Mens en recht
Hoofdstuk 1 Recht en regels............................................................................2
1.2 vindplaats/ rechtsbronnen......................................................................3
1.3 Aard van de regels...............................................................................4
1.4 Grondrechten..........................................................................................5
1.5 Recht en de praktijk van het zorg- en welzijnswerk.............................6
2.3 Beginselen van het procesrecht...........................................................9
2.4 Korte schets van het procesrecht......................................................10
Hoofdstuk 6 schulden....................................................................................18
6.1 als schulden een probleem worden...................................................18
6.3 Voorkomen van een nieuwe schuldensituatie....................................23
6.4 Wet schuldsanering natuurlijke personen..........................................24
16.6 Aansprakelijkheid voor het eigen handelen.....................................27
Begrippenlijst.................................................................................................28
Hoofdstuk 1..............................................................................................28
Hoofdstuk 2..............................................................................................29
Hoofdstuk 3..............................................................................................32
Hoofdstuk 6..............................................................................................34
Hoofdstuk 16............................................................................................37
,Hoofdstuk 1
Recht en regels
1.1 Wat is recht en waarom?
Samenleving overheid & burgers. Ofwel de maatschappij, waar individuen
onderling en in relatie tot de overheid, dagelijks aan participeren op allerlei
rechtsgebieden.
Rechten en plichten: alle rechten en plichten gaan over die van het
individu en de overheid. Rechten en plichten zijn gebaseerd op normen en
waarden, die in het algemeen gelden in de maatschappij. Door zogenaamde
rechtsregels vast te leggen kunnen regels gehandhaafd worden, zo krijgt
recht een vorm.
Het recht;
1. Geeft de spelregels aan, rechtsregels.
2. Omvat rechten & Plichten die onze normen en waarden weergeven.
3. Geeft ordering aan de maatschappij
4. Streeft naar rechtvaardigheid in de maatschappij.
Het recht brengt een doelmatige ordening aan in de samenleving.
Verkeersregels zorgen er bijvoorbeeld voor dat het geen chaos wordt op de
weg.
Tevens geeft het recht spelregels voor gedragingen tussen individuen
onderlinge voor het handelen door de overheid. Daarnaast stuurt het recht
het individuele gedrag van burgers. Recht en rechtvaardigheid zijn geen
synoniemen van elkaar, maar het recht is in beginsel wel gericht op
rechtvaardigheid. Iemand die de wet overtreedt, moet een straf ondergaan
en het recht moet de zwakkeren beschermen.
Nederland is een democratische rechtstaat
1. Wetgevende macht (regering & staten generaal)
2. Uitvoerende macht (het ambtenaren apparaat)
3. Rechtsprekende macht (de rechtspraak)
Trias- politica: verdeling van de machten
,1.2 vindplaats/ rechtsbronnen
Rechtsbronnen: de vier vindplaatsen van het recht;
1. De wet- en regelgeving
2. Jurisprudentie
3. De gewoonte
4. Verdragen
Wetten bevatten rechtsregels die zijn vastgesteld door de overheid. Eerste
en tweede kamer, ook wel staten generaal genoemd. Ook lagere
overheidsorganen, zoals de minister, provinciale staten en de gemeenteraad
kunnen rechtsregels vaststellen. De hoogste wetgever in Nederland is de
staten generaal samen met de regering (dit zijn de koning en minister
samen). Een wet komt tot stand als de regering en de staten generaal met
een wetsvoorstel instemmen.
Naast wetten, bestaan lagere regelgeving;
- AMvB = KB die regels bevat
KB; koninklijk besluit AMvB; algemene maatregel van bestuur
- Ministeriele regeling (bv. Ministerieel pardon) -> Bij deze vormen van
regelgeving is de staten generaal niet betrokken.
- Verordening op provinciaal en gemeentelijk niveau.
Wetsartikelen; zoals in het burgerlijk wetboek, de jeugdwet en de
gemeentewet. De bepalingen in deze wetten zijn allemaal genummerd en
worden wetsartikelen genoemd. En wetsartikel kan bestaan uit meerdere
leden. De titel van de wet wordt dikwijls afgekort: BW staat voor burgerlijk
wetboek.
1. Wet- en regelgeving
- Wetten zijn vastgesteld door de overheid.
- Het kabinet (wetgevende macht) doet een wetsvoorstel en de staten
generaal beoordeelt (bestuurlijke macht).
