Personenbelasting
Gastcolleges (ook opgenomen) maar best aanwezig zijn
21/11 voordelen van alle aard
5/12 aangifte
Geen cursus
Inleiding
Opbrengst PB in 2019: 53,5 miljard €
o 37,4% van de totale belastingontvangsten
o 11,2% BBP
Budgettair, politiek en psychologisch belang
o Budgettaire functie: staatsopbrengsten
= manier voor overheid om gelden te verzamelen om haar taken uit te
oefenen
o Politieke functie? Instrument dat gebruikt kan worden door WM om gedrag te sturen
Mensen worden geacht economische actoren te zijn (reageren op financiële
prikkels)
instrument om mensen in bepaalde richting te sturen of weg te sturen
van andere richting: gedrag aan te moedigen of niet
o PB als driver van economisch beleid (fiscale voordelen voor tewerkstelling,
woon/werkverkeer, investeringen in energiebesparende investeringen),
kindvriendelijk beleid, extralegale pensioenvorming,..
o Sociale functie:
Inkomstenherverdeling: belastingen individuele sociale uitkeringen en
collectieve verzorging
Draagkrachtprincipe: progressief tarief
Als de overheid fiscale lasten oplegt aan burgers, dan moeten fiscale
lasten afgestemd zijn op draagkracht van burgers
Geïndividualiseerd worden naar individuele draagkracht van
belastingplichtigen
= ideaalbeeld dat PB vormgegeven heeft
o 1962: fundamentele hervorming PB
Voor 1962: PB bestond niet als een belasting
Grondbelasting, bedrijfsbelasting,..:
belastingen bestaan naast elkaar zonder
teveel interactie
Na 1962: afzonderlijke inkomsten vervangen door
synthetisch systeem (alle inkomsten samen gooien)
draagkrachtbeginsel: ‘sterkste schouders
moeten zwaarste lasten dragen’
hoe bepaal je hoe iemand precies kan bijdragen?
o Doorheen de eeuwen verschillende benaderingswijzen
o a.d.h.v. het totale inkomen: hoe meer inkomen, hoe meer
je kan afdragen
, o Elke eenheid (€) vertegenwoordigt op dezelfde manier
draagkracht: maakt niet uit of je het verdient door te
verhuren of door te werken of door te investeren
o 1962: alle inkomsten op dezelfde manier behandelen, naar
een synthetisch stelsel in theorie
Progressief tarief
o personen met meer inkomen betalen meer belastingen
o Verschillende factoren
Economisch: afnemend grensnut
hoe meer inkomen je hebt, elke
bijkomende euro gaat minder nut
vertegenwoordigen dan de vorige euro
Inkomstenherverdeling : tarief neemt toe naarmate
het inkomen stijgt
Hoe progressiever, hoe meer je aan
herverdeling van rijkdom gaat doen
o Anders te grote kloof tussen middelenverdeling
Inkomen alleen is onvoldoende om draagkracht te weerspiegelen:
niet zo dat personen met zelfde inkomen, dezelfde individuele
draagkracht hebben
o niet het volledige inkomen weerspiegelt de draagkracht:
deeltje gaat gebruikt moeten worden om
levensnoodzakelijke uitgaven te doen (eten, huur, energie,…)
o niet vrij om belast te worden want vertegenwoordigt
geen draagkracht omdat het noodzakelijkerwijze gebruikt
moet worden
o bedrag kan o.b.v. persoonlijke omstandigheden groter of
kleiner zijn
Bedrag dat iedereen nodig heeft: belastingvrije som
Groter met kinderen ten laste,…
o DUS: rekening houden met familiale omstandigheden
Familiale omstandigheden: verminderingen KTL, huwelijksquotiënt,..
o PB vermijdbaar?
Principieel onmogelijk over bezoldigden <-> meer ruimte voor zelfstandigen
en kapitaalbezitters
Zie ook: discrepantie tussen progressieve tarieven op beroepsinkomsten en
afzonderlijke lagere tarieven op of vrijstellingen van vermogensinkomsten en
meerwaarden
Theorie synthetisch belastingstelsel: alle inkomsten samen belasten
en aan progressieve tarieven onderwerpen
Praktijk is anders: inkomsten die niet aan progressieve tarieven
onderworpen worden afzonderlijk tarief (vaak lager) of vrijgesteld
o Vaak roerende inkomsten, meerwaarden
Directe belasting
o Treft een voortdurende toestand: periodieke inning via aanslag op de persoon die
zich in die toestand bevindt
Niet van toepassing op individuele transacties
Betreft het hele belastbare tijdperk
, o Persoonlijke of subjectieve belasting
Belastbare basis in functie van persoonlijke toestand (KTL, fiscale voordelen
wegens persoonlijke en familiale omstandigheden)
rekening houden met individuele omstandigheden waarin
belastingplichtige zich bevindt: niet louter en alleen kijken naar inkomen
o Globalisering van totaal in WIB vermelde inkomen
Maar veel afzonderlijke tarieven (RI, DI, pensioenen,…)
o Aanslag op naam van beide gehuwden of wettelijke samenwonenden
Maar decumul = afzonderlijke heffing van de eigen beroepsinkomsten en
inkomsten uit eigen onroerend en roerend goed van beide partners + 1/2 e
inkomen uit gezamenlijke goederen en wettelijk genot kinderen
Art. 126-127 WIB
gezinstoestand heeft invloed op wijze waarop belasting geheven wordt:
gehuwd of wettelijk samenwonend?
