100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Vragenuur en leerdoelen - MTB1

Rating
-
Sold
-
Pages
40
Uploaded on
18-03-2025
Written in
2024/2025

Methodologie en Toegepaste Biostatistiek I (MTB1) vormt een introductie in de onderzoeksmethodologie van de gezondheidswetenschappen. De nadruk ligt hierbij op de epidemiologie (eerste deel van de cursus) en kwantitatief onderzoek/statistiek (tweede deel van de cursus). De cursus is de eerste in een reeks behorend tot de leerlijn Methodologie.

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
March 18, 2025
Number of pages
40
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Vragenuurtje & Leerdoelen MTB1, HC1
Wat zijn de voor- en nadelen van elk van de designs:
Ecologisch onderzoek:
Voordelen:
- Kosten en tijd: Relatief goedkope en snelle manier om grote populaties te
bestuderen.
- Breed overzicht: Geschikt voor het bestuderen van
populatieniveaugezondheidstrends en grote datasets.
- Hypothesegeneratie: Kan hypotheses genereren voor verder onderzoek.
Nadelen:
- Ecologische vertekening: Relaties op populatieniveau kunnen niet worden
vertaald naar individuele niveaus (ecologische vertekening).
- Confounding: Ecologische correlaties kunnen het gevolg zijn van
confounders (ongecontroleerde variabelen).
- Causaal verband: Kan geen oorzaak-en-gevolgrelaties vaststellen.
Case-control studie:
Voordelen:
- Efficiëntie: Efficiënte manier om zeldzame ziekten te bestuderen.
- Retroactief: Kan snel worden uitgevoerd omdat gegevens al beschikbaar
zijn.
- Hypothesegeneratie: Kan helpen bij het identificeren van risicofactoren.
Nadelen:
- Retrospectieve aard: Afhankelijk van herinneringen van deelnemers, wat
tot recall-bias kan leiden.
- Selectiebias: Niet altijd representatief voor de populatie.
- Kan GEEN incidentie berekenen: Kan geen incidentie of risico berekenen,
alleen odds ratio.

Cohortonderzoek:
Voordelen:
- Oorzaak-en-gevolg: Kan oorzaak-en-gevolgrelaties onderzoeken.
- Tijdsequenties: Kan de timing van blootstelling en uitkomst vastleggen.
- Relatieve risico's: Kan het relatieve risico van uitkomsten bepalen.
Nadelen:
- Duur en kosten: Kan duur en tijdrovend zijn.
- Verlies van follow-up: Deelnemers kunnen verloren gaan tijdens de follow-
up, wat bias kan introduceren.
- Selectiebias: Kan gevoelig zijn voor selectiebias als deelnemers niet
willekeurig zijn toegewezen.

,Transversaal onderzoek (cross-sectioneel):
Voordelen:
- Efficiëntie: Snelle manier om gegevens te verzamelen en relaties te
identificeren.
- Prevalentie: Geschikt voor het schatten van prevalentie van bepaalde
uitkomsten op een specifiek moment.
Nadelen:
- Oorzaak en gevolg: Kan geen oorzaak-en-gevolgrelaties vaststellen.
- Tijdsorde: Geeft geen informatie over de tijdsorde van blootstelling en
uitkomst.
- Selectiebias: Niet altijd representatief voor de populatie.
Experimenteel onderzoek (RCT):
Voordelen:
- Oorzaak-en-gevolg: Kan oorzaak-en-gevolgrelaties vaststellen.
- Randomisatie: Toewijzing van deelnemers is willekeurig, waardoor
selectiebias wordt verminderd.
- Controle: Onderzoekers hebben controle over interventie.
Nadelen:
- Kosten en tijdsbesteding: Kan duur en tijdrovend zijn.
- Ethische overwegingen: Niet alle interventies kunnen ethisch verantwoord
worden getest.
- Generaliseerbaarheid: Resultaten van RCT's zijn mogelijk niet
generaliseerbaar naar de gehele populatie.