2. Jurisprudentie
- Ook wel het “rechtersrecht” genoemd.
- Beoordelen van rechtsregels in individuele gevallen
- Vonnissen, uitspraken en arresten (rechtsbanken, gerechtshoven en hoge
raad + ARvS en CRvB
, 3. Gewoonterecht
- Staat niet opgetekend, maar is ontstaan uit gewoonte.
- Een bekende regel van ons gewoonterecht is de vertrouwensregel. Dit is en
regel, ongeschreven, welke gelat tussen kabinet en de tweede kamer. Het
kabinet heeft tijdens zijn regeringsperiode namelijk het vertrouwen van de
tweede kamer nodig om te kunnen regeren. Deze regel is niet vastgesteld in
de wet, maar wel degelijk geldt in ons rechtssysteem.
4. Verdragen
- Internationale wetgeving tussen staten.
- Rechtsregels die tussen twee (= bilateraal) of meer (= multilateraal) staten
gelden.
- Een verdrag moet zijn geratificeerd willen regels geldig zijn binnen een
staat.
- Verdragsregels gaan boven de nationale wetgeving.
1.3 Aard van de regels
Dwingend en aanvullend recht;
- Er mag niet afgeweken van worden van het dwingend recht. (Wet= regel).
- Semi- dwingend recht: Houdt enige ruimte (wet geeft ruimte voor eigen
afspraken).
- Aanvullen recht: geldt als afspraken ontbreken. (Wet vult aan wanneer
partijen dur zelf niet hebben gedaan).
Rangorde van rechtsbronnen
- Rechtsregels, hebben rechtskracht en staan in onderlinge hiërarchie.
- Die hiërarchie is van belang:
1. Hoe hoger de regel hoe algemeen er de strekking
2. Bij conflicterende regels uit hogeren lagere wetgeving, regelgeving,
prevaleert de hoogste regel.
1. verdragen ->
2. Eu- Verordeningen en EU, gemeenschapsverordeningen en richtlijnen->
3. Grondwet ->
4. Overige wetten ->
5. AMvB ’s ->
6. Ministeriele regelingen & richtlijnen ->
7. Provinciale verordeningen ->
8. Gemeentelijke verordeningen
Hoofdstuk 1 Recht en regels............................................................................2
1.2 vindplaats/ rechtsbronnen......................................................................3
1.3 Aard van de regels...............................................................................4
1.4 Grondrechten..........................................................................................5
1.5 Recht en de praktijk van het zorg- en welzijnswerk.............................6
2.3 Beginselen van het procesrecht...........................................................9
2.4 Korte schets van het procesrecht......................................................10
Hoofdstuk 6 schulden....................................................................................18
6.1 als schulden een probleem worden...................................................18
6.3 Voorkomen van een nieuwe schuldensituatie....................................23
6.4 Wet schuldsanering natuurlijke personen..........................................24
16.6 Aansprakelijkheid voor het eigen handelen.....................................27
Begrippenlijst.................................................................................................28
Hoofdstuk 1..............................................................................................28
Hoofdstuk 2..............................................................................................29
Hoofdstuk 3..............................................................................................32
Hoofdstuk 6..............................................................................................34
Hoofdstuk 16............................................................................................37
,Hoofdstuk 1
Recht en regels
1.1 Wat is recht en waarom?
Samenleving overheid & burgers. Ofwel de maatschappij, waar individuen
onderling en in relatie tot de overheid, dagelijks aan participeren op allerlei
rechtsgebieden.
Rechten en plichten: alle rechten en plichten gaan over die van het
individu en de overheid. Rechten en plichten zijn gebaseerd op normen en
waarden, die in het algemeen gelden in de maatschappij. Door zogenaamde
rechtsregels vast te leggen kunnen regels gehandhaafd worden, zo krijgt
recht een vorm.
Het recht;
1. Geeft de spelregels aan, rechtsregels.
2. Omvat rechten & Plichten die onze normen en waarden weergeven.
3. Geeft ordering aan de maatschappij
4. Streeft naar rechtvaardigheid in de maatschappij.
Het recht brengt een doelmatige ordening aan in de samenleving.
Verkeersregels zorgen er bijvoorbeeld voor dat het geen chaos wordt op de
weg.
