Grieks-Romeinse cultuur en de Germanen
Langs de Rijn kwam een systeem van versterkingen als grensverdediging: limes. Dit zorgde
voor aanwezigheid van Romeinse soldaten in het grensgebied dat bewoond werd door
Germanen en Kelten. Hier omheen kwamen dorpen/steden met romanisering. Er ontstond

2

, een mengcultuur van Romeinen en Germanen. Er was dreiging van Germaanse stammen &
er waren soms opstanden tegen corrupte bestuurders of hoge belastingen (voedsel /
dienstplicht). Toen het halverwege de 3e eeuw economisch en militair slechter ging met het
Rijk, werden de Germaanse invallen succesvoller, doordat de stammen groter, beter
bewapend en georganiseerd waren (technieken van Romeinen overgenomen). Uit noodzaak
huurden de keizers soms Germaanse stammen in als leger in ruil voor burgerrecht. Deze
waren minder betrouwbaar, omdat ze geen belang hadden bij het verdedigen want ze
hoefden niet te romaniseren (bijdrage aan de val van het West-Romeinse Rijk). In de
noordelijke provincies was een villa-economie. Villa’s: grote, centrale boerenbedrijven rond
een Romeins landhuis. Hieruit werden akkers beheerd en er woonden pachters en arbeiders
omheen die op het land werkten. De oogst was bestemd voor handel.

2.8 - Ontwikkeling eerste monotheïstische godsdiensten: jodendom en
christendom
Jodendom: Abraham reisde naar Kanaän -> hongersnood -> zijn nakomelingen vluchtten
naar Egypte, maar werden door Mozes teruggeleid -> joden stichtten een koninkrijk ->
bouwden een tempel voor hun god Jahweh en leefden volgens de wetten van Mozes.
Christendom: Jezus Christus groeide op als jood -> trok rond, sprak over religieuze zaken,
kreeg volgelingen -> Romeinse stadhouder verdacht hem van anti-Romeinse activiteiten en
liet hem ter dood veroordelen -> volgelingen bleven bij elkaar komen en besloten dat het
christendom toegankelijk was voor joden én niet-joden.
Het christendom verspreidde snel want het gaf mensen hoop. De Romeinen waren hier niet
blij mee, omdat het gelijkheidsideaal tegen de gevestigde orde inging (maatschappij was
afhankelijk van slaven). De keizers werden gezien als goddelijke heersers, maar de
christenen weigerden dat te erkennen en deden hier niet aan mee. Vanaf keizer Nero (37-
68) werden ze vervolgd, soms wreed en soms niet (lag aan de keizer). Toen keizer
Constantijn een militaire overwinning behaalde, dacht hij dat dat kwam door de hulp van de
god van de christenen, dus werd vanaf 313 het christendom officieel toegestaan. In de 4e
eeuw was het de staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk. Het Rijk wordt in deze eeuw
gesplitst in een West-Romeins Rijk en een Oost-Romeins Rijk (het Byzantijnse Rijk). Het
Westen blijkt onstabiel en valt in 476 o.a. door aanvallen uit elkaar. Het Oosten blijft nog tot
1453 bestaan en valt uiteen met de verovering van Constantinopel door de Ottomanen.

Tijdvak 3 – Tijd van monniken en ridders (500 - 1000)
3.9 - De verspreiding van het Christendom
Toen het West-Romeinse Rijk verdween en dus allemaal volksverhuizingen plaatsvonden,
verdween ook het christendom hier grotendeels. De oude godsdiensten kregen weer de
overhand. Het christendom werd verspreid dmv missionarissen die zich richtten op lokale
leiders, daarna volgde het volk (vaak met geweld, zoals vernietigen van oude heidense
heiligdommen). Vorsten steunden hen, want zo kunnen ze makkelijker hun rijk uitbreiden.
Gebruiken uit andere religies werden geïntegreerd -> makkelijker bekeren. In de 9e/10e
eeuw: invallen van niet-christelijke volken (bv Vikingen, Hongaren), maar het christendom
was stevig geworteld. Deze volken werden ook bekeerd.

3.10 - Het ontstaan en de verspreiding van de islam
Islam: Mohammed geboren in Mekka, engel Gabriël verteld dat Mohammed profeet is van
Allah (god) en dat hij zijn boodschap moet verkondigen. Mohammed krijgt veel volgelingen,
wat de machthebbers niets vinden. In 622 vlucht hij, in 629 verovert hij Mekka en de stad
bekeert zich, in 632 sterft hij en werd opgevolgd door kaliefen (plaatselijke leiders). Er komen
conflicten over de opvolging: de schoonzoon van hem (Ali) is kandidaat, maar wordt niet
door iedereen geaccepteerd (aanhangers: de sjiieten, tegen Ali: de soennieten). Het
islamitische rijk werd uitgebreid en er ontstond een wetenschappelijke en culturele bloei. De

3

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
6

Document information

Uploaded on
March 22, 2025
Number of pages
22
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

$5.45
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
danikalagendijk Universiteit Leiden
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
14
Member since
10 months
Number of followers
1
Documents
33
Last sold
2 weeks ago

hoi! ik ben momenteel student Engels aan de universiteit van Leiden, en heb hiervoor dus VWO gedaan :) ik vat al mijn lessen en schoolboeken compleet en zo kort mogelijk samen!

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions