Deel 1: Gastro-intestinaal
Spijsvertering = verteren van voedsel ---> ---> bestaat uit 3 delen =
- Opname in gastro-intestinale tractus - Mondholte
- Eliminatie onverteerbare resten - Spijsverteringskanaal
- Grote spijsverteringsklieren
---> 3 delen =
Mondholte Spijsverteringskanaal Grote spijverteringsklieren
- Lippen - Slokdarm - Speekselklieren
- Wangen - Maag - Lever + galblaas
- Tanden - Dunne darm - Pancreas
- Eigenlijke mondholte - Dikke darm
- Tong - Anaal kanaal
- Farynx
---> + - 8,5m lang
---> holle buis met
musculaire wand
Mondholte = - Extern gedeelte: huid
1. Lippen = • Epidermis: verhoornd meerlagig
plaveiselepitheel
• Dermis: zweetklieren, sebumklieren, haartjes
- Overgangszone – lippenrood: dunne huid
• Epidermis: minder verhoornd
• Dermis: sterke vascularisatie en innervatie
- Intern gedeelte: mucosa
• Epitheel: niet-verhoornd meerlagig
plaveiselepitheel = geen keratinelaag
• Lamina propria: kleine speekselkliertje
---> komt in alle organen terug
+ bevat dwarsgestreept spierweefsel = m. orbicularis oris
Verhoorend meerlagig Niet-verhoornd meerlagig
plaveiselepitheel plaveiscelepitheel <----
WEL keratine -----> GEEN keratine
1
, 2. Wangen ---> zelfde structuur als lippen
- Externe deel = huid
• Epidermis: verhoornd meerlagig plaveiselepitheel
• Dermis: zweetklieren + sebumklieren + haartjes
- Interne deel = mucosa
• Epitheel: niet-verhoornd meerlagig plaveiselepitheel
• Lamina propria: kleine speekselkliertjes
---> centrale as v dwarsgestreepte spierlaag ---> m/ buccinator = door vezels heel sterk verbonden
met lamina propria aan binnenkant
3. Tanden
3 delen =
- Kroon = wit deel dat je ziet zitten
- Hals = zit achter tandvlees
- Wortel = vast in tandalveolen = bot
Structuren van buiten nr binnen =
1. Glazuur ---> in kroon + hals
2. Tandbeen = dentine ---> overal
3. Cement ---> in wortel
- Glazuur = email
• Harde buitenlaat kroon + hals ---> hardste weefsel van lichaam
• Opbouw =
▪ 96-97% kalkzouten ---> hyroxyapatietkristallen
▪ 4-3% organische matrix = plaats waar kalkzouten op neergeslagen zijn---> =
gevormd door ameloblasten = verdwijnen na vorming glazuur
Ameoblasten = zijn er zolang tand nog niet
doorgebroken is in mondholte
---> aan buitenkant = naar binnen afzetten
---> vanaf doorbreken = niet meer mogelijk
om nieuw glazuur aan te maken
2
Ameoblastomen = tumoren ---> heeft gelijkenissen met structuur van ameoblast
,- Dentine = tandbeen
• Wortel + centrale deel kroon + hals
• 70% kalkzouten = hyroxyapatietkristallen
• Organische matrix ---> gevormd door
odontoblasten =
▪ Cilindrische cellen op grens pulpa +
dentine
▪ Aan binnenkant = naar buiten afzetten
▪ Lange dunne celuitlopers = vezel van
Tomes ---> loopt door hele dentine in
dentinekanaaltjes
---> zorgt voor gestreepte aspect
- Cement
= bedekt dentine in wortelgedeelte
• 65% mineraalgehalte
• Veel collageenvezels aangehecht =
▪ Vezels van Sharpey
▪ Hoofdmassa van wortelvlies
▪ Aan andere kant = alveolair bot
• Aanmaak door cementocyten + cementoblasten
---> periodontium = parodontium =
• Alle weefsels die tand omgeven + ondersteunen
• Cement + periodontaal ligament + alveolair bot + gingiva
---> paradontitis = ontsteking aan geheel van structuren
- Pulpa =
• In pulpaholte = pulpakamer centraal in tand
• Losmazig bindweefsel
• Stervormige fibroblasten + dunnen collageenvezels + amorfe
grondsubstantie
• Rijk aan bloedvaten + lymfevaten + zenuwvezels
---> komen via foramen apicale aan wortelpunt in wortelkanaal
- Tandvlees = gingiva =
• Weinig verhoornd meerlagige plaveiselepitheel
• Lamina propria met hoge bindweefselpapillen + veel bloedvaten = rode
kleur
---> door papillen = tot aan opp + bloedvaatjes lopen er in
• Sulcus gingivalis = ondiepe plooi direct boven aanhechting tand
3 +
epitheel ---> = plaats waar cement begint
, 4. Eigenlijke mondholte
- Gingiva (tandvlees) + gebit
- Grenzen =
• Achteraan ---> keelholte = farynx
• Vooraan + lateraal ---> binnenzijde lippen + wangen
• Bovenaan ----> zachte + harde verhemelte
• Onderaan ---> mondbodem + tong
---> algemene structuur = mucosa =
- Epitheel ---> meerlagig plaveiselepitheel
- Lamina propria ---> fijne laag bindweefsel = veel bloedvaten + lymfevaten + zenuwen
---> submucosa onder mucosa =
− Vrij losmazig bindweefsel
− Grotere bloedvaten + lymfevaten + zenuwen
− Kleine speekselklieren + lymfoïd weefsel
Kauwen =
Voedsel komt op verschillende plaatsen in contact met mucosa + op andere plaatsen bijna geen
contact ---> andere vereisten op verschillende plaatsen
---> = door verschillende druk bij kauwen ---> verschillende structuur op verschillende plaatsen
= afhankelijk van functie + contact met voedsel =
Niet veel contact Veel contact Onderliggend bot
Waar - Buccaal - Hard verhemelte - Harde verhemelte
- Sublinguaal - Gingiva - Gingiva
- Zachte verhemelte - Bovenkant tong
---> mechanische stress tijdens kauwen
Structuur Niet-verhoornd meerlagig Parakeratotisch verhoornd meerlagig GEEN submucosa --->
plaveiselepitheel plaveiselepitheel lamina propria
rechtstreeks verankerd
in periost bot
Parakeratose =
Kernen blijven aanwezig ---> er is keratine
maar kern blijft aanwezig + cellen schilferen
af
---> stel orthokeratose in mondholte of
slokdarm = precancereus
4