Wat is het grootste verschil tussen ecologisch onderzoek en de andere
onderzoeksdesigns?
Ecologisch onderzoek analyseert gegevens op populatieniveau in plaats van
individueel niveau, en kan alleen correlaties aantonen en geen oorzaak-en-
gevolgrelaties.

Wat is het verschil tussen prospectief, transversaal en retrospectief?
Prospectief: Verzameling van gegevens en follow-up gebeuren na het begin van
de studie.
Transversaal: Gegevens worden op één specifiek moment verzameld.
Retrospectief: Verzameling van gegevens vindt plaats aan de hand van
historische gegevens of gegevens die al zijn verzameld.

Welke verschillende experimentele onderzoeksdesigns zijn er?
Experimentele designs omvatten gerandomiseerde gecontroleerde trials (RCT's)
en cross over

Hoe ziet voor elk experimenteel design de opbouw eruit (i.e. op welk tijdspunt
vindt/vinden meting(en) en interventie(s) plaats)?

Waarom is blindering belangrijk?
Blindering is belangrijk om zowel vertekening als placebo-effecten te
minimaliseren.

Volgorde in onderzoeksdesigns in termen van bewijskracht (sterk>zwak)
Gerandomiseerde gecontroleerde trials (RCT's)
Cohortonderzoeken
Case-control studies
Transversale studies
Ecologische studies

,Raad het design:

1. Een onderzoeker bestudeert het effect van plantensterolen op het
leergedrag van muizen. Een groep muizen wordt at random in tweeën
gedeeld. De ene groep krijgt eerst sterolen, doet dan een leertest, krijgt
een week later een placebo en doet de leertest opnieuw. Bij de andere
groep is de volgorde precies andersom.
A. Cohortstudie
B. Randomized Controlled Trial
C. Patiënt-controle studie
D. Cross-over onderzoek
 Het design dat het beste past bij de beschrijving van het onderzoek waarbij
een groep muizen wordt verdeeld en de volgorde van behandelingen wordt
gewisseld, is een "Cross-over onderzoek". In een cross-over onderzoek krijgen
dezelfde deelnemers (of in dit geval muizen) beide behandelingen in een
bepaalde volgorde, waardoor de onderzoekers de effecten van de behandelingen
kunnen vergelijken binnen dezelfde groep. In dit geval wordt het effect van
plantensterolen op leergedrag bestudeerd door eerst sterolen en dan een
placebo (of vice versa) toe te dienen aan dezelfde muizen, en hun prestaties in
leertests te meten na elke behandeling. Dit ontwerp helpt bij het minimaliseren
van variabiliteit tussen deelnemers en maakt het mogelijk om directe
vergelijkingen te maken tussen de twee behandelingen.

RTC  Of interventie of placebo
Cross over  Zowel interventie als placebo

2. Bestaat er een relatie tussen werkloosheid en geloof in
samenzweringstheorieën. Een medewerker van het CBS vergelijkt
werkloosheidscijfers tussen verschillende EU-landen, en de mate waarin
mensen in die landen geloven in samenzweringen.
A. Case studie
B. Ecologische studie
C. Retrospectief cohort
D. Transversale studie
 In een ecologische studie worden gegevens verzameld op het niveau van hele
populaties, in dit geval op nationaal niveau (verschillende EU-landen). De
onderzoeker verzamelt gegevens over werkloosheidscijfers en de mate van
geloof in samenzweringstheorieën in deze landen en probeert dan verbanden of
correlaties te identificeren op basis van deze groepsgegevens. Het is belangrijk
op te merken dat ecologische studies geen individuele gegevens van mensen
verzamelen, maar eerder kijken naar patronen op populatieniveau.

Bij ecologische studies kan je wel zeggen ‘statistisch gezien’.

