Bestuurskunde
HOOFDSTUK 1: Overheid en maatschappij
Hoe kunnen we als maatschappij de energiecrisis aanpakken?
- Zonne en windenergie
→ Die gebouwd worden door energiebedrijven, die gesubsidieerd worden door de overheid.
Daarnaast is er een vergunning nodig, die ze ook van de overheid moeten krijgen.
- Zonnepanelen
→ De consument is zelf verantwoordelijk om zonnepanelen te plaatsen. Nu wordt dat niet
meer gesubsidieerd, omdat je dat na 6 jaar ongeveer terug hebt.
1. Domeinen van een beleidsprobleem
Met een hele brede bril kijken naar een bepaald beleidsprobleem, door naar de verschillende
domeinen van een beleidsprobleem te kijken kan je een beleidsprobleem oplossen. Elk domein heeft
zijn eigen logica en dragen bij aan het oplossen van een beleidsprobleem.
DOMEINEN VAN HET BELEIDSPROBLEEM
1. De staat
Kenmerk: Publiek
→ Je moet de staat gehoorzamen. Bij de staat heb je weinig keus om eruit te stappen, je kunt alleen
je stem laten horen, bijvoorbeeld door te stemmen. Je stem staat in de staat centraal.
2. Burgermaatschappij/middenveld (civil society)
Kenmerken: Privaat, formeel en non-profit
→ Hierbij staat zorg en vertrouwen vooral centraal, je wilt dingen doen voor elkaar.
Voorbeeld: VZW
1
, 3. De markt
Kenmerken: Privaat en profit
→ Bij de markt staat ruilen centraal. Het zijn onder andere bedrijven die goederen en diensten
verhandelen.
4. Gemeenschappen
Kenmerken: Privaat en informeel
→ Gemeenschappen zijn kleine groepen mensen die elkaar graag hebben. Je doet dingen voor
elkaar, omdat je elkaar graag ziet. Hierbij staat loyaliteit centraal.
Voorbeeld: gezin, familie, vrienden, etc.
2. De staat
WAT IS EEN STAAT?
Definitie Max Weber:
Een gemeenschap die een succesvolle claim legt op het legitiem gebruik van fysiek geweld
binnen een territorium.
- Gemeenschap
→ Daarmee wordt een verbeelde gemeenschap bedoelt. Normaal gezien in een
gemeenschap is dat kleinschaliger en kennen we elkaar bij naam, daarom dat er nu
gesproken wordt over een verbeelde gemeenschap. Een staat zorgt voor die verbeelding
door bijvoorbeeld een vlag, een volkslied, etc. Zo worden we verbonden met elkaar en
associëren we ons ook met ons land.
- Legitiem gebruik van fysiek geweld
→ Enkel de staat mag geweld gebruiken, maar op een legitieme manier. Waarbij er een
aanvaarding is van die macht.
- Territorium
→ Een staat met vaste grenzen.
2.1 Maatschappij zonder staat: Anarchisme
WAT IS ANARCHISME?
Een maatschappij gebaseerd op zelfbestuur, waar gelijken vrijwillig samenwerken. De autoriteit van
de staat en het structurele geweld dat daaruit voortkomt, beperken de vrijheid en creëren
ongelijkheid.
2
,SOORTEN ANARCHISME
Individualistisch anarchisme
= Negatieve vrijheid: De afwezigheid van regels, je mag alles doen zonder anderen te schaden.
Voorbeeld: Libertinisme
Sociaal anarchisme
= Positieve vrijheid: De mogelijkheid om controle te hebben over je eigen leven en zelf te bepalen
hoe je wilt handelen en leven.
Voorbeeld: Commons beweging
SOCIAAL ANARCHISME: 19DE EEUW
Proudhon heeft dit geschreven. Hij was een van de eerste denkers van het anarchisme. Hij was heel
boos op de staat en hij heeft dat proberen op te schrijven. Volgens hem wordt alles geregistreerd,
geteld, etc. wat de vrijheid beperkt van de burgers.
SOCIAAL ANARCHISME: COMMONS
Commons verwijst naar middelen of hulpbronnen die gedeeld worden door een gemeenschap en
waar iedereen toegang toe heeft, zoals land, water, of informatie. Alles is veel langer georganiseerd
volgens Commons dan volgens natiestaten.
