NEUROPEDAGOGIEK
Catherine Vanderleen
2023-2024
,Inleiding Neuropedagogiek
Waarom Neuropedagogiek?
• Neurologische verklaringen voor ontw.stoornissen zijn niet nieuw
o Drie leerproblemen heel vroeg werden vastgelegd
▪ Minimal Brain Dysfunction: voorloper ADD
• Aandacht- en concentratieproblemen
▪ Dyslexie: “woordblindheid” (1896)
• Probleem met lezen wordt verondersteld oorzaak te hebben in de hersenen
▪ Dyscalculie:
• Aantasting v/d hersenen die belangrijk is voor de uitvoering van wiskundige
functies
→ Vooral veel post-mortem onderzoeken gedaan
→ Kennis werd opgebouwd te kijken waar er een letsel was in de hersenen en hier de functie dan aan
koppelen. Vb: gebied van Broca, patiënt kon niet meer spreken en dat gebied was beschadigd.
• Doorbraak: niet-invasieve methoden (jaren 90)
• Kennisexplosie obv. cognitieve neurowetenschappen
o Vb: MRI
▪ Voorbeeld niet-invasie manier om structuur te zien
▪ Sociale en emotionele functies worden hier ook onderzocht
▪ Rechtstreeks onderzoeken welke gebieden belangrijk zijn
• Wat gebeurd er in de hersenen als men deze vaardigheid uitvoert, kunnen hier
structuren aan verbonden worden, wat gebeurd er als mensen dingen leren?
▪ Zeer uiteenlopende populatie onderzoeken, daarvoor beperkt door patiënten omdat die
iets hadden meegemaakt.
• Ontstaan v/e nieuw wetenschapsdomein
o Beide focus op het leren
o Cognitieve neuro: hoe werken die hersenen, hoe veranderen die hersenen als mensen dingen
leren
o Pedagogen: hoe gaan we dit optimaliseren, hiervoor gaan we hersenonderzoek voor gebruiken
▪ Interventie doen en kijken wat het effect is op de hersenen
→ Vanuit deze redenering is neuropedagogiek ontstaan
→ In de naam hoor je altijd het neurologische, het psychologische en het pedagogische terugkomen.
• Publiek en maatschappelijk interesse in “het brein”
o Vb: media
▪ Voordeel: hersenonderzoek krijgt
aandacht
▪ Nadeel: versimpelen, zorgt voor heel
veel misverstanden bij het vertalen
van al deze kennis
o Vb: boeken, websites
1
, o Vb: inrichting maatschappelijke beleidsdomeinen
▪ Sommige zeggen dat een scanner moet ingezet worden tijdens een rechtzaak om te zien
of iemand liegt
▪ Of kunnen we met een hersenscan afleiden of dat hersenafwijkingen zijn
▪ Ook gezondheidszorg en onderwijs
▪ Pedagogisch debat: Organisatie secundair onderwijs?
• Oriëntatienota hervorming secundair onderwijs
• Moeten we de school later laten starten
o Wat is de wet. evidentie hiervoor? Geen wetenschappelijke publicaties
over gemaakt, één studie die gebeurde in de VS.
• Zelfsturende lln
• Misbruik en overinterpretatie
o Neuromythes: gebaseerd op feiten
die overgeïnterpreteerd en
misverstaan zijn. Misinterpretatie
van de juiste feiten
• Belang van opleiding en vorming
Neurowetenschappen <> pedagogiek
Kunnen de neurowetenschappen iets voor de pedagogiek betekenen?
Neurowetenschappers en pedagogen zitten in beide visies
Optimisme
• Uitgangspunt: De neurowetenschappen gaan het pedagogische volledig veranderen
o Gaan objectieve informatie geven op de pedagogische thema’s te benaderen
• Neurowetenschappen (NW) = de gouden graal
o NW → Pedagogische praktijk
o Evidence-based werken
▪ Neuro = harde evidentie
▪ Maken vergelijking met ontw geneeskunde, enorm vooruitgegaan in
de 19de eeuw.
• Biologische interventies
o “Als het allemaal biologie is en we weten hoe de biologie in elkaar zit dan
wordt het allemaal een kwestie van biologische interventie”
▪ Visie:“Juiste medicatie toedienen en juiste hersengebieden te gaan
stimuleren en ontw en leren zal vooruitgaan”
Sceptisme
• Een brug te ver, kunnen niks voor de pedagogie betekenen
o Directe toepassing van NW-resultaten niet mogelijk/ niet vertaalbaar naar pedagogische
praktijken
▪ Complexiteit van opvoeding en vorming
• Fenomenen die bestudeerd worden in de pedagogie houden rekening met
verschillende invloedrijke factoren
• Verwijten neurowetenschappen van abstractheid, hierdoor geen goed beeld
kunnen krijgen
• Neurowetenschappen = destructief: kunnen kijken wat in hersenen gebeurt als
er iets geleerd word
2
, • Pedagogiek = normatieve wetenschap: wat is wenselijk? Wat is goede
opvoeding? Wat willen we onze kinderen meegeven?
o Hier kan neurowetenschappen niks over zeggen
▪ “Wat is” <> “Wat moet zijn”
▪ Ecologische validiteit van verzamelde gegevens
• Omstandigheid van neurowet. onderzoek is helemaal anders dan in een klas te
zitten
Toepassing enkel via tussenstap (cognitieve) psychologie
o Gevaar voor misvattingen
▪ worden gebruikt om dingen te promoten daardoor valt heel ons pedagogische praktijk in
een
Gematigde positie
• NW gaan de pedagogiek niet overnemen
o Neuro gaat pedagogie niet overnemen, we blijven pedagogische en
psychologische modellen gebruiken. Hebben dat nodig om
hersenenmodellen te interpreteren, kijken naar welke modellen
om verbinding te maken met beide
• Raakvlakken mogelijk
o Pedagogiek: bestuderen micro-processen via interventies
▪ Leren van individueel kind
o Psychologie: psylogische processen gebruiken om een mental map te hebben van die
microprocessen
▪ Vb: microproces van aandacht – hoe gebeurt aandacht
o Neurowetenschappen: kijken naar de neurale basis van die mentale processen
• Integratie van gelijkwaardige disciplines
o Geen hiërarchie, geen enkele in objectiever dan het
andere
• Mind, Brain en Education (zelfde principe als hier boven
beschreven, samen vormen ze de neuropedagogiek)
o Als de omgeving belangrijk is voor onze hersenen,
dan zijn de pedagogen heel belangrijk voor de
gezonde ontwikkeling van de hersenen van kinderen
Neuropedagogiek: mogelijkheden en grenzen
Mogelijkheden
• Nieuwe set van methoden voor pedagogisch onderzoek
• Inzicht in leren/ontwikkelen (op biologisch niveau)
o Niet enkel nurture or nature
• Invloed omgevingsfactoren → Hersenen : Plasticiteit!
o Experience-dependent plasticity
o Als onze omgeving niet optimaal is kan ons brein niet optimaal ontwikkelen
• Causale modellen voor ontwikkelingsstoornissen
o Neuro developmental disorders
o Oorzaak van die stoornissen liggen in de hersenen, maar voor de meeste weten we nog niet
waar
3
Catherine Vanderleen
2023-2024
,Inleiding Neuropedagogiek
Waarom Neuropedagogiek?
• Neurologische verklaringen voor ontw.stoornissen zijn niet nieuw
o Drie leerproblemen heel vroeg werden vastgelegd
▪ Minimal Brain Dysfunction: voorloper ADD
• Aandacht- en concentratieproblemen
▪ Dyslexie: “woordblindheid” (1896)
• Probleem met lezen wordt verondersteld oorzaak te hebben in de hersenen
▪ Dyscalculie:
• Aantasting v/d hersenen die belangrijk is voor de uitvoering van wiskundige
functies
→ Vooral veel post-mortem onderzoeken gedaan
→ Kennis werd opgebouwd te kijken waar er een letsel was in de hersenen en hier de functie dan aan
koppelen. Vb: gebied van Broca, patiënt kon niet meer spreken en dat gebied was beschadigd.
• Doorbraak: niet-invasieve methoden (jaren 90)
• Kennisexplosie obv. cognitieve neurowetenschappen
o Vb: MRI
▪ Voorbeeld niet-invasie manier om structuur te zien
▪ Sociale en emotionele functies worden hier ook onderzocht
▪ Rechtstreeks onderzoeken welke gebieden belangrijk zijn
• Wat gebeurd er in de hersenen als men deze vaardigheid uitvoert, kunnen hier
structuren aan verbonden worden, wat gebeurd er als mensen dingen leren?
▪ Zeer uiteenlopende populatie onderzoeken, daarvoor beperkt door patiënten omdat die
iets hadden meegemaakt.
• Ontstaan v/e nieuw wetenschapsdomein
o Beide focus op het leren
o Cognitieve neuro: hoe werken die hersenen, hoe veranderen die hersenen als mensen dingen
leren
o Pedagogen: hoe gaan we dit optimaliseren, hiervoor gaan we hersenonderzoek voor gebruiken
▪ Interventie doen en kijken wat het effect is op de hersenen
→ Vanuit deze redenering is neuropedagogiek ontstaan
→ In de naam hoor je altijd het neurologische, het psychologische en het pedagogische terugkomen.
• Publiek en maatschappelijk interesse in “het brein”
o Vb: media
▪ Voordeel: hersenonderzoek krijgt
aandacht
▪ Nadeel: versimpelen, zorgt voor heel
veel misverstanden bij het vertalen
van al deze kennis
o Vb: boeken, websites
1
, o Vb: inrichting maatschappelijke beleidsdomeinen
▪ Sommige zeggen dat een scanner moet ingezet worden tijdens een rechtzaak om te zien
of iemand liegt
▪ Of kunnen we met een hersenscan afleiden of dat hersenafwijkingen zijn
▪ Ook gezondheidszorg en onderwijs
▪ Pedagogisch debat: Organisatie secundair onderwijs?
• Oriëntatienota hervorming secundair onderwijs
• Moeten we de school later laten starten
o Wat is de wet. evidentie hiervoor? Geen wetenschappelijke publicaties
over gemaakt, één studie die gebeurde in de VS.
• Zelfsturende lln
• Misbruik en overinterpretatie
o Neuromythes: gebaseerd op feiten
die overgeïnterpreteerd en
misverstaan zijn. Misinterpretatie
van de juiste feiten
• Belang van opleiding en vorming
Neurowetenschappen <> pedagogiek
Kunnen de neurowetenschappen iets voor de pedagogiek betekenen?
Neurowetenschappers en pedagogen zitten in beide visies
Optimisme
• Uitgangspunt: De neurowetenschappen gaan het pedagogische volledig veranderen
o Gaan objectieve informatie geven op de pedagogische thema’s te benaderen
• Neurowetenschappen (NW) = de gouden graal
o NW → Pedagogische praktijk
o Evidence-based werken
▪ Neuro = harde evidentie
▪ Maken vergelijking met ontw geneeskunde, enorm vooruitgegaan in
de 19de eeuw.
• Biologische interventies
o “Als het allemaal biologie is en we weten hoe de biologie in elkaar zit dan
wordt het allemaal een kwestie van biologische interventie”
▪ Visie:“Juiste medicatie toedienen en juiste hersengebieden te gaan
stimuleren en ontw en leren zal vooruitgaan”
Sceptisme
• Een brug te ver, kunnen niks voor de pedagogie betekenen
o Directe toepassing van NW-resultaten niet mogelijk/ niet vertaalbaar naar pedagogische
praktijken
▪ Complexiteit van opvoeding en vorming
• Fenomenen die bestudeerd worden in de pedagogie houden rekening met
verschillende invloedrijke factoren
• Verwijten neurowetenschappen van abstractheid, hierdoor geen goed beeld
kunnen krijgen
• Neurowetenschappen = destructief: kunnen kijken wat in hersenen gebeurt als
er iets geleerd word
2
, • Pedagogiek = normatieve wetenschap: wat is wenselijk? Wat is goede
opvoeding? Wat willen we onze kinderen meegeven?
o Hier kan neurowetenschappen niks over zeggen
▪ “Wat is” <> “Wat moet zijn”
▪ Ecologische validiteit van verzamelde gegevens
• Omstandigheid van neurowet. onderzoek is helemaal anders dan in een klas te
zitten
Toepassing enkel via tussenstap (cognitieve) psychologie
o Gevaar voor misvattingen
▪ worden gebruikt om dingen te promoten daardoor valt heel ons pedagogische praktijk in
een
Gematigde positie
• NW gaan de pedagogiek niet overnemen
o Neuro gaat pedagogie niet overnemen, we blijven pedagogische en
psychologische modellen gebruiken. Hebben dat nodig om
hersenenmodellen te interpreteren, kijken naar welke modellen
om verbinding te maken met beide
• Raakvlakken mogelijk
o Pedagogiek: bestuderen micro-processen via interventies
▪ Leren van individueel kind
o Psychologie: psylogische processen gebruiken om een mental map te hebben van die
microprocessen
▪ Vb: microproces van aandacht – hoe gebeurt aandacht
o Neurowetenschappen: kijken naar de neurale basis van die mentale processen
• Integratie van gelijkwaardige disciplines
o Geen hiërarchie, geen enkele in objectiever dan het
andere
• Mind, Brain en Education (zelfde principe als hier boven
beschreven, samen vormen ze de neuropedagogiek)
o Als de omgeving belangrijk is voor onze hersenen,
dan zijn de pedagogen heel belangrijk voor de
gezonde ontwikkeling van de hersenen van kinderen
Neuropedagogiek: mogelijkheden en grenzen
Mogelijkheden
• Nieuwe set van methoden voor pedagogisch onderzoek
• Inzicht in leren/ontwikkelen (op biologisch niveau)
o Niet enkel nurture or nature
• Invloed omgevingsfactoren → Hersenen : Plasticiteit!
o Experience-dependent plasticity
o Als onze omgeving niet optimaal is kan ons brein niet optimaal ontwikkelen
• Causale modellen voor ontwikkelingsstoornissen
o Neuro developmental disorders
o Oorzaak van die stoornissen liggen in de hersenen, maar voor de meeste weten we nog niet
waar
3