3. Infectiologen vragen zich af of het lichaamsvetpercentage het verloop van
een griepinfectie beïnvloedt. Ze vragen een aantal huisartsen of ze bij
patiënten willen bijhouden of ze na een griepinfectie al dan niet een
longontsteking ontwikkelen, en wat het vetpercentage van die patiënten
was bij aanvang van hun griepbesmetting.
A. Patiënt-controle onderzoek
B. Prospectief cohortonderzoek
C. Transversale studie
D. Ecologische studie
 In een prospectief cohortonderzoek worden deelnemers (in dit geval patiënten)
geïdentificeerd op basis van bepaalde kenmerken, zoals hun vetpercentage bij
aanvang van de griepbesmetting, en vervolgens worden ze gedurende een

, bepaalde periode gevolgd om te bepalen of ze al dan niet een longontsteking
ontwikkelen na de griepinfectie. Hierbij worden gegevens verzameld en
geanalyseerd om de relatie tussen het lichaamsvetpercentage en het
ontwikkelen van een longontsteking te onderzoeken.

Dit type onderzoek stelt onderzoekers in staat om oorzaak-en-gevolgrelaties te
onderzoeken en longitudinale gegevens te verzamelen om veranderingen in de
gezondheidstoestand van deelnemers in de tijd te volgen.

4. Burn-out is een probleem dat in de huidige westerse samenleving steeds
meer economische schade oplevert. Cijfers laten zien dat een 10% van de
mensen tussen de 35 en 40 jaar ermee te maken heeft. Welke
frequentiemaat?
A. Periodeprevalentie
B. Lifetime prevalentie
C. Incidentiedichtheid
D. Cumulatieve incidentie
 Periodeprevalentie verwijst naar het percentage mensen die gedurende een
specifieke periode een bepaalde aandoening of probleem heeft. In dit geval "een
10% van de mensen tussen de 35 en 40 jaar ermee te maken heeft," geeft dit
aan hoeveel mensen binnen deze leeftijdsgroep op dit specifieke moment (in de
huidige periode) met een burn-out te maken hebben. Dit is een momentopname
van de prevalentie.

Lifetime prevalentie zou verwijzen naar het percentage mensen dat ooit in hun
hele leven te maken krijgt met een bepaalde aandoening. Het zou aangeven
hoeveel mensen tijdens hun hele leven, van geboorte tot dood, ooit met burn-out
te maken krijgen. Dit is meestal een hoger percentage dan de periodeprevalentie
omdat het gedurende een langere levensduur kijkt.

5. Depressies zijn een probleem onder gepensioneerde topsporters. In een
studie naar psychische gezondheid wordt een dynamische populatie van
topsporters enige tijd gevolgd vanaf het moment dat ze een punt zetten
achter hun carrière. Het aantal opgetreden depressies werd gewogen naar
de depressievrije tijd van alle proefpersonen. Welke frequentiemaat?
A. Periodeprevalentie
B. Lifetime prevalentie
C. Incidentiedichtheid
D. Cumulatieve incidentie
 Incidentiedichtheid meet het aantal nieuwe gevallen van depressie per
eenheid van blootstelling (in dit geval de depressievrije tijd van de
proefpersonen) gedurende de periode van observatie. Het wordt vaak uitgedrukt
als het aantal nieuwe gevallen per persoon-jaar of per persoon-maand,
afhankelijk van de tijdsperiode die wordt gevolgd.

Met incidentiedichtheid kunt u het risico op het ontwikkelen van depressie in de
loop van de tijd beter begrijpen, terwijl periodeprevalentie en lifetime prevalentie
meer statische maatregelen zijn die niet de verandering in de tijd weerspiegelen.
Cumulatieve incidentie kan ook relevant zijn als u wilt weten hoeveel mensen
binnen een bepaalde periode depressie ontwikkelen, maar het houdt geen
rekening met de blootstellingsduur zoals incidentiedichtheid dat doet.

6. Een belangrijk deel van alle beenbreuken ontstaat tijdens de
wintersportvakantie. Maar hoeveel mensen zouden er niet moeten
wintersporten om één beenbreuk te voorkomen? Welke associatiemaat?
A. RV

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
nbominaar Hogeschool van Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
14
Member since
7 year
Number of followers
1
Documents
4
Last sold
1 month ago

4.0

1 reviews

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions