(Chirurgie (2015) – I. J. Jungen)
Hoofdstuk 3.4 Preoperatieve zorg
Doel: fysieke toestand en anesthesierisico vaststellen om optimaal en veilig mogelijke
anesthesie bij voorgenomen ingreep te laten verlopen.
Preoperatieve onderzoek gevormd door anamnese en lichamelijk onderzoek. Patiënt door
anesthesist onderzocht; kan ook verpleegkundig specialist of physician assistant zijn.
Men maakt gebruik van gestandaardiseerde vragenlijst, voor bezoek polikliniek invullen. Vragen
lichamelijke conditie, eerdere operaties, anesthesie-ervaringen, medicijn-, alcohol- en/of
drugsgebruik, allergieën en vragen die familieanamnese betreffen.
Complicaties als gevolg van anesthesie groot deel bepalend door lichamelijke en/of psychische
toestand.
Bij men met acute ingreep ondergaan of al zijn opgenomen vindt onderzoek in ziekenhuis plaats.
Onderzoek 6 tot 9 maand geldig tenzij grote veranderingen zijn opgetreden.
Risico-inschatting op basis van ASA-classificatie.
ASA I patiënt in goede gezondheid
ASA patiënt met een lichte aandoening, die geen invloed heeft op zijn dagelijks functioneren, bijvoorbeeld
II een patiënt met een milde hypertensie die met medicijnen goed onder controle is
ASA patiënt met een ernstige aandoening, die wel invloed heeft op zijn dagelijks functioneren,
III bijvoorbeeld ernstige diabetes mellitus met hart- en vaatproblemen
ASA patiënt met ernstige preoperatieve gezondheidsproblemen; de patiënt heeft een aandoening (hart-,
IV lever- of -nierfalen) die levensgevaar oplevert bij operatie
ASA patiënt met zeer ernstige preoperatieve gezondheidsproblemen; de patiënt heeft met of zonder
V operatie een grote kans om te overlijden (ruptuur aneurysma aortae abdominalis)
3.4.1 - Anamnese
Vragen bestaande ziekten en aangeboren afwijkingen. Aandacht aan hart- en vaatstelsel, longen,
luchtwegen en stollingsproblemen. I.v.m. geneesmiddeleninteracties vragen naar roken, medicijn-,
alcohol- en drugsgebruik. Ook naar allergieën, inspanningstolerantie en eerdere reactie op
anesthesie (of binnen familie).
3.4.2 - Lichamelijk onderzoek
BMI
Bloeddruk
Saturatie
Hart (symptomen van decompensatio cordis)
Longen (symptomen van ontsteking)
Extremiteiten
Ook aandacht aan mond- en keelholte en status gebit i.v.m. intubatie; zit gebit los? Dikte tong?
Mondopening? Bewegelijkheid van cervicale wervelkolom? Hoe hoger score, hoe moeilijker
intubatie.
, Wanneer operatie onder regionale anesthesie (epiduraal of spinaal) is, wordt wervelkolom
onderzocht en gekeken naar bewegelijkheid wervels en lokale infecties.
3.4.3 - Aanvullend onderzoek
Alleen laboratoriumonderzoek op indicatie gedaan bv. stollingsonderzoek of bloedgroep +
resusfactor bepalen.
Thoraxfoto als uit anamnese of lichamelijk onderzoek verdenking bestaat op longziekte of
decompensatio cordis of als operatie in thorax plaatsvindt.
ECG als men >60 jaar is en bij patiënten met bv. hypertensie, diabetes mellitus,
kortademigheid en oedeem aan de benen.
Bij onderzoek afwijkingen gevonden? Kijken wenselijk door medisch specialist onderzoeken. Voor de
rest niet veel geld en energie in gestoken.
3.4.4 - Specifieke patiëntgroepen
Ouderen: verhoogd risico postoperatieve complicaties. Conditie en functionaliteit verhogen
door perioperatief te trainen m.b.v. fysiotherapie en voedingsinterventie.
Zwangeren: kans spontane abortus of premature geboorte. Alleen plaatsvinden bij niet-
electieve ingreep, bij voorkeur doormiddel van locoregionale anesthesie.
Jehova’s getuigen: op religieuze gronden bezwaar tegen toediening bloed en
bloedproducten. Verklaring ondertekenen; ook bezwaar voor toepassing hart-longmachine
of dialyseapparaat.
3.4.5 – Voorlichting
Voorlichting ingreep (algemeen, specifieke aspecten voorgenomen anesthesie en zorg rond
operatie), anesthesietechniek, risico’s en mogelijke complicaties en instructies.
Patiënt toestemming geven behandeling (informed consent conform WGBO). Door anesthesist
verkregen en schriftelijk vastgelegd in medisch dossier en dat er gesproken is over risico’s en
complicaties.
3.4.6 – Anesthesieplan
Anesthesioloog maakt anesthesieplan + afspraken maken m.b.t. nuchter zijn, medicatie en
premedicatie.
3.4.7 - Voorbereiding operatie
Chirurg operateur met status bij patiënt langs. Controleren plaats en zijde goed zijn + markeren; in
status noteren. Wassen of douchen, make-up, nagellak, piercings, sieraden, gebitsprothesen en bril
verwijderen. Lichaamshaar verwijderen als dit moet. Patiënt nuchter zijn voor aspiratie van
maaginhoud gedurende narcose voorkomen. Patiënt uit laten plassen. Bij operatie >2 uur
blaaskatheter inbrengen. Bij langer dan 5 dagen aanwezig, kan men suprapubische katheter
inbrengen. 1 tot 2 uur van tevoren premedicatie. Operatiekleding aan en naar operatiecomplex
brengen.