Kenmerken:
- Collectieve hulpbronnen
- Collectief bezitsregime
- Instellingen die deze hulpbronnen beheren
3
,INDIVIDUEEL ANARCHISME: LIBERTARIANISME
Kernprincipe: Zelfbeschikking
De staat handelt hier tegenin door dwang te gebruiken, wat in strijd is met het principe. Dwang is
enkel gerechtvaardigd om de rechten van anderen te beschermen.
Mensen moeten niet tegen zichzelf worden beschermd door de overheid, zoals bij het gebruik van
drugs, dat een persoonlijke keuze is. De staat mag ook niemand dwingen bij te dragen aan het
algemeen belang, zoals via belastingen. Daarnaast mag de overheid geen beperkingen opleggen aan
waar mensen zich willen bewegen, zoals bij lockdowns. Ten slotte is privébezit heilig; wat van jou
is, is van jou, en anderen moeten daarvan afblijven.
2.2 Maatschappij zonder staat: Tribale, etnische, regionale en religieuze
politieke systemen
Waarom viel Afghanistan zo snel?
Afghanistan viel snel omdat de Verenigde Staten en hun bondgenoten de situatie in het land
verkeerd inschatten. Ze onderschatten de kracht en vastberadenheid van de Taliban, terwijl ze
overschatten hoe stabiel en capabel de Afghaanse regering en het leger waren. De VS dachten dat
ze de Taliban voldoende hadden verzwakt en dat de Afghaanse veiligheidsdiensten het land zouden
kunnen beschermen, maar in werkelijkheid was het Afghaanse leger sterk afhankelijk van
Amerikaanse steun en veel minder voorbereid dan gedacht.
Daarnaast is Afghanistan opgedeeld in verschillende groepen, die ook echt gescheiden zijn door de
hoge bergen die een soort grens aangeeft tussen de verschillende groepen.
2.3 De democratische rechtstaat
4
,DE DEMOCRATISCHE RECHTSSTAAT STAAT OP DRIE POTEN
→ Als je een van de poten wegneemt, dan stort de democratische rechtstaat in elkaar.
1. Parlementaire democratie
Majority Rule = De meerderheid beslist.
→ Dit is een regering die steunt op het parlement om beslissingen te nemen, waarbij zowel in het
parlement als in de regering een meerderheid van de stemmen wordt gehaald. Een belangrijk aspect
dat het democratisch maakt, is dat een minderheid ook een meerderheid moet kunnen worden, onder
andere door politieke campagnes. Dit is echter niet overal het geval; in sommige landen zijn hier
beperkingen op.
Kenmerken:
- Vertegenwoordiging
- Verkiezingen
→ De verkiezingen moeten vrij, eerlijk en regelmatig zijn.
- Vrijheid van meningsuiting
- Informatie
→ Onafhankelijke media
- Vrijheid van vereniging
- Burgerschap
→ Wie dat er mag gaan stemmen.
2. Rechtstaat
Minority Protection = De minderheid moet ook beschermd worden.
→ Bescherming van minderheden, tot aan het individu. Alles moet volgens regels verlopen, en ook
de overheid moet zich aan deze regels houden. Als individu heb je rechten die door deze regels
worden beschermd.
Kenmerken van het recht:
- Ordenend
→ Afspraken maken, normen vastleggen, sturen van verandering, etc.
- Beslechtend
→ Geschillen oplossen, sanctioneren, etc.
! Ook de overheid moet zich hieraan houden.
5
, 3. Bureaucratie
= Een uitvoeringsapparaat dat toelaat aan de overheid om het beleid te gaan realiseren.
Kenmerken:
- Apparaatsfunctie
→ Betrouwbaar
→ Gecontroleerd
- Kennisfunctie
→ Expertise
→ Onafhankelijkheid
2.4 De democratische rechtsstaat staat onder druk
POLITIEKE INSTITUTIES ONDER DRUK
Andere breuklijnen in vergelijking met vroeger maken de maatschappij moeilijker leesbaar voor
politici. Dit zorgt ervoor dat de politiek verandert, met factoren zoals Europa, decentralisatie,
technocratie, media (die tegenwoordig constant aanwezig zijn in vergelijking met vroeger), het
middenveld, markten (die sterker en globaler zijn geworden), rechtbanken (met meer regelgeving),
en de frontlijn (waarbij beleid alleen effectief is als mensen erin meegaan).
