Les 1
Spelling deel 1
De spelling van werkwoorden
1. De persoonsvorm
De persoonsvorm is een werkwoord dat verandert afhankelijk van de tijd en de
persoon. Je vindt de persoonsvorm door:
1. De zin vragend te maken (de persoonsvorm komt dan vooraan te staan).
Voorbeelden:
Zin Vragend gemaakt
Hij kan goed voetballen. Kan hij goed voetballen?
Dat meisje leest goed. Leest dat meisje goed?
Hij wordt piloot. Wordt hij piloot?
2. De tijd van de zin te veranderen (het werkwoord dat verandert, is de
persoonsvorm).
2. De persoonsvorm in de onvoltooid tegenwoordige tijd (o.t.t.)
De stam van een werkwoord krijg je door ‘-en’ van de infinitief af te halen.
Infinitief Stam
Lopen Loop
Onthouden Onthoud
Vervreemden Vervreemd
1
,Enkelvoud en meervoud in de o.t.t.
Persoon Slapen Binden
Ik slaap bind
Jij (achter het werkwoord) slaap bind
Jij (ervoor), hij, zij, het slaapt bindt
Wij, jullie, zij slapen binden
3. De persoonsvorm in de onvoltooid verleden tijd (o.v.t.)
Bij sterke werkwoorden verandert de klank:
Infinitief Ik (o.v.t.) Wij (o.v.t.)
zingen zong zongen
slapen sliep sliepen
glijden gleed gleden
Bij zwakke werkwoorden komt er -te/-de (enkelvoud) of -ten/-den (meervoud)
achter de stam:
Werkwoord Enkelvoud Meervoud
Werken Werkte Werkten
Braden Braadde braadden
Pesten Pestte pestten
2
,4. Het voltooid deelwoord
Het voltooid deelwoord eindigt op -d of -t. Dit hangt af van ‘t kofschip-regel:
Eindigt de stam op t, k, f, s, ch, of p? → t aan het einde van het voltooid
deelwoord.
Eindigt de stam op een andere letter? → d aan het einde.
Infinitief Stam Voltooid deelwoord
vermoeden Vermoed Vermoed
Verwoesten Verwoest Verwoest
blusssen blus geblust
5. Voltooid tegenwoordige tijd (v.t.t.) en voltooid verleden tijd (v.v.t.)
Tijd Werkwoord Voorbeeld
Voltooid tegenwoordige tijd hebben/zijn + voltooid Hij heeft
(v.t.t.) deelwoord gezwommen.
had/waren + voltooid Hij had
Voltooid verleden tijd (v.v.t.)
deelwoord gezwommen.
6. Het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord
Sommige voltooid deelwoorden worden bijvoeglijk naamwoorden.
Werkwoord Bijvoeglijk naamwoord
Beantwoordde De beantwoorde brief
Vergrootte De vergrote foto
Gebraden De gebraden haan
Zelfstandige naamwoorden
3
, Zelfstandige naamwoorden kunnen in meervoud of als verkleinwoord worden
geschreven.
1. Meervoudsvormen
Eindigt op Meervoudsvorm Voorbeelden
-e, -é, -ie, -oe, -eau, -ey, +s cafés, offertes, milieus
-ieu, -ui
-a, -i, -o, -u, -y +'s (apostrof) taxi’s, menu’s, baby’s
-ie (klemtoon op -ie) -ieën fantasieën, categorieën
-ie (geen klemtoon) -iën bacteriën, financiën
-as, -is, -os, -us, -es -sen vonnissen, rebussen
Woorden op -s -s of -zen prinsen, ganzen,
serviezen
Bijzondere meervoudsvormen:
Enkelvoud meervoud
Museum Musea/museums
Datum Data/datums
basis Basissen/bases
2. Verkleinwoorden
De verkleinwoorduitgang hangt af van de laatste letter:
Eindigt op Verkleinwoorduitgang Voorbeelden
-l, -r, -n, -m, -w -tje belletje, molentje
-i -ietje taxietje, alibietje
-y -’tje baby’tje, lady’tje
Franse woorden op -er -tje premiertje, dinertje
of -ir
Engelse leenwoorden -je cakeje, coachje
De toekomende tijd
4