Tevens geeft het recht spelregels voor gedragingen tussen individuen
onderlinge voor het handelen door de overheid. Daarnaast stuurt het recht
het individuele gedrag van burgers. Recht en rechtvaardigheid zijn geen
synoniemen van elkaar, maar het recht is in beginsel wel gericht op
rechtvaardigheid. Iemand die de wet overtreedt, moet een straf ondergaan
en het recht moet de zwakkeren beschermen.
Nederland is een democratische rechtstaat
1. Wetgevende macht (regering & staten generaal)
2. Uitvoerende macht (het ambtenaren apparaat)
3. Rechtsprekende macht (de rechtspraak)
Trias- politica: verdeling van de machten
,1.2 vindplaats/ rechtsbronnen
Rechtsbronnen: de vier vindplaatsen van het recht;
1. De wet- en regelgeving
2. Jurisprudentie
3. De gewoonte
4. Verdragen
Wetten bevatten rechtsregels die zijn vastgesteld door de overheid. Eerste
en tweede kamer, ook wel staten generaal genoemd. Ook lagere
overheidsorganen, zoals de minister, provinciale staten en de gemeenteraad
kunnen rechtsregels vaststellen. De hoogste wetgever in Nederland is de
staten generaal samen met de regering (dit zijn de koning en minister
samen). Een wet komt tot stand als de regering en de staten generaal met
een wetsvoorstel instemmen.
Naast wetten, bestaan lagere regelgeving;
- AMvB = KB die regels bevat
KB; koninklijk besluit AMvB; algemene maatregel van bestuur
- Ministeriele regeling (bv. Ministerieel pardon) -> Bij deze vormen van
regelgeving is de staten generaal niet betrokken.
- Verordening op provinciaal en gemeentelijk niveau.
Wetsartikelen; zoals in het burgerlijk wetboek, de jeugdwet en de
gemeentewet. De bepalingen in deze wetten zijn allemaal genummerd en
worden wetsartikelen genoemd. En wetsartikel kan bestaan uit meerdere
leden. De titel van de wet wordt dikwijls afgekort: BW staat voor burgerlijk
wetboek.
1. Wet- en regelgeving
- Wetten zijn vastgesteld door de overheid.
- Het kabinet (wetgevende macht) doet een wetsvoorstel en de staten
generaal beoordeelt (bestuurlijke macht).
2. Jurisprudentie
- Ook wel het “rechtersrecht” genoemd.
- Beoordelen van rechtsregels in individuele gevallen
- Vonnissen, uitspraken en arresten (rechtsbanken, gerechtshoven en hoge
raad + ARvS en CRvB
, 3. Gewoonterecht
- Staat niet opgetekend, maar is ontstaan uit gewoonte.
- Een bekende regel van ons gewoonterecht is de vertrouwensregel. Dit is en
regel, ongeschreven, welke gelat tussen kabinet en de tweede kamer. Het
kabinet heeft tijdens zijn regeringsperiode namelijk het vertrouwen van de
tweede kamer nodig om te kunnen regeren. Deze regel is niet vastgesteld in
de wet, maar wel degelijk geldt in ons rechtssysteem.
4. Verdragen
- Internationale wetgeving tussen staten.
- Rechtsregels die tussen twee (= bilateraal) of meer (= multilateraal) staten
gelden.
- Een verdrag moet zijn geratificeerd willen regels geldig zijn binnen een
staat.
- Verdragsregels gaan boven de nationale wetgeving.
1.3 Aard van de regels
Dwingend en aanvullend recht;
- Er mag niet afgeweken van worden van het dwingend recht. (Wet= regel).
- Semi- dwingend recht: Houdt enige ruimte (wet geeft ruimte voor eigen
afspraken).
- Aanvullen recht: geldt als afspraken ontbreken. (Wet vult aan wanneer
partijen dur zelf niet hebben gedaan).
Rangorde van rechtsbronnen
- Rechtsregels, hebben rechtskracht en staan in onderlinge hiërarchie.
- Die hiërarchie is van belang:
1. Hoe hoger de regel hoe algemeen er de strekking
2. Bij conflicterende regels uit hogeren lagere wetgeving, regelgeving,
prevaleert de hoogste regel.
1. verdragen ->
2. Eu- Verordeningen en EU, gemeenschapsverordeningen en richtlijnen->
3. Grondwet ->
4. Overige wetten ->
5. AMvB ’s ->
6. Ministeriele regelingen & richtlijnen ->
7. Provinciale verordeningen ->
8. Gemeentelijke verordeningen