Maar niet zo dat een bedrag berekend wordt voor beide: decumul
afzonderlijke berekening voor beide partners
Nuance nodig: er is interactie tussen beide berekeningen maar
uitgangspunt is afzonderlijke berekening
Progressieve belasting, maar veel afzonderlijke aanslagen
Eenjarigheid
o Inkomsten van het belastbaar tijdperk = kalenderjaar
o Jaarlijkse aangifte
o PB steeds betrekking op belastbaar tijdperk: stemt in regel overeen met een
kalenderjaar (tenzij emigreren, immigreren, overlijden,..)
o 1 januari – 31 december: alle inkomsten en kosten van dat jaar horen samen en
worden samen aan belasting onderworpen
Heffing d.m.v. voorheffingen en VAB in jaar van verwezenlijking inkomen. Aanslag het jaar
daarop
o Hoewel aanslag pas gevestigd in jaar volgend op inkomstenjaar
o Belasting grotendeels voldaan in het inkomstenjaar zelf o.a. BV
Jaarlijkse indexatie van de in WIB genoemde bedragen (art. 178 WIB)
Overzicht berekening
o zie schema
, Onroerende inkomsten Roerende inkomsten Beroepsinkomsten Diverse inkomsten
(7-16) (17-22) (23 – 89) (90 – 103)
Belastbaar Belastbaar Belastbaar Belastbaar
Aftrekbare lasten (forfait) Aftrekbare lasten Aftrekbare lasten Aftrekbaar
Vrijgesteld Vrijgesteld Vrijgesteld
Netto OI Netto RI Netto BI Netto DI
= gezamenlijk belastbare inkomsten (uitz. afzonderlijke bel. inkomen, vooral RI en DI)
- aftrekbare bestedingen (104 – 125)
= belastbaar netto inkomen
Berekening van de belasting
Basisbelasting op gezamenlijk belastbare inkomsten volgens progressieve schaal
Belasting op afzonderlijk
belaste inkomsten - federale belastingverminderingen
= Hoofdsom
Samenvoeging van belasting op afzonderlijk belaste inkomsten en hoofdsom op gezamenlijk belaste inkomen
o Grondslag: 4 categorieën OI, RI, BI, DI
o Binnen elke categorie bepaalt WIB:
Wat is belastbaar inkomen?
Wat zijn aftrekbare kosten?
Wat is vrijgesteld?
o dit geeft een netto-inkomen per categorie
o 4 netto-inkomens worden samengevoegd tot gezamenlijk belastbaar inkomen
Uitzondering: afzonderlijk belastbare inkomsten
o Daarvan worden afgetrokken: aftrekbare bestedingen
o = belastbaar netto-inkomen
o Op die basis wordt verschuldigde belasting berekend
Uitleg schema:
4 categorieën van belastbaar inkomsten: onderworpen elks aan specifieke regels -> het vaststellen
van belastbare materie (wat is belastbaar?), wat is aftrekbaar?, wat is vrijgesteld?
Vrijgesteld: voldoen aan definitie om belastbaar te zijn maar wetgever besluit deze uit te sluiten bv.
inkomsten van eigen woning (zijn OI, maar toch niet belast), inkomsten van gereglementeerde
spaardeposito’s (OI maar vrijstellen om mensen aan te moedigen)
DI: geen vrijstellingen DI zijn restcategorie (voldoen niet aan één gemeenschappelijk kenmerk dus
niet nodig om dingen uit te sluiten)
OI, RI, BI: overkoepelende definitie
Geeft per categorie een netto-inkomen: gezamenlijk belastbaar inkomen
o Met uitzondering van: belasting op afzonderlijk belaste inkomsten (niet
onderworpen aan progressieve tarieven)
Worden verminderd met aftrekbare bestedingen -> niet hetzelfde als aftrekbare lasten
(uitgaven die specifiek betrekking hebben op één inkomstencategorie bv. beroepskosten
drukken specifiek op BI), kunnen niet aan één specifieke inkomstencategorie toegewezen
worden dus drukken op het gehele inkomen
= gezamenlijke belaste inkomsten – aftrekbare bestedingen = belastbaar netto-inkomen
Gastcolleges (ook opgenomen) maar best aanwezig zijn
21/11 voordelen van alle aard
5/12 aangifte
Geen cursus
Inleiding
Opbrengst PB in 2019: 53,5 miljard €
o 37,4% van de totale belastingontvangsten
o 11,2% BBP
Budgettair, politiek en psychologisch belang
o Budgettaire functie: staatsopbrengsten
= manier voor overheid om gelden te verzamelen om haar taken uit te
oefenen
o Politieke functie? Instrument dat gebruikt kan worden door WM om gedrag te sturen
Mensen worden geacht economische actoren te zijn (reageren op financiële
prikkels)
instrument om mensen in bepaalde richting te sturen of weg te sturen
van andere richting: gedrag aan te moedigen of niet
o PB als driver van economisch beleid (fiscale voordelen voor tewerkstelling,
woon/werkverkeer, investeringen in energiebesparende investeringen),
kindvriendelijk beleid, extralegale pensioenvorming,..
