WEER EN KLIMAAT
DE BEGRIPPEN WEER EN KLIMAAT
o Weer: toestand van de atmosfeer op een bepaald ogenblik
o Samenspel tss weerselementen
o Weer is een complex verschijnsel
o Weerselementen
§ Duidelijk waarneembaar
§ Correct meetbaar
§ In objectieve waarden uitgedrukt
o Vier elementen die het weer bepalen
o De zonbestraling en luchttemperatuur
o De luchtdruk en winden
o De luchtvochtigheid en neerslag
o De bewolking
o Klimaat: de gemiddelde weerstoestand over een langere periode
___________________________________________________________________________
DIDACTIEK
o belangrijk
o Spontane waarnemingen à Systematische waarnemingen
o Registratie v gegevens
o Bespreking ervan
o Weerbericht beluisteren
è Daarna weerselementen aankaarten doormiddel ve klasgesprek en onderbouwde vragen
o Windrichtingen aan leren
o Komt van gaat naar
LUCHTTEMPERATUUR
CELSIUS
o Temperatuur
o hoe warm of hoe koud het op een bepaalde plaats is (hoe warm/koud de lucht is)
o Energiebron: zon
o Aarde ontvangt lichtenergie vd zon
o Alleen lichtstralen met kleine golflengte dringen door de atmosfeer
o Aarde zet deel om in warmtestraling
o Warmte wordt uitgestraald op aardopp en verwarmt onderste luchtlagen (duurt enigen tijd)
o Warmste moment niet op de middag, maar iets later
, o Warmste maand juli (zon hoogste stand boven horizon bereikt)
FACTOREN DIE DE TEMPERATUUR BEÏNVLOEDEN
o Invalshoek vd zonnestralen
o zorgt voor seizoenale tempverschillen
o zorgt voor verschillen op 1 dag (middag-ochtend)
o Invloed hoogteligging
o temp neemt af met 0,6°C per 100 m (gemiddeld)
o Invloed van de wind
o Wind kan gevoelstemperatuur doen dalen (zie vb cursus)
o (hoe hoger, hoe ijler à minder lucht à minder lucht dat opwarmt à kouder)
o Invloed van de zee (zie cursus voor tekening)
o zonnestralen à dieper doordringen in water
§ Grotere massa die traag opwarmt en traag afkoelt
o zonnestralen à land
§ kleinere massa die vlugger opwarmt en vlugger afkoelt
o Invloed van winden en zeestromingen:
o Kouden winden à temp dalen
o Warme winden à temp stijgen
o Zeestromingen = bewegende watermassa’s die een andere temp hebben dan het
omgevingswater.
§ Warme zeestromingen à vertrekken in warmere klimaatgebieden, verplaatsen zich
naar koudere klimaatgebieden en verhogen daar de temp
§ (omgekeerde voor koude zeestromingen)
o Bewolking
o isolerend effect à houdt zonnestralen tegen waardoor aarde trager opwarmt
o MAAR opgewarmd àhoudt warmte ook bij
o Woestijngebied: grote temperatuurschommelingen tss dag en nacht
o Bodemsoort
o vb zand warmt snel op en koelt snel af à zanderige streken (hogere zomertemp., maar ook
sneller vorst aan grond)
o klei warmt trager op en kolet trager af
o Plantengroei
o absorbeert zonnestraling àgeeft in zomer dus koelte
o Onbegroeide plaatsen: zomer warmer en winter kouder
___________________________________________________________________________________________
DIDACTIEK
o Laagste klassen
o gebaseerd op subjectieve ervaringen ( warm, koud, heel warm, heel koud) à in het jaar bv
14°c sept koud, in januari warm
o hogere klassen
o Temperatuur met thermometer meten
§ Bij warmte zet vloeistof zich uit
§ Bij koude krimpt de vloeistof
§ Kwikthermometer, alcoholthermometer en max/minthermometer
, § Maak eigen thermometer
o Objectiever leren uitdrukken ( fris, koel, snikheet, ijskoud)
o Waarnemingen over een langere periode noteren
o Identieke thermometertjes à eenvoudig staafdiagram en lijndiagrammen (zie cursus)
LUCHTDRUK EN WINDEN
LUCHTDRUK
o kracht die atmosfeer uitoefent op aardopp (=gewicht)
o kan waargenomen worden met barometer
o lage druk à regen en wind
o hoge druk à rustig en helder weer (zomer snikheet, winter ijskoud)
o Uitgedrukt in milibar
o Gem luchtdruk boven zeeniveau= 1013 mbar
o Luchtdruksystemen (zie cursus)
o Isobaren : lijnen v gelijke druk
o Luchtdrukgradiënt : luchtdrukverschil over bepaalde afstand
___________________________________________________________________________________________
DIDACTIEK
o Luchtdruk
o Fles met marshmallows vacuüm trekken met vacuümpomp
§ Marshmallows zwellen op
o Met een spuit à kracht vd lucht uitoefenen
o Met emmer hoeveelheid luchtdruk meten
§ spuit met touw aan emmer en kilo’s laten vallen (wel vasthouden)
o lucht
o fles schuin onder water houden
§ belletjes à lucht
WINDEN
o horizontale luchtverplaatsing die aan het aardopp waarneembaar is.
o Horizontale luchtdrukverschillen à veroorzaken luchtverplaatsing van hoge naar lage druk
o Kenmerken
o Winsnelheid
§ Windsnelheid wordt bepaald door horizontale luchtdrukverschillen, hoe groter
verschil hoe groter snelheid
o Windrichting
§ Windrichting bepalen à bijkomende kracht nodig
• Corioliskracht
o Kracht die bewegende massa op aarde ondervindt door draaiing
aarde
o zorgt in noordelijk halfrond voor afwijking naar rechts en in
zuidelijk halfrond afwijking naar links
__________________________________________________________________________________________
, DIDACTIEK
o lln spontaan in contact met wind à tijdens fietsen, bladeren dei waaien,…
o taak lkr kennis uit te breiden naar luchtverplaatsing, windrichting, windsnelheid/windkracht
o Wind als luchtverplaatsing
o warme lucht boven radiator waarnemen door papieruitgesneden spiraal op naald boven
radiotor houden
o Koude luchtstroom van onder deur
o Windkracht
o vlag of windzak voor verschillen in windkracht
o zie cursus voor tekening
o Windrichting
o haan op de kerk, windzak, windwijzer
o !!! lln winden correct benoemen vb. wind uit zuiden= zuidenwind
o Windstreken in geografische context
o Zie cursus
o Windsnelheid
o kan waargenomen worden met een anemometer
§ Zelf maken met doorgezaagde pingpongballetjes
o Beaufortschaal (zie cursus schema)
BEWOLKING EN NEERSLAG
KRINGLOOP VH WATER
o Watercyclus
o o.i.v. zonnewarmte à verdampt water uit zeeën, rivieren, meren, … voortdurend
§ totale hoeveelheid waterdamp per m3 lucht op bepaald moment à absolute
luchtvochtigheid
§ MAAR lucht kan maar beperkt hoeveelheid water bevatten
• Hoeveelheid afhankelijk v temp
• Als max hoeveelheid waterdamp in lucht bij bepaalde tem bereikt à lucht
met waterdamp verzadigd
• Wnr grens overschreden à fijne druppeltjes gevormd à condensatie
o Zie cursus
___________________________________________________________________________________________
DIDACTIEK
o Condensatie
o Blazen op raam
§ Raam = koud
§ Blazen = warm
o Verdamping
o Glas met water en bord met water
§ Volgende ochtend
§ Glas met water à nog een klein beetje water want kleiner opp
§ Bord met water à water weg, kalk/zout blijft achter want groot opp
o Transpiratie