Hoofdstuk 3.4 Preoperatieve zorg
Doel: fysieke toestand en anesthesierisico vaststellen om optimaal en veilig mogelijke
anesthesie bij voorgenomen ingreep te laten verlopen.
Preoperatieve onderzoek gevormd door anamnese en lichamelijk onderzoek. Patiënt door
anesthesist onderzocht; kan ook verpleegkundig specialist of physician assistant zijn.
Men maakt gebruik van gestandaardiseerde vragenlijst, voor bezoek polikliniek invullen. Vragen
lichamelijke conditie, eerdere operaties, anesthesie-ervaringen, medicijn-, alcohol- en/of
drugsgebruik, allergieën en vragen die familieanamnese betreffen.
Complicaties als gevolg van anesthesie groot deel bepalend door lichamelijke en/of psychische
toestand.
Bij men met acute ingreep ondergaan of al zijn opgenomen vindt onderzoek in ziekenhuis plaats.
Onderzoek 6 tot 9 maand geldig tenzij grote veranderingen zijn opgetreden.
Risico-inschatting op basis van ASA-classificatie.
ASA I patiënt in goede gezondheid
ASA patiënt met een lichte aandoening, die geen invloed heeft op zijn dagelijks functioneren, bijvoorbeeld
II een patiënt met een milde hypertensie die met medicijnen goed onder controle is
ASA patiënt met een ernstige aandoening, die wel invloed heeft op zijn dagelijks functioneren,
III bijvoorbeeld ernstige diabetes mellitus met hart- en vaatproblemen
ASA patiënt met ernstige preoperatieve gezondheidsproblemen; de patiënt heeft een aandoening (hart-,
IV lever- of -nierfalen) die levensgevaar oplevert bij operatie
ASA patiënt met zeer ernstige preoperatieve gezondheidsproblemen; de patiënt heeft met of zonder
V operatie een grote kans om te overlijden (ruptuur aneurysma aortae abdominalis)
3.4.1 - Anamnese
Vragen bestaande ziekten en aangeboren afwijkingen. Aandacht aan hart- en vaatstelsel, longen,
luchtwegen en stollingsproblemen. I.v.m. geneesmiddeleninteracties vragen naar roken, medicijn-,
alcohol- en drugsgebruik. Ook naar allergieën, inspanningstolerantie en eerdere reactie op
anesthesie (of binnen familie).
3.4.2 - Lichamelijk onderzoek
BMI
Bloeddruk
Saturatie
Hart (symptomen van decompensatio cordis)
Longen (symptomen van ontsteking)
Extremiteiten
Ook aandacht aan mond- en keelholte en status gebit i.v.m. intubatie; zit gebit los? Dikte tong?
Mondopening? Bewegelijkheid van cervicale wervelkolom? Hoe hoger score, hoe moeilijker
intubatie.
, Wanneer operatie onder regionale anesthesie (epiduraal of spinaal) is, wordt wervelkolom
onderzocht en gekeken naar bewegelijkheid wervels en lokale infecties.
3.4.3 - Aanvullend onderzoek
Alleen laboratoriumonderzoek op indicatie gedaan bv. stollingsonderzoek of bloedgroep +
resusfactor bepalen.
Thoraxfoto als uit anamnese of lichamelijk onderzoek verdenking bestaat op longziekte of
decompensatio cordis of als operatie in thorax plaatsvindt.
ECG als men >60 jaar is en bij patiënten met bv. hypertensie, diabetes mellitus,
kortademigheid en oedeem aan de benen.
Bij onderzoek afwijkingen gevonden? Kijken wenselijk door medisch specialist onderzoeken. Voor de
rest niet veel geld en energie in gestoken.
3.4.4 - Specifieke patiëntgroepen
Ouderen: verhoogd risico postoperatieve complicaties. Conditie en functionaliteit verhogen
door perioperatief te trainen m.b.v. fysiotherapie en voedingsinterventie.
Zwangeren: kans spontane abortus of premature geboorte. Alleen plaatsvinden bij niet-
electieve ingreep, bij voorkeur doormiddel van locoregionale anesthesie.
Jehova’s getuigen: op religieuze gronden bezwaar tegen toediening bloed en
bloedproducten. Verklaring ondertekenen; ook bezwaar voor toepassing hart-longmachine
of dialyseapparaat.
3.4.5 – Voorlichting
Voorlichting ingreep (algemeen, specifieke aspecten voorgenomen anesthesie en zorg rond
operatie), anesthesietechniek, risico’s en mogelijke complicaties en instructies.
Patiënt toestemming geven behandeling (informed consent conform WGBO). Door anesthesist
verkregen en schriftelijk vastgelegd in medisch dossier en dat er gesproken is over risico’s en
complicaties.
3.4.6 – Anesthesieplan
Anesthesioloog maakt anesthesieplan + afspraken maken m.b.t. nuchter zijn, medicatie en
premedicatie.
3.4.7 - Voorbereiding operatie
Chirurg operateur met status bij patiënt langs. Controleren plaats en zijde goed zijn + markeren; in
status noteren. Wassen of douchen, make-up, nagellak, piercings, sieraden, gebitsprothesen en bril
verwijderen. Lichaamshaar verwijderen als dit moet. Patiënt nuchter zijn voor aspiratie van
maaginhoud gedurende narcose voorkomen. Patiënt uit laten plassen. Bij operatie >2 uur
blaaskatheter inbrengen. Bij langer dan 5 dagen aanwezig, kan men suprapubische katheter
inbrengen. 1 tot 2 uur van tevoren premedicatie. Operatiekleding aan en naar operatiecomplex
brengen.