o Sociale functie:
Inkomstenherverdeling: belastingen individuele sociale uitkeringen en
collectieve verzorging
Draagkrachtprincipe: progressief tarief
Als de overheid fiscale lasten oplegt aan burgers, dan moeten fiscale
lasten afgestemd zijn op draagkracht van burgers
Geïndividualiseerd worden naar individuele draagkracht van
belastingplichtigen
= ideaalbeeld dat PB vormgegeven heeft
o 1962: fundamentele hervorming PB
Voor 1962: PB bestond niet als een belasting
Grondbelasting, bedrijfsbelasting,..:
belastingen bestaan naast elkaar zonder
teveel interactie
Na 1962: afzonderlijke inkomsten vervangen door
synthetisch systeem (alle inkomsten samen gooien)
draagkrachtbeginsel: ‘sterkste schouders
moeten zwaarste lasten dragen’
hoe bepaal je hoe iemand precies kan bijdragen?
o Doorheen de eeuwen verschillende benaderingswijzen
o a.d.h.v. het totale inkomen: hoe meer inkomen, hoe meer
je kan afdragen
, o Elke eenheid (€) vertegenwoordigt op dezelfde manier
draagkracht: maakt niet uit of je het verdient door te
verhuren of door te werken of door te investeren
o 1962: alle inkomsten op dezelfde manier behandelen, naar
een synthetisch stelsel in theorie
Progressief tarief
o personen met meer inkomen betalen meer belastingen
o Verschillende factoren
Economisch: afnemend grensnut
hoe meer inkomen je hebt, elke
bijkomende euro gaat minder nut
vertegenwoordigen dan de vorige euro
Inkomstenherverdeling : tarief neemt toe naarmate
het inkomen stijgt
Hoe progressiever, hoe meer je aan
herverdeling van rijkdom gaat doen
o Anders te grote kloof tussen middelenverdeling
Inkomen alleen is onvoldoende om draagkracht te weerspiegelen:
niet zo dat personen met zelfde inkomen, dezelfde individuele
draagkracht hebben
o niet het volledige inkomen weerspiegelt de draagkracht:
deeltje gaat gebruikt moeten worden om
levensnoodzakelijke uitgaven te doen (eten, huur, energie,…)
o niet vrij om belast te worden want vertegenwoordigt
geen draagkracht omdat het noodzakelijkerwijze gebruikt
moet worden
o bedrag kan o.b.v. persoonlijke omstandigheden groter of
kleiner zijn
Bedrag dat iedereen nodig heeft: belastingvrije som
Groter met kinderen ten laste,…
o DUS: rekening houden met familiale omstandigheden
Familiale omstandigheden: verminderingen KTL, huwelijksquotiënt,..
o PB vermijdbaar?
Principieel onmogelijk over bezoldigden <-> meer ruimte voor zelfstandigen
en kapitaalbezitters
Zie ook: discrepantie tussen progressieve tarieven op beroepsinkomsten en
afzonderlijke lagere tarieven op of vrijstellingen van vermogensinkomsten en
meerwaarden
Theorie synthetisch belastingstelsel: alle inkomsten samen belasten
en aan progressieve tarieven onderwerpen
Praktijk is anders: inkomsten die niet aan progressieve tarieven
onderworpen worden afzonderlijk tarief (vaak lager) of vrijgesteld
o Vaak roerende inkomsten, meerwaarden
Directe belasting
o Treft een voortdurende toestand: periodieke inning via aanslag op de persoon die
zich in die toestand bevindt
Niet van toepassing op individuele transacties
Betreft het hele belastbare tijdperk
, o Persoonlijke of subjectieve belasting
Belastbare basis in functie van persoonlijke toestand (KTL, fiscale voordelen
wegens persoonlijke en familiale omstandigheden)
rekening houden met individuele omstandigheden waarin
belastingplichtige zich bevindt: niet louter en alleen kijken naar inkomen
o Globalisering van totaal in WIB vermelde inkomen
Maar veel afzonderlijke tarieven (RI, DI, pensioenen,…)
o Aanslag op naam van beide gehuwden of wettelijke samenwonenden
Maar decumul = afzonderlijke heffing van de eigen beroepsinkomsten en
inkomsten uit eigen onroerend en roerend goed van beide partners + 1/2 e
inkomen uit gezamenlijke goederen en wettelijk genot kinderen
Art. 126-127 WIB
gezinstoestand heeft invloed op wijze waarop belasting geheven wordt:
gehuwd of wettelijk samenwonend?