JURIDISCHE ASPECT ONDER DRUK
Het aantal magistraten en notarissen stijgt licht, maar blijft redelijk stabiel. Daarentegen neemt het
aantal advocaten en bedrijfsjuristen sterk toe, wat zorgt voor een enorme druk. Daarnaast leidt meer
regelgeving tot een toename in de bescherming van individuen.
Justitie staat onder grote druk omdat er steeds meer zaken behandeld moeten worden. Daarbij
spelen drie aspecten een belangrijke rol: prijs, toegang en kwaliteit. Als de prijs wordt verhoogd,
kan niet iedereen deze betalen. Als de kwaliteit wordt verzwakt, kunnen weliswaar meer zaken
worden behandeld, maar dan gebeurt dit minder zorgvuldig. Beperking van de toegang leidt tot het
probleem van lange wachtlijsten. Justitie kiest vooral voor het beperken van de toegang, wat
resulteert in veel wachtlijsten, en dat kan zeer problematisch zijn.
BUREAUCRATIE ONDER DRUK
Samenstelling van besparingen en wantrouwen in het overheidsapparaat.
New Public Management:
- Privatiseren van overheden
- Competitie
- Overheid als privaat bedrijf
6
, HOOFDSTUK 2: Goed bestuur
NORMATIEVE KADERS
Elke discipline heeft een kernobject (het onderwerp van onderzoek) en een kennisobject, met zowel
een analytische kant (gericht op het begrijpen van hoe een systeem werkt) als een normatieve kant
(gericht op hoe we dingen kunnen verbeteren).
MOET DE OVERHEID BELASTINGSSCHULDEN INNEN ALS HET UITSTAANDE BEDRAG LAGER
IS DAN DE KOSTEN VAN DE INNING?
Situatie 1: Een gezin met kinderen heeft de kosten van hun verbouwingen verkeerd ingeschat,
waardoor ze nu met extra uitgaven zitten die ze niet kunnen betalen.
Situatie 2: Een multinational heeft 30 miljoen euro aan schulden en huurt dure advocaten in om
deze belastingschulden niet te hoeven betalen.
De fiscale administratie maakt een fiscale ruling met het bedrijf. Dit is een akkoord waarbij de
multinational minder hoeft te betalen, en de zaak wordt hiermee afgerond. Er worden geen
advocaten betrokken, en de overheid heeft de zekerheid dat ze het geld ontvangen. Als er advocaten
worden ingeschakeld en een rechtszaak wordt aangespannen, is de kans 50/50 dat de overheid wint
of verliest.
KWALITEITSMAATSTAVEN
7
,Voorbeeld (kindje van de crèche):
- Groep 1: Scherp en doelgericht
→ Een voorzorgsprincipe houdt in dat je zeker moet zijn dat iets werkt voordat je het op de
markt brengt. In dit geval worden inspecties uitgevoerd, die ervoor kunnen zorgen dat een
crèche wordt gesloten om erger te voorkomen. Dit kan echter leiden tot het sluiten van veel
crèches.
- Groep 2: Eerlijk en rechtvaardig
→ Een crèche sluiten gebeurt niet zomaar, omdat dit niet rechtvaardig is tegenover de
crèches.
- Groep 3: Robuust en veerkrachtig
→ Als de basiswerking van een crèche niet goed is, kan de crèche als geheel ook niet goed
functioneren.
1. Kwaliteitsmaatstaf 1: Efficiëntie en effectiviteit
SIGMA, SCHERP EN DOELGERICHT
“In de "sigma-familie" vallen administratieve waarden die verband houden met het efficiënt en
spaarzaam toewijzen van middelen aan nauw gedefinieerde taken en omstandigheden.”
Doelen:
- Doelgericht
- Effectief
- Efficiënt
- Zuinig
- Bakent taken af
- Het resultaat telt
→ Niet hoe de overheid het doet, maar wat ze doen.
KIJKEN DOOR EEN SIGMA BRIL
8
, - Maatschappelijke situatie:
Dit is de huidige toestand of situatie in de samenleving waar het beleid op van invloed wil
zijn. Het vormt het startpunt voor de beleidsontwikkeling.
- Maatschappelijke behoeften:
Dit verwijst naar de behoeften of problemen in de maatschappij die om een oplossing
vragen. Dit is wat het beleid probeert aan te pakken of verbeteren.
- Doelstellingen:
Op basis van de maatschappelijke behoeften worden doelstellingen geformuleerd. Deze
doelstellingen geven richting aan het beleid en definiëren wat men wil bereiken.
- Middelen:
Dit zijn de middelen (zoals geld, personeel, tijd) die worden ingezet om de doelstellingen te
bereiken. Het gebruik van middelen moet zo zuinig en effectief mogelijk zijn.
- Activiteiten:
Dit zijn de acties of interventies die worden uitgevoerd met behulp van de middelen om de
doelstellingen te bereiken. Denk aan concrete maatregelen of programma's die worden
opgezet.
- Prestaties:
De resultaten van de activiteiten worden prestaties genoemd. Dit zijn de directe outputs van
het beleid, zoals het aantal workshops dat is gegeven of het aantal mensen dat is geholpen.
Dit zijn de dingen die de overheid zelf in handen heeft en als het dan uiteindelijk wordt
losgelaten in de wereld hebben ze het niet meer in handen, zoals de effecten.
- Directe effecten:
Dit zijn de korte-termijneffecten van de prestaties. Deze effecten kunnen direct worden
waargenomen en geven een indicatie van de eerste impact van het beleid.
- Finale effecten:
Dit zijn de uiteindelijke of langetermijneffecten van het beleid. Ze laten zien of de
doelstellingen daadwerkelijk zijn bereikt en of de maatschappelijke situatie verbeterd is.
- Externe invloeden - Ander beleid:
Dit geeft aan dat andere beleidsprogramma's invloed kunnen hebben op de situatie en de
uitkomsten van het huidige beleid. Beleidsmakers moeten hier rekening mee houden.
- Externe invloeden - Omgevingstrends:
Omgevingstrends, zoals economische, sociale of demografische veranderingen, kunnen ook
invloed hebben op de effectiviteit en de uitvoering van het beleid.
2. Kwaliteitsmaatstaf 2: Open en integer
THETA, INTEGER, OPEN EN DEMOCRATISCH
“Het "Theta-type" duidt op waarden die in brede zin betrekking hebben op het nastreven van
eerlijkheid, rechtvaardigheid en wederkerigheid door het voorkomen van verdraaiing, ongelijkheid,
vooringenomenheid en machtsmisbruik.”
9
, THETA WAARDEN ZIJN GEÏNSTITUTIONALISEERD
- Administratief en grondwettelijk recht
→ Administratief gaat over uitvoerende macht. Grondwettelijk recht gaat over de wetten en
de decreten of die in lijn zijn met de grondwet.
- Beroepsmechanismen
→ Mechanismen die er zijn waardoor je in beroep kan gaan voor administratieve redenen,
als je vindt dat de regels niet gevolgd worden. Dat hoort sterk bij de ‘minority protection’.
Voorbeeld: Stel de universiteit geeft je geen diploma, dan kan je in beroep gaan tegen de
universiteit.
- Passieve en actieve openbaarheid van bestuur
→ De overheid zijn informatie moet vrij toegankelijk zijn. Er zijn een aantal redenen
waarom de overheid informatie geheim kan houden, bijvoorbeeld staatsveiligheid, privacy
van een individu kan raken, commerciële belangen, etc. Er is wel een beroepscommissie
waarbij individuen of bedrijven in beroep gaan, omdat ze vinden dat ze wel mogen
beschikken over die informatie.
§ Passief
= Bij passief geeft de overheid alleen informatie als je er zelf om vraagt.
§ Actief
= Bij actief legt de overheid van zichzelf uit, bijvoorbeeld waarom die een bepaalde
beslissing gemaakt hebben.
- Klachten en ombudsdiensten
§ Klacht
= Een klacht dat je indient bij de organisatie zelf.
§ Ombudsdienst
= Een tweede lijn, na je een klacht hebt ingediend kan je daarna eventueel naar de
ombudsdienst om iets aan te klagen.
KIJKEN DOOR EEN THETA BRIL
3R:
- Rechtmatigheid
= Elke actie van de overheid moet een basis zijn van de wet.
- Rechtsgelijkheid
= Iedereen in gelijke situaties gelijk behandelen.
Voorbeeld: Als er twee fietsers geen licht hebben, moet je beide fietsers controleren.
- Rechtszekerheid
= Een zeker stabiliteit in de wetgeving. Je mag nu geen regels maken die ook van toepassing
op regels van voor de regel is ingevoerd (niet retroactief).
Voorbeeld: De verkeerswetgeving moet niet te vaak veranderen.
10
HOOFDSTUK 1: Overheid en maatschappij
Hoe kunnen we als maatschappij de energiecrisis aanpakken?
- Zonne en windenergie
→ Die gebouwd worden door energiebedrijven, die gesubsidieerd worden door de overheid.
Daarnaast is er een vergunning nodig, die ze ook van de overheid moeten krijgen.
- Zonnepanelen
→ De consument is zelf verantwoordelijk om zonnepanelen te plaatsen. Nu wordt dat niet
meer gesubsidieerd, omdat je dat na 6 jaar ongeveer terug hebt.
1. Domeinen van een beleidsprobleem
Met een hele brede bril kijken naar een bepaald beleidsprobleem, door naar de verschillende
domeinen van een beleidsprobleem te kijken kan je een beleidsprobleem oplossen. Elk domein heeft
zijn eigen logica en dragen bij aan het oplossen van een beleidsprobleem.
DOMEINEN VAN HET BELEIDSPROBLEEM
1. De staat
Kenmerk: Publiek
→ Je moet de staat gehoorzamen. Bij de staat heb je weinig keus om eruit te stappen, je kunt alleen
je stem laten horen, bijvoorbeeld door te stemmen. Je stem staat in de staat centraal.
2. Burgermaatschappij/middenveld (civil society)
Kenmerken: Privaat, formeel en non-profit
→ Hierbij staat zorg en vertrouwen vooral centraal, je wilt dingen doen voor elkaar.
Voorbeeld: VZW
1
, 3. De markt
Kenmerken: Privaat en profit
→ Bij de markt staat ruilen centraal. Het zijn onder andere bedrijven die goederen en diensten
verhandelen.
4. Gemeenschappen
Kenmerken: Privaat en informeel
→ Gemeenschappen zijn kleine groepen mensen die elkaar graag hebben. Je doet dingen voor
elkaar, omdat je elkaar graag ziet. Hierbij staat loyaliteit centraal.
Voorbeeld: gezin, familie, vrienden, etc.
2. De staat
WAT IS EEN STAAT?
Definitie Max Weber:
Een gemeenschap die een succesvolle claim legt op het legitiem gebruik van fysiek geweld
binnen een territorium.
- Gemeenschap
→ Daarmee wordt een verbeelde gemeenschap bedoelt. Normaal gezien in een
gemeenschap is dat kleinschaliger en kennen we elkaar bij naam, daarom dat er nu
gesproken wordt over een verbeelde gemeenschap. Een staat zorgt voor die verbeelding
door bijvoorbeeld een vlag, een volkslied, etc. Zo worden we verbonden met elkaar en
associëren we ons ook met ons land.
- Legitiem gebruik van fysiek geweld
→ Enkel de staat mag geweld gebruiken, maar op een legitieme manier. Waarbij er een
aanvaarding is van die macht.
- Territorium
→ Een staat met vaste grenzen.
2.1 Maatschappij zonder staat: Anarchisme
WAT IS ANARCHISME?
Een maatschappij gebaseerd op zelfbestuur, waar gelijken vrijwillig samenwerken. De autoriteit van
de staat en het structurele geweld dat daaruit voortkomt, beperken de vrijheid en creëren
ongelijkheid.
2
,SOORTEN ANARCHISME
Individualistisch anarchisme
= Negatieve vrijheid: De afwezigheid van regels, je mag alles doen zonder anderen te schaden.
Voorbeeld: Libertinisme
Sociaal anarchisme
= Positieve vrijheid: De mogelijkheid om controle te hebben over je eigen leven en zelf te bepalen
hoe je wilt handelen en leven.
Voorbeeld: Commons beweging
SOCIAAL ANARCHISME: 19DE EEUW
Proudhon heeft dit geschreven. Hij was een van de eerste denkers van het anarchisme. Hij was heel
boos op de staat en hij heeft dat proberen op te schrijven. Volgens hem wordt alles geregistreerd,
geteld, etc. wat de vrijheid beperkt van de burgers.
SOCIAAL ANARCHISME: COMMONS
Commons verwijst naar middelen of hulpbronnen die gedeeld worden door een gemeenschap en
waar iedereen toegang toe heeft, zoals land, water, of informatie. Alles is veel langer georganiseerd
volgens Commons dan volgens natiestaten.
Kenmerken:
- Collectieve hulpbronnen
- Collectief bezitsregime
- Instellingen die deze hulpbronnen beheren
3
,INDIVIDUEEL ANARCHISME: LIBERTARIANISME
Kernprincipe: Zelfbeschikking
De staat handelt hier tegenin door dwang te gebruiken, wat in strijd is met het principe. Dwang is
enkel gerechtvaardigd om de rechten van anderen te beschermen.
Mensen moeten niet tegen zichzelf worden beschermd door de overheid, zoals bij het gebruik van
drugs, dat een persoonlijke keuze is. De staat mag ook niemand dwingen bij te dragen aan het
algemeen belang, zoals via belastingen. Daarnaast mag de overheid geen beperkingen opleggen aan
waar mensen zich willen bewegen, zoals bij lockdowns. Ten slotte is privébezit heilig; wat van jou
is, is van jou, en anderen moeten daarvan afblijven.
2.2 Maatschappij zonder staat: Tribale, etnische, regionale en religieuze
politieke systemen
Waarom viel Afghanistan zo snel?
Afghanistan viel snel omdat de Verenigde Staten en hun bondgenoten de situatie in het land
verkeerd inschatten. Ze onderschatten de kracht en vastberadenheid van de Taliban, terwijl ze
overschatten hoe stabiel en capabel de Afghaanse regering en het leger waren. De VS dachten dat
ze de Taliban voldoende hadden verzwakt en dat de Afghaanse veiligheidsdiensten het land zouden
kunnen beschermen, maar in werkelijkheid was het Afghaanse leger sterk afhankelijk van
Amerikaanse steun en veel minder voorbereid dan gedacht.
Daarnaast is Afghanistan opgedeeld in verschillende groepen, die ook echt gescheiden zijn door de
hoge bergen die een soort grens aangeeft tussen de verschillende groepen.
2.3 De democratische rechtstaat
4
,DE DEMOCRATISCHE RECHTSSTAAT STAAT OP DRIE POTEN
→ Als je een van de poten wegneemt, dan stort de democratische rechtstaat in elkaar.
1. Parlementaire democratie
Majority Rule = De meerderheid beslist.
→ Dit is een regering die steunt op het parlement om beslissingen te nemen, waarbij zowel in het
parlement als in de regering een meerderheid van de stemmen wordt gehaald. Een belangrijk aspect
dat het democratisch maakt, is dat een minderheid ook een meerderheid moet kunnen worden, onder
andere door politieke campagnes. Dit is echter niet overal het geval; in sommige landen zijn hier
beperkingen op.
Kenmerken:
- Vertegenwoordiging
- Verkiezingen
→ De verkiezingen moeten vrij, eerlijk en regelmatig zijn.
- Vrijheid van meningsuiting
- Informatie
→ Onafhankelijke media
- Vrijheid van vereniging
- Burgerschap
→ Wie dat er mag gaan stemmen.
2. Rechtstaat
Minority Protection = De minderheid moet ook beschermd worden.
→ Bescherming van minderheden, tot aan het individu. Alles moet volgens regels verlopen, en ook
de overheid moet zich aan deze regels houden. Als individu heb je rechten die door deze regels
worden beschermd.
Kenmerken van het recht:
- Ordenend
→ Afspraken maken, normen vastleggen, sturen van verandering, etc.
- Beslechtend
→ Geschillen oplossen, sanctioneren, etc.
! Ook de overheid moet zich hieraan houden.
5
, 3. Bureaucratie
= Een uitvoeringsapparaat dat toelaat aan de overheid om het beleid te gaan realiseren.
Kenmerken:
- Apparaatsfunctie
→ Betrouwbaar
→ Gecontroleerd
- Kennisfunctie
→ Expertise
→ Onafhankelijkheid
2.4 De democratische rechtsstaat staat onder druk
POLITIEKE INSTITUTIES ONDER DRUK
Andere breuklijnen in vergelijking met vroeger maken de maatschappij moeilijker leesbaar voor
politici. Dit zorgt ervoor dat de politiek verandert, met factoren zoals Europa, decentralisatie,
technocratie, media (die tegenwoordig constant aanwezig zijn in vergelijking met vroeger), het
middenveld, markten (die sterker en globaler zijn geworden), rechtbanken (met meer regelgeving),
en de frontlijn (waarbij beleid alleen effectief is als mensen erin meegaan).
JURIDISCHE ASPECT ONDER DRUK
Het aantal magistraten en notarissen stijgt licht, maar blijft redelijk stabiel. Daarentegen neemt het
aantal advocaten en bedrijfsjuristen sterk toe, wat zorgt voor een enorme druk. Daarnaast leidt meer
regelgeving tot een toename in de bescherming van individuen.
Justitie staat onder grote druk omdat er steeds meer zaken behandeld moeten worden. Daarbij
spelen drie aspecten een belangrijke rol: prijs, toegang en kwaliteit. Als de prijs wordt verhoogd,
kan niet iedereen deze betalen. Als de kwaliteit wordt verzwakt, kunnen weliswaar meer zaken
worden behandeld, maar dan gebeurt dit minder zorgvuldig. Beperking van de toegang leidt tot het
probleem van lange wachtlijsten. Justitie kiest vooral voor het beperken van de toegang, wat
resulteert in veel wachtlijsten, en dat kan zeer problematisch zijn.
BUREAUCRATIE ONDER DRUK
Samenstelling van besparingen en wantrouwen in het overheidsapparaat.
New Public Management:
- Privatiseren van overheden
- Competitie
- Overheid als privaat bedrijf
6
, HOOFDSTUK 2: Goed bestuur
NORMATIEVE KADERS
Elke discipline heeft een kernobject (het onderwerp van onderzoek) en een kennisobject, met zowel
een analytische kant (gericht op het begrijpen van hoe een systeem werkt) als een normatieve kant
(gericht op hoe we dingen kunnen verbeteren).
MOET DE OVERHEID BELASTINGSSCHULDEN INNEN ALS HET UITSTAANDE BEDRAG LAGER
IS DAN DE KOSTEN VAN DE INNING?
Situatie 1: Een gezin met kinderen heeft de kosten van hun verbouwingen verkeerd ingeschat,
waardoor ze nu met extra uitgaven zitten die ze niet kunnen betalen.
Situatie 2: Een multinational heeft 30 miljoen euro aan schulden en huurt dure advocaten in om
deze belastingschulden niet te hoeven betalen.
De fiscale administratie maakt een fiscale ruling met het bedrijf. Dit is een akkoord waarbij de
multinational minder hoeft te betalen, en de zaak wordt hiermee afgerond. Er worden geen
advocaten betrokken, en de overheid heeft de zekerheid dat ze het geld ontvangen. Als er advocaten
worden ingeschakeld en een rechtszaak wordt aangespannen, is de kans 50/50 dat de overheid wint
of verliest.
KWALITEITSMAATSTAVEN
7
,Voorbeeld (kindje van de crèche):
- Groep 1: Scherp en doelgericht
→ Een voorzorgsprincipe houdt in dat je zeker moet zijn dat iets werkt voordat je het op de
markt brengt. In dit geval worden inspecties uitgevoerd, die ervoor kunnen zorgen dat een
crèche wordt gesloten om erger te voorkomen. Dit kan echter leiden tot het sluiten van veel
crèches.
- Groep 2: Eerlijk en rechtvaardig
→ Een crèche sluiten gebeurt niet zomaar, omdat dit niet rechtvaardig is tegenover de
crèches.
- Groep 3: Robuust en veerkrachtig
→ Als de basiswerking van een crèche niet goed is, kan de crèche als geheel ook niet goed
functioneren.
1. Kwaliteitsmaatstaf 1: Efficiëntie en effectiviteit
SIGMA, SCHERP EN DOELGERICHT
“In de "sigma-familie" vallen administratieve waarden die verband houden met het efficiënt en
spaarzaam toewijzen van middelen aan nauw gedefinieerde taken en omstandigheden.”
Doelen:
- Doelgericht
- Effectief
- Efficiënt
- Zuinig
- Bakent taken af
- Het resultaat telt
→ Niet hoe de overheid het doet, maar wat ze doen.
KIJKEN DOOR EEN SIGMA BRIL
8
, - Maatschappelijke situatie:
Dit is de huidige toestand of situatie in de samenleving waar het beleid op van invloed wil
zijn. Het vormt het startpunt voor de beleidsontwikkeling.
- Maatschappelijke behoeften:
Dit verwijst naar de behoeften of problemen in de maatschappij die om een oplossing
vragen. Dit is wat het beleid probeert aan te pakken of verbeteren.
- Doelstellingen:
Op basis van de maatschappelijke behoeften worden doelstellingen geformuleerd. Deze
doelstellingen geven richting aan het beleid en definiëren wat men wil bereiken.