Maar niet zo dat een bedrag berekend wordt voor beide: decumul
afzonderlijke berekening voor beide partners
Nuance nodig: er is interactie tussen beide berekeningen maar
uitgangspunt is afzonderlijke berekening
Progressieve belasting, maar veel afzonderlijke aanslagen
Eenjarigheid
o Inkomsten van het belastbaar tijdperk = kalenderjaar
o Jaarlijkse aangifte
o PB steeds betrekking op belastbaar tijdperk: stemt in regel overeen met een
kalenderjaar (tenzij emigreren, immigreren, overlijden,..)
o 1 januari – 31 december: alle inkomsten en kosten van dat jaar horen samen en
worden samen aan belasting onderworpen
Heffing d.m.v. voorheffingen en VAB in jaar van verwezenlijking inkomen. Aanslag het jaar
daarop
o Hoewel aanslag pas gevestigd in jaar volgend op inkomstenjaar
o Belasting grotendeels voldaan in het inkomstenjaar zelf o.a. BV
Jaarlijkse indexatie van de in WIB genoemde bedragen (art. 178 WIB)
Overzicht berekening
o zie schema
, Onroerende inkomsten Roerende inkomsten Beroepsinkomsten Diverse inkomsten
(7-16) (17-22) (23 – 89) (90 – 103)
Belastbaar Belastbaar Belastbaar Belastbaar
Aftrekbare lasten (forfait) Aftrekbare lasten Aftrekbare lasten Aftrekbaar
Vrijgesteld Vrijgesteld Vrijgesteld
Netto OI Netto RI Netto BI Netto DI
= gezamenlijk belastbare inkomsten (uitz. afzonderlijke bel. inkomen, vooral RI en DI)
- aftrekbare bestedingen (104 – 125)
= belastbaar netto inkomen
Berekening van de belasting
Basisbelasting op gezamenlijk belastbare inkomsten volgens progressieve schaal
Belasting op afzonderlijk
belaste inkomsten - federale belastingverminderingen
= Hoofdsom
Samenvoeging van belasting op afzonderlijk belaste inkomsten en hoofdsom op gezamenlijk belaste inkomen
o Grondslag: 4 categorieën OI, RI, BI, DI
o Binnen elke categorie bepaalt WIB:
Wat is belastbaar inkomen?
Wat zijn aftrekbare kosten?
Wat is vrijgesteld?
o dit geeft een netto-inkomen per categorie
o 4 netto-inkomens worden samengevoegd tot gezamenlijk belastbaar inkomen
Uitzondering: afzonderlijk belastbare inkomsten
o Daarvan worden afgetrokken: aftrekbare bestedingen
o = belastbaar netto-inkomen
o Op die basis wordt verschuldigde belasting berekend
Uitleg schema:
4 categorieën van belastbaar inkomsten: onderworpen elks aan specifieke regels -> het vaststellen
van belastbare materie (wat is belastbaar?), wat is aftrekbaar?, wat is vrijgesteld?
Vrijgesteld: voldoen aan definitie om belastbaar te zijn maar wetgever besluit deze uit te sluiten bv.
inkomsten van eigen woning (zijn OI, maar toch niet belast), inkomsten van gereglementeerde
spaardeposito’s (OI maar vrijstellen om mensen aan te moedigen)
DI: geen vrijstellingen DI zijn restcategorie (voldoen niet aan één gemeenschappelijk kenmerk dus
niet nodig om dingen uit te sluiten)
OI, RI, BI: overkoepelende definitie
Geeft per categorie een netto-inkomen: gezamenlijk belastbaar inkomen
o Met uitzondering van: belasting op afzonderlijk belaste inkomsten (niet
onderworpen aan progressieve tarieven)
Worden verminderd met aftrekbare bestedingen -> niet hetzelfde als aftrekbare lasten
(uitgaven die specifiek betrekking hebben op één inkomstencategorie bv. beroepskosten
drukken specifiek op BI), kunnen niet aan één specifieke inkomstencategorie toegewezen
worden dus drukken op het gehele inkomen
= gezamenlijke belaste inkomsten – aftrekbare bestedingen = belastbaar netto-inkomen