- Middelen:
Dit zijn de middelen (zoals geld, personeel, tijd) die worden ingezet om de doelstellingen te
bereiken. Het gebruik van middelen moet zo zuinig en effectief mogelijk zijn.
- Activiteiten:
Dit zijn de acties of interventies die worden uitgevoerd met behulp van de middelen om de
doelstellingen te bereiken. Denk aan concrete maatregelen of programma's die worden
opgezet.
- Prestaties:
De resultaten van de activiteiten worden prestaties genoemd. Dit zijn de directe outputs van
het beleid, zoals het aantal workshops dat is gegeven of het aantal mensen dat is geholpen.
Dit zijn de dingen die de overheid zelf in handen heeft en als het dan uiteindelijk wordt
losgelaten in de wereld hebben ze het niet meer in handen, zoals de effecten.
- Directe effecten:
Dit zijn de korte-termijneffecten van de prestaties. Deze effecten kunnen direct worden
waargenomen en geven een indicatie van de eerste impact van het beleid.
- Finale effecten:
Dit zijn de uiteindelijke of langetermijneffecten van het beleid. Ze laten zien of de
doelstellingen daadwerkelijk zijn bereikt en of de maatschappelijke situatie verbeterd is.
- Externe invloeden - Ander beleid:
Dit geeft aan dat andere beleidsprogramma's invloed kunnen hebben op de situatie en de
uitkomsten van het huidige beleid. Beleidsmakers moeten hier rekening mee houden.
- Externe invloeden - Omgevingstrends:
Omgevingstrends, zoals economische, sociale of demografische veranderingen, kunnen ook
invloed hebben op de effectiviteit en de uitvoering van het beleid.
2. Kwaliteitsmaatstaf 2: Open en integer
THETA, INTEGER, OPEN EN DEMOCRATISCH
“Het "Theta-type" duidt op waarden die in brede zin betrekking hebben op het nastreven van
eerlijkheid, rechtvaardigheid en wederkerigheid door het voorkomen van verdraaiing, ongelijkheid,
vooringenomenheid en machtsmisbruik.”
9
, THETA WAARDEN ZIJN GEÏNSTITUTIONALISEERD
- Administratief en grondwettelijk recht
→ Administratief gaat over uitvoerende macht. Grondwettelijk recht gaat over de wetten en
de decreten of die in lijn zijn met de grondwet.
- Beroepsmechanismen
→ Mechanismen die er zijn waardoor je in beroep kan gaan voor administratieve redenen,
als je vindt dat de regels niet gevolgd worden. Dat hoort sterk bij de ‘minority protection’.
Voorbeeld: Stel de universiteit geeft je geen diploma, dan kan je in beroep gaan tegen de
universiteit.
- Passieve en actieve openbaarheid van bestuur
→ De overheid zijn informatie moet vrij toegankelijk zijn. Er zijn een aantal redenen
waarom de overheid informatie geheim kan houden, bijvoorbeeld staatsveiligheid, privacy
van een individu kan raken, commerciële belangen, etc. Er is wel een beroepscommissie
waarbij individuen of bedrijven in beroep gaan, omdat ze vinden dat ze wel mogen
beschikken over die informatie.
§ Passief
= Bij passief geeft de overheid alleen informatie als je er zelf om vraagt.
§ Actief
= Bij actief legt de overheid van zichzelf uit, bijvoorbeeld waarom die een bepaalde
beslissing gemaakt hebben.
- Klachten en ombudsdiensten
§ Klacht
= Een klacht dat je indient bij de organisatie zelf.
§ Ombudsdienst
= Een tweede lijn, na je een klacht hebt ingediend kan je daarna eventueel naar de
ombudsdienst om iets aan te klagen.
KIJKEN DOOR EEN THETA BRIL
3R:
- Rechtmatigheid
= Elke actie van de overheid moet een basis zijn van de wet.
- Rechtsgelijkheid
= Iedereen in gelijke situaties gelijk behandelen.
Voorbeeld: Als er twee fietsers geen licht hebben, moet je beide fietsers controleren.
- Rechtszekerheid
= Een zeker stabiliteit in de wetgeving. Je mag nu geen regels maken die ook van toepassing
op regels van voor de regel is ingevoerd (niet retroactief).
Voorbeeld: De verkeerswetgeving moet niet te vaak